Voor mijn vrienden, kennissen en collega's is het inmiddels geen geheim meer dat ik railhobbyist ben. Railhobbyisten doen soms dingen die voor andersdenkenden wat moeilijk te begrijpen zijn. Zo ging ik in de zomer van 1998 samen met mijn mede-hobbyist Bouke per Eurostar naar Londen om daar metro's te fotograferen.

 

Een retourtje Edgware

Zaterdag 11 juli 1998

Als je op één dag vanuit Leidschendam per auto en trein heen en weer wilt reizen naar Londen, dan moet je vroeg opstaan. En dus vertrokken Bouke en ik vanmorgen al om half acht met de auto richting Brussel. Het plan was om daar de Eurostar te nemen naar London Waterloo International Station. De plaatsbewijzen (eerste klas!) hadden we al op zak.

Zonder enig oponthoud reden we via Bergen op Zoom naar Antwerpen en zo verder naar de Brusselse Ring. De beruchte Belgische bewegwijzering liet zich hier weer danig gelden en daardoor kwam het, dat we niet de geplande afslag 14 namen, maar nummer 15. Erg was dat overigens niet: we hoefden eigenlijk alleen maar rechtdoor te rijden, al maakten we in Wayez per abuis nog even een ommetje door de Processiestraat en de Veeweydestraat.

Ik had telefonisch een plek gereserveerd in de parkeergarage op de hoek van de Frankrijkstraat en de Onderwijsstraat. Deze garage ontpopte zich als een morsige en onoverzichtelijke kelder. De meneer aan het ingangsloket had ons verwezen naar niveau min twee, maar het betonnen hol was zo onoverzichtelijk, dat we een paar keer moesten rondrijden op min één, voordat we tenslotte de helling ontdekten naar min twee.

Toch waren we ruim op tijd. Toen we station Brussel Zuid binnen wandelden, was het nog niet eens tien uur. We hadden dus tijd genoeg om even te gaan rondkijken op een willekeurig perron (niet veel bijzonders te zien overigens, alleen in de verte een sleep I'11-en) en slenterden vervolgens op ons gemak naar de Eurostarterminal. Het eerste dat we zagen, nadat we er binnen waren gegaan, was een lange rij wachtende reizigers. We gingen dus ook maar in die rij staan; een instinctmatige handeling eigenlijk, want terwijl we stonden te wachten begon het tot me door te dringen, dat op onze tickets had gestaan dat we er mee naar de automatische check-in moesten gaan. Die automatische check-in bevond zich even verderop: kaartje in de automaat steken, het hek gaat open, klaar. Vervolgens langs de paspoortcontrole (zo gebeurd). We bevonden ons nu in de wachtruimte. We hebben er koffie gedronken en daarna ging ik op een muurtje zitten om er een meegebracht pak sandwiches op te eten. Aldus belichaamde ik demonstratief de Zuinige Hollander.

Rond tien voor elf gingen de deuren open om ons tot het perron toe te laten. Bij de deuren van de eerste-klasrijtuigen stonden in het geel geklede hostesses klaar om hun passagiers te verwelkomen; de tweede-klas stakkers moesten zichzelf maar zien te redden. Ons rijtuig (nummer acht) maakte een comfortabele indruk, maar was vrij krap; het had iets weg van een vliegtuig. Trouwens, ook de hele incheckprocedure had iets luchtvaartachtigs. Het rijtuig was matig bezet.

Om drie over elf (= plus één) kwam er beweging in de trein. De treinwaardin kwam langs en bracht champagne; ze zei dat ze zou proberen niet te morsen en goot vervolgens een paar glazen uit over haar rok.

We waren inmiddels Halle gepasseerd en op de eigenlijke hoge-snelheidslijn terecht gekomen. De trein leek er zin in te krijgen en we zetten er de sokken in. Helaas was de vreugde maar van korte duur: even later begonnen we af te remmen en tot mijn stomme verbazing werden we een zijspoor op gedirigeerd. De omroep meldde dat we wegens druk verkeer of zoiets (??!) tot Lille via de oude route zouden moeten rijden, wat ons zo'n 25 minuten vertraging op zou leveren.

Het werd een kronkelige route over Leuze en Doornik. We kregen koffie: letterlijk en figuurlijk een "bakkie troost". Voordat we tenslotte Lille-Europe binnenliepen, moesten we nog een tijd stilstaan voor het inrijsein. Na Lille ging het beter: de Eurostar kon eindelijk laten zien waar hij toe in staat was. Zoals me al door diverse mensen voorspeld was, merk je niet zo erg veel van de hoge snelheid. De rit wordt wel "levendig": je voelt duidelijk hoe de trein bogen neemt en stijgt en daalt, maar dat is dan ook alles. Het uitgesproken kale landschap waar je tussen Lille en de tunnelmond doorheen rijdt, biedt bovendien weinig oriëntatiepunten die je in staat stellen de snelheid correct in te schatten.

