Voorjaarsvakantie 2000: van het Plein naar de Road

 

Op woensdag 10 mei 2000 is het trambedrijf van Croydon in gebruik genomen.

 

Vrijdag 12 mei 2000

Nooit eerder ben ik een vakantie begonnen door simpelweg de voordeur achter me dicht te trekken en naar de dichtstbijzijnde bushalte te lopen. Vanmorgen om tien voor negen nam ik op het Koningin Julianaplein bus 22 en daarmee begon een reis per openbaar vervoer, die me met een heleboel overstappen tenslotte zou brengen tot op het metrostation Gloucester Road in Londen.
In de
HTM-bus voelde ik me of ik gewoon op weg was naar het centrum van Den Haag, al heb anders nooit een weekendtas met vakantiespullen bij me. Het Haagse Centraal Station bracht de eerste overstap: ik verliet de bus en klom in de trein naar Hollandse Spoor, waar ik uitstapte. Allemaal niet erg spectaculair. Om kwart voor tien liep de trein naar Vlissingen binnen. Ik reed, redelijk comfortabel gezeten op de bovenverdieping van IRM 8211, mee tot Roosendaal: een rit die bijna een uur duurde, maar de conducteur is niet langs geweest.
In Roosendaal trof ik Jan aan bovenaan de trap naar het eerste perron, waar hij bezig was een Belgische dame de weg naar haar trein te wijzen. Jan en ik liepen het stationsrestaurant binnen, waar we ons aan de broodjes met kaas zetten; ander voedsel was niet beschikbaar, omdat de keuken pas om elf(!!) uur open zou gaan. We waren dus net iets te vroeg. Terwijl we zaten te eten, marcheerde er over het perron een peloton ME voorbij. Naar we later hoorden, was dat voor een oefening; waarschijnlijk voor Euro2000.
We vertrokken uit Roosendaal om 11.34 uur, in Varkenskop 830. Na een ontelbaar aantal onwaarschijnlijk kleine stationnetjes kwamen we aan in Antwerpen-Berchem. Het was niet druk geweest in de trein. Dat zou nu wel anders gaan worden! De trein van Antwerpen naar Oostende bleek namelijk te bestaan uit welgeteld één driewagenstel, te weten gummineus 565. Op het perron ontstond een kleine veldslag (mogelijk als opmaat tot Euro2000), toen iedereen probeerde als eerste naar binnen te komen om een zitplaats te bemachtigen. De econoom in mij onderging dit als een schitterende demonstratie van het begrip schaarste, maar mijn lagere ik had daar geen boodschap aan en mengde zich vol overgave in de schermutselingen. Jan en ik slaagden er allebei in een stoel te veroveren, maar een heleboel andere mensen kwamen als verliezer uit de strijd en moesten staan. Pas na Brugge kwamen er hier en daar een paar zitplaatsen vrij. Ik herinner me trouwens van een dagexcursie van juli vorig jaar dat de trein van Gent naar Antwerpen toen ook al stampvol was geweest. Al met al geen reclame voor de
NMBS.
Om tien over twee waren we in Oostende. Het inchecken voor de boot verliep wat rommelig, maar leverde geen problemen op. Het schip, de "Rapide" van
Hoverspeed, is een "hogesnelheidsboot". Het viel ons op dat zijn thuishaven Luxemburg(!) is. Stipt op tijd, om drie uur, kwam hij los van de steiger.
De Rapide doet zijn naam eer aan, maar was voor mijn gevoel iets minder snel dan de SeaLynx III waarmee ik in 1996 ben overgestoken van Calais naar Dover. De oversteek van Oostende naar Dover duurt iets meer dan twee uur; lang genoeg om je te doen realiseren dat je niet op een veerpont zit en kort genoeg om te voorkomen dat je je gaat vervelen. Onderweg heb ik Flemish Meat Balls gegeten. Lekker, want Belgisch. Onder het eten raakte ik gesprek met een paar Nederlandse medepassagiers, die informeerden of Jan en ik broers waren. Ik schijn een gezicht te hebben waar je veel kanten mee op kunt, want ik ben ook al eens aangezien voor een broer van Huuc. Vlak voor het ontschepen sprak ik ook nog even met een vriendelijk Engels echtpaar dat in Dordrecht bleek te wonen. Ik legde uit wat ik in Engeland ging doen en zij wensten me "good luck with your spotting".
