De ”Interkerkelijke Schola Cantorum Dordrecht en omstreken” bidt en zingt op
zondag 23 februari 2020 om 16.30 u.

de Vespers van Zondag Quinquagesima.

Tekstboekjes met de Latijnse en Nederlandse tekst worden de bezoekers voor de duur van de viering ter beschikking gesteld.

TOELICHTING

Septua-, Sexa- en Quinquagesima - de zondagen vóór Aswoensdag *)

Zondag Septuagesima (Dominica in Septuagesima, Latijn voor “zeventigste”) is de eerste zondag van de Paaskring, 70 dagen vóór Pasen. Het is de derde zondag vóór het begin van de Vasten of Veertigdagentijd (Quadragesima: 40) ofwel de negende zondag vóór Pasen. Vanaf deze zondag is de liturgische kleur paars. In de Mis worden de vreugdezangen, zoals het Alleluia en het Gloria, achterwege gelaten, behalve op heiligenfeesten in deze periode.

Deze zondag wordt gevolgd door de twee andere zondagen van de zg. “Voorvasten”: Sexagesima (“zestigste”, dus 60 dagen vóór Pasen) en Quinquagesima (“vijftigste”, dus 50 dagen vóór Pasen).
Deze drie zondagen worden sinds 2007 officieel niet meer gevierd in de R.K. liturgie. In de vieringen volgens de Tridentijnse ritus worden zij nog steeds gevierd. [Alsmede in de Pre-Tridentijnse ritus, volgens welke de Interkerkelijke Schola Cantorum meestal zingt – E.S.]

De Tridentijnse ritus (ook wel klassieke Romeinse Ritus) is de liturgie van de katholieke H. Mis zoals die door de heilige paus Pius V gestandaardiseerd en veralgemeend werd in 1570 voor het verreweg grootste deel van de Latijnse Kerk. De benaming “Tridentijns” betekent, dat deze liturgie wordt geassocieerd met de bepalingen van het Concilie van Trente (1545-1563). Andere benamingen die in gebruik zijn voor deze ritus zijn “buitengewone vorm van de Romeinse ritus”, “traditionele Latijnse mis”, “oude Romeinse ritus”, “Traditionele ritus”, “overgeleverde Romeinse Ritus” of “Mis van paus Pius V”. [Het betreft echter niet alleen de Mis: ook het bidden van de getijden – E.S.]

De oude Ordo Missae van paus Pius V werd in 1970 grotendeels vervangen door de “Novus Ordo Missae” van paus Paulus VI als liturgie voor het gebied van de Romeinse ritus, en in feite voor de gehele Latijnse Kerk. Ze werd echter nooit formeel afgeschaft en op 7 juli 2007 min of meer in ere hersteld door middel van het “Motu proprio Summorum Pontificum”. Sindsdien wordt de Tridentijnse ritus, in de editie 1962 van het Missale Romanum (van de zalige paus Johannes XXIII), beschouwd als de buitengewone vorm van de Latijnse ritus, terwijl het Missale Romanum van 1970 (de Novus Ordo Missae van paus Paulus VI) de gewone vorm of uitdrukking is. Dit “Motu Proprio” is in werking getreden op 14 september 2007. Het staat alle priesters van de Latijnse ritus (Romeinse ritus) vrij om volgens het Romeins misboek van 1962 te celebreren, zowel privé als publiek.

Ontstaan
Deze overgeleverde Romeinse ritus, zoals hij in 1570 gecodificeerd werd, behoort naast de Liturgie van Johannes Chrysostomos en de Liturgie van Basilios tot de oudst overgeleverde christelijke liturgieën. Bepaalde essentiële gebeden van de ritus gaan volgens liturgiewetenschappers terug tot apostolische tijden. Door de pausen uit de Oudheid (Gelasius en Damasus) werd de Romeinse Canon (eucharistisch gebed van de Tridentijnse ritus) zelfs aan de apostelen Petrus en Paulus zelf toegeschreven. De zesde-eeuwse paus Gregorius de Grote legde de zang (Gregoriaans) van deze ritus op papier (in muzieknotatie) vast. Latere toevoegingen bestaan uit de huidige Offertorium-gebeden (achtste eeuw), gebeden aan de voet van het altaar (Introibo ad altare Dei, Psalm 42) bij het begin van de Mis sinds de twaalfde eeuw en het Laatste evangelie (Joh. 1, 1-14) sinds de dertiende eeuw. Aanvankelijk bestond zij in de Latijnse Kerk als een van de vele op elkaar gelijkende Latijnse ritussen. De Gallicaanse, Ambrosiaanse en Mozarabische riten bestonden naast de Romeinse ritus. In wezen verschilden deze liturgieën niet zeer veel van elkaar, omdat de invloed van de ritus van Rome altijd de grootste was geweest en Rome de vroegste christelijke gemeente in het Westen was geweest. Rome was het voornaamste centrum van liturgische riten voor de westerse Kerk; zo werd de Romeinse Canon (eucharistisch gebed) in alle genoemde Latijnse varianten aangehouden.

Concilie van Trente
Paus Pius V codificeerde in 1570 de bestaande ritus van Rome op advies van het Concilie van Trente dat een verdediging van de Katholieke Kerk tegen het protestantisme voorstond. Pius V creëerde geen nieuwe liturgie, maar veralgemeende en rubriceerde de liturgie zoals gebruikt in Rome en omliggende gebieden. De gehele Latijnse Kerk, met uitzondering van de oude Ambrosiaanse, Mozarabische en Gallicaanse ritusgebieden, werd verplicht het Missaal van Pius V (Tridentijnse liturgie) te gebruiken. In de Middeleeuwen ontstonden de riten van de Dominicanen, Karmelieten en de Braga-gebruiken. Deze varianten van de Tridentijnse liturgie bleven ook na 1570 bestaan.
Het Tridentijnse Missaal draagt weliswaar de naam van het zestiende-eeuwse Concilie van Trente, maar verschilt vrijwel niet van de liturgie van Rome in de vijftiende eeuw en eerder in de Middeleeuwen. Historisch gezien is dus de benaming Tridentijnse liturgie of ritus eigenlijk hoogst ongelukkig. [Vandaar dat de Interkerkelijke Schola Cantorum zingt volgens de Pre-Tridentijnse liturgie – E.S.]

U bent van harte uitgenodigd deze Vespers met ons mee te bidden.

Elly Stuurman, koorleider

*) Voor deze tekst is gebruik gemaakt van de website: www.hetkatholiekegeloof.nl