Peter
Holvoet-Hanssen publiceert Navagio - Sterren uit het puin van de
wereld Buiten razen de
voorjaarsstormen door de spoortunnels, maar bij de Wattman is het lekker warm.
Peter Holvoet-Hanssen waait binnen. Hij ziet er moe uit. Toch doen de kringen
om zijn ogen zijn beroep tegelijk eer aan. Echte dichters zijn geen
zondagsschrijvers, pennenlikkend op het luxe pluche in barokke salons. Peter
Holvoet liet net zijn bij Uitgeverij Prometheus verschenen Navagio te
water, maar het zwoegen met de elementen beukt nog na.
Peter
Holvoet-Hanssen begon in de jaren tachtig op vulkanologische wijze
een tot-het-uiterste-explorerende poëziereis, die hij nu,
maart 2008, met de publicatie van Navagio beëindigt. Hij is weer
thuis, waar de huisarts hem maant het bed te houden. Toch zit hij hier,
medische raadgevingen ten spijt. Hij neemt zijn gezicht in zijn handen en
wrijft. Gisteren nog stond hij in Oostende. Enkele dagen daarvóór
gaf hij aan de Vlaamse Kaai te Antwerpen, in het schipachtig café
t Karveel een zeer indrukwekkende performance ten beste, in wrakale
toestand. Moe of niet, vulkaan Peter wíl niet slapen. Zijn
voordracht in t Karveel begeleid door Nonkel Johnnies
wrakhoutband was dan ook een seismografische uitbarsting van
jewelste.
Sterrendakloos
Je woont aan de
Uitbreidingstraat. Precies op de grens tussen Zurenborg en Berchem. Ben je nu
meer op Berchem of meer op Zurenborg gericht? Peter: Ik kom al van
oudsher in Zurenborg. Ik ging al naar Zeezicht toen het nog Cereus heette. Dat
was echt mijn plekje om naartoe te gaan. Ik heb hiervoor in Deurne gewoond, en
daarvoor aan de Amerikalei. Ik hield er soms feesten zo wild dat de buren aan
de overkant van de boulevard begonnen te klagen. Ik noemde mijn woonst
Het Gezonken Schip. Noëlla heeft me uit de diepte opgevist. Nu
wonen we hier in Het Kapersnest, op de dijk. Zo noemen we de brede
stoep die voor de witte huisjes ligt. Achter de dijk ligt de zee. Een zee van
licht. Het Burgemeester Ryckaertplein is s nachts hel verlicht. We kunnen
de sterren niet eens meer zien. Misschien is Peter Holvoet-Hanssen daarom
wel sterrendakloos... een van de eerste woorden in zijn
bundel.
Schip
Vanwaar al dat water, die schepen, die
kapers... kortom, al die scheepvaartmetaforen? Peter Holvoet: Al sinds ik
klein was, nam mijn vader me mee naar de haven. Daar gingen we naar de boten
zitten staren. Achteraf denk ik: die man moet ook problemen hebben gehad... Ik
denk trouwens dat maar weinig Antwerpenaren de wondere wereld van de haven
kennen. Het is twintig vierkante kilometer schoonheid in het lelijke. Het is
een vergeten land. En er varen reusachtige schepen. En dan die kapers, tja...
ik was vroeger nogal onhandig. Mijn eerste herexamen was een examen Turnen.
Maar in mijn dromen was ik zeerover. Vroeger keek ik naar piratenfilms zoals
Captain Blood, met Erroll Flynn. Zo ben ik kaper geworden.
