Vrijdag 25 augustus 2000
"When a man is tired of London, he is tired of life; for there is in London all that life can afford". Deze uitspraak van de legendarische 18e-eeuwse literator Dr. Samuel Johnson wordt in iedere publicatie over Londen aangehaald en ik wil niet achter blijven.
Toen ik drie maanden geleden in Londen was (zie Van het Plein naar de Road), heb ik lang niet alles kunnen zien en doen wat ik wel zou hebben gewild. Ik moest dus weer terug.
Net als drie maanden geleden, begon vanmorgen mijn reis naar Londen met HTM-bus 22, die mijn reisgenoot Bouke en mij rond half één afzette op Den Haag Centraal. We gingen op een bankje zitten, aten allebei een Albert Heijn-sandwich en vertrokken vervolgens om 12.44 uur met Connexxion-lijn 126 naar het busstation in Naaldwijk, waar we meteen konden overstappen op lijn 128, die ons even voor tweeën afzette bij de terminal van Stena Line. Tijd voor koffie met appeltaart in de stationsrestauratie. Daarna liepen we naar de boulevard om de boot te zien binnenlopen. "Boot" is misschien niet het juiste woord: de dienst op Harwich wordt tegenwoordig uitgevoerd met een "hoge-snelheids-schip", de Stena Discovery, een ongelooflijk lelijke zeegaande catamaran.
Bij het inchecken moesten we onze bagage inleveren, net als bij een vliegreis. De boot was te laat aangekomen en ik vond het dan ook consequent dat hij te laat vertrok: om half vijf in plaats van om vier uur. In gedachte zette ik de klok een uur terug; een routinehandeling als je naar Engeland gaat.
Wat kan ik zeggen over een overtocht met de Stena Discovery? Niet veel positiefs, helaas. Het komt er op neer, dat je drie-en-een-half uur lang opgesloten zit in een varende McDonald's. Er is aan de achterkant van het schip een piepklein balkonnetje en dat is de enige plek waar je tijdens de vaart nog wat zeelucht kunt inademen, zij het dan dat die zeelucht af en toe vermengd wordt met kerosinestank, omdat het schip door straalmotoren schijnt te worden aangedreven. De overtocht duurt zo een stuk korter dan met een klassieke ferry, dat is waar, maar het is een steriel vervoerproces geworden zonder enige sfeer.
Een bezoek aan de souvenirshop is trouwens ook niet zonder risico. Ik kocht er een (zeer nuttige!) stratengids van Londen, maar toen ik het winkeltje uit liep, ging het alarm af. Nu had de veiligheidsman die ernaast op wacht stond gezien dat ik het gidsje netjes betaald had, dus er was verder geen probleem, maar irritant vind ik zoiets wel.
Eén positief ding: bij wijze van diner zijn we ons te buiten gegaan aan het warm buffet in het Globetrotter-restaurant en dat was letterlijk en figuurlijk lekker eten.
Na aankomst in Engeland moesten we onze koffers en tassen van een lopende band afhalen. Dat geeft wat je noemt een "luchthavengevoel". Misschien vormen luchthavenpretenties ook wel de reden dat Harwich Parkeston Quay is omgedoopt in Harwich International.
We vertrokken uit Harwich met de trein van 20.00 uur, de officiële boottrein. Hij bestond uit Mk-2's van Anglia Railways, getrokken door de 86 230. In ons rijtuig zat een groepje Nederlandse jongeren met een oudere begeleider, die klaarblijkelijk in Londen een muziekuitvoering gingen geven of zoiets. Dat meenden we tenminste op te kunnen maken uit hun onderlinge conversatie.
De conducteur kwam langs. Ik toonde hem mijn kaartje, maar ik vergat dat ik ook het biljet van Bouke onder mijn hoede had genomen. Ik realiseerde me dat pas toen hij naar "the other one" vroeg en ik was gedwongen diep in mijn tas te gaan graven. "I'm awfully sorry, entirely my mistake", verontschuldigde ik me. "No problem" antwoordde de conducteur laconiek.
De zon was inmiddels onder gegaan. Dat het dan op het platteland stikdonker is, is logisch. Maar ook Londen zelf lag in het duister. Er brandde hier en daar een straatlantaarn en er waren op de haltes en stationnetjes af en toe een paar lampen aan, en dat was het dan. Het leek wel of er verduisterd moest worden. "Put that light out!", zou het blokhoofd zeggen. Maar de Blitz was toch afgelopen?
