Oud-Katholieke Parochie van de H. Martinus

26 september 2008

Landelijke website: http://www.okkn.nl

De Oud-Katholieke Kerk (officieel: Roomsch Katholieke Kerk van de Oud-Bisschoppelijke Clerezie) is ontstaan vanuit de afwijzing van het centralistisch streven van de Rooms-Katholieke Kerk. Zij beschouwt zichzelf als de voortzetting van de oude katholieke kerk van vóór de Reformatie.

Na de officiële doorvoering van de reformatie rond 1580 was de uitoefening van de katholieke eredienst in de Nederlanden verboden. Maar dit betekende toch niet het einde van het katholieke kerkelijke leven.

In schuilkerken bloeiden na 1600 een gelouterd en vernieuwd leven op. Een belangrijke rol speelden hierbij onder anderen de bisschoppen Sasbout Vosmeer en Philippus Rovenius, die zich onvermoeibaar inzetten voor de hen toevertrouwde kerk.

De moeilijke omstandigheden waarin de katholieken in de 17e eeuw verkeerden, werden nog verzwaard door theologische twisten die de kerk ernstig verdeelden. Eén van de twistpunten tussen de seculiere geestelijken (de "pastoors") en de regulieren (de "missionarissen") was de vraag of de katholieke kerk in de Nederlanden na de reformatie was blijven bestaan of dat deze landen missiegebied waren geworden die rechtstreeks door Rome bestuurd werd. De seculieren bestreden dat laatste en beschouwden (net als trouwens in feite Rome tot aan de scheuring) de zogenaamde apostolische vicarissen als aartsbisschop van Utrecht, die alleen omwille van de protestantse overheid een andere buitenlandse bisschopstitel voerden.

In 1703 werd de toenmalige bisschop Petrus Codde op onduidelijke gronden door Rome geschorst. Protesten uit binnen- en buitenland hielpen niet. Na lange aarzeling besloot het kapittel van Utrecht (het adviescollege van de bisschop met vanouds het recht een nieuwe bisschop te kiezen) tot het verkiezen van een aartsbisschop van Utrecht over te gaan: op 23 april 1723 werd Cornelis Steenhoven als zodanig gekozen. Hij werd echter met al zijn priesters en trouw gebleven parochies door Rome in de ban gedaan en voortaan waren er twee groepen katholieken, die kerkelijk hun eigen weg gingen. De grootste groep koos de zijde van Rome, tot 1853 (de invoering van de nieuwe Rooms-Katholieke hiërarchie) bleef zij verstoken van eigen bisschoppen. Ook in andere landen ontstonden oud-katholieke bewegingen, met name naar aanleiding van de vaststelling van het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid, op het Eerste Vaticaans Concilie in 1870.

In 1889 kwam in de zogenaamde Unie van Utrecht een samenwerking tot stand tussen de oud-katholieke bisschoppen van Nederland, Zwitserland en Duitsland. De Utrechtse bisschoppsverklaring werd de beginselverklaring voor de Oud-Katholieke Kerken. Kerken in Oostenrijk, Joegoslavië, Polen, USA, Canada, Frankrijk, Zweden en Italië, die in conflict waren gekomen met Rome en deze bisschopsverklaring hadden aanvaard, werden in de oud-katholieke kring opgenomen.

Voor de Oud-Katholieke Kerken is vanouds het ideaal van de oude en ongedeelde kerk van de eerste tien eeuwen de richtsnoer voor het geloofsleven. De Bijbel is voor de oud-katholiek de schriftuurlijke weergave van het oorspronkelijk openbaringsgebeuren. Hij is daarom de primaire bron voor de geloofsleer en het geloofsleven. De oud-katholiek gelooft dat geen mens zijn bestemming en levensvervulling buiten God om vindt; zo is de mens geschapen.

De Oud-Katholieke Kerken kennen zeven sacramenten. In de eucharistie is Christus werkelijk vertegenwoordigd in de twee gedaanten van brood en wijn. De rooms-katholieke transsubstantieleer wijst men af. In 1909 werd het Nederlands als voertaal ingevoerd in de liturgie. In 1922 werd het verplichte celibaat opgeheven, terwijl in 1920 een synode werd ingesteld.

De Oud-Katholieken kennen een episcopaal-synodale bestuursvorm. In de praktijk betekent dit dat