Om vier uur Engelse tijd bereikten we Dover, waar we aanmeerden in de Hoverport. De voetpassagiers werden met een busje (een Dennis Dart) naar het douanegebouw gereden; een afstand van wel driehonderd meter. We toonden onze paspoorten aan de Immigration Officer en daarmee waren de douaneformaliteiten voltooid. Aan de andere kant van het gebouw stond alweer een Dennis Dart klaar. Hij bracht ons naar Dover Priory Station. Allemaal gratis, of beter gezegd: bij de prijs van de overtocht inbegrepen.
Alweer een trein in, maar nu een Engelse, een oude, met klapdeurtjes. Hij vertrok om 16.50 uur, goed bezet, maar zonder Belgische toestanden. Van onder de rijtuigbak weerklonk tijdens het rijden regelmatig een onheilspellend geknetter. "Beetje kortsluiting", grijnsde Jan, maar de trein heeft het volgehouden. We passerden Canterbury, Faversham, Rainham, Chatham (remember 1667!), Rochester en Bromley South en tenslotte, twee uur na vertrek uit Dover, liepen we Victoria Station binnen. Naarmate we Londen naderden, verscheen er meer en meer industrie, maar storend vond ik dat niet. In de buurt van Rochester reden we onder twee enorme bruggen door en zagen in de verte op een eenzame heuvel het kasteel staan.
Als je op Victoria een Westbound
Underground train pakt, is Gloucester Road het derde station dat je aan doet en het Ambassador Hotel is daarna nog maar een paar minuten lopen. Het staat aan Collingham Road, in een sfeervolle "upstairs-downstairs" buurt. Mijn hotelkamer, nummer 118, kijkt uit op een afdak en op een paar gevelwanden die behangen zijn met brandtrappen. Het raam is voorzien van traliewerk. Niet om mij binnen te houden, maar om inbrekers buiten te houden. Althans, dat vermoed ik. Jan zit vijf verdiepingen boven me, in 618, en moet het daar zonder tralies stellen.
Avondeten hadden we overigens nog niet gehad. In het hotelrestaurant hadden we geen trek; in plaats daarvan hebben we sandwiches en flesjes vruchtensap gehaald in de nabijgelegen Waitrose-supermarkt. Op een bankje in het metrostation hebben we daar vervolgens een feestmaal mee aangericht. Toen alles op was, doken we een metrotrein in en reden naar Embankment. We staken vervolgens te voet de Theems over via Hungerford Bridge. Rondom waren allerlei bouwactiviteiten aan de gang voor wat de "Millennium Hungerford Bridge" moet worden. Het was inmiddels gaan schemeren. De St. Paul's en de andere vertrouwde Londense gebouwen stonden te pronken in de spotlights. De horizon was een metselwerk van lichtjes en pasteltinten. Het was een prachtig gezicht.
Aan de overkant van de Theems gekomen, zetten we koers naar het
London Eye, ofwel het befaamde reuzenrad van 122 meter hoog. Mij krijgen ze er niet in. Ik ben veel te bang dat ze me dan vergeten en het Wheel stilzetten terwijl ik nog ergens boven hang. Maar indrukwekkend is het ding beslist en je moet het gezien hebben om er over mee te kunnen praten, zoals foute figuren vroegen zeiden als het over Zuid-Afrika ging.
Terwijl we Westminster Bridge overstaken op de terugweg naar het metrostation, speelde Big Ben zijn klassieke melodieën die bij mij altijd een heel gevoelige snaar raken. Ze vormen één van die factoren die maken dat Londen mij zo ontzettend fascineert.
Ik zit nu in mijn keurige, maar piepkleine hotelkamer. Ik ga zo dadelijk slapen. Morgen nieuwe avonturen!
 

