Vrijdag 6 september 2002
We waren nog maar net terug uit Yorkshire en toch was het al weer tijd voor het volgende meerdaagse uitje. Deze keer stond Berlijn op het programma. Dat was niet voor niets: komende zondagavond vindt in de Deutschlandhalle het kunstrijgala "World Stars on Ice" plaats. Corine moest daar naar toe en ik dus ook.
Voor mij heeft dit reisje iets weg van een déjà vu. Vorig jaar ben ik immers ook al in Berlijn geweest (zie Faller, Märklin en Krimi) en ik had toen niet gedacht dat ik er al weer zo snel terug zou komen.
Ook de reis naar Berlijn was voor mij grotendeels een herhaling van 2001: ook dit jaar ben ik per trein gegaan, per ICE. Volgens Corine omdat ICE gelezen kan worden als 'ice'. Een wat nuchterder overweging om te kiezen voor de trein was dat je in Berlijn van een auto meer last hebt dan gemak. Een nog nuchterder argument luidde dat ik momenteel niet eens de beschikking meer heb over een auto. Ik heb de Exact-Polo afgelopen dinsdag in moeten leveren.
Het was vandaag goed weer om op pad te gaan: een merendeels blauwe lucht en niet te warm en niet te koud. We begonnen onze treinreis met de Intercity van 8.13 uur van Voorburg naar Utrecht (wat mij betreft: zie vorig jaar). Hij was stampvol. We moesten genoegen nemen met een klapzitje op het balkon en we mochten nog van geluk spreken dat we niet hoefden te staan. De trein reed wel op tijd, dat was al heel wat.
Het traject naar Utrecht zat al in ons ticket naar Berlijn. We hoefden er dus geen apart kaartje voor te kopen.
Ik heb het Berlijn-ticket telefonisch moeten bestellen, per Internet kan niet. Bij de NS heersen hier en daar nog middeleeuwse toestanden, hoewel ze geen gelegenheid voorbij laten gaan om uit te roepen hoe eigentijds ze toch wel zijn. Maar dit terzijde.
Op Utrecht hadden we ruim de tijd voor koffie met vlaai. De koffie was lekker, en goed om wakker van te worden, en de vlaai was lekker zonder meer.
ICE 143 vertrok netjes op tijd om 9.42 uur uit Utrecht. Hij was niet druk, maar ook niet leeg. Natuurlijk zaten we eerste klas; geen overbodige luxe op zo'n lange afstand, vind ik. De rit naar Duisburg verliep zonder incidenten. Wel viel het me weer op hoe ongelooflijk saai het landschap tussen de grens en het Roergebied eigenlijk is. In Duisburg ging de deur deze keer wél netjes open.
Onze aansluitende ICE 922 was ruim 20 minuten te laat (er werd iets omgeroepen over een Signalstörung in Keulen of zoiets), dus het was al over twaalven voordat we tenslotte Duisburg achter ons lieten. Even na Hamm zijn we gaan lunchen in het restauratierijtuig. We namen allebei een Ökologische Pastei.
Toen we weer terug kwamen bij onze zitplaatsen, bleek dat de stoel van Corine in bezit was genomen door een dame die in Bielefeld was ingestapt. We moesten haar dus wegjagen. De dame in kwestie viel overigens niets te verwijten, omdat zij helemaal niet wist dat zij op een besproken plaats was gaan zitten. Het treinpersoneel had namelijk al ver voor Bielefeld het kartonnetje waar op stond dat onze plaatsen gereserveerd waren, om onbekende redenen weggehaald. Dat had dus niet mogen gebeuren. Hoort U het, directie van de DB?