Om kwart over negen stapten we uit op Liverpool Street Station. De Central Line in; er was een "security alert" in station Bank, zodat we daar zonder stoppen doorreden. Op Holborn stapten we over op de Piccadilly Line, waarmee we naar station Earl's Court reden. De Earl's Court Road was donker, maar klaarwakker: overal zag ik winkeltjes en horecagelegenheden van allerlei soorten, die stuk voor stuk nog open waren. Om vijf over tien meldden we ons in het Amber House Hotel in Lexham Gardens, een rustige, stijlvolle zijstraat van Earl's Court Road. Bouke heeft kamer 25, ik heb nummer 26 gekregen. De kamerramen zijn hoog en smal en er zit een traliewerkje voor om te voorkomen dat je er uit valt. Een nuttige voorziening, want we zitten op drie hoog.
Het is warm en benauwd op mijn kamer. Gelukkig staat er een waterkoker. Voordat ik ga slapen, ga ik eerst thee zetten!
Zaterdag 26 augustus: Millennium Dag!
Gelukkig is het vannacht een beetje afgekoeld; het heeft ook nog even geonweerd. We hebben om half negen ontbeten in de kelder ("downstairs" dus), continentaal in plaats van Engels helaas, maar redelijk uitgebreid.
En toen was het: op pad naar de Dome! District Line, Jubilee Line en daar waren we dan. Het was nog vroeg en de rijen voor de ingang waren kort. Snel naar binnen in, dus.
De Millennium Dome roept allerlei associaties bij me op: de Dome doet denken aan het Evoluon in z'n goede dagen, een circustent, het Museon, NewMetropolis, een 19e-eeuwse Wereldtentoonstelling, het Archeon, noem maar op. Er valt ontzettend veel te zien en het meeste is heel interessant. Minder prettig vond ik het dat het commerciële element af en toe wel heel nadrukkelijk aanwezig was.
De Dome is ingedeeld in "zones" (lees: tentoonstellingsgebouwen), ieder met een eigen thema. Het is volstrekt onmogelijk om ze op één dag allemaal uitgebreid te bekijken; je moet dus selecteren. We kozen voor Body, Money (uiteraard!), Self Portrait, het buitengebied en Journey en liepen ook nog eventjes door Faith. In het Skyscape-bioscoopgebouw hebben we nog gekeken naar het filmpje "Blackadder Back and Forth"; aan de ene kant onderbroekenlol (letterlijk!), waar ik geen liefhebber van ben, maar aan de andere kant toch ook wel weer grappig.
Maar het mooiste was absoluut de Millennium Show. Het is een rockconcert, een circusact met trapezewerkers, een theatervoorstelling, een musical, een vuurwerkspektakel, een ballet... noem maar op. Je zou kunnen zeggen: Wagner's Totalkunst in een 21e-eeuws jasje. De brochure beschrijft de Show als "spectacular" en dat is nu eens niet overdreven.
In culinair opzicht zijn we minder aan onze trekken gekomen. We hebben koffie, thee en sinaasappelsap gedronken, sandwiches verorberd en, bij wijze van avondmaaltijd, ergens in de Dome een Amerikaans aandoende prutspizza gegeten; dat laatste was niet voor herhaling vatbaar. Nadat we om zes uur de Show voor de tweede keer hadden bijgewoond zijn we weer teruggegaan naar het hotel. 's Avonds heb ik op mijn kamer liggen lezen in "De Chinese Sjaal" van Patricia Wentworth.
Zondag 27 augustus
Opnieuw ontbijt om half negen. Daarna namen we de Piccadilly Line naar Finsbury Park. Het viel onderweg op, dat de afstand tussen King's Cross en Caledonian Road eindeloos lang is en dat Arsenal vroeger Gillespie Road heette.
Ik zou 's avonds niet graag in m'n eentje rond lopen in de wijk rond Finsbury Park. De huizen zijn er haveloos, de straten en het park liggen vol afval en de hele omgeving maakt een verdachte indruk. Maar overdag, bij volle zon, valt er waarschijnlijk weinig gevaar te duchten.
