In het spoor van Ivans

Donderdag 1 september 2005

Het is jammer dat tegenwoordig bijna niemand de detectiveverhalen van Ivans nog leest. Het is waar dat de plot van die verhalen dikwijls een beetje gezocht is en dat de karaktertekening niet altijd even geloofwaardig overkomt, maar daar gaat het ook allemaal niet om. Ivans is leuk omdat hij zo heerlijk ouderwets is. Zijn verhalen spelen zich af in de periode rond 1910 en schetsen een prachtig tijdsbeeld. Daar komt nog bij dat de misdaad haast altijd plaats vindt in een sfeer van vakantie en toerisme.
Mijn favoriete Ivans is ‘Het Brockenspook’. Plaats van handeling is de Harz, het mooie Duitse middel-gebergte, waarvan de Brocken het hoogste punt is. Ik had altijd al eens wat langer naar de Harz willen gaan en nu was het dan zover. Mijn voorkeur voor de Harz heeft overigens, behalve met Ivans, ook alles te maken met het feit dat zich daar het meest uitgebreide smalspoor-stoomtreinennet van Europa bevindt.
En dus gingen Monique en ik vanmorgen om tien over half tien op weg richting Bad Harzburg. Het was droog en warm, maar het was gelukkig niet echt benauwd. We draaiden de A 12 op en zetten koers richting Utrecht. Bij de eerste de beste behoorlijke gelegenheid, de AC van De Meern, zijn we koffie gaan drinken. Het was er flink druk, met een aantal reisgezelschappen en vooral veel confererende zakenmensen, voorzien van laptops, bouwtekeningen(!) en natuurlijk ook de onvermijdelijke mobieltjes.
Gauw verder maar weer, langs Amersfoort, Apeldoorn, Deventer en Hengelo. Rond kwart over twaalf passeerden we de Duitse grens en voor mijn gevoel begon toen het echte werk. “Fahren, fahren, fahren auf der Autobahn…” zong Kraftwerk ooit. Ondertussen begonnen we uit te kijken naar een Parkplatz of een Raststätte, met het oog op de lunch, maar dat viel zwaar tegen. Alle parkeer- en pleisterplaatsen die we tegenkwamen waren afgesloten wegens onderhoud of iets dergelijks. Pas ten oosten van Melle, bij de Tankstelle Grönegau, konden we dan toch nog even stoppen om onze meegebrachte broodjes op te eten. Het werd inmiddels alsmaar warmer.
We kwamen door Bad Oeynhausen en reden daarna Bundesautobahn 2 op, die we verlieten bij afslag 35 naar Hamelen. In Hamelen werd er aan de weg gewerkt, wat zorgde voor een kort oponthoud. Na Hamelen reden we lange tijd min of meer parallel aan de rivier de Weser. We passeerden het Kernkraftwerk Grohnde, met zijn twee reusachtige koeltorens. Een stuk verderop kwam Bodenwerder en daarna Eschershausen. Hier vielen ons overal verwijzingen op naar de 19e eeuwse dichter Wilhelm Raabe. Van Wilhelm Raabe weet ik alleen dat we hem op het Huygens bij de Duitse literatuur mochten overslaan. Ik kan me niet meer herinneren waarom.
En verder maar weer. We kwamen nu door een heuvelachtig en tamelijk open landschap dat niet onvriendelijk was, maar wel saai. Kreiensen, Bad Gandersheim en toen begonnen we eindelijk de Harz te naderen. We reden onder de Autobahn Hannover - Kassel door en een paar kilometer verderop veranderde het landschap abrupt van karakter. We sloegen af naar weg 242, richting Clausthal-Zellerfeld, en kwamen toen opeens in de bergen terecht. De weg dook een dicht dennenbos in en begon wild te kronkelen en heftig te stijgen en te dalen. We passeerden Wildemann, Lautenthal, Bockswiese en Goslar en kwamen toen vrij plotseling aan in Bad Harzburg. Kort tevoren was opeens dreigend de massieve gedaante van de Brocken opgedoemd. Willy Hendriks, één van de hoofdfiguren uit Het Brockenspook, kreeg destijds een onprettig gevoel over zich toen hij voor het eerst de Brocken in beeld kreeg en ik kan me dat goed voorstellen.
We hadden ons hotel al snel gevonden. Hotel Wiener Hof is een leuk ding, al is de parkeerplaats aan de krappe kant. Het ligt aan de Herzog-Wilhelm Strasse, die in feite een voetgangerszone is vol hotels en restaurantjes. Aan de overkant van de straat ruist het riviertje de Radau en het geluid van dat stromende water heeft een heerlijk rustgevend effect.
We hebben gegeten op het hotelterras. Daarna zijn we bij wijze van avondwandeling de Hertogstraat ´stroomafwaarts´ afgelopen, tot aan het Hauptbahnhof. Dat gaf ons een aardige indruk van de bevol-kingssamenstelling van Bad Harzburg. Zelden heb ik de vergrijzing van de autochtone Westerse bevolking zo duidelijk gedemonstreerd gezien als hier. De gemiddelde leeftijd lijkt in Bad Harzburg op minstens 70 jaar te liggen en het straatbeeld wordt beheerst door rollators en krukken.
Op de terugweg zijn we nog even wat gaan drinken op het terras van Restaurant ‘Bier-Comptoir’. Monique bestelde Irish Coffee, maar ze kreeg Eiskaffee voorgezet. Dat was wel een beetje een teleurstelling…
Ze blijken in Bad Harzburg met de kippen op stok te gaan. Dat hebben wij dus ook maar gedaan.
Vannacht ben ik even wakker geworden omdat het heftig onweerde.
 