Onderweg naar Berlijn wisten we de vertraging enigszins in te lopen, zodat we rond 15.40 uur arriveerden op Zoölogischer Garten. Hier kochten we uit de automaat twee enkele reizen voor de S-Bahn naar het Westkreuz. Nadat we op Westkreuz waren aangekomen, raakten we enigszins in verwarring. We hadden (op Internet, uiteraard) een kamer gereserveerd in het AVUS-motel en dat moest in de buurt van het Westkreuz liggen, maar waar precies? Het werd nog een heel gezoek en een heleboel omlopen (inclusief moeizaam sjouwen met de bagage), maar tenslotte ontdekten we dat het motel als een soort eiland in het midden ligt van het uiterst ingewikkelde knooppunt waar de autobaan die van de Wannsee komt, aansluit op het Berlijnse stadswegennet. Die autobaan heet trouwens zelf ook AVUS.
Het AVUS-motel is een heel bijzonder bouwsel met op de kop een ronde toren, met daar boven op een enorm grote Mercedesster. Het is gericht op auto's, en vooral ook op touringcars en vrachtwagens. Onze kamer is keurig netjes en flink groot. Hij bevindt zich helaas niet in de toren!
We hebben 's avonds (goed) gegeten in de restauratiezaal van het hotel. Het was er net een chauffeurscafé, met een TV in de hoek, die gelukkig uit stond. We hadden er het grootste deel van de tijd het rijk alleen.
We ontdekten er ook nog iets over de geschiedenis van de AVUS. AVUS blijkt Allgemeine Versuchs- und Übungsstrasse (of zoiets) te betekenen. Kortom: de autobaan was ooit een racecircuit. Die racetraditie wordt in ere gehouden. Op de immens grote parkeerplaats die bij het hotel hoort (en waarin je een deel van de lus van de voormalige racebaan nog duidelijk kunt herkennen) was vanmiddag iemand bezig met behulp van een draagbare afstandsbediening een miniatuur-raceautootje te sturen over een op het wegdek geverfd parcours. Het lawaai dat het ding maakte was overigens allerminst in miniatuur.
Na het eten zijn we om het terrein te verkennen vast even naar de Deutschlandhalle gelopen. Die ligt aan de andere kant van de snelweg en je kunt er door een tunneltje naar toe.
Zaterdag 7 september (een heldere lucht en warm, maar niet té warm)
Vanmorgen vroeg, toen ik nog half sliep, meende ik in de verte een stoomtreinfluit te horen. Een tijdje later klonk de fluit opnieuw, maar nu dichterbij. Ik liep snel naar het raam en zag in de verte tussen de bomen door een stoomtrein voorbij rijden. Als ik het goed gezien heb, stond er een 41-er voor. Ik vond het een goed begin van de dag en dook meteen mijn bed weer in. Ik had nog slaap.
We zijn vanmorgen dus vrij laat opgestaan. Gelukkig was het ontbijt nog lang niet op. Onder in de ronde toren met de Mercedes-ster stond er een uitgebreid buffet voor ons klaar met allerlei soorten brood en broodjes, een heleboel soorten worst, een mand met kuipjes jam, een hele stapel met pakjes boter en volop sinaasappelsap, melk, koffie en thee.
De eerste vraag van vandaag was: wat is de snelste looproute naar het S-Bahn-station Westkreuz? Door middel van trail-and-error vonden we die, en het bleek toch nog een vrij lang en ingewikkeld parcours te zijn, dat ons zelfs door een uitloper van het ICC voerde.
Op station Westkreuz kochten we allebei uit de automaat een dagkaart. Vervolgens namen we een trein van de Ringbahn (met de klok mee) en bleven zitten tot aan de Schönhauser Allee. Onderweg had ik al mijn aandacht nodig voor de omgeving: overal werden viaducten gebouwd, sporen gelegd en seinen geïnstalleerd en daar wilde ik natuurlijk niets van missen. Al dat constructiewerk heeft te maken met het nieuwe centraal station dat hier in Berlijn in aanbouw is. Vanwege de traditie schijnt het de naam Lehrter Bahnhof te gaan krijgen. Lijkt me voor de modale treinreiziger nogal verwarrend.
