1-50 | 51-100 | 101-150 | 151-200 | 201-250 | 251-300
  1. Gebruik menselijke middelen alsof er geen goddelijke bestonden, en gebruik goddelijke middelen, alsof er geen menselijke waren
  2. Leef niet slechts voor uzelf, noch slechts voor anderen
  3. Maak uw ideeën niet al te duidelijk
  4. Geringschat geen onheil omdat het klein is
  5. Weet hoe u goed moet doen
  6. Wees voorbereid
  7. Verbreek geen relatie
  8. Zoek iemand die u kan helpen uw tegenspoed te dragen
  9. Voorzie beledigingen en verander ze in gunsten
  10. U kunt niet geheel een ander toe behoren en niemand kan geheel de uwe zijn
  11. Volhard niet in dwaasheid
  12. Weet te vergeten
  13. Vele aangename dingen zijn beter wanneer ze van iemand anders zijn
  14. Ken geen dagen van achteloosheid
  15. Plaats diegenen die van u afhankelijk zijn in moeilijke situaties
  16. Wees niet slecht door te grote goedheid
  17. Fluwelen woorden, fijn gebracht
  18. De wijze doet eerder, wat de dwaas later doet
  19. Doe voordeel met uw nieuwheid
  20. Wees niet de enige, die veroordeelt wat populair is
  21. Als u weinig weet, beperk u dan tot het zekerste in ieder beroep
  22. Verhoog de prijs van uw koopwaar met hoffelijkheid
  23. Doorzie de karakters van de mensen met wie u omgaat
  24. Wees innemend
  25. Roei met de stroom mee, maar behoud uw waardigheid
  26. Hernieuw uw persoonlijkheid met natuur en kunst
  27. Toon uw gaven
  28. Vestig geen aandacht op uzelf
  29. Geef degenen die u tegenspreken geen antwoord
  30. Een eerbaar persoon
  31. Verwerf gunsten van de intelligenten
  32. Gebruik afwezigheid
  33. Wees inventief maar verstandig
  34. Houd u bij uw eigen zaken
  35. Ga niet ten onder aan de tegenspoed van iemand anders
  36. Raak niet geheel bij iemand en iedereen in de schuld
  37. Handel niet wanneer u geëmotioneerd bent
  38. Pas uzelf aan de omstandigheden aan
  39. De grootste schande van een man: te tonen dat hij er een is
  40. Het is nooit een goed idee om appreciatie en affectie te vermengen
  41. Weet anderen op de proef te stellen
  42. Laat uw persoonlijkheid superieur zijn aan de eisen die uw werk stelt
  43. Volwassenheid
  44. Matig uw standpunt
  45. Geen pocher maar een doener
  46. Een man van koninklijke gaven
  47. Gedraag u altijd alsof anderen toekijken
  48. Drie dingen vormen samen een wonder
  49. Houd de mensen hongerig
  50. In een woord, wees een heilige; dat zegt alles