Vrijdag 2 september

Monique wil op vakantie per sé niet eerder ontbijten dan om negen uur en ik wil op vakantie per sé niet later ontbijten dan om negen uur. We hebben dus ontbeten om negen uur, met broodjes, worst, thee, koffie, vruchtensap en dat soort zaken.
Monique is vandaag Bad Harzburg gaan verkennen en naar de Sole-Therme gegaan. Dat is een combinatie van zwembad, schoonheidsinstituut, sauna, gezondheidscentrum en meer van dat soort pret. Het hele gedoe wordt ook wel ‘Thermalbad’ genoemd.
Zelf had ik natuurlijk heel andere plannen. Ik klom in de auto en ging op weg naar Hasselfelde, het beginpunt van de Selketalbahn. Ik verliet Bad Harzburg ‘stroomopwaarts’, dus richting Braunlage. De weg begon meteen een uitloper van de Brocken te beklimmen en liep steil omhoog. Bordjes langs de kant gaven de hoogte aan: 600 meter, 700 meter, 800 meter…
Ik passeerde Braunlage en Tanne en was met een uurtje op mijn bestemming. Onderweg moet ik ergens het voormalige IJzeren Gordijn gepasseerd zijn, maar daar merk je helemaal niets van.
In Hasselfelde ben ik eerst maar eens gaan tanken. De benzine is momenteel akelig duur (bijna € 1,40 per liter), maar desondanks of juist daardoor was het ontzettend druk bij de pomp.
Naar het station moest ik even zoeken, want het staat nergens aangegeven, maar tenslotte heb ik het natuurlijk toch gevonden. Ik ging naar binnen om een kaartje te kopen, maar er viel nergens een loket te bekennen. Er was alleen maar een eetgelegenheid. Daarop raakte ik in gesprek met een Nederlandse vader en zoon, die allebei hobbyist bleken te zijn. Ze legden me uit dat de kaartverkoop in de trein plaats vindt.
De trein naar Gernrode vertrok kort na elf uur, met aan kop loc 5906. Daar was ik blij mee, want de 5906 is een Mallet en de Mallet is een heel bijzonder locomotieftype, dat in Europa maar weinig voorkomt. Stoomliefhebbers weten waar ik het over heb.
Bij de conductrice kocht ik voor € 45,-- een vijfdagenkaart. Ze had het niet druk, want de trein telde maar weinig passagiers. Vreemd eigenlijk, want de Selketalbahn voert door een prachtig landschap en vooral het laatste stuk, het gedeelte tussen Alexisbad en Gernrode, is spectaculair. Er zijn daar krappe bogen en heel steile hellingen, tot 4% aan toe, en dat betekent dat de loc hard moet werken als hij tenminste de dienstregeling aan wil houden.
Ik was gaan staan op het balkonnetje van het achterste rijtuig, want dat was de mooiste plek die maar denkbaar was om van het spektakel te kunnen genieten. Officieel zijn de balkonnetjes op de Selketalbahn taboe voor de passagiers, maar niemand trekt zich daar iets van aan en dat wordt door de conducteurs getolereerd. Gelukkig maar!
Als de trein door een boog liep had ik vanaf mijn balkonnetje een prachtig zicht op de locomotief en de fascinerende beweging van het drijfwerk. Ik kreeg een soort multimediapresentatie voorgeschoteld: de loc roffelde bulderend ‘woefwoefwoefwoefwoef’ en de schoorsteen braakte grote wolken stoom en rook uit. De penetrante lucht van het kolenvuur vermengde zich met de zoetige geur van het dennebos. Rook en sintels kwamen in mijn haar en in mijn ogen terecht en op mijn huid en kleding verschenen roetvlekken en kleverige oliespatten. Het was een belevenis die ik voor geen goud had willen missen.
Terwijl Monique in het Thermalbad steeds schoner werd, was ik dus bezig steeds vuiler te worden. Even voor half twee was ik in Gernrode. Er stond daar een bestelauto die Thüringer-braadworst-met-brood verkocht en dat kwam goed uit. Ik ging mijn vangst staan opeten op het perron en toen raakte ik in gesprek met de oudere Duitse meneer met wie ik ook al in Hasselfelde had staan praten, en die mij als Sachverständige was gaan beschouwen. Daarna liep ik terug naar het bestelautootje voor een flesje Multivitaminensaft en maakte nog even een praatje met de verkoper. Het valt me steeds weer op hoe ontspannen en vriendelijk de mensen hier met elkaar omgaan. Het klimaat van de Harz heeft blijkbaar een kalmerende invloed.
Met de trein van 14.29 uur ging ik op weg naar Harzgerode. Onderweg deed ik een ontdekking: je kunt de raampjes naar beneden klappen en dan voluit naar buiten leunen! Dat is haast nog mooier dan staan op een balkonnetje.
Het begint me langzamerhand op te vallen dat er in het centrum van haast ieder dorp waar je hier doorheen komt een soort meiboom staat. Wat zou daar de achtergrond van zijn?
Op het perron van Harzgerode vertelde een oudere dame mij dat zij als kind in de buurt van een Bahn-betriebswerk woonde en toen dikwijls op de voetplaat van een stoomlocomotief mocht meeliften naar school. Hoogst illegaal natuurlijk, maar die ervaring had haar een levenslange liefde voor de stoomtractie opgeleverd!Met de trein van 16.07 uur reed ik terug naar Alexisbad. Hier ben ik overgestapt op de trein van 16.32 uur naar Hasselfelde. De tractie daarvoor werd geleverd door de 6001, een 1’C1’-machine uit 1939. Het was een opmerkelijk korte trein: twee rijtuigen maar, maar die zaten bijna helemaal vol. Mijn medepassagiers bleken bijna allemaal te behoren tot een reisgezelschap, dat blijkbaar een dagje uit was. Ze reden mee tot Friedrichshöhe, waar ze werden opgewacht door een touringcar. Toen ze uitgestapt waren, was de trein zo goed als leeg. Om kwart voor zes, dus netjes op tijd, was ik terug in Hasselfelde. Hier heb ik nog even gesproken met de Nederlandse vader & zoon, die in de zelfde trein bleken te hebben gezeten.
Toen gauw terug naar Bad Harzburg. Daar ben ik eerst even met Monique op het hotelterras een biertje gaan drinken en vervolgens zijn we gaan eten in restaurant Hexenklause. Het ligt in de richting van Braunlage, op een afstand van zo’n vijf minuten lopen van ons hotel. Tot slot zijn we weer naar de Bier-Comptoir van gisterenavond gegaan. De Irish Coffee voor Monique ging dit keer wel goed en ik at natuurlijk weer ijs.
Het weer van vandaag: meestal wat nevelig, soms een tijdje een blauwe lucht, en steeds een prettig lage temperatuur.
 