In de Schönhauser Allee was een politieke markt gaande. Binnenkort zijn er immers weer Bondsdagverkiezingen. We zijn er niet blijven kijken, maar klommen meteen de trap op naar het metrostation. De U2 rijdt hier hoog boven de grond, op een ouderwets stalen viaduct. Op het perron vertelde een lichtkrant dat vandaag het U-Bahnmuseum in het station Olympiastadion geopend was! Dat mocht ik niet missen, dus dáár moesten we nu naar toe. Het duurde gelukkig niet lang voor de metro arriveerde. Het was een heel moderne: een type HK.
Het is een lange rit van de Schönhauser Allee naar het Olympiastadion: je rijdt bijna heel Berlijn onderdoor. De toegang tot het U-Bahnmuseum was vandaag gratis, maar er stond wel een collectebus waarin je een gift kwijt kon voor de slachtoffers van de recente overstromingen. De afgelopen weken zijn er in Oost-Duitsland een aantal rivieren op verwoestende wijze buiten hun oevers getreden en de schade schijnt enorm te zijn.
De ene helft van het U-Bahnmuseum omvat een aantal oude instructielokalen die zijn volgestouwd met metrorelikwieën. De andere helft, die duidelijk interessanter is, bestaat uit een traditionele, compleet ingerichte seinzaal. Rollend materieel is in het museum niet aanwezig. Als troost heb je vanuit de seinzaal wel een mooi uitzicht op de metrobewegingen rond het station Olympiastadion en het bijbehorende depot.
Corine heeft met een aantal collega-kunstrijfanaten afgesproken dat ze morgenmiddag bij elkaar zullen komen in een Kneipe aan de Hardenbergstrasse nummer 10. Ze wilde weten hoe ze daar morgen het beste komen kan en dus namen we de U2 terug richting centrum en stapten uit op Zoölogischer Garten. De Hardenbergstrasse moet daar ergens vlakbij beginnen, maar we konden nergens een straatnaambordje ontdekken. We zagen wel een paar politiemensen staan. Zij zouden vast wel weten of dit de Hardenbergstrasse was. Ik sprak een vrouwelijke agent netjes aan met "guten morgen" en ze antwoordde dat ik vandaag de eerste was die dat tegen haar zei! En inderdaad, we stonden wel degelijk in de Hardenbergstrasse.
Nummer 10 blijkt zich even voorbij de Steinplatz te bevinden. Corine wist nu wat ze weten moest. We liepen een stukje terug richting Zoo en streken toen neer op een caféterras. Horecagelegenheden zijn er in deze buurt genoeg. We aten allebei een broodje met ecosla en dronken er per persoon twee glazen jus bij. Het was allemaal heel gezond en bijzonder goed, maar ook erg duur!
Vanaf Zoo namen we de beroemde toeristenbuslijn 100 en reden mee tot de Rijksdag. We zaten natuurlijk op het bovendek, voorin. Achter ons zat een groepje Amerikanen. De enige man in het gezelschap had blijkbaar (net als ik) een reisgids uit zijn hoofd geleerd, want hij stak lange verhalen af over alles wat we onderweg te zien kregen. Ik kreeg niet de indruk dat zijn publiek veel aandacht had voor zijn betoog. Volgens mij hadden de dames alleen begrepen dat ze niet meer in Amerika waren en dat het hier dus eng was.
Zoals gezegd gingen we bus 100 uit bij de Rijksdag. Tegenover het Rijksdaggebouw ligt een soort "Malieveld". Een gedeelte ervan was afgesloten omdat het ingezaaid werd. Als het veld klaar is, is het ongetwijfeld een prachtig terrein om demonstraties op te houden. We liepen, met de klok mee, een rondje om het veld en hadden zo een fraai en steeds wisselend gezicht op de Rijksdag met zijn beroemde koepel. Er stond een heel lange rij van mensen die de koepel wilden beklimmen. Naar onze smaak een veel te lange rij en dus we zijn maar doorgelopen.