Wrakhout
Navagio is geen vrolijke bundel. De ondertitel
verraadt het al: Wrakhoutgedichten. De vorige bundel van Peter Holvoet-Hanssen,
Spinalonga, eindigde met een storm. Nu verkeert de wereld in een
wrakhouttoestand, vertelt Peter Holvoet. Ik jutte overal woorden. Ik vond
ze op covers van magazines, in psalmen, in flarden van gesprekken... De
stukken door zout aangevreten hout timmerde hij bijeen tot een woordenschip, de
Navagio. Een schip gedoemd tot zinken. Al in de eerste woorden proeven
we dat rafelige, dat kapotte. Een wens van het begin van de bundel: dood
o was uw woord maar een lamp voor die koude voetjes. Kon de dichter het
mensenleed maar verzachten. Welk leed? in Timisoara de dichtgenaaide
lijken, zieke levers zwarte longen, in de vijfde
isoleercel / blauw van knuppelslagen, wat een mens raakt wordt
techniek. Wie de bundel leest, ziet overal pijn. De wens lijkt
aanvankelijk niet vervuld te kunnen worden: de dichter kán de pijn niet
wegnemen. Wat ik voel als ik Navagio lees, is een pijnlijk bewustzijn
dat ik onherroepelijk alles zal verliezen. levensweg verguisd / de
schelpentuin vergruisd. Een vriend met kanker t moe zijn zat
/ de bel: chauffeur die zegt meneer, naar Dodenstad. de hemel
schrijnt, het schurftig circus dat verdwijnt. doorgezakte stoel der
wijsheid / ingeslikte hemelsleutel. Nee, getroost word ik niet.
Moedergraf
Mensen zijn voortdurend bezig om een veilig bestaan
te creëren, leg ik Peter Holvoet voor. Jij confronteert ze in
Navagio met de afgrond. Peter: Ik heb tijdens het schrijven
van Navagio de lift naar 9 genomen. Niet naar 1. Poëzie
mág ontregelen, ik wil geen veilige poëzie schrijven. Het leven is
onveilig van nature. We voelen ons kapitein, maar zullen nooit meester zijn
over de baren van de zee. Het leven kan elk moment genadeloos toeslaan.
Misschien is dit angstenbezwerende poëzie, wapen ik mij met mijn poezie.
Is dit een oefening op voorhand. Ik was destijds ook nogal wrakaal, dat hielp
wel om zulke gedichten te schrijven. Peter refereert aan de tijd dat zijn
moeder overleed. Maar ook de moeder van zijn kaperskapiteine
Noëlla stierf tijdens het Navagio-project: In memoriam Anna
Ceunen staat als opdracht op het titelblad. Ik lees: na je
breinschipbreuk een bonustrip naar t Schoonselhof van Antwerpen /
onbekenden troef, beroemden van t Stad, dikke nekken
moedergraf en elders lees ik: ay Garbo met de kromme
werkhandjes en mijn moedertje is nooit meer slapeloos. Verzen
voor zijn moeder Anny Hanssen zaliger.
Bloesempicknick
Maar
toch... tussen de dood en het verlies tref ik in de bundel ook uitzonderlijk
mooie, stille observaties aan, als gevoelige potloodtekeningen. Sommige zijn
feller, als kleurenfotootjes die kleine werelden openen. In veel van de
gedichten in Navagio worden pijn en kou juist dankzij de talige
schoonheid zo veelzeggend. Vaak is deze schoonheid van organische, biologische
aard. Zo plukte ik bij het lezen van de bundel prachtige boeketten:
nevelklokjes, krokusmeeldraden, wilde
kattenkittens (ja, dat zijn ook bloemen), bloesempicknicks,
en er waait een bloesemwind. Er zijn vaandels groen als
vlas en roomijswit de sterren op je / mantel s nachts van
chocola. Er wordt een rozenlied gezongen en iemand mag haar
Steegje van de Roos bezoeken. Ook is er in Peter Holvoets universum
een keuken waar de tijd geen rozen baarde maar het lekkerste maal
er is een kauwenboom, die draagt de naam Maria en de
zottinnekes, ze bloeien, zo begint een van de gedichten.
Doorweekt eekhoorntje
Nog meer moois? O ja. De bundel is opgebouwd
met sterke beelden die je meevoeren een wondere wereld in, waar dingen diepere
kleuren krijgen. Er is een hond genaamd Khartoem, de zon is als een
bruistablet miljoenen orgelpunten door de wolkenwatertombe. Ook mooie
kinderlijke dingen: de vraag kunnen eekhoorns ziek worden en
het meisje dat de ogen sluit, met ogen toe de bliksems volgt. Mooie
vrouwen: Vrouwe Lavendel in de stormlucht en je oorschelp een
rood lampenkapje. Ook Peter Holvoets reizen, - echte reizen maak je
in je hoofd is het motto van Het Kapersnest dat hij met
schrijfster Noëlla Elpers bewoont zijn vaak van een
sprookjesachtige bekoring: aan de staart van een kameel reisde ik door de
nacht en s avonds aan de rand van de stad volgde ik de
waterloop indigo is het / hazige geluk. En dan de mensen: mensen
zijn van tranen met een hart van zand, van maan of meteoor / ogen blauw en
groen van mineralen, van graniet, kwartsiet of soms / van
smaragd.