 Zaterdag 3 september

Vandaag hebben we ons eerste gezamenlijke uitstapje gemaakt. Na het ontbijt (uiteraard weer om 9.00 uur) zijn we eerst met de auto over een splinternieuwe snelweg naar Blankenburg gereden, op weg naar Thale. Het centrum van Blankenburg was in verband met wegwerkzaamheden afgesloten voor autoverkeer. De omleidingsroute stond erg slecht aangegeven, met als gevolg dat we ongewild terecht kwamen op de weg naar Westerhausen en Quedlinburg. We zijn toen maar zo gauw mogelijk naar rechts afgeslagen, en over Helsungen en Timmenrode arriveerden we dan alsnog in Thale. Daar zagen we al vanuit de verte de kabelbaan waar we met mee wilden gaan, maar we konden nergens de bijbehorende parkeerplaats ontdekken. Opeens zagen we in een flits een wegwijzer met een kabelbaansymbool voorbijkomen en ik begon meteen om te keren. Prompt werd ik aangehouden door een politie-auto: het bleek dat we ons op een eenrichtingsweg bevonden! Dat stempelde me tot recidivist, want toen ik in 1991 een dagje in Magdeburg was had ik me daar aan het zelfde vergrijp schuldig gemaakt. Uiteraard bleef het ook nu weer bij een aanwijzing, plus een uitleg over hoe we op legale manier alsnog naar de parkeerplaats konden rijden.
De kabelbaan naar de Hexentanzplatz werkt met kleine, vierpersoons cabines en maakt een solide indruk. Maar je hangt onderweg akelig hoog boven de grond!
Boven, bij het bergstation, heb je een indrukwekkend uitzicht op het diep ingesneden dal van het riviertje de Bode. De rotswanden lopen hier bijna verticaal en zijn zo’n 300 meter hoog. De Harz doet hier meer denken aan Zwitserland dan aan de Ardennen. Nadat we het uitzicht uitgebreid hadden bewonderd gingen we wat rondsnuffelen en kwamen daarbij langs de Walpurgishalle (stelt niets voor). Tegenover de Walpurgishalle waren de restanten te zien van een gebouw dat klaarblijkelijk kort geleden was afgebrand.
Vervolgens liepen we een paar honderd meter de andere kant op naar de “echte” Hexentanzplatz. Dat bleek een complete toeristenkermis te zijn vol eettenten en winkeltjes waar de meest afschuwelijke prullaria werden verkocht, maar er was ook opnieuw een heel mooi uitzicht, zij het vanachter een stalen hek, vanwege de veiligheid.
Het was vandaag perfect wandelweer en daar moet je dan gebruik van maken. Als opwarmertje hebben we eerst een paar kilometer min-of-meer horizontaal over “het pad met de rode punt” gelopen tot aan een uitzichtpunt dat ‘Weisser Hirsch’ heet. Dat pad voerde eerst langs de achterkant van een dierentuin(!) en daarna kwamen we in een mooi bos terecht. Midden in dat bos is een monument opgericht (stelt niets voor) ter ere van de in 1859 gestorven bosbouwkundige Wilhelm Pfeil.
Vanaf de Weisser Hirsch daalden we langs een steil pad af naar het dorpje Treseburg, waar de Luppbode (stelt niets voor) uitmondt in de “echte” Bode. In Treseburg hebben we op het terras van een leuk restaurant een warme lunch gegeten. Een Cyperse poes kwam even kennis maken en liet zich uitgebreid aaien.
En toen kwam het echte werk. We sloegen het pad in dat langs de Bode naar Thale loopt. Hemelsbreed is het van Treseburg naar Thale misschien vijf kilometer, maar omdat de Bode op dit stuk ontzettend kronkelt, is de wandelroute door het dal maar liefst twaalf kilometer lang.
In het begin is het pad heel makkelijk begaanbaar, maar naarmate je verder komt verandert dat. Dat wat eerst een comfortabele wandelweg was, krijgt geleidelijk aan meer en meer het karakter van een keienpad en je gaat ook steeds heftiger stijgen en dalen. Het ANWB-gidsje beweert dat je voortdurend op het niveau van de rivier blijft, maar dat is gewoon niet waar.
Onderweg kwamen we voortdurend “bekenden” tegen: soms mensen die we vandaag al eerder gezien hadden en zelfs ook een ploegje dat mij herkende omdat we gisteren in de zelfde trein hadden gezeten!
Van Treseburg naar Thale wordt het dal alsmaar smaller en dieper en het laatste stuk is een onvervalst ravijn. In toeristenproza wordt het dal van de Bode daarom aangeduid als 'de Grand Canyon van Duitsland' en daar valt iets voor te zeggen. Gek genoeg komt het Bodedal in Het Brockenspook niet voor.
Al met al was het een prachtige maar ook behoorlijk vermoeiende wandeling. Op een terras aan het eind van het ravijn konden we gelukkig weer wat op adem komen en onze dorst nu eens lessen met iets anders dan mineraalwater uit meegesleepte flesjes.
Voor het avondeten zijn we vandaag weer naar de Bier-Comptoir gegaan. Het is zo’n beetje onze stamkroeg aan het worden.
 

