Officieel Zielig
 

Sommige mensen denken dat je spectaculaire reisavonturen alleen maar in het buitenland kunt meemaken. Daar vergissen ze zich in. Het kan in Nederland ook.
Op donderdag 18 januari 2007 klonk op de radio de ene stormwaarschuwing na de andere. En dat was niet ten onrechte. Om vier uur 's middags had een heftige regen, in combinatie met een uitzonderlijk zware storm, Nederland al bijna compleet lamgelegd. Het wegverkeer stond op de meeste plaatsen vast, het Amsterdamse Centraal Station was ontruimd vanwege rondvliegend puin en de meeste treinverbindingen waren uitgevallen. Ook in de regio Utrecht schenen geen treinen meer te rijden.
Dat was best vervelend, want ik had die dag les gegeven op de New Horizons vestiging in Utrecht Lunetten (voor wie het weten wil: een Excel Level 2 training), en ik wilde toch wel graag naar huis.
Eerst maar eens proberen om op Utrecht Centraal te komen, en daar zou ik wel weer verder zien. De trein reed inderdaad niet meer, maar de stadsbus gelukkig nog wel.
De storm leek sterk genoeg om een mens omver te blazen, en de regen viel  met bakken uit lucht. Drijfnat klom ik in een gelede bus van GVU-lijn 8. Even had ik nog de illusie dat dit ritje als trein-vervangend vervoer voor mij wel gratis zou zijn, maar nee hoor, ook de NS-passagiers moesten stempelen.
Lijn 8 volgt eerst een soort toeristische route door de wijk Lunetten, waar op dat moment de weg hier en daar op een rivier begon te lijken, en rijdt dan via Tolsteeg en vervolgens over de vrije busbaan naar Centraal. Ik kwam daar aan om even voor half vijf.
De CTA-bakken zeiden: "Let op omroepbericht". En daar kwam het:  van en naar Utrecht reden er geen treinen meer, behalve een incidentele stoptrein naar Woerden, Gouda, Den Haag en Rotterdam. Dat viel niet tegen, want met een beetje geluk zou ik dus nog thuis kunnen komen. Dacht ik toen.
Maar terwijl ik op zoek ging naar die incidentele trein naar Den Haag, klonk er opeens een nieuw omroepbericht: er rijden geen treinen richting Den Haag meer, maar wel misschien nog een stoptrein naar Arnhem, en "voor uw veiligheid wordt u verzocht naar de Jaarbeurs te gaan, waar opvang is geregeld." En daarmee was er dan een heel nieuwe situatie ontstaan: ik had nu de status gekregen van Gestrande Reiziger, ik was Officieel Zielig en ik had Opvang nodig.
NS-personeel dirigeerde ons naar het Beatrixgebouw. In een grote zaal op de benedenverdieping stond koffie voor ons klaar en er waren tafels en stoelen geregeld. Terwijl ik mijn eerste kop koffie stond in te schenken, raakte ik spontaan in gesprek met een medeslachtoffer. Onheil roept een saamhorigheidgevoel op.
Met mijn koffertje in de ene hand en mijn kop koffie in de andere ging ik op zoek naar een zitgelegenheid. Aan een keurig uitziend tafeltje zaten vier heren. Aan dat tafeltje stond ook een stoel die nog vrij bleek te zijn en ik ging op mijn gemak zitten.
Mijn tafelgenoten waren twee medewerkers van Rijkswaterstaat (één uit Leeuwarden en één uit Winschoten), een jongeman uit Deventer die bezig was aan een studie-opdracht waarvoor hij regelmatig in GSM-masten  moest klimmen, en een meneer uit Volendam waarvan ik me inmiddels niet meer kan herinneren wat hij uitvoerde.
In het begin was onze conversatie een beetje formeel, maar al snel werd de toon wat losser. Om  beurten gingen we koffie voor elkaar halen. Het werd aan ons tafeltje in feite heel gezellig en ook elders in de zaal leek een sfeer van solidariteit en verbroedering te heersen. We zaten allemaal in het zelfde schuitje, niemand kon er iets aan doen, zelfs de NS niet, en we konden maar beter proberen er het beste van te maken.