Het stuk tussen Lille en de tunnel is veel langer dan ik me had voorgesteld. Even voordat we tenslotte de tunnel indoken, werden de maaltijden rondgebracht. Je kon kiezen tussen risotto of brasem; ik koos de brasem, omdat ik dat toepasselijk vond onder zee, ook al is de brasem een zoetwatervis. De omroep had voorspeld dat de rit door de tunnel 20 à 25 minuten zou duren. Dat werd een half uur. We maakten nog even een tussenstop in Ashford International en namen toen Boat Train Route 1 naar Londen. Boat Train Route 1 voert over Tonbridge, Sevenoaks en Orpington. Vlak voor Ashford herkende ik nog de overweg waar ik twee jaar geleden met mijn vrouw op een avond een Eurostar had zien voorbijkomen, op weg naar het continent.

Ergens tussen Ashford en Londen hoorde ik opeens een mobiele telefoon overgaan. "Zelfs in de Eurostar wordt je door die krengen lastig gevallen", dacht ik venijnig, totdat het tot me door drong dat het geluid uit mijn eigen koffertje kwam. Tegen de tijd dat ik het koffertje open had gemaakt en de telefoon wilde opnemen, hield het gepiep echter op. Later hoorde ik van mijn vrouw, dat zij het was geweest.

Vanaf Bickley begon het steeds duidelijker te worden dat we Londen binnenreden. Clapham Junction passeerden we via een krappe boog naar rechts die liep over een spectaculair hoog viaduct. Diep beneden zagen we nog een wolkjes uitblazende stoomlocomotief (een Merchant Navy Class?) staan.

En zo arriveerden we dan, met ongeveer drie kwartier vertraging, op London Waterloo International. Onze bagage werd niet gecontroleerd. Er was wel paspoortcontrole. Daarbij werd, net als in Brussel, een scheiding gemaakt tussen EU- en Non-EU-residents. Erg grondig ging de immigratiedienst bepaald niet te werk. Een mevrouw liep door zonder haar paspoort te laten zien; de immigratiedienst-man riep haar nog na, maar ze liep door; de man haalde vervolgens z'n schouders op en liet het er verder maar bij zitten.

Nu moesten we nog Travelcards bemachtigen voor de metro. We gingen dus maar in de rij staan voor het London Transport-loket. De (Engelse) dame die vóór mij aan de beurt was, slaagde er in, een één-pondsmunt op de grond te gooien. Ik raapte hem op en gaf hem aan haar terug. "Thank you, darling!" riep zij stralend uit. Geen wonder dat ik van de Engelsen hou!

Bouke was inmiddels in gesprek geraakt met een vriendelijk Belgisch echtpaar, dat ook met de Eurostar mee was gekomen en nu naar Tufnell Park moest. Net als wij moesten zij dus met de Northern Line mee.

We namen de eerste trein die op het Northern Line northbound perron arriveerde. Hij ging naar Edgware. Het was zes jaar geleden dat ik voor het laatst in een Londense metro gezeten had, maar voor mijn gevoel was het of ik er niet uit weg was geweest.

Terwijl we stilstonden in Colindale, ging opnieuw mijn mobiele telefoon af. Dit keer was ik er snel genoeg bij om het gesprek aan te kunnen nemen. Het was mijn (inmiddels ex-)echtgenote. Ze wilde weten hoe het ging en waar we waren. Ik kon haar toen vertellen dat we net op dat moment wegreden uit station Colindale. Het was het meest absurde telefoongesprek dat ik ooit in mijn leven gevoerd heb!

In het station van Edgware maakten we wat foto's van de metro, maar dat gaat daar wat moeilijk en bovendien was het inmiddels nogal donker geworden. Even later begon het zelfs zachtjes te regenen. Ik maakte nog even een praatje met een metrobestuurder, een Sikh, compleet met baard en tulband. Hij vertelde me, dat er vandaag een metrostel van het nieuwe type dienst deed op de Northern Line, wat me op dat moment overigens maar matig interesseerde.