Met een volgende lijn 100 reden we mee tot bij de Neue Wache, aan het eind van Unter den Linden. De Brandenburger Tor stond nog steeds in de steigers. In de Dorotheenstrasse kruisten we volkomen onverwacht zo'n prachtige klassiek-Berlijnse dubbeldeks-stadsbus met zo'n enorme snuit. Ik hoop dat ik nog een keer de kans krijg daar een foto van te maken!
We bevonden ons nu midden in het classicistische hart van Berlijn en dat betekende dat we heel wat te filmen en te fotograferen hadden (ook de stadsbussen, natuurlijk). Aan een eet- en drinkkraampje in de brede voetgangersstrook in het midden van Unter den Linden kochten we twee literflessen mineraalwater. We zochten een bankje op en dronken op ons gemak de flessen leeg. Mineraalwater drinken uit kunststof flessen lijkt in Duitsland erg "in" te zijn: iedereen doet het. Het lijkt me een fascinerend onderwerp voor een socioloog: wie op een bankje een fles water zit te drinken, is "groen" en postmodern. Wie een fles bier drinkt, is een alcoholist of een zwerver of allebei tegelijk.
Vandaag was voor Corine de eerste kennismaking met Berlijn. De Gendarmenmarkt, het mooiste plein van Berlijn, mocht ze dus zeker niet missen. We liepen er heen door de Friedrichstrasse en de Französische Strasse. Corine was zeer enthousiast over de Markt en zette alle gebouwen in extenso op de film. Ondertussen luisterde ik belangstellend naar de alledaagse conversatie van een Nederlands echtpaar dat op een terrasje koffie met gebak aan het verorberen was. Plotseling reed de snuitbus weer voorbij, maar het is me helaas niet gelukt er een foto van te maken.
De middag was inmiddels al grotendeels verstreken en we hadden nog veel te doen. We gingen dus weer op weg en liepen door de Leipziger Strasse (met tramrails en een pratend gebouw) en de Wilhelmstrasse naar Topographie des Terrors. Net als vorig jaar maakte dit kale terrein, waar ooit de partij- en kantoorgebouwen van de Hitler-beweging hebben gestaan, een diepe indruk op me. Er is eigenlijk niets te zien, behalve dan een paar blootgelegde bakstenen fundamenten en betegelde keldermuren. Onder een afdak hangen borden met foto's en toelichtende teksten en er is verder niets wat je aandacht zou kunnen afleiden. Dat zorgt er voor dat het huiveringwekkende verhaal over de administratieve organisatie van het nazi-regime des te indringender over komt. Er schijnen plannen te zijn een groot nieuw gebouw neer te zetten om daar de tentoonstelling in onder te brengen. Ik weet niet of dat een goed idee is: misschien is het juist beter om alles te laten zoals het nu is.
Toen we de Niederkirchnerstrasse uitliepen, begon het donker te worden. We sloegen rechtsaf, de Stresemannstrasse in richting Potsdamer Platz. We hadden zin om iets te gaan eten, maar…. de Potsdamer Platz is het hart van de nieuwe zaken- en regeringswijk. Wie daar werkt, kan zich in financieel opzicht het één en ander veroorloven en het zou wel eens kunnen zijn dat de horeca zijn prijzen daaraan heeft aangepast. Uit eten gaan moet wel betaalbaar blijven, anders hoeft het voor ons niet.
We passeerden een Italiaans restaurant dat er gezellig uitzag. Toch gingen we dus met het oog op de kosten eerst maar eens de menukaart bestuderen en toen zagen we dat de prijzen van Ristorante Romagna eerder aan de lage dan aan de hoge kant waren! We zijn meteen blijven eten. De pizza's waren op de één of andere manier duidelijk anders dan in Nederland, maar wel erg lekker.
Voor vanavond stond de Funkturm op het programma. Hoe kom je daar? Met de metro en de S-Bahn natuurlijk, maar op de Postdamer Platz konden we de ingang van het metrostation maar niet vinden. Tenslotte ontdekten we dat die zich op de hoek van de Stresemannstrasse bevindt, schuin tegenover Ristorante Romagna! Met de U2 en de S7 reden we naar het Westkreuz en van daar was het nog zo'n tien minuten lopen.