Zondag 4 september

Vandaag zijn we, net als twee dagen geleden, allebei onze eigen weg gegaan. Monique wilde weer naar het Thermalbad en ik wilde weer een stoomtreintje. Over Braunlage, Hohegeiss en Netzkater reed ik naar Eisfelder Talmühle, om daar de trein te pakken. Tussen Braunlage en Hohegeiss liep ik nog wat vertraging op als gevolg van asfalteringswerkzaamheden, maar dat soort hindernissen had ik ingecalculeerd.
Het station Eisfelder Talmühle blijkt volstrekt in the middle of nowhere te liggen. Het weggetje er naar toe is een soort geitenpad en ik reed er de eerste keer ongemerkt aan voorbij. Toen ik in de gaten kreeg dat ik te ver was doorgereden, kon ik gelukkig vrij snel daarna ergens omkeren.
Ik parkeerde de auto op een stuk woeste grond ergens naast het stationsgebouw en ging eens rondkijken. Het stationsgebouw was buiten gebruik, maar men is druk bezig het op te knappen en dat was zo te zien hard nodig ook. Rond tien voor elf liep de motorwagen uit Stiege binnen met als passagiers onder andere de Nederlandse vader & zoon van vrijdag!
Geheel volgens plan ben ik met de trein van 11.01 uur naar Drei Annen Hohne gereden. Trekkracht was de 7236, een ‘standaardloc’. Het viel me meteen op dat het in deze trein niet alleen officieus maar ook officieel toegestaan was om op de balkonnetjes plaats te nemen.
Het traject van Eisfelder Talmühle naar Drei Annen Hohne maakt deel uit van de Harzquerbahn, de lijn van Wernigerode naar Nordhausen. Het was een prachtige rit, met kort na Sophienhof een heel fraaie haarspeldbocht met in het midden een stenen bruggetje over een bospad. Tegen tien over twaalf kwam ik aan in Drei Annen Hohne. Aan een kraampje op het perron heb ik braadworst met toast en mosterd gegeten. Met de trein van 12.33 uur ging ik terug naar Eisfelder Talmühle (met als trekkracht opnieuw de 7236) en om kwart voor drie was ik weer in Bad Harzburg.
Samen met Monique ben ik toen met de kabelbaan de Burgberg op gegaan. Die kabelbaan begint vlak bij ons hotel, doet er naar boven toe niet meer dan drie minuten over en blijft overal vlak bij de berghelling. Een heel verschil met de vlucht naar de Hexentanzplatz!
Boven op de berg zijn we eerst even gaan kijken naar de Bismarck-gedenknaald met het fameuze Canossa-citaat. Je hebt vanaf de naald een prachtig uitzicht. Het was nog steeds ideaal wandelweer en daarom besloten we te gaan lopen naar het Molkenhaus. We gingen de oude ‘Kaiserweg’ op en die was best mooi, maar dat Molkenhaus bleek veel verder weg te liggen dan je zou verwachten. Toen we er tenslotte dan toch aangekomen waren, hebben we onszelf als beloning voor ons doorzettingsvermogen getrakteerd op koffie met citroentaart en zo.
Daarna zijn we op weg gegaan naar de Radau-waterval. Ook die bleek veel verder weg te zijn dan we hadden aangenomen. Bovendien ging het pad dat er heen liep eerst onverwacht een eind omhoog, dus werd het al met al een behoorlijk vermoeiende tocht. Maar de bossen waar we doorheen kwamen waren mooi en we hadden onderweg af en toe een prachtig uitzicht op Bad Harzburg en omgeving.
Overal in de regio Bad Harzburg tref je zaken aan die op de één of andere manier met Ivans te maken hebben. Ik kan het nog steeds niet laten om Monique daar op te wijzen. Ze begint langzamerhand schoon genoeg te krijgen van mijn geleuter over dat eeuwige Brockenspook...
Na een lange, steile afdaling bereikten we dan tenslotte toch de roemruchte Radau-waterval. Hij blijkt vlak aan de grote weg van Bad Harzburg naar Torfhaus en Braunlage te liggen. Ik ben er de afgelopen dagen al een paar keer langs gereden, maar hij is me toen niet opgevallen. Vlak bij de waterval staat een groot hotel-restaurant dat juist heel erg opvalt, omdat het gedeeltelijk is uitgebrand.
Ivans is niet erg te spreken over de Radau-waterval. En terecht. De zogenaamde “waterval” is niet veel meer dan wat nattigheid langs een rotswand. Geen wonder dat je ‘m vanuit de auto gemakkelijk over het hoofd ziet. Maar juist omdat ik wist dat het zo’n onbenullig ding is, wilde ik hem beslist een keer gezien hebben.
We zijn naar Bad Harzburg teruggelopen over een bospad dat parallel aan de autoweg loopt en daarna zijn we “stroomafwaarts” gaan eten in “Kartoffel- und Grillspezialitätenrestaurant Alter Speicher”. Ze hadden er lekkere Rösti. Na het dessert kregen we van het huis allebei een Kartoffelschnaps aangeboden, geserveerd in een reageerbuisje(!) uit een houten rekje. Heel apart en volstrekt uniek!
’s Avonds was er op de TV een verkiezingsdebat tussen SPD-er Gerhard Schröder (de huidige Bundes-kanzler) en Angela “Angie” Merkel van de CDU. De commentatoren vonden na afloop dat Schröder inhoudelijk wat sterker was, maar het zit er dik in dat hij de verkiezingen van 18 september aanstaande toch zal verliezen. (Aantekening achteraf: En dat is dan ook gebeurd. De CDU is de grootste partij geworden, zij het met een heel kleine voorsprong).
 