Zaterdag 13 mei

Aan avonturen vandaag geen gebrek! De dag begon helaas duidelijk in mineur, met een allertreurigst ontbijt dat echt niets voorstelde. Na de droge broodjes reden Jan en ik met de metro naar Green Park, waar Jan overstapte naar de Millennium Dome en ik naar Euston station. Ik was keurig op tijd voor de 8.51 naar Birmingham, die gereden werd door een Class 317 of daaromtrent. Hij vertrok een paar minuten te laat, maar dat maakte me niet uit.
Er viel onderweg genoeg te zien. Eerst doorkruisten we Noord-Londen, met zijn huizenzeeën, metrolijnen en spoorwegknooppunten. Ik zag zelfs een vos langs de spoorlijn lopen! Ik kwam ogen en oren te kort om alles in me op te kunnen nemen. Tenslotte lieten we de agglomeratie groot-Londen achter ons. Links van de trein verscheen het
Grand Junction Canal, vol met van die fraaie narrowboats. We reden nu door een vriendelijk golvend landschap, waar ik alleen op tegen had, dat er wat te veel bomen in stonden. Ik hou meer van open.
Na een uurtje kwamen we aan in Bletchley, waar ik uitstapte. Met mijn mobiele telefoon belde ik Piet op. Hij had graag met me willen ruilen toen ik hem vertelde dat ik hoopte zo dadelijk in een dieselstel van zo'n 40 jaar oud te kunnen stappen...
En ja hoor: daar kwamen uit Bedford drie gekoppelde DMU's Class 121 aan! Dat was ongelooflijk boffen. Uiteraard bestond de bevolking van de trein voornamelijk uit hobbyisten, waar ik nog even een praatje mee maakte.
Om 10.17 uur vertrok ik naar Bedford, gezeten op een tot op de draad versleten bank in een treinstel dat zonder meer rijp voor het spoorwegmuseum was. Voor mij was dit weekend daarmee nu al dubbel en dwars geslaagd. Maar er zat nog meer leuks aan te komen.
Op het perron van het station van Bedford raakte ik gesprek met een hobbyist met een videocamera (ook Britse spotters gaan met hun tijd mee!), die me nog wat fototips gaf. Ik stapte weer in de 121 en reed mee terug tot Lidlington. Uitstappen, fotootjes maken en met de tegentrein meteen weer terug naar Bedford. Die tegentrein was een Sprinter; de modernisering van het lijntje is volop aan de gang. Dat is ook te zien op de stationnetjes, waar eigentijdse, bushalte-achtige wachthokjes zijn verschenen.
In Bedford heb ik vervolgens in de stationsrestauratie broodjes gegeten en koffie gedronken. Aldus aangesterkt stapte ik in een Class 319 van
Thameslink, die zich om 12.27 uur, keurig op tijd, in beweging zette richting Engelse zuidkust. Een uur lang ging alles goed (behalve dan voor die zwartrijder die door de conducteur gesnapt werd), maar kort voor station London Bridge kwam de trein onverwacht tot stilstand. Na enige tijd werd omgeroepen dat er in het station een stremming was en dat het eerste station dat we aan zouden doen, East Croydon zou worden. "We feel extremely sorry for any inconvenience caused", etcetera. Naar aanleiding van deze onverwachte ontwikkeling raakte in gesprek met een Amerikaan die naar Gatwick moest en het vliegtuig naar Boston moest halen(!!!) en met een oudere Engelse dame die op weg was naar Brighton. Plotseling kwam er weer beweging in de trein. We doken Zuid-Londen in. Het werd nu interessant. Welke route zouden we gaan volgen? Het werd een heel gekronkel, over onder andere Loughborough Junction, Streatham en Selhurst, totdat we uiteindelijk zoals beloofd East Croydon binnenliepen, waar ik de trein verliet, maar niet na eerst de Amerikaanse meneer ter bemoediging nog een hand te hebben gegeven.
Op het station East Croydon heerste alom verwarring, maar even na tweeën kwam er een trein aan, die naar London Bridge leek te gaan.
Zeker weet je zoiets nooit. Dat bleek wel weer. De trein vertrok, deed plichtsgetrouw Sydenham en nog een paar stationnetjes aan, maar gaf er vlak voor London Bridge opeens de brui aan. Na een tijdje werd er omgeroepen dat er een stremming was in station London Bridge; daar waren ze in deze trein dus rijkelijk laat achter gekomen. Vervolgens gebeurde er drie kwartier lang absoluut niets. Engelsen blijven onder alle omstandigheden stoïcijns hun krant of boek lezen. Tenslotte meldde de omroep zich weer: er stond een defecte trein in de weg en die zouden we nu gaan opduwen. Langzaam en schokkend kwamen we in beweging. Even later weerklonken er kort na elkaar van onder de kop van de trein drie daverende explosies. "Ah... knalseinen... " analyseerde ik koeltjes. Maar toen we dan eindelijk het station hadden gehaald, bleek dat niet iedereen op de hoogte was geweest van het bestaan van dit fenomeen: twee dames waren zeer verontwaardigd dat er na de knallen geen geruststellende uitleg was gekomen. Zij spraken de machinist hier op aan en kondigden aan dat zij een officiële
klacht zouden gaan indienen. "We thought we were being shot at!" verklaarden zij verontwaardigd. Het viel me overigens op, dat deze boze discussie, waarin de emoties naar Britse begrippen hoog opliepen, op bijna fluisterende toon werd gevoerd.
Voor het moment had ik even genoeg van treinen. Ik verliet het stationsgebouw, liep Tooley Street in, passeerde mijn geliefde London Dungeon en ging binnen bij
The Britain at War Experience. Niet slecht opgezet en best interessant, maar absoluut niet "a great adventure, like something out of a film studio", zoals posters mij hadden willen doen geloven. In het bijbehorende souvenirwinkeltje kocht ik een paar ansichtkaarten. Postzegels hadden ze helaas niet. Maar was er niet een postkantoor in de buurt van Charing Cross? Dat maar eens onderzoeken; meteen een goede aanleiding om een stukje van de nieuwe tak van de Jubilee Line te berijden.
Inderdaad, op de hoek van Adelaide Street en William IV Street staat een postkantoor-annex-souvenirwinkel. Ik schafte er de ansichtkaarten en postzegels aan die ik nog nodig had. Zo, dat was ook weer voor elkaar. Het enige wat ik nu nog miste, was een brievenbus.
Het werd tijd om Jan eens op te zoeken. We hadden afgesproken elkaar om half zes te ontmoeten, op de
Tattershall Castle. Dat is een oude radarboot, die is verbouwd tot drijvende kroeg. Hij ligt afgemeerd aan de westoever van de Theems, direct ten zuiden van Hungerford Bridge. Voor Jan is een bezoek aan de Tattershall Castle een verplicht nummer als hij in Londen is. Daar kan ik in komen: ik ben absoluut geen uitgaanstype, maar een biertje drinken terwijl je op de Theems dobbert.... dat heeft wel wat.
Na de drank kwam het voedsel aan de beurt. We liepen over the Strand naar het "Porter's English Restaurant" in Henrietta Street. We aten er allebei een Mushroom Steak en een Pudding toe: een soort cake met warme vanillevla er overheen. Dat klinkt afschuwelijk, maar het is in werkelijkheid erg lekker.
Met de metro terug naar het hotel. 's Avonds heb ik op mijn kamer nog even naar de stemming van het Songfestival gekeken. In Nederland blijkt er in Enschede een vuurwerkramp te hebben plaatsgevonden.
 