Ik wist nog van vorig jaar dat de toegang naar de Funkturm te vinden is aan de Masuren Allee. Je moet je melden bij de portier en dan mag je verder lopen, het binnenterrein op, naar de voet van de toren. Bij de liften kun je dan een kaartje kopen.
En toen kwam het. De toren was vanavond in z'n geheel verhuurd aan een particulier gezelschap en dus niet toegankelijk voor het algemene publiek. Een jongetje dat met z'n ouders de toren op had gewild en net het slechte nieuws te horen had gekregen, zat te huilen op de stoep.
Dit was nu al de tweede keer in twee jaar dat ik voor joker stond aan de voet van de Funkturm. Ik ben het nu zat. Ik wil er niets meer mee te maken hebben. Omzagen dat ding!
Maar wat nu? We besloten om met buslijn 219 de Kurfürstendamm af te rijden en dan ergens wat te gaan drinken. We wisten dat de 219 in de buurt van de Funkturm, namelijk op de hoek van de Messedamm en de Halenseestrasse, een halte had.
De bus kwam gelukkig al gauw en natuurlijk gingen we weer bovenin zitten. De Kurfürstendamm met zijn verlichte terrasjes is 's avonds best aardig. We verlieten de bus op de Breitscheidplatz. Ik hoorde een paar Nederlanders die op de halte stonden, overleggen over waar ze in de bus het beste konden gaan zitten. Ik kon het niet laten hen er even op te wijzen dat je in een in dubbeldekker toch echt naar het bovendek moet, vanwege het mooie uitzicht. Het antwoord was een breed gegrijns, dus ik neem aan dat ze de boodschap begrepen hebben.
We zagen recht voor ons de fraai verlichte Gedächtniskirche. Vlak bij de Gedächtniskirche staat de Wasserklops, een merkwaardige combinatie van een beeldhouwwerk en een waterval. Onderaan die waterval, bij een ondergrondse ingang van het Europacenter, is een Italiaans café-restaurant Fontana (drie keer raden waar die naam op slaat), waar nog net een tafeltje vrij was. We konden elkaar daar nauwelijks verstaan vanwege het lawaai van de waterval, maar dat mocht de pret niet drukken. Corine bestelde een Orangensaft en ik wilde een Berliner Weisse, maar dan ohne Schuss oftewel limonadesiroop. Dat kon niet. Bij een Berliner Weisse is een Schuss verplicht. Daar komt nog bij dat je Berliner Weisse moet drinken door een rietje. 's Lands wijs, 's lands eer, zullen we maar zeggen. Toch vind ik het een beetje zonde om siroop in bier te gooien en bovendien schijn je van bier drinken door een rietje doodziek te kunnen worden.
Terug namen we niet de 219 (want die kwam maar niet opdagen), maar lijn 119, waarvan we niet precies wisten welke route die zou volgen, al had hij het zelfde eindpunt als de 219, namelijk het S-Bahn-station Grunewald. Dat was dus een daad van overmoedigheid (mogelijk opgewekt door de Berliner Weisse), die dan ook meteen werd afgestraft. Aan het eind van de Kurfürstendamm, op de Rathenauplatz, sloeg de bus niet netjes rechtsaf de Halenseestrasse in, maar reed de Königsallee op. We drukten in semi-paniek meteen op het stopknopje en konden er vervolgens bij de halte Herbertstrasse uit. De weg terug vinden was niet moeilijk en na een kwartiertje lopen waren we weer in ons hotel. Dat viel dus nogal mee.
Corine vroeg aan de avondportier (die op dat moment toch niets te doen had) om een föhn. Wat de man toen antwoordde kan ik alleen maar vertalen met: "Oh Godallejezis, waar moet ik dat nou weer vandaan halen?". Vervolgens trok hij ergens een grote la open waar op het eerste gezicht alleen maar oud ijzer in zat, maar hij wist er uiteindelijk toch nog een goed bruikbare föhn uit op te diepen. Een succesvol besluit van een drukke, maar leuke dag.