Maandag 5 september

Vandaag zijn we dan eindelijk de Brocken op gegaan, in het spoor van Geoffrey Gill, Willy Hendriks en het spook. Het is letterlijk en wat mij betreft ook figuurlijk het hoogtepunt geworden van wat we tot nu toe gedaan hebben.
Allereerst zijn we met de auto naar Wernigerode gereden, het stadje waar de Brockenbahn begint. In Wernigerode was er weer van alles opgebroken en daarom kostte het ons flink wat moeite om het station te bereiken. Toen bleek dat daar onvoldoende parkeerruimte was. We konden de auto alleen maar een heel eind verderop kwijt, en dat kostte nog € 2,50 ook.
Toch waren we gelukkig ruim op tijd voor de trein van 11.40 uur naar Drei Annen Hohne. Dat was op zich al een heel mooie rit, maar het meest spectaculaire stuk van vandaag moest toen nog komen.
Op het perron van het stationnetje van Drei Annen Hohne heb ik eerst nog even aan het zelfde kraampje als gisteren snel een Bratwurst mit Senf und Brötchen naar binnen geslagen. Om half één was het dan zo ver. “Jetzt geht es endlich auf den Brocken!” dacht ik enthousiast toen de trein naar de top zich in beweging zette. Hij was behoorlijk vol, maar dat had ik ook wel verwacht. De Brocken is een heel populaire bestemming. In het rijtuig vóór ons zat een gezelschap oudere dames, die blijkbaar al flink aan het bier hadden gezeten, want ze gierden voortdurend van het lachen en zongen luidruchtige liederen die tot in de verre omtrek te horen waren. Maar alles in het nette, dat wel.
Monique had zich in het restauratierijtuig op het pluche genesteld, maar ik was natuurlijk weer op het balkonnetje gaan staan, om onderweg maar niets van het stoomgeweld en het landschap te missen.
In Schierke stonden we een lange tijd stil en daarna kwam dan de eigenlijke bestijging van de Brocken. De trein reed eerst een heel eind in een min of meer rechte lijn door de bossen en daarna gingen we opeens flink kronkelen. Links konden we een tijd lang de Wurmberg zien, makkelijk te herkennen aan de springschans die daar op de top staat. Toen passeerden we de boomgrens en om half twee waren we dan toch echt boven. Het was behoorlijk helder weer en dat schijnt op de Brocken niet zo vaak voor te komen. Daar hadden we dus geluk mee. Vanwege de heldere lucht was het uitzicht ongelooflijk mooi. Naar het noorden toe keken we op een laagvlakte, die honderden meters in de diepte ligt en die je over een onwaarschijnlijk grote afstand kunt overzien. In de andere richtingen kijk je uit over de bergen van de Harz, maar die zijn allemaal een stuk lager dan de Brocken, dus ook aan die kanten wordt het uitzicht nergens belemmerd. Ik heb ooit gelezen dat je bij werkelijk helder weer vanaf de top van de Brocken een gebied kunt overzien ter grootte van Zwitserland. Dat geloof ik graag.
In het stationsrestaurant hebben we nog even wat gegeten en gedronken. Daarna zijn we foto’s gaan maken van de echte top, op 1.142 meter hoogte. Dat is voor iedere Brockenbezoeker een verplicht nummer. Ik heb ook nog het Brockenhaus bezocht, waarin vroeger de grote afluisterpost van het Sovjetrussische leger gevestigd was. De Brocken is in de DDR-tijd voor de Russen van enorme militair-strategische betekenis geweest.
Terug zijn we gaan lopen. Eerst volgden we de asfaltweg. Dat liep makkelijk, maar het was natuurlijk niet het echte werk. Gelukkig takte er een stukje voorbij de kruising van de asfaltweg met de Brockenbahn naar rechts een pad af, dat het bos in dook en daar recht naar beneden liep. “Steil und unwegsam” voorspelde de wegwijzer en dat was niet overdreven. Het pad leek wel een oude beekbedding, die hier en daar met houten trappen en plankieren wat beter begaanbaar was gemaakt. We waren nu midden in de natuur. Bij Eckerloch troffen we tenslotte de spoorlijn weer. Het keienpad veranderde daar in een comfortabele wandelweg, die voortdurend parallel aan het spoor bleef lopen.
De natuur hier in de Harz lijkt er niet zo best aan toe te zijn. Je hoort nauwelijks vogels. Veel bomen zijn dood of half dood. Zou dat te maken hebben met de beruchte zure regen of valt het allemaal wel mee?
We kruisten een oude bobsleebaan en een punt dat Anna’s Ruh heette. Daar was ik in de winter van ‘95/’96 ook al eens langs gekomen, samen met mijn (inmiddels ex-)echtgenote, maar destijds was alles bedekt met sneeuw en ijs en het pad was spiegelglad. Ik herinner me nog goed dat ik dat toen geen prettige wandeling vond.
Maar nu was het zomer, de weersomstandigheden waren ideaal, en we bereikten het station van Schierke keurig op tijd voor de trein van 17.28 uur terug naar Wernigerode.
’s Avonds hebben we gegeten in het restaurant van ons eigen hotel. Daarna zijn we nog even naar het station gelopen. Ik wil morgen met de Deutsche Bahn naar Halberstadt en het leek me handig om al van tevoren een plaatsbewijs aan te schaffen.
Maar ik wist toen nog niet dat dit fraaie plan op een onverwachte manier zou mislukken! Er stond op het station een kaartjesautomaat die 87 verschillende dingen kon, maar een retourtje Halberstadt ging hem boven zijn pet. Monique vroeg aan een toevallig passerende conducteur om assistentie. En ik moet zeggen: aan die conducteur heeft het niet gelegen. Hij heeft bijna 20 minuten lang met het apparaat staan worstelen maar moest zich tenslotte toch gewonnen geven. Dat vond hij enorm frusterend: “ich bin doch nicht blöd!”. Van de Duitse kaartjesautomaten heb ik nu geen hoge dunk meer, maar Duitse conducteurs kunnen bij mij niet meer stuk.
Tot slot: drie keer raden hoe laat we vanmorgen zijn gaan ontbijten…
 