Geheel volgens plan zijn we vervolgens van Finsbury Park naar Alexandra Palace gelopen, grotendeels over het tracé van een opgeheven lijntje van de oude London & North Eastern Railway. Het was een wandeling door het Londen van de Londenaren: een gebied waar geen toerist ooit komt en waar eigenlijk niets bijzonders te zien valt. De buurtbewoners zelf beschouwen het wandelpad over de oude spoorbedding voornamelijk als hondenuitlaatroute en trimparcours. We passeerden de restanten van een halte en kwamen tenslotte bij een tweetal verlaten tunnelbuizen met hekken ervoor, maar één van die hekken stond open. Een kans om op onderzoek uit te gaan moet je nooit laten lopen. De tunnel was recht en het eind er van was zichtbaar; we waagden ons naar binnen. De wanden zaten vol roet en er hing nog een vage geur van kolenstook. De stoomtractie had zijn sporen nagelaten! Voorzichtig lopend bereikten we het andere eind van de tunnel, waar zich ook een hek bevond. Op dat moment weerklonk vanuit de verte een galmende stem. Eén moment vreesden we dat we de Wraak van de Tunnelgeest over ons hadden afgeroepen, maar het bleek een man van vlees en bloed te zijn, die aan de ingang stond met een fiets aan de hand met een kind achterop en hij wilde weten of het hek aan onze kant open was. Dat was helaas niet het geval; teleurgesteld keerden we op onze schreden terug.
De wandeling bracht ons daarna onder andere in het mooie Queen's Wood. We hebben hier thee gedronken in een Victoriaans aandoende uitspanning, waar ik in gesprek raakte met de serveerters, die van me wilden weten wat ik van de Millennium Dome vond. Ik antwoordde dat ik ze een bezoek kon aanraden.
Na Queen's Wood volgde het eveneens erg mooie Highgate Wood. We kwamen langs een fraaie stenen fontein en zagen ook nog een eekhoorntje. Het laatste deel van onze wandeling voerde opnieuw over het talud van het oude spoorlijntje en bood fraaie uitzichten over het dicht bebouwde heuvellandschap van Noord-Londen. Tenslotte kwamen we dan bij Alexandra Palace.
Alexandra Palace is een soort 19e-eeuwse Millennium Dome, maar dan opgetrokken in steen in plaats van high-tech kunststof. Nadat er voor de zoveelste keer brand in had gewoed, is een deel van het gebouwencomplex afgebroken en een ander stuk is gedeeltelijk gerestaureerd. Vanaf de heuveltop waar het Palace op staat heb je een prachtig uitzicht. We gingen het Paleis op goed geluk zomaar ergens naar binnen, waar we een eettentje ontdekten. Ik heb me er tegoed gedaan aan vers gemaakte Toasted Eggs and Bacon. Er was daarbinnen ook een grote kunstijsbaan, waar die middag één of andere wedstrijd zou worden gehouden.
Via Duke's Road maakten we het rondje rond Alexandra Palace af en toen vonden we dat we wel genoeg gelopen hadden. Gelukkig kwam er net een bus van lijn W3 aan. We hadden geen idee waar die heen zou gaan, maar dat deed er niet toe: we stapten in en namen plaats vooraan op het bovendek. We kwamen langs metrostation Wood Green en over Perth Road en White Hart Lane bereikten we tenslotte het eindpunt Northumberland Park Station. Hier stapten we over op lijn 76.
De 76 draaide Lansdowne Road op en sloeg daarna links af richting zuiden. We bleven pal zuid gaan (met alleen ommetjes over Monument Way / Broad Lane en over Rectory Road / Manse Road), totdat we onverwacht rechtsaf sloegen, Englefield Road in. Een stukje verderop linksaf Southgate, rechtsaf Baring Street (langs het Grand Union Canal), linksaf naar de Bank of England, rechtsaf Ludgate Hill (langs de St. Paul's) en over Fleet Street naar Aldwych, waar we de bus verlieten.
Zo hebben we weer een ander stukje Londen-van-de-Londenaren leren kennen. We hebben drukke hoofdstraten gezien met horeca en allerlei winkeltjes van allerlei nationaliteiten. De zijstraten waar we langs kwamen leken daarmee vergeleken oases van rust: lange rijen huizen-met-erkertjes. We zijn ook nog langs een paar hoge flatgebouwcomplexen gekomen, maar dat waren uitzonderingen. Het geheel maakte eigenlijk een opmerkelijk dorpse indruk.