Zondag 14 mei
Vandaag is mijn vader jarig! Maar ik had hem donderdagavond al gefeliciteerd.

Het is weer een fascinerende dag geworden. We vertrokken met de trein van 10.30 uur vanaf Victoria station richting Wokingham. We passeerden Clapham Junction en Richmond, kruisten de Thames (die, smal als hij bij Richmond is, deed denken aan de Vliet) en stopten in Twickenham, waar we gezelschap kregen van Maarten, een in Londen (Camden) wonende vriend van Jan. Na vertrek uit Twickenham reden we verder westelijk en bereikten over Staines en Egham ("ham and eggs", dacht ik onwillekeurig) tenslotte het splitsingsstationnetje Virginia Water, waar we de trein moesten verlaten. Er werd namelijk tussen Virginia Water en Ascot baanonderhoud verricht. Een "rail replacement bus" (natuurlijk een dubbeldekker), bracht ons over allerlei kronkelwegen door mooie bossen naar Ascot, het dorp van de beroemde paardenraces met de hoeden. We verlieten daar de bus en bestegen de tweede trein, die ons over Bracknell naar Wokingham bracht. Na een hele lange tijd arriveerde de pendelbus naar Classic Automotion, het evenement dat de aanleiding was geweest tot deze mini-vakantie. Een retourtje van station Wokingham naar het terrein van het Transport Research Laboratory in Crowthorne, waar het spektakel plaats vond, kostte 1,50 GBP. Vrij duur voor een tamelijk kort ritje, maar wat wil je ook met de huidige koers van het pond...
Classic Automotion kan nog het best omschreven worden als "autootjes spelen voor gevorderden". Onnodig te vermelden dat ik er van genoten heb. Hoogtepunt was, wat mij betreft, dat ik zelf een Londense dubbeldekker een rondje over het circuit heb mogen rijden. Dat kostte 5 pond (overigens bestemd voor een niet nader gespecificeerd goed doel), maar ik had het er graag voor over.
De pendelbus van 16.45 uur bracht ons, moe, bezweet en vol indrukken, terug naar het Wokinghamse stationnetje. We hebben niet meteen een trein genomen, maar zijn eerst iets gaan drinken in een nabijgelegen pub. Het werd voor mij "half a pint of lager". Het heeft zo z'n voordelen als je eens niet met de auto bent!
We hebben vervolgens de trein van 17.43 uur naar London Waterloo genomen, met uiteraard tussen Ascot en Virginia Water opnieuw een busrit. Gedrieën zijn we daarna pizza gaan eten in een nabijgelegen restaurantje dat onderdak gevonden heeft onder één van de bogen van een spoorviaduct. Na het eten staken we de Hungerford Bridge over en kwamen vervolgens weer terecht op de Tattershall Castle. What else would you expect? Ik ging me er te buiten aan alweer half a pint of lager. Het is wel een alcoholvakantie geworden deze keer, althans naar mijn maatstaven.
Na enige tijd verliet Maarten ons; hij moet morgenvroeg naar Birmingham om daar iets te gaan bekokstoven met Virgin Trains. Een tijdje later namen Jan en ik de District Line terug naar het hotel. Ook vandaag heb ik mijn kaarten weer niet kunnen posten. Hoe moet dat nu als het morgen ook niet lukt?
 