Dinsdag 6 september

Monique ontbeet vanmorgen weer om negen uur, maar ik al om half negen, om voldoende tijd te hebben om op mijn gemak naar het station te lopen en daar aan het loket alsnog het retourtje Halberstadt te kopen. Het kostte € 17,40. Oh ja: een stationsloket heet in Duitsland tegenwoordig geen loket meer maar “Reisezentrum”.
Ik ging op weg met de trein van 10.02 uur. Het was een dieseltreinstel serie 612, met op de kop een rode punt. Ik vermoed dat die punt betekent dat het kantelmechanisme is uitgeschakeld. Om elf uur kwam ik aan in Halberstadt. Het eerste station na Bad Harzburg was Vienenburg geweest, met het oudste stationsgebouw van Duitsland. Het stationsgebouw van Halberstadt is niet het oudste, maar waarschijnlijk wel het armoedigste van Duitsland. Gelukkig is er inmiddels een begin gemaakt met een grondige opknapbeurt.
In Halberstadt kocht ik uit een automaat bij de tramhalte op het stationsplein een dagkaart voor het stadsvervoer. Die kostte € 2,50 - even veel dus als het parkeergeld dat ik gisteren moest betalen in Wernigerode!
Ik nam lijn 1 en reed mee naar het eindpunt Friedhof. We kwamen onderweg onder andere over de Hoher Weg, die steil naar beneden loopt.
De tram was een GT4, wat niet zo verwonderlijk was, aangezien Halberstadt niets anders heeft. De GT4 is een westers ontwerp uit het begin van de jaren-’60. Ik vind het een heel leuk tramtype. GT4-en zijn gelede vier-assers en als zodanig zijn ze verwant aan de Tatra’s van het type KT4, al zijn die van een ontwerp dat meer dan tien jaar jonger is. De GT4-en van Halberstadt zijn tweedehands overgenomen uit Stuttgart en Freiburg.
Op de Hoher Weg vond er door een vriendelijke dame een plaatskaartencontrole plaats. “Das ist das beste Fahrschein das wir haben!” zei ze toen ze mijn dagkaart zag en daar was ik het natuurlijk helemaal mee eens.
Aan het eindpunt Friedhof nam ik meteen de zelfde tram terug richting Hauptbahnhof. Ik reed mee tot aan de Holzmarkt, zo’n beetje het centrale punt van het tramnet(je). Hier stapte ik over op lijn 2 naar de Sargstedter Weg. Onderweg vond er opnieuw kaartjescontrole plaats, door de zelfde dame.
Aan het eindpunt Sargstedter Weg bleef ik rustig in de tram zitten en even later was ik weer op weg. En ja hoor: ook nu kwam de controledame weer langs. Ik heb haar toen maar even uitgelegd dat ik een tramliefhebber was. “Das hatte ich schon vermutet”, antwoordde ze droog. Vervolgens vertelde ze me dat Halberstadt kort geleden de lang verwachte toestemming heeft gekregen om lagevloertrams aan te schaffen. Wie de GT4-en nog in het wild wil meemaken, mag dus niet te lang meer wachten.
In verband met een wegopbreking rijdt lijn 2 voorlopig niet verder dan tot aan het Landratsamt. Er is daar  met behulp van een klimwissel een geïmproviseerd kopeindpunt aangelegd, midden op straat. Het laatste stukje van lijn 2, van het Landratsamt naar het Hauptbahnhof, heb ik moeten lopen.
Op het station heb ik mijn traditionele Duitse lunch aangeschaft: een broodje braadworst en een beker koffie. Daarna nam ik de trein van 13.09 uur terug naar Bad Harzburg.
Ik liep op mijn gemak naar het hotel, pakte de auto en reed over Altenau en Clausthal naar Lautenthal. Het werd een rit met hindernissen, want er waren onderweg nogal wat opbrekingen en wegafsluitingen, waardoor ik er veel langer over deed dan ik verwacht had.
In Lautenthal staat het Harzer Modellbahnzentrum en ik wilde wel eens zien wat dat was. Eerlijk gezegd viel het me een beetje tegen. Er waren een paar fraaie en indrukwekkend grote modelbanen te zien, maar verder leek het toch wel een beetje op een gewone Fleischmann- of Märklin-winkel. Rond kwart over vijf was ik, enigszins teleurgesteld, weer terug in ons hotel.
’s Avonds hebben we gegeten op het terras van een restaurant bij het dalstation van de kabelbaan. Dat restaurant heette “An der Bergbahn”. Over die naam hebben ze waarschijnlijk heel lang na moeten denken. Daarna hebben een rondje gelopen door de stad, waarbij we nog even naar binnen gegluurd hebben in het Palmencafé en de Trinkhalle. Dat zijn instituten die er al waren in de tijd van Ivans. Uiteindelijk zijn we natuurlijk toch weer in onze “stamkroeg” terecht gekomen.
 