Zondag 8 september
nog steeds mooi weer en zelfs nog wat warmer dan gisteren, maar wel met wat meer bewolking
World Stars on Ice begint pas vanavond, dus de rest van de dag konden we aan andere dingen besteden. Na het ontbijt liepen we gezamenlijk naar het station Westkreuz, waar we net als gisteren uit de automaat twee dagkaarten kochten. Het begint al een routinehandeling te worden.
Met de Ringbahn reden we naar Schöneberg, waar we overstapten op de S1 naar de Yorckstrasse bij de Grossgörschenstrasse. Van daar af zou het volgens mij maar een klein stukje lopen zijn naar de Monumentenstrasse, waar een voormalige locomotievenloods staat die beheerd wordt door het Technikmuseum. Die loods, waarin zich allerlei interessante zaken moeten bevinden, is alleen in september toegankelijk voor het publiek en dan nog alleen maar in het weekend.
De afstand viel nogal tegen: eerst moesten we een stukje lopen door de Yorckstrasse, toen de Bautzener Strasse door (die veel langer was dan ik me had voorgesteld) en daarna linksaf de Monumentenbrücke over. Uit de Kreuzbergstrasse zag ik toen opeens een fraai glimmende Berlijnse dubbeldekkerbus uit de zestiger jaren verschijnen en daarmee wist ik dat we goed zaten. De bus reed rechtdoor naar de museumloods, die zich bevindt aan de oostkant van het overwoekerde spoorwegemplacement waar de Monumentenbrücke overheen loopt.
De inhoud van de loods kwam ongeveer overeen met waar ik op gehoopt had: een flink aantal bussen, een stuk of wat trams, een metrorijtuig en een paar S-Bahn-stellen. Ter afwisseling stonden er ook nog wat oude auto's in en zelfs een Russische T34. Dat laatste voertuig is geen tram, maar een tank. Bijna al het materieel was prachtig gerestaureerd. Het enige vervelende was dat alles vlak naast elkaar stond. Bovendien was het binnen nogal donker, dus van fotograferen kwam niet veel terecht.
We aten aan een gammele houten tafel bij wijze van lunch allebei een langgerekte worst met daarbij een stukje brood, dat klaarblijkelijk als bestek bedoeld was. Daarna gingen we met de museumbus (het was de 2100) op weg richting Technikmuseum. Corine is uitgestapt bij het Gleisdreieck om daar de U2 te pakken naar het café aan de Hardenbergstrasse, waar zij "de meiden" (= haar collega-kunstrijdenliefhebbers) zal ontmoeten. Zelf wilde ik de busrit natuurlijk helemaal uitzitten en reed dus mee tot aan het museum. Alles bij elkaar was het een ritje van misschien tien minuten, maar het waren wel tien leuke minuten.
Ik liep op mijn gemak terug naar het Gleisdreieck en nam hier de U2 naar Bahnhof Zoo. Aan een soort kraampje ergens midden in het stationsgebouw heb ik voor de vitamientjes een gigantisch groot glas versgeperst sinaasappelsap gedronken. Daarna stapte ik op de U9 richting Osloer Strasse (zie mijn Huygens-avontuur uit 1976) en reed mee naar de Westhafen, om te kijken of dat misschien een goede plek was om de S-Bahn te fotograferen.
Nee dus. Dan maar ergens anders proberen. Ik nam de Ringbahn (tegen de klok in) en reed twee stations verder, naar Jungfernheide. Jungfernheide bleek een prima fotopunt te zijn. Een breed middenperron, een korte overkapping en ik had de zon in m'n rug. Bovendien is er, zelfs op zondag, flink wat S-Bahn-verkeer. Het had allemaal niet beter gekund. In een periode van zo'n 20 minuten ving ik een paar 485-ers (waarvan één in de klassieke S-Bahn-kleuren (ossebloed)rood met (oker)geel, wat voor een 485-er volgens mij tamelijk zeldzaam is) en tot mijn grote genoegen ook een 477! De 477 is de laatste S-Bahn-serie die nog vooroorlogse wortels heeft. Hobbyisten weten waar ik het over heb; andersdenkenden moeten maar gewoon verder lezen.