De Switcher
Het is niet echt gebruikelijk om
dichters om uitleg te vragen, maar allez, ik vraag toch maar hoe dat nu zit met
die Switcher. Enkele keren in de bundel schrijft hij over een Switcher, of over
switchen. Zo, in het Engels. Peter vertelt me dat deze schakelaar, dit
schakelen, de verpersoonlijking van het leven zelf is. Ik heb het niet
over geloven of niet-geloven, over God of niet-God. Veel mensen geloven dat
alles toevallig is. Veel andere mensen denken dat niets toevallig is. Ik
vermoed dat het leven zich toevallig afspeelt en tegelijkertijd patronen maakt.
Jij bent ergens ontvankelijk voor. Zo kom ik nooit een hond met drie poten
tegen, zo zie jij er twee op een dag. Soms lijken er dingen naar je toe te
komen. Maar dat komt door je innerlijke schotelantenne. En waarom zouden toeval
en niet-toeval niet samen kunnen? Maar dat is boven ons menselijk
petje.
Boven de doorn
Het gedicht dat Peter
Holvoet-Hanssen koos als motto voor het boek, een gedicht van Paul Celan, is
tekenend. Als er één dichter is die wist wat verdriet was, dan is
het wel Celan. Jood na WO II, geen familielid meer levend, proberend
poëzie, schoonheid te scheppen. Celan sprong uiteindelijk in de Seine (hij
kon niet zwemmen). Maar wat voor gedicht koos Peter Holvoet dan? Een gedicht
vól leven! Met / de stijl zielshelder / de meeldraad hemelwoest /
de kroon rood / van het purperwoord dat zij zongen / over, o boven / de
doorn. Ik vraag Peter waarom hij dit nam. Peter: Het komt uit een
dichtbundel over het lijden. Maar je ziet in dit gedicht dat er een poging tot
ontsnapping wordt ondernomen. Dat is wat telt voor mij. Boven de doorn het
leven. Ik wilde met Navagio poëzie schrijven waarin het geluk
én het lijden zijn vervat. Ik hoop dat mensen, als ze zich gevangen
voelen, durven te ontsnappen. Pogen uit je dwangbuis te geraken.
Horen wil
De publicatie van Navagio is nog maar net geleden.
Vlak ervoor won hij ook nog de driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse
Gemeenschap voor poëzie. Intussen is Navagio al in zijn tweede
druk. In de tussentijd schreef Peter een gedicht voor De Lente, de prachtige
nieuwe behuizing van het Vlaams Fonds voor de Letteren, hield hij een
anti-NATO-voordracht en leidde hij twee Zuid-Afrikaanse dichters door de stad.
Nog moe van zijn poëziereis, ik heb roofbouw gepleegd op mijn
lichaam, vertrouwt hij me toe; toch lijkt niets Peter te stoppen. Het
woord blijft hem sturen. Niet alleen het gedrukte woord trouwens. Leve het
gesproken en gezongen woord. Want voordragen hoort er onlosmakelijk bij, voor
hem. Mijn gedichten leven en zingen eerst en vooral op papier. Maar horen
wil wie hoort, zegt Peter wel eens. Hoor je hem troubadouren
(voordragen en performen zijn eigenlijk geen goede
benamingen voor zijn woordconcerten), dan ervaar je waar zijn gedichten om
begonnen zijn. Dan hoor je hoe deze dichter uit het puin van de wereld sterren
componeert, eclectische taalbrokstukken die fonkelen met de vonken van de
muziek. Het bevreemdt me dan ook niet als hij me vertelt dat hij dj is geweest.
Tussen 1979 en 1997 draaitafelde hij op feesten alle genres door elkaar, van
Piaf tot punk.
Zurenborg
Peter Holvoet-Hanssen schreef, naar
aanleiding van een vraag van Veerle Rooms, kunstenares en bewoonster van
Zurenborg, een gedicht over de Cogels Osylei. Het staat op pagina 36 van
Navagio, maar staat nu ook op
www.gazetvanzurenborg.be.
(Annemarie ESTOR)
[www.kapersnest.be]