Woensdag 7 september

Vanmorgen hebben weer als vanouds gezamenlijk om negen uur ontbeten. Het was vandaag de laatste “echte” vakantiedag en het was tevens de “culturele” dag. We zijn namelijk naar Quedlinburg gegaan. Dat is een middeleeuws stadje dat geplaatst is op de werelderfgoedlijst van de Unesco. We reden er heen via de bekende snelweg en langs Blankenburg en Westerhausen.
Quedlinburg kwam op mij over als een kleinschalige kruising tussen Monschau, Weimar en het Zui-derzeemuseum, met jammer genoeg heel veel achterstallig onderhoud. Maar het is echt heel mooi en het is terecht dat het op de Unesco-lijst is geplaatst.
Om te beginnen hebben we de Schlossberg beklommen. Nou ja, “berg”… het zou eerlijker zijn om het een heuveltje te noemen. Daarna zijn we kris-kras door het sfeervolle centrumpje getrokken met overal vakwerkhuizen. We liepen nog even binnen in de Marktkirche en daarna zijn we koffie en dergelijke gaan drinken op een terrasje op het Marktkirchhof.
Toen op naar de volgende kerk: de Nikolaikirche. Die had in 1996 bij een brand nogal wat schade opgelopen, maar dat was inmiddels goeddeels hersteld. We hebben ook nog de toren beklommen. Je kon boven alleen naar buiten kijken door een luik te openen, en dat mocht alleen je het daarna weer netjes dicht zou doen. We kregen ook nog het verzoek om na terugkomst uit de toren de trapverlichting uit te schakelen!
Na onze bezichtiging van Quedlinburg reden we terug naar Bad Harzburg, waar ik Monique heb afgezet, zodat zij afscheid kon gaan nemen van het Thermalbad. Zelf reed ik door naar Torfhaus, waar ik stopte voor een laatste traditioneel-Duitse lunch. Terwijl ik die aan een stalen tafeltje stond te verorberen, kon ik duidelijk zien hoe heel in de verte een stoomtreintje bezig was de Brocken te beklimmen. Dat was een prachtig gezicht. Een touringcar-chauffeur kwam vriendelijk vragen of hij het tafeltje met me mocht delen en dat vond ik natuurlijk prima.
Ik liet de auto staan waar hij stond en ging een stukje lopen langs de hoofdweg in de richting van Braunlage. Daar vond ik het begin van de beroemde Goetheweg, één van de vele routes naar de top van de Brocken. Ik ging op pad en ontdekte kort daarna een uitgestrekt heideveld. Het was een prachtig stukje natuur, zoiets als Drente, maar grootschaliger. Kort daarna kwam ik langs een wegwijzer die verwees naar de Dreieckige Pfahl uit, jawel, Het Brockenspook. Ik ben een eindje die kant op gelopen, maar wegens tijdgebrek moest ik dat project opgeven. Ik wilde immers per sé nog een laatste treinritje gaan maken. Langs de Abbegraben, dat is een afwateringskanaaltje, liep ik terug naar de auto en ging toen op weg naar Ilfeld. De asfalteringswerkzaamheden tussen Braunlage en Hohegeiss bleken inmiddels goeddeels klaar te zijn. Ze hebben blijkbaar flink doorgewerkt.
Op het station van Ilfeld was jammer genoeg niets te zien. Daarom keerde ik meteen om en reed naar Eisfelder Talmühle. Hier viel wel iets te beleven! Een Harzkameel (dat is geen dier, maar een diesello-comotief) was druk aan het rangeren met rolwagens en rolbokken. Het was heel interessant en ik had er graag een paar foto’s van gemaakt, maar de geheugenkaart van mijn camera was vol. Jammer, maar niets aan te doen.