Toen ik voor mijn gevoel voldoende plaatjes had gemaakt, nam ik de U7 naar Spandau. Een volledig ondergronds traject, dat ik eigenlijk alleen maar bereden heb om een indruk te krijgen van de stationsarchitectuur. De lijn naar Spandau dateert uit de jaren-'70 en -'80 en de stationsontwerpers hebben zich toen uit mogen leven. Toch was dat wat ik te zien kreeg niet bijzonder boeiend.
In Spandau overwoog ik nog even om de Citadel te gaan bekijken, maar ik zag daar bij nader inzien van af omdat ik toch maar liever weer wat S-Bahn-ritten wilde gaan maken. Railways are a Way of Life.
Ik nam de S75 naar het Westkreuz en stapte daar over op de S7 richting Potsdam. Tussen de stations Grunewald en Nikolassee loopt die lijn kaarsrecht en eindeloos lang door een uitgestrekt bos. De S-Bahn roept hier eerder associaties op met de Transsiberië-Express dan met een stadsspoorweg.
Ik stapte uit op het station Wannsee en ging eens kijken bij de Wannsee. Er waren daar een hoop aanlegsteigers met boten waar je met mee kon. Als ik er de tijd voor had gehad, dan had ik dat zeker gedaan. Helaas had ik die tijd niet meer, want ik moest nog iets te eten zien te bemachtigen en ik wilde ruim op tijd in het motel terug zijn.
Rondom het voorterrein van het station Wannsee zijn allerlei winkeltjes waar toeristenprullaria worden verkocht en je vind er ook een heleboel horecagelegenheden. Ik ontdekte een soort snackbar waar je voor een onwaarschijnlijk laag bedrag (nog geen € 5,--) een Schnitzel mit Kartoffelsalat kon krijgen. Dat leek me wel wat en ik bestelde het onmiddellijk, met nog een flesje Multivitaminensaft er bij. Het voedsel werd geserveerd op een plastic bordje en het bestek was ook van plastic. Zitplaatsen waren niet aanwezig, maar aan een heel klein houten tafeltje was er nog wel een staanplaats beschikbaar. Daar heb ik mijn maaltijd met smaak verorberd. Volgens mij heb ik op deze manier een authentiek-Berlijns eetfestijn beleefd.
Met de S7 reed ik terug naar het station Grunewald. Aan de westzijde van dat station, in de Eichkampstrasse, is de eindhalte van de befaamde lijn 219, die mij terug naar het hotel kon brengen. Terwijl ik in de bus zat ging mijn mobiele telefoon af. Toen ik hem opnam, werd de verbinding echter verbroken. Even later, toen ik al weer op straat liep, begon het ding opnieuw te piepen. Dit keer kon ik nog net verstaan dat Corine tegen me zei dat ze naar het hotel zou komen, waarna de verbinding alsnog de geest gaf. Technisch volmaakt is het GSM-systeem duidelijk nog niet. Maar goed, ik wist voldoende.
Het duurde nog een hele tijd voordat Corine onze hotelkamer binnenkwam, maar dat was niet erg, want vanaf het AVUS-motel is het naar de Deutschlandhalle, waar het allemaal moest gaan gebeuren, maar een paar minuten lopen. Dat hadden we vrijdagavond al ontdekt.
De Deutschlandhalle is een lelijk, grijs-bruin product uit de jaren-'50. Het is een ongezellig, sober en somber gebouw. Maar gelukkig ging het vanavond niet om het gebouw, maar om de show: World Stars on Ice. Omdat ik absoluut geen verstand heb van kunstrijden en er dus ook geen zinnig woord over kan zeggen, geef ik het woord nu aan Corine:
"Ik heb nog geen tekst! Ik moet mijn aantekeningen nog uitwerken!"
