Schwammenauel

24 juni 2000

Terwijl ik gisteren samen met zo'n vijftien andere trein-, tram- en bushobbyisten bezig was Jan's verjaardag te vieren, ging mijn mobiele telefoon af. Het was Piet. Of ik zin had om zaterdag met hem mee te gaan op een nieuwe Euregio-expeditie. Nu had ik me vast en onherroepelijk voorgenomen om dan het huis te gaan schoonmaken en de tuin te kortwieken, en ik antwoordde dus onmiddellijk: "graag!"
Om even voor half negen vanmorgen vertrokken Piet en ik in mijn Polo'tje uit Delft. Piet had me voorspeld dat de autorit naar het station van het Belgische Hasselt op de kop af twee uur zou gaan duren en dat kwam precies uit. Piet kocht er aan het loket voor zo'n 25 gulden één Euregioticket - in het weekend is zo'n ding geldig voor meerdere personen! Vervolgens hadden we gelukkig nog ruim tijd voor een eerste kop koffie.
We verlieten Hasselt met de trein van 10.55 uur naar Luik. Het was geen oud tweetje, maar een Break, de 369. Pech voor Piet; hij heeft het niet zo begrepen op modern materieel. Zelf had ik geen moeite met de 369, temeer daar we in de middenbak zaten, wat voor mij iets nieuws was. De hele, ruim drie kwartier durende rit naar Luik zijn we bezig geweest met het opstellen van een reisschema voor de rest van de dag. Het spreekt vanzelf dat we ons aan dat schema vervolgens niet gehouden hebben.
In Luik hebben we snel even wat broodjes ingeslagen en vervolgens namen we de Intercity van 12.14 uur naar Aken. Opnieuw modern materieel (I11-en) en opnieuw dus jammer voor Piet. Maar de rit was mooi en de steile afdaling vanuit Aken Zuid naar Aken Hbf blijft altijd interessant. Op het Akense station viel weinig te beleven; er stond een Buffel van
NS, maar dat was ook niet echt bijzonder. We liepen nog even naar buiten, maar op het stationsplein was ook niet veel interessants te zien. Terug het station in dus maar weer; zittend op een bankje op het perron hebben we vervolgens de broodjes opgegeten.
We verlieten Aken met de stoptrein van 13.37 uur richting Keulen. Een stoptrein heet in Duitsland tegenwoordig een Regionalbahn. Die van ons bestond uit een aantal tot op het bot versleten rijtuigen uit de jaren-'50, die onder de graffitti zaten. In de
dienstregeling stond onze trein omschreven als Grenzland Bahn; een naam als een vlag op een modderschuit dus. We zaten in het achterste rijtuig (een Silberling!); we hadden het praktisch voor onszelf alleen.
De lijn van Aken naar Düren loopt langs de rand van het Eifelgebergte. Rechts was het landschap dus mooi, links uitgesproken naargeestig. Om vijf over twee liepen we Düren binnen. Hier verruilden we de
DB voor de Dürener Kreisbahn.
De
Dürener Kreisbahn is een fraai voorbeeld van een succesvol gemoderniseerde typisch-Duitse Kleinbahn. Tot voor kort liepen er railbussen, maar die horen in de 21e eeuw eigenlijk alleen nog op museumlijnen thuis. De DKB heeft ze vervangen door RegioSprinters: futuristisch vormgegeven dieselstellen met een felle acceleratie en over een deel van de wagenbak een lage vloer. Kaartjes moet je halen uit automaten die zich in de trein bevinden. Tijdens de rit worden de haltes vanaf een bandje omgeroepen door de Duitse Anne van Egmond. De enige echte fout in de exploitatiewijze van de DKB is dat er geen kaartcontrole plaats vindt. Althans, niet voor zover we hebben gemerkt.
Om 14.19 uur verlieten we Düren. We waren oorspronkelijk van plan geweest, niet verder te gaan dan tot Lendersdorf (dat is twee haltes), maar we zaten lekker en besloten daarom mee te rijden naar het eindpunt Heimbach en daar dan maar verder te zien.
Kreuzau markeerde het einde van het stedelijk gebied. De omgeving werd vervolgens alsmaar schilderachtiger. Ons treintje tufte dwars door uitgestrekte campings en door bossen en reed soms vlak langs het kronkelende riviertje de Rur. We passeerden durrepen als Üdingen, Unter- en Obermaubach, Zerkall, Abenden en Hausen. Hoog boven het stadje Nideggen, op een imposante heuvel, stond een kasteel. We zagen ook nog (ergens tussen Nideggen en Blens, als ik het me goed herinner) een paar grillig gevormde, roodachtige, vrijstaande rotsen.
Om 15.08 uur waren we in Heimbach. Op de parkeerplaats van het stationnetje stond een dubbeldeksbus ex-
Berlijn (de 3263), waarmee je een ritje naar Schwammenauel bleek te kunnen maken, zij het tegen een Sondertariff. Wie niet waagt, die niet wint: ik vroeg de chauffeur of ons Euregiobiljet geldig was in zijn bus en hij bevestigde dat dat het geval was. Achteraf ontdekten we, dat de goede man zich daarin vergist heeft.
Het werd een leuke rit over steile kronkelwegen naar een punt aan de Rurstausee, dat Schwammenauel heet. Er bevinden zich restaurants, kinderspeelplaatsen en aanlegsteigers van waterfietsen en rondvaartboten. Het is een uitgelezen vakantiebestemming voor iedereen die de 65 gepasseerd is, dus over een jaar of 25 zal ik er zeker terugkomen - bij leven en welzijn. Helaas ontbrak ons de tijd om ter plekke een Bratwurst te eten.
De terugrit naar Heimbach voerde over een veel langere route dan de heenrit. Eerst staken we de stuwdam over. Vervolgens klommen we kronkelend tegen een paar steile hellingen op en haalden daarbij een ploeg ploeterende Nederlandse wielrenners in. Onze route voerde ons steeds dieper de bossen in, over steeds smallere weggetjes. Overhangende takken sloegen tegen het dak, daarbij deuken en lakschade veroorzakend. Bomen hebben geen enkel respect voor dubbeldeksbussen. Opeens zagen we het fraaie Mariawaldklooster liggen en meteen daarna kwam de afdaling terug naar Heimbach. Het was een zeer fraaie rit geweest; letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van de dag.
We moesten nu langzamerhand aan de terugreis naar Nederland gaan denken. We namen het eerste de beste treintje, dat van 16.16 uur, terug naar Düren. Om vijf over vijf kwamen we daar aan. Het viel me onderweg op, dat er flink gebruikt gemaakt werd van de mogelijkheid fietsen mee te nemen.
In Düren namen we de RegionalExpress van 17.12 uur naar Aken. Het was een dubbeldekker, wat ik wel aardig vond, omdat ik nog nooit in een Duitse dubbeldekker gezeten had. Duitse dubbeldekkers hebben een interieur dat duidelijk afwijkt van dat van hun Nederlandse collega's, maar ik zal niemand aanraden om alleen dáárvoor naar onze oosterburen af te reizen. Tegen kwart voor zes waren we in Aken.
De IC van 18.04 uur naar Luik, zoals gebruikelijk samengesteld uit I11-en, was aan de vroege kant. Hij was niet druk; we hadden de stoelen voor het uitkiezen. Toen we waren gaan zitten, zag Piet op de stoel naast zich een kleine portemonnee liggen. Er zat geld in, legitimatiepapieren, een paar bankpasjes en een creditcard. Wie dat allemaal kwijt is, sterft in onze maatschappij in feite de burgerlijke dood. We besloten dat we de portemonnee het beste konden inleveren bij de conducteur, maar dat bleek niet nodig te zijn, want één minuut voor de trein zou vertrekken, kwam de eigenaar, die zijn stommiteit net op tijd had ontdekt, met een verhit gezicht de trein binnenstormen om zijn bezit op te eisen.
De rit van Aken naar Luik begon voor Piet en mij al iets vertrouwds te krijgen, maar hij blijft mooi. Er kwam een man langs van wat we in Nederland de Railtender zouden noemen. Ik bestelde koffie bij hem en het leek hem enigszins te storen dat ik dat in het Frans probeerde te doen. Het zal me waarschijnlijk nooit lukken goed om te gaan met de Belgische taalkwestie...
Om kwart voor zeven arriveerden we in Luik. Piet wist te vertellen dat er een heel goede frituur is aan het begin van de Rue des Guillemins en stelde voor daar ons avondmaal te gaan halen. Dat was een aantrekkelijke suggestie, maar een heleboel andere mensen waren op het zelfde idee gekomen. Het was er stampvol. Ik ging dus maar buiten staan, maar wel onder het afdakje, want het was inmiddels stevig gaan regenen. In het kwartiertje dat ik heb staan wachten, werd ik aangesproken door achtereenvolgens twee mannelijke bedelaars en één vrouwelijke. Van mij kregen ze niets en van een aantal andere mensen die ze vervolgens aanklampten ook niet.
Om kwart over zeven stapten we met friet en al de trein naar Hasselt in. Tien minuten later waren de frieten op. Om vijf over acht reden we het station van Hasselt binnen. Twee uur later waren we terug in Delft. Het was geen spectaculaire, maar wel een leuke dag geweest.

 terug naar het begin van dit verhaal

terug naar de startpagina

====================================