Liber Usualis

GREGORIAANS - AUTHENTIEK OECUMENISCH

Een wijdverbreid misverstand is: gregoriaanse kerkmuziek is eigendom van de Rooms-Katholieke Kerk. Het is daarentegen de Kerk die in de loop van het eerste millennium na Christus welomschreven liturgische gebruiken heeft ontwikkeld, die als Moeder van het gregoriaans kan worden aangemerkt. En tot die Moederkerk kunnen alle christelijke geloofsgemeenschappen zich herleiden.

Veel christenen die lid zijn van een andere kerkelijke geloofsgemeenschap dan de Rooms-Katholieke, voelen zich thuis bij het zingen van Latijnse vespers. Zij bemerken direct: hier worden teksten gebeden uit de heilige Schrift en uit de vroegste traditie.

Ook voelen zij intuitief aan: deze muziek is bezit van de hele westerse christenheid. Het is een vorm van Liturgie die geen exclusief bezit van één kerk of kerkgenootschap is.

In 1984 moesten de oprichters van de Schola Cantorum Dordrecht e.o. een besluit nemen, uit welke bronnen de liturgische gezangen te betrekken. De keuze viel op het "Liber Usualis". Dit zangboek heeft een inhoud, die elke zanger van de Schola aanspreekt, en wel om de volgende reden:
Er is heel wat gemeenschappelijks in de liturgie van de vespers en van andere getijdenliturgie van de klassieke kerkgenootschappen. Vergelijkt u de vespers in de Lutherse, de Oud-Katholieke en de Anglicaanse traditie, dan zullen u vele overeenkomsten opvallen. Ze dateren van vóór de Reformatie.

Als het aan sommige voormannen van de Reformatie in Europa gelegen had, dan was de getijdenliturgie nooit opgeheven.

In Nederland schreef de mystiek-calvinistische theoloog Jodocus van Lodenstein(1620-1677), dat hij het betreurde dat al spoedig na de doorbraak van de Reformatie in ons land, de metten en de vespers waren afgeschaft of doodgebloed.
Het citaat is te vinden in zijn kritische boek "Beschouwinge van Zion" (1676).

Willem Baan

Het gregoriaans heeft ook een plaats in de hedendaagse zangbundels van de verschillende kerken.
In het Liedboek voor de Kerken (LvK 1970) en in het nieuwe Liedboek 2013: "zingen en bidden in huis en kerk" (in veel Protestantse kerken in gebruik; echter niet in de Evangelisch-Lutherse Kerk) zijn daarvan fraaie voorbeelden te vinden. Beide liedboeken beginnen met de 150 psalmen, in de "berijming van Geneve".

Onder deze in calvinistische omgeving geschapen melodieën heeft psalm 80 een begin van de melodie van een gregoriaanse hymne: Victimae Paschali Laudes. Bovendien: in het Liedboek 2013 heeft Lied 615 de volledige melodie van Victimae Paschali en de tekst van deze hymne is nauwkeurig vertaald in het Nederlands.
In andere psalmmelodieën staan soms stukjes uit bekende misgezangen of er is gebruik gemaakt van een kerktoonsoort.
Al zijn beide liedboeken verschillend en al is het Liedboek 2013 ruim tweemaal zo omvangrijk als het LvK 1970, de gezangen van beide liedboeken hebben hier en daar ook gregoriaanse melodieën, al dan niet mét de oorspronkelijke teksten erbij.

Mooie voorbeelden hiervantreft u aan in het LvK 1970; daarachter zijn die uit het Liedboek 2013 vermeld:

Gezang 185 "Des Konings vaandels gaan vooraan" (tekst van Vexilla regis prodeunt); Liedboek 2013: gewijzigd in: De koningsvaandels trekken uit - Lied 572.
Gezang 237 "Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer" (melodie en tekst: Veni creator Spiritus); Liedboek 2013: Lied 360.
Gezang 238 "Kom o Geest des Heren, kom" (melodie en tekst: Veni, sancte Spiritus); Liedboek 2013: Lied 669.
Gezang 239 "Kom Schepper God, o Heil'ge Geest" (melodie: Veni creator Spiritus); Liedboek 2013: Lied 670.
Gezang 272 "Midden in het leven" (tekst van Media vita in morte sumus); komt in het Liedboek 2013 niet meer voor.
Gezang 278 "Dag des oordeels" (Dies irae, dies illa); komt in het Liedboek 2013 niet meer voor.
Gezang 318 "Hoe goed, o Heer, is 't hier te zijn" (melodie: Veni creator Spiritus); Liedboek 2013: Lied 972.
Gezang 337 "Het water van de grote vloed" (melodie: Veni creator Spiritus); Liedboek 2013: Lied 350.
Gezang 346 "Ter maaltijd van het Lam gereed" (melodie: Ad cenam Agni providi); komt in het Liedboek 2013 niet meer voor.
Gezang 382 "God die het al geschapen heeft" (melodie: Te lucis ante terminum); komt in het Liedboek 2013 niet meer voor.

Mooie voorbeelden in het Liedboek 2013 van liederen die eerder niet in het LvK 1970 voorkwamen:

Lied 338e "Halleluja... " (melodie van het keervers Rorate caeli desuper).
Lied 368b "Dauw hemel, wolken regen heil" (melodie en tekst van Rorate caeli desuper).
Lied 368e "God in de hemelen" (melodie Attende Domine, et miserere).
Lied 373 "O Jezus, uw gedachtenis" (melodie en tekst van Jesu dulcis memoria).
Lied 403a-blz. 782 "Onze Vader... " (melodie van Exsultet jam Angelica turba caelorum, het eerste gezang in de Paasnacht).
Lied 573 "Moeder stond met smart bevangen" (melodie en tekst van Stabat mater dolorosa).
Lied 584 "Is zijn ure nu gekomen" (melodie en -deels- de tekst van Stabat mater dolorosa).
Lied 959a Geheel in het Latijn: In paradisum deducant angeli.
Lied 959b "Ten paradijze geleiden u de engelen" (vertaling van 959a).
Lied 960 "Hier leggen wij zijn lichaam neer" (melodie: Veni creator Spiritus).

Het aantal melodieën dat gebaseerd is op één van de kerktoonsoorten is groot. Als fraai voorbeeld: in het LvK 1970 staan de gezangen 174 en 285 in de "tonus peregrinus", een variant van de eerste kerktoonsoort. Beide liederen vinden we ook terug in het Liedboek 2013: resp. 562 en 1010.
Een blik aan het begin van ieder onderdeel van het kerkelijk jaar in het Liedboek 2013 volstaat om meer voorbeelden van gregoriaanse en middeleeuwse melodieën aan te treffen.

De bekende dirigent prof. Nikolaus Harnoncourt uit Wenen noemde de muziek mediaal: "God heeft ons de muziek gegeven om Hem te kunnen ontmoeten, God die zelf niet door het rationele te bereiken is."
En: "Muziek is theologie, is 'theologaal'. Het is niet alleen de plaats waar wij tot God gaan, maar tevens de manier, waarop God tot ons komt."
De Interkerkelijke Schola Cantorum Dordrecht e.o. hoopt deze werkelijk oecumenische gebedsvorm nog lang te beoefenen !

Elly Stuurman