Het was heet geweest in de stad en dan is de koelte van de Theems heel aantrekkelijk. We liepen er heen langs Lancaster Place en volgden het water over het Embankment tot aan de Millennium Bridge. Tsja, die Millennium Bridge... Het is een splinternieuwe voetgangersbrug, die staat op pijlers die er uit zien als de puntmuts van Kabouter Plop. Het zou me niet verbazen als Kabouter Plop ook degene is die de brug ontworpen heeft, want de Millennium Bridge is nogal wankel. Zo wankel zelfs dat hij is afgesloten. Je mag er niet op, want anders valt hij om. Duidelijk familie van de Erasmusbrug dus.
Toch jammer. De Millennium Bridge zou voor voetgangers een aantrekkelijke, rechtstreekse verbinding zijn tussen op de noordoever de St. Paul's en op de zuidoever een groot, massief bakstenen gebouw. Er schijnt vroeger een elektriciteitscentrale of zoiets in dat gebouw gezeten te hebben. Ter ere van de millenniumwisseling is die centrale omgebouwd tot dependance van de Tate Gallery. Zou de Haagse centrale aan het De Constant Rebecqueplein ooit een museum voor moderne kunst kunnen worden? Ik denk het niet…
Langs de St. Paul's en White Lion Hill liepen we terug naar de Blackfriars Bridge, die we overstaken. Aan de voet van de Oxo Tower (een fraaie mini-wolkenkrabber in Jugendstil-stijl) hebben we thee gedronken in een horecagelegenheid die heel toepasselijk EAT heette. EAT is een acroniem, maar ik ben helaas vergeten waarvan. Na de thee namen we de gratis(!) lift naar de achtste verdieping, waar zich een uitzichtplatformpje bevindt. Je bent daar overigens niet in de "echte" Oxo Tower, maar in een yuppenflatgebouw. Maar eerlijk is eerlijk: je hebt vanaf het balkon een heel mooi uitzicht op de Blackfriars Bridge, de St. Paul's en een heleboel andere beeldbepalende Londense gebouwen.
's Avonds werd het opnieuw pizza, maar nu een heel wat betere dan die van gisteren: we zijn gaan eten bij Bella Pasta, een "echte" Italiaan in Earl's Court Road.
Een normaal mens gaat in z'n vakantie 's avonds naar een concert of het theater of een musical of de kroeg of een houseparty of naar de disco of zoiets. En hoe brengen OV-hobbyisten hun Londense avonden door? Precies, in de bus en de metro. We begonnen met lijn 328 richting Chelsea. Ik weet niet of het te maken had met het hoge lijnnummer, maar de 328 was een opmerkelijk klein, enkeldeks busje (type DM). Dit weekend wordt het Notting Hill Carnival gevierd en de mensen in de bus waren er kennelijk vandaan gekomen; ze waren passend extravagant uitgedost. Tussen de wand van de bus en een stoelpoot zat ergens een leeg flesje geklemd.
Het Chelsea'se eindpunt van de 328 bleek in Limerston Street te zijn, een zijstraat van de King's Road die in de jaren-'60 erg in de mode schijnt te zijn geweest. De chauffeur begreep niet waarom we niet uitstapten, maar we legden hem uit dat we mee reden "just for sightseeing" en daarmee was dat ook weer duidelijk.
En daar gingen we weer, op weg naar een voor ons onbekende bestemming. Het was allang donker en een "magical mystery bus tour" door nachtelijk Londen behoort naar mijn mening tot de dingen die het leven de moeite waard maken. Via Earl's Court kwamen we in Kensington High Street, waar een aantal Routemasters opgesteld stond om te gaan pendelen naar het Carnival. Er stapte daar een oud vrouwtje in, dat kennelijk al het nodige gedronken had, want ze stak regelmatig lange, onduidelijke verhalen af tegen niemand in het bijzonder. Tijdens de rit naar Kensington had Het Flesje zich los weten te werken en het rolde luidruchtig over de vloer.
En verder ging de rit, over Bayswater, langs Paddington en Royal Oak, totdat we ergens verderop de route van de carnavalsstoet kruisten. We hadden er vanuit de bus een prima zicht op. We koersten vervolgens door Kilburn. Het Flesje passeerde nu rinkelend het dronken vrouwtje, dat verstoord opkeek en bevelend "stop" zei. De droogkomische intonatie die ze in dat enkele woordje wist te leggen zal geen beroepskomiek haar ooit nadoen. Het beste theater vindt je buiten het theater.