Ergens in een druk gedeelte van de zaal begon een man een jongleervoorstelling te geven met ballen. Een meneer met een geel NS-hesje aan kwam door een megafoon roepen dat inmiddels alles plat lag, zelfs naar Arnhem werd niet meer gereden, en er over een eventuele hervatting van het treinverkeer viel niets te zeggen.
Victor had ondertussen mijn GSM ingesproken met de mededeling dat de PvdD-vergadering van vanavond niet door ging. Daarop heb ik Corrie nog even gebeld om te melden dat ik de Victor's boodschap had ontvangen en niet meer zou proberen naar Den Haag te komen.
En ondertussen was natuurlijk ook de rest van de zaal druk bezig het thuisfront te bellen om aan te kondigen dat het wel eens nachtwerk zou kunnen worden. Maar het thuisfront hoeft niet ongerust te zijn: hier in de Jaarbeurs is het veilig en er is onbeperkt gratis koffie.
De eerste filmploegen arriveerden, compleet met felle lampen en microfoonhengels. We namen ons voor om zo zielig mogelijk uit onze ogen te kijken als er een camera in de buurt zou komen.
De burgemeester van Utrecht, Annie Brouwer, kwam ook nog even langs.
Voor de meneer uit Volendam was er intussen goed nieuws. Hij kreeg een telefoontje van een paar collega's die in Maarssen met de auto iemand hadden opgehaald, en nu door zouden rijden om hem ook nog op te pikken. Hij ging op weg naar de uitgang, en toen waren we nog maar met z'n vieren.
De megafoon brulde een nieuwe mededeling: "vóór negen uur vanavond wordt er zeker niet gereden; om negen uur wordt de situatie opnieuw ingeschat en dan wordt er een actieplan opgesteld."
Het zag er dus inderdaad naar uit dat het een lange avond ging worden. We haalden allemaal uit onze tassen wat boeken tevoorschijn om ons niet te pletter te hoeven vervelen. Bij gebrek aan ontspanningslectuur legde ik mijn studieboek over SharePoint op tafel. Dat lokte onmiddellijk een lange en diepgravende discussie uit over software en andere IT-gerelateerde onderwerpen.
Ondertussen was er nog steeds niets te eten geregeld, maar we begonnen toch wel trek te krijgen. Dus sjokte ik samen met twee van mijn tafelgenoten naar de Burger King in de stationshal om wat maagvulling in te slaan. Nummer vier van ons ploegje bleef achter om ons tafeltje bezet te houden.
Net toen we weer teruggekeerd waren in ons vluchtelingencentrum werden er daar opeens broodjes uitgedeeld, maar die waren al gauw op en wij visten achter het net.
Weer een mededeling: niets over de treinenloop dit keer, maar een waarschuwing want "er zijn zakkenrollers en tasjesdieven in de zaal".
Een hele tijd later was er dan echt nieuws: "De spoorlijnen naar het westen worden momenteel geschouwd. Heel misschien gaan er vanaf elf uur weer een paar treinen rijden. Zo niet, dan is er noodopgang met slaapgelegenheid in één van de grote Jaarbeurshallen aan de overkant van de Croeselaan. Wij houden u op de hoogte".
Om elf uur: "Het Beatrixgebouw gaat zo dadelijk sluiten. U moet allemaal naar de overkant, naar de Jaarbeurs". Niets over treinverkeer.
Als makke schapen gingen we op weg. Buiten op de Croeselaan was het inmiddels droog en bijna windstil.
Blijkbaar waren de meeste Gestrande Reizigers al eerder op de avond in de Jaarbeurs terecht gekomen, want het was daar enorm druk. Toch was de stemming nog steeds goed. Iedereen mocht een plastic fles met frisdrank uitkiezen. Ik nam LiptonIce, dat is het minst zoet.
Voor de toegangsdeuren tot de hal die als slaapzaal was ingericht stond een lange rij wachtenden. Een een paar medewerkers van het Rode Kruis kwamen ons melden dat de beschikbare stretchers allemaal al waren toegewezen. Er was een vrachtwagen met matrassen onderweg, maar die was nu pas bij Apeldoorn. Dus die slaapplek konden we voorlopig wel vergeten.
Bij gebrek aan beter zijn we toen maar in een rustige gang tegen een dikke ruit gaan zitten. Mijn koffertje was een handig zitkussen, maar van slapen kwam natuurlijk niets.