Tot mijn grote genoegen werd het schaatsspektakel muzikaal ondersteund door een stukje hardrock: Rammstein met het nummer "Mein Herz brennt".
Na afloop van de show is Corine nog even met een paar van "de meiden" naar de Gendarmenmarkt gegaan om daar op een terrasje de avond te evalueren. Zelf ben ik naar het hotel teruggegaan om mijn verslag te schrijven. Corine was om kwart over twaalf terug, maar toen sliep ik al. Het was een lange dag geweest!
Maandag 9 september
Na het ontbijt zijn we vanmorgen gaan afrekenen en natuurlijk hebben we ook netjes de föhn teruggegeven. Vervolgens sleepten we onszelf plus de bagage moeizaam naar het vertrouwde station Westkreuz, waar we deze keer natuurlijk geen dagkaarten kochten maar twee enkele reizen voor het S-Bahn-ritje naar Bahnhof Zoo. Het kopen van een kaartje voor het openbaar vervoer heeft in Berlijn het karakter van een vrijwillige bijdrage, want gecontroleerd wordt er toch niet. In Nederland is dat trouwens ook zo. We kwamen ruim op tijd aan op Bahnhof Zoo. We waren zelfs zo ruim op tijd, dat ik op mijn gemak nog wat foto's kon gaan maken.
Onze ICE 829 vertrok keurig op tijd om 10.22 uur. Hij was, net als op de heenreis, niet vol en niet leeg. We hebben rond lunchtijd weer gegeten in het restauratierijtuig. Corine nam runderragout en ik heb iets onduidelijks gegeten met paddestoelen. Meer valt er over de rit naar Duisburg eigenlijk niet te vertellen.
Onze aansluitende ICE 148 naar Utrecht was ook goed op tijd (14.51 uur). Er waren in de eerste klas maar heel weinig passagiers, maar uitgerekend op onze gereserveerde plaatsen zaten twee Nederlandse dames gezellig te kletsen. Toen wij hen op hun wangedrag aanspraken toonden zij zich onmiddellijk bereid te verhuizen, maar dat was eigenlijk nergens voor nodig, want we konden net zo goed zelf een andere stoel nemen. We lieten de dames dus maar zitten waar ze zaten en beperkten ons er toe hun conversatie af te luisteren. Die loog er niet om. Zij waren in hun beroepsleven blijkbaar goed terecht gekomen, maar hun privélevens vormden een compleet scenario voor een soapserie.
Het is (in ieder geval in hobbyistenkringen) een bekend feit dat je als passagier in een ICE-3 vanuit het voorste reizigerscompartiment over de schouder van de machinist kunt meekijken, omdat de afscheiding tussen dat compartiment en de cabine bestaat uit een glazen wand. Als hij wil, kan de machinist die wand ondoorzichtig maken, maar deze had daar gelukkig geen behoefte aan. Er zat in het voorste compartiment maar één passagier en ik kon er dus makkelijk bij gaan zitten. Het was helaas een rookcompartiment, maar de stank die die ene passagier veroorzaakte was gelukkig niet al te erg.
Kort voor de Nederlandse grens zette de machinist de trein opeens stil. Hij verliet zijn cabine, liep naar het balkon, opende de buitendeur en klom in de ballast. Wat bleek? Er was een overwegstoring en daarom moest iedere overweg die we tegen kwamen eerst door de machinist "met de hand" gesloten worden. Zoiets gebeurt normaal gesproken alleen op museumlijnen!
Ondanks dit oponthoud kwamen we in Utrecht toch nog vroeg genoeg aan om met een ruime speling de Intercity van 16.47 uur naar Voorburg te kunnen halen. Toen met de 45 van Connexxion naar Leidschendam en dat was dan het einde van een onverwacht reisje naar Berlijn.
terug naar het begin van dit verhaal
==========================================