Tenslotte arriveerden we bij metrostation Golders Green, dat het eindpunt bleek te zijn. We zeiden de chauffeur nog even gedag en doken toen de metro in. Overstappen bij Bank en toen weer terug naar Earl's Court. Terugkijkend op alles wat we vandaag gezien en beleefd hebben, kan ik alleen maar concluderen dat Samuel Johnson groot gelijk had.
Maandag 28 augustus
We begonnen vandaag met een metrorit over een traject dat ik nooit eerder bereden had: Earl's Court - Wimbledon, een leuke route die voornamelijk over viaducten voort, zodat je als passagier een goed uitzicht hebt over het stadslandschap. Het was alleen vervelend dat de TL-verlichting van het rijtuig waar we in zaten een krijsend gepiep produceerde dat door merg en been ging. In Wimbledon stapten we over op de Tramlink, het sneltramnet in en rond Croydon. Zoals alle Anglofiele railhobbyisten weten, was het hoogste parknummer van de oude Londense dubbeldekstram: 2529. De eerste tram van Croydon heeft daarom het nummer 2530 gekregen. Dat gaat verder dan gevoel voor historie. Dat is levenskunst!
Het eerste deel van het traject van Wimbledon naar Croydon bestaat deels uit enkelspoor, wat in mijn ogen enigszins afbreuk doet aan de kwaliteit van Tramlink.
De tram reed hard; borden maakten duidelijk dat de baanvaksnelheid op sommige stukken 80 km/h bedraagt. Jawel: de borden langs de baan en de snelheidsmeters in de trams drukken de snelheid uit in kilometers per uur! Als dit Duitsland was, zou je spreken van een Umwertung aller Werte.
We reden mee tot het eindpunt Elmer's End, waar we uitstapten om de eerste plaatjes te maken. Toen de bestuurder zag dat ik zijn tram fotografeerde, nodigde hij me spontaan uit om binnen in de cabine ook wat opnamen te maken en hij gaf me wat tips over aantrekkelijke fotopunten. We reden vervolgens mee terug tot Sandilands en stapten daar over op een andere tak, die naar New Addington. Het bleek een heel fraai traject, eerst door een tunnel en daarna slingerend, klimmend en dalend door een mooi heuvellandschap. Vanaf New Addington (een slaperig voorstadje) reden we weer terug tot in het centrum van Croydon, waar we uitstapten om op zoek te gaan naar het Tramlink Info Centre. Dat was snel genoeg gevonden (het bevindt zich in George Street, in de buurt van het spoorwegstation East Croydon), maar het zat dicht omdat het vandaag een Bank Holiday is. Dat was dus pech.
We gingen toen maar hamburgers eten in een nabijgelegen Wimpy en maakten daarna, tussen een paar regenbuien door, nog wat tram- en busfoto's in het bijzonder onaantrekkelijke, uitsluitend uit beton en asfalt bestaande stadscentrum. Vervolgens liepen we naar het station East Croydon, waar ik toch nog een infofoldertje over Tramlink wist te bemachtigen. Nu moesten we nog de tak naar New Beckenham berijden. Ook dat blijkt een interessante lijn te zijn; het laatste stuk loopt vlak naast een spoorlijn en we werden ingehaald door een Eurostar! Vanaf New Beckenham reden we weer naar Croydon-centrum, waar we overstapten op een tram naar Wimbledon (de wagen uit New Beckenham ging niet verder dan Beddington Lane). In de loop van de dag waren de trams steeds drukker geworden en deze laatste tram zat zelfs stampvol. Tramlink lijkt geslaagd; maar een frequentieverhoging lijkt hard nodig om te voorkomen dat het project aan z'n eigen succes ten onder gaat.
Vanaf Wimbledon reden we met South West Trains naar Waterloo. Het was een interessante rit door de Londense binnenstad; ook Clapham Junction met z'n onwaarschijnlijk grote hoeveelheid perrons blijft altijd boeien. We hadden vanaf Waterloo Station met "The Drain" naar Bank gewild, maar The Drain rijdt niet op feestdagen. Dat had ik trouwens kunnen weten. We kozen als alternatief voor de Jubilee Line en reden mee naar Canary Wharf. Vanaf het metrostation is het dan nog een klein stukje lopen naar de halte van de Docklands Light Railway. Onder de Theems door en na enig heftig gekronkel kom je dan aan in Lewisham, waar niets te zien of te doen is, maar waar je wel bus 36 naar Victoria kunt nemen. Aldus geschiedde. Er waren op Victoria de nodige Routemasters aanwezig, maar ze stonden helaas niet erg fotogeniek opgesteld.