Toen het al bijna  twaalf uur was geworden, vingen we toevallig het bericht op dat er matrassen waren aangekomen. Dat was dus onverwacht snel gegaan!
Mondjesmaat werden de Gestrande Reizigers de slaapzaal binnen gelaten. In het gedrang raakte ik bij de ingangsdeur gescheiden van mijn drie kameraden. Ik kwam terecht in een ploegje van tien personen dat onder begeleiding  naar binnen mocht. Plotseling werd ik vanuit het schemerdonker aan mijn mouw getrokken. Mijn kameraden hadden me zien lopen en ze hadden een matras voor me vrijgehouden!
Mijn buurman had nog een nooddeken gekregen, maar ik had alleen maar die matras. Ik vouwde mijn jas op om die als kussentje te kunnen gebruiken en legde mijn arm beschermend over mijn koffertje, vanwege de zakkenrollers en de tassendieven. Ideaal was deze slaappositie niet, maar ik lag toch wel wat comfortabeler dan daarstraks met mijn hoofd tegen die glazen wand.
Mijn ogen raakten gewend aan het schemerige licht en zo kon ik zien dat er nog steeds mensen naar binnen bleven komen. Ik vraag me af hoeveel het er in totaal zijn geweest. Waarschijnlijk wel een paar honderd man.
Mijn matras lag niet op een stretcher of zoiets, maar rechtstreeks op de betonnen vloer, en naarmate de tijd verstreek begon de tocht die over die vloer trok steeds kouder te worden.  Ik kreeg last van niesbuien en kon niet meer slapen.
Ik klampte een patrouillerende Rode Kruis medewerker aan met de achteraf gezien ongelooflijk naïeve vraag of er misschien ergens een deken beschikbaar was. Nee, er waren wel slaapzakken onderweg, maar die moesten helemaal uit Limburg(!) komen.
Een tijd later werd het opeens rumoerig in de hal. De slaapzakken waren gearriveerd en ze werden in karretjes naar binnen gerold. Inmiddels had een kleumende meute zich al op het eerste karretje gestort. Of je daadwerkelijk een slaapzak wist te bemachtigen was daarbij een kwestie van geluk en verder gold het recht van de sterkste. Pas met het derde of vierde karretje had ik beet. Op mijn horloge was het toen precies tien voor half vier.
De slaapzak was lekker warm en ik ben toen alsnog in slaap gevallen. Ik werd alleen nog even wakker toen iemand iets op mijn matras neerzette. Het bleek een keurig kartonnen doosje te zijn met een rood kruis en de tekst 'nightkit' er op en het bevatte een aantal toiletartikelen.
Om kwart over vijf ontstond er nieuw rumoer. NS-informanten hadden een aantal mensen wakker gepord om te vertellen dat vanaf half zes de treinen weer zouden gaan rijden. Dat betekende dat we nu geen hulpbehoevende Gestrande Reizigers meer waren, maar een hinderlijke mensenmassa die zo snel mogelijk uit de Jaarbeurs verwijderd moest worden.
De nightkit liet ik onaangeroerd staan. Scheren en douchen kon ik wel doen zodra ik thuis was. Mijn kameraden dachten er net zo over. Bij het verlaten van de Jaarbeurs kregen we van het Rode Kruis nog een paar broodjes mee. Er was natuurlijk ook weer koffie beschikbaar.
In het stationshal viel er weinig meer te bespeuren dat op een uitzonderingstoestand wees. De afzettingen en waarschuwingsborden waren weg, de CTA's waren gewoon in bedrijf en toonden de treinen uit de normale dienstregeling. Ik schudde mijn drie bloedsbroeders de hand en ging op weg naar de stoptrein die om 6.06 uur naar Den Haag zou vertrekken. Het was een VIRM en hij reed keurig op tijd.
Om twee minuten over zeven stapte ik uit op station Voorburg, en een kwartiertje later was ik thuis, ruim 24 uur nadat ik was vertrokken.
U zoekt een avontuurlijke vakantie? Probeer eens een dagje woon-werk verkeer in Nederland.

FYI:
- CTA = Centraal bediende TreinAanwijzer;
- VIRM = Verlengd InterRegio Materieel.

terug naar het begin van dit verhaal

terug naar de startpagina

 

==================================================