Maandag 15 mei

Op het moment dat ik dit schrijf is het zes minuten over twaalf plaatselijke tijd. Ik zit op een bankje op de boulevard van Dover. Er is tot op heden weinig bijzonders gebeurd.
We hebben vanmorgen, net als gisteren, droevig ontbeten om half negen. Om kwart over negen verlieten we voor het laatst het Ambassador Hotel. De metro leverde ons om even voor half tien af op Victoria Station. De eerstvolgende trein naar Dover Priory bleek te vertrekken om 9.35 uur en die hebben we op het nippertje gehaald. Het was het modernste materieel waar ik deze dagen in heb gezeten: een Networker Express Class 365. Een heel comfortabel treinstel, zeker naar Britse begrippen. Na een rit van precies twee uur arriveerden we in Dover. Al na drie minuten verscheen de pendelbus naar de Hoverspeedterminal. Het was natuurlijk weer de onvermijdelijke Dennis Dart, die naar ons idee veel te klein is voor dit soort diensten. Nu waren wij deze rit toevallig de enige passagiers, dus hinderde dat deze keer niet.
Tot mijn intense vreugde bleek er vlak voor het terminalgebouw zowaar een brievenbus te staan, zodat ik, op het laatste moment, mijn ansichtkaarten toch nog op Britse bodem heb kunnen posten.
Jan is nu bussen fotograferen en heeft zijn koffertje bij mij achter gelaten. Als hij straks terug komt, gaan we eerst even een hapje eten, om niet met een lege maag het schip in te hoeven gaan.
Zo gezegd, zo gedaan. Inchecken, hapje eten, minibusritje naar boot en tenslotte uitvaren, daarbij vanaf de Prince of Wales' Pier belangstellend gadegeslagen door een ouder Engels echtpaar. De vaart naar Oostende, over een heiïge, bladstille Noordzee, duurde precies twee uur. Ook aan boord hebben we maar weer wat gegeten. Ik zat daarna stampvol en dat was maar goed ook, want een behoorlijk avondeten is er vandaag bij ingeschoten.
Om vijf uur vijf continentale tijd wandelden we het spoorwegstation Oostende binnen. Onze trein, alweer een gummineus, vertrok om 17.53 uur. Hij was goed bezet, maar wantoestanden als die op de heenweg bleven gelukkig uit. We waren mooi op tijd (lees: om 19.17 uur) in Antwerpen-Berchem. Toen we op een verdacht stil perron stonden te wachten op de trein van 19.27 uur naar Nederland, riep een onvervalste Amsterdammer (zo'n type dat achteraf meestal heel ergens anders vandaan blijkt te komen) vanaf het tegenoverliggende perron: "Moete jullie somps na Ampstedam? Dan mot je hier sèn, d'r is een spoorwèseging!" Die informatie was zeer welkom. Even later werd het ook officieel omgeroepen, maar dat kwam dus als mosterd na de maaltijd.
Het was stil in de Nederlandse trein. De meneer van de Railtender is langs gekomen, maar de conducteur weer niet. Zou er dan toch waarheid zitten in de stelling dat er nog nooit zo veel conducteurs zijn geweest, maar ook nog nooit zo weinig controle?
Om precies negen uur stapte ik uit op Den Haag Hollandse Spoor. Jan bleef uiteraard zitten, want die moest nog helemaal naar Almere. Op Den Haag Centraal at ik nog even een hamburger, waarna ik om één over half tien met lijn 45 van
Connexxion mee ging richting Leiden. Om tien voor tien was ik weer thuis.

terug naar het begin van dit verhaal

terug naar de startpagina

============================================