Geheel volgens plan nam ik de trein van 16.58 uur naar Stiege. Hij werd gereden door motorwagen 187 017. Zo’n motorwagen is niet zo groot, maar deze vervoerde een heel omvangrijk reisgezelschap en zat dus stampvol. Hij zat zelfs zo vol dat de machinist onbereikbaar was. Dat was lastig, want hij was degene die de plaatsbewijzen moest verkopen en mijn vijfdaags abonnement was vandaag niet meer geldig. Er stond wel een automaat, maar die leverde alleen maar kaartjes voor het stadsvervoersgebied van Nordhausen en daar had ik niks aan. Ik moest dus noodgedwongen zwartrijden. Maar toen in Stiege iedereen was uitgestapt kon ik alsnog het retourtje kopen dat ik nodig had. Rond tien voor zes was ik weer terug in Eisfelder Talmühle.
De lijn Eisfelder Talmühle - Stiege vormt de verbindingsroute tussen de Harzquerbahn en de Selketalbahn en hij is beslist de moeite waard. Het is heel mooie lijn. Hij voert met steile hellingen door een nauw, eenzaam, zwaar bebost en diep ingesneden dal. Het hoogste punt van de lijn ligt ergens in de buurt van de halte Birkenmoor.
Gauw terug naar Bad Harzburg. Om kwart over zeven ben ik met Monique ter afsluiting van de vakantie gaan eten in een sjiek restaurant, Tannenhof. Nou ja, echt sjiek was het niet, maar het was wel goed.
 

Donderdag 8 september

Helaas… vandaag moeten we weer naar huis. We zijn uit Bad Harzburg vertrokken om ongeveer tien voor tien. Ik wilde Monique eerst nog even laten zien hoe mooi de omgeving van Torfhaus is. Daarom namen we vanuit Bad Harzburg weg 4 richting Braunlage. Even voorbij Oderbrück sloegen we rechtsaf weg 242 in, richting Seesen. Hij ging steil naar beneden. Een stukje verderop konden we duidelijk het baanlichaam zien van de in 1976 opgeheven spoorlijn Langelsheim - Altenau. Deze lijn stond bekend als Oberharzbahn of Innerstetalbahn.
Bij de aansluiting van de 242 op de 243 namen we de verkeerde afslag en toen reden we opeens naar het zuiden, wat beslist niet de bedoeling was. Gelukkig konden we even verderop omkeren, maar toen stuitten we op een wegopbreking. We werden daardoor gedwongen een lokale weg te volgen. Niet dat dat erg was! Over Münchehof, Kirchberg en Ildehausen kwamen we alsnog terecht op weg 64 naar Eschershausen. We volgden nu weer de zelfde route als op de heenweg.
In Hamelen bleek dat de wegwerkzaamheden daar nog volop aan de gang waren. De omleidingsroute was heel slecht aangegeven, met als gevolg dat we ergens in een buitenwijk op een soort woonerf terecht kwamen. Het was zuiver toeval dat we gelukkig ook meteen een uitweg ontdekten. Ráttenvanger van Hamelen? Autovanger zullen ze bedoelen!
Even voorbij Hamelen hielden we een korte (koffie)pauze bij een truckshop. Toen het lunchtijd was geworden zijn we even gestopt bij Tankstelle Grönegau. Net als op de heenweg, dus. Ze hadden er lekkere broodjes. Om drie uur passeerden we de grens. Naarmate we verder Nederland in kwamen, werd het steeds warmer en benauwder.
Als allerlaatste uitje van deze vakantie zijn we gaan eten bij mijn stampizzeria op de Damlaan. Geoffrey Gill en Willy Hendriks zouden voor hun afsluitend souper waarschijnlijk naar Des Indes zijn getogen, maar voor Monique en mij is dat iets te prijzig!

terug naar het begin van dit verhaal

terug naar de startpagina

 

==================================================