Vanaf Victoria maakten we het gebruikelijke metroritje naar Earl's Court, waarna we in Earl's Court Road deze keer een Chinees opzochten. Na de maaltijd hadden we zin om nog wat in de stad rond te kijken en daarom namen we de metro naar Paddington. Dat had nogal wat voeten in de aarde, want inmiddels was het Notting Hill Carnival in alle hevigheid losgebarsten en alle metrostellen zaten stampvol. We werden vervoerd als haringen in een ton.
Paddington is het Londense station van de legendarische Great Western Railway. We liepen een perron op, helemaal tot aan het einde, en constateerden dat de dieselmotoren van de HST's de perronoverkappingen minstens zo erg vervuilen als een stoomlocomotief zou doen. We zagen ook dat de treinstellen Class 332 van de Heathrow Express voorzien zijn van een afschuwelijk lelijke, uit strepen en pijlen bestaande beschildering.
Het was moeilijk genoeg geweest Paddington te bereiken, maar er weer vandaan komen viel ook niet mee. De Hammersmith&City-lijn naar Hammersmith leek de enige mogelijkheid, want alle andere metroperrons werden door massale mensenmenigten geblokkeerd. Eigenlijk kwam dat nog niet eens slecht uit, want ik kende het traject van Paddington naar Hammersmith nog niet en we namen zo en passant ook nog een scheut Carnival mee. In Hammersmith pakten we de Piccadilly naar Earl's Court en daarmee was de cirkel gesloten.
Dinsdag 29 augustus
We hadden vanmorgen geen zin in de "gewone" boottrein van 8.50 uur en in plaats daarvan hadden we daarom gekozen voor een eerdere trein, de sneltrein van 8.30 uur naar Norwich. Dat betekende overstappen in Manningtree, maar dat moest makkelijk kunnen. Dachten we toen.
Het was niet bijzonder druk in de trein en we konden comfortabel zitten, maar een probleemloze reis werd het niet. Tot Stratford ging alles goed, maar we maakten op het station aldaar een (ongeplande en lange) stop en toen we tenslotte weer in beweging kwamen, werd het niet meer dan sukkelen. Er werd iets omgeroepen over "track problems in the Maryland to Brentwood area" en daar moesten we het dan maar mee doen. We begonnen ons minder prettig te voelen, want door al die vertraging begon onze aansluiting in Manningtree gevaar te lopen. Toen de conducteur langs kwam, legde ik de situatie uit en hij zei dat hij zou kijken wat hij kon doen.
Buiten Londen kwamen we weer op snelheid. We maakten een wel geplande stop in het dorp Ingatestone (een nogal onwaarschijnlijke halte voor wat geacht wordt een sneltrein te zijn) en arriveerden tenslotte, nog steeds flink te laat, in Manningtree. Onze aansluiting had toen al vertrokken moeten zijn, maar hij stond er gelukkig nog, mogelijk als gevolg van een actie van "onze" conducteur. Waarvoor mijn dank.
De stoptrein naar Harwich werd gevormd door een EMU Class 312, een treinstel uit de jaren-'70 naar een ontwerp uit de jaren-'30. Zo werd de rail-poot van dit reisje toch nog op stijlvolle wijze afgesloten.
De overtocht naar Nederland was daarentegen natuurlijk weer even stijlloos als de heenweg. Het was bladstil en helder weer en de zee was heel rustig. De kapitein meldde over de boordomroep dat onze snelheid 40 knopen bedroeg. We waren dan ook keurig op tijd, even voor half vier, in Hoek van Holland. Onderweg werden kinderen van alle leeftijden bezig gehouden door scheepsartiest Adrian, die liet zien hoe je honden kunt fokken door knopen te leggen in langgerekte ballonnen.
Na het ontschepen haalden we net op het nippertje de bus van kwart voor vier (Connexxion-lijn 135). De chauffeur wilde nog weten of we last hadden gehad van zeeziekte, maar we konden hem gerust stellen. Op Den Haag CS stapten we over op mijn "stamlijn" 45, die ons om 17.00 uur afzette bij mijn huis.
Ter afsluiting van het Millennium-gebeuren zijn we toen pizza gaan eten in mijn "stamkroeg" op de Damlaan. Maar op de Damlaan komt helaas geen lijn 328 en er rijden ook geen dubbeldekkers...
terug naar het begin van dit verhaal
=====================================