Blaas in
fluweel een spokenlied (horen wil wie hoort)
(© foto:
Jorden
Hellemans)
Peter Holvoet-Hanssen
1. De betekenis van de term
invloed
Ik ben een strandjutter van woorden, voortdurend turend, op schatten gericht
o, ook in het lelijke het mooie te ontwaren! Maar mijn strand is niet
oneindig. Gebonden tot waar ik kan geraken de breedste baai, het
uiterste punt.
Ik ben een levende schotelantenne, op een vulkanische
ondergrond (Ik breek mij af, bouw mij op). Het tateren van mijn
kind, een flard van een gesprek tussen twee pubers op de bus. Antwerpen?
Bombay? Mijn schotel kan maar opvangen wat het kan ontvangen. Maar wat ik
opvang wordt niet altijd bewust geregistreerd. Intussen is mijn schotelantenne
gecrasht.
In-vloed, eb en vloed: zie de mooie tekst
'Over de invloed van een witte
walvis' van mijn 'kaperskapiteine' Noëlla Elpers. Ontdek haar
beeldige pennenvruchten.
Ja, ik hield van piratenfilms. Was verliefd op
Winnetou. Genoot van de sprookjes van Andersen. Ik was Peter Pan. Nu staat mijn
hersenpan in vlam tijdens het schrijfproces. Op kleine schaal niet
ongevaarlijk.
Ik hou niet zo van concrete, vaste invullingen van een
begrip. Ik ben geen tandarts, ik ben een dichter. Gaat iets een begrip te
boven? Laat mij ijle golflengten beluisteren, een levend organisme in een
bubbelbad van werelden creëren. Ik zie mezelf als een dolende troubadour:
gebonden (We are all prostitutes) en niet gebonden. Ooit trad ik in
de sporen van de ontsnappingskunstenaar Harry Houdini. Nu ontwerp ik haast
onzichtbare dwangbuizen om er onopgemerkt uit te verdwijnen.
2. Are you under the
influence?
¶
Als kind was ik boodschapper en tot slot verbindingsofficier tussen vader
(Holvoet) en moeder (Hanssen). Zij waren twee tegenpolen. Ik zat in het
spanningsveld.
Vanuit een boom in het park keek ik naar mezelf in een
klaslokaal.
¶ Mijn obsessie voor het getal drie, voor mij niet 1 +
2 maar een wie weet mogelijk ontbrekend getal in ons denken, in
onze binaire wereld. Terwijl het bv. in wetenschap (drie paar quarks) en in
religie (op de derde dag) steevast opduikt. Als ik als kind naar
bed moest, rende ik dwangmatig de trappen op: ik moest steeds twee treden
overslaan en in de slaapkamer geraken in een aantal seconden dat een veelvoud
van drie moest zijn. Als kind was ik dus reeds onder invloed
of beïnvloedde ik mezelf? Feit is dat tot op heden mijn queeste veelal
onbegrepen is, dat ik in mijn poging om wal (1) en schip (2) te
verbinden thuisloos ben in de poëzie. Maar ook van water zijn mijn
verzen.
Grenzen tussen territoriale wateren worden ook wel eens
conflictlijnen genoemd. Maar wat als je buiten de territoriale wateren op
verkenning zwemt en gedoemd bent te verdrinken? Zeg dan maar dag met het
handje.
¶ Vuurspuwend Vuurtorenkind flitst met zijn licht /
naar de 32 windstreken. (
) Voorbij Vuureiland knarst de tand des tijds. /
Wijsneuzen verbleken.
Dit schreef ik ooit voor Paul Snoek ik
maakte een baldakijn voor hem omdat hij met zijn Totem
en zijn Maria Magdelena-gedichten mijn ogen opende voor poëzie, tot onder
de waterspiegel.
(In mijn (post-)punktijd was ik was al fan van Rimbaud
(via Patti Smith) vóór ik zijn grensverleggende exploraties las.
Ik verslond De Bron, die goeie ouwe bloemlezing, en zag hoe
belangrijk de vorm was voor een geslaagd poëem. Ritme, klankrijkdom.
Bezwering. Poëzie voert je dwars door tijd en ruimte. Was op slag fan van
de Halewyn-ballade. Keek op naar François Villon, dé
troubadour.)
Naar het water, terug naar Snoek. Paul Snoek schreef ook
gedrichten, tussen gedrochten en gedichten in. Zo kwam het dat ik
als 19-jarige fistels begon te schrijven, zweren van de
hersenen, anno 1979 was dat: het waren met opzet lelijke uitbarstingen van
een vulkanische troubadour. Eén van die erupties haalde in
1999 de apocriefe bloemlezing Strombolicchio. Uit de smidse van
Vulcanus (exploraties 19791999) en eindigde zo: (...)
blaas in fluweel een spokenlied
youre a ghost la la la of zing
als lijzige lava
I could sleep for a thousand years
Van 1979
tot 1997 was ik deejay Pierre Creuxpied, en elke party van punkkelders
tot familiefeesten begon met John Cale en liet ik opzwepen of ontregelen
door rasverteller Lou Reed & The Velvet Underground.
¶ Nog
voor de term cross-over gebruikt werd of bestond, mixte ik alle
genres door mekaar. Discokikkers bestookte ik met Lust for life van
Iggy Pop wat werkte en koele kikkers kregen de heetste funk door
de aderen gejaagd. Als een rattenvanger kreeg ik elk publiek in een trance.
Dol op geschiedenis en dus ook muziekgeschiedenis werd elke fuif
een reis door de tijd. Zo kon ik de uitersten verbinden.
¶
Uitersten verbinden dat was hot eind jaren
negentig maar ik spreek nu over de coole jaren tachtig, Joy Division zinderde
nog na. Dirk wou twisten met Herman. Ik zocht naar een derde getal, een
bitterzoete en opzwepende wals, blazend doorheen onze knoken, rakelings boven
de tegenpolen, de menselijke moraal en onze aardse muizenissen. Ik hield van
overkoepelende constructies: De Goddelijke Komedie 3 in 1, 1
in 3 trof mij als een bliksemschicht. Ik moest en zou alle reten en
kieren van de stad en van het leven doorsnuffelen vooraleer naar buiten te
komen met mijn poëzie, in de voetsporen (ik kom nog niet tot aan zijn
enkels) van François Rabelais. Goor én verheven, licht én
donker, rustig én woest.
¶ Ik was vloeibaar, schuwde het
daglicht. Noëlla Elpers leerde mij terug eten. Euforisch schreef ik
vliegende tapijten en besloot voor haar drie overkoepelende
organismen te scheppen. Dat leidde tot de triptiek Strombolicchio
Dwangbuis van Houdini Santander. Na de afbraak in De
vliegende monnik bouwde ik mij weer op. Nog steeds laat ik woorden
fladderen om ze aaneen te schakelen, spelend met toeval én niet-toeval
in mijn bundel Spinalonga (2005) van windstilte tot een
Wals van de wind.
Ook na die orkaan ga ik verder, strompelend
én walsend naar dopen ton van de zee, zolang ik kan, met
levenslust ondanks alles om met wrakhoutwoorden een wrakhoutschip te maken
wetend dat het gedoemd is tot zinken. De bundel Navagio komt
eraan.
Voort, voort, altijd voort...
Om van al die doornen
één roos te maken, in de wind, al is dat niet bon ton
voor
mijn schuilhut, voor mijn havenkom
© Peter
Holvoet-Hanssen, Het Kapersnest, 23 december 2005.
[www.kapersnest.be]