We verlieten het stationsgebouw, keken nog even op het busstation (alleen maar saaie bussen in lelijke kleuren; give me back the Good Old Red Routemaster!) en liepen toen de straat (Station Road) in. Vrijwel onmiddellijk troffen we een hamburgertent, waar we allebei een zelfde "menu" hebben gegeten. Niet dat we dat met plezier deden: een bord aan de ingang eiste van iedere klant een omzet van tenminste 2,50 GBP ("No loitering"). Alsof iedereen die alleen maar een kopje koffie wil drinken een landloper is. Bah. Zo'n zaak gun ik mijn klandizie eigenlijk niet.

We doken weer de metro in en reden mee tot Camden Town. Het viel ons op, dat de wielen tijdens het aanzetten af en toe heftig doorsloegen. In Camden Town moesten we er uit, omdat de trein waar we in zaten de Charing Cross-tak nam, terwijl wij naar station Bank moesten. Een paar minuutjes wachten en daar was de "Bank-trein" al. Op station Bank stapten we over op een treintje van de Docklands Light Railway, dat naar Islands Gardens ging. We stapten uit op de halte Shadwell. Het eerstvolgende treintje dat vervolgens aan kwam rijden, ging naar Beckton en dat was precies waar we heen wilden. Het traject naar Beckton is pas sinds kort in gebruik. De lijn, die met zijn talloze krappe bogen en hoge viaducten met steile hellingen soms wel een achtbaan lijkt, voert door het oude havengebied, waar een complete kaalslag heeft plaatsgevonden. Er zijn inmiddels allerlei indrukwekkende constructies in aanbouw. Ik denk dat het kantoorpaleizen en yuppentorens gaan worden.

We hadden inmiddels ronduit afschuwelijk weer. Tussen de regenbuien en mistflarden door viel er gelukkig allerlei interessants te zien: een stukje Theems, oude havenbassins, een nieuwe railverbinding in aanbouw, London City Airport en aan de overkant van de Theems de omstreden Millennium Dome, het officieuze monument voor Tony Blair.

Tussen Prince Regent en Royal Albert kwam voerde ons treintje volkomen onverwacht en schijnbaar zonder enige aanleiding een spontane noodremming uit. De conducteur moest de besturing overnemen en bracht ons "met de hand" terug naar Prince Regent. Hier verontschuldigde hij zich via de omroep voor de vertraging "due to a communications failure" (als ik het goed verstaan heb) en vervolgens probeerden we het opnieuw. Deze keer ging het wel goed en zonder verdere incidenten bereikten we Beckton. We reden met het zelfde treintje terug en kwamen terecht in het eindstation Tower Gateway. Nu werd het tijd voor enige lichaamsbeweging. We liepen langs de Tower en toen Tower Bridge over. Er viel een doordringende regen en we werden kletsnat, maar zoiets hoort bij Engeland. Over de Riverside Walk ("HMS Belfast is now closed", hoorden we luidsprekers roepen) en door Hay's Galleria kwamen we in London Bridge Station, waar we de metro namen naar Elephant and Castle. Hier stapten we over op de Bakerloo Line; Waterloo Station was nu nog maar twee haltes ver. We arriveerden er rond half zeven (plaatselijke tijd) en hadden dus nog ruim de tijd om eerst nog wat rond te snuffelen op het stationnetje Waterloo East.

Tenslotte werd het tijd om in te checken. Op zich was dat natuurlijk geen probleem, maar er was nu opeens wél bagagecontrole. Mijn koffertje moest door het röntgenapparaat, maar eerst moest ik er mijn papieren, fototoestel en autosleutels uithalen en die apart overhandigen. Aan de andere kant van het apparaat kwam alles er weer uit, behalve mijn autosleutels. Die kwamen ze even later apart brengen. Mijn reisgenoot had door onbekende oorzaak het alarm laten afgaan en werd apart gecontroleerd. Kortom: een rommelige en inconsequente procedure, want we hadden op de heenreis rustig een kilo Semtex kunnen importeren.

De trein vertrok netjes op tijd, om even vóór half zeven. We hadden het hele rijtuig (nummer zeven dit keer) voor ons alleen! De verzorging was weer even goed als op de heenreis en we hadden nu ruimschoots de gelegenheid met de treinwaardin een praatje te maken. In België bereden we nu de volledige hoge-snelheidslijn en we waren perfect op tijd (= tien over elf) in Brussel.

De auto stond nog braaf te wachten in de parkeergarage; het stallingsgeld was de voorspelde 170 BEF en om vijf over half twaalf draaide ik de snelweg op. Het regende helaas net zo hard als in Engeland, wat onze snelheid nogal drukte. Even ten zuiden van Bergen op Zoom nam Bouke het stuur van me over. Om tien over half twee waren we, doodmoe maar zeer voldaan, weer terug in Leidschendam.

 

==================================================

 

terug naar het begin van dit verhaal

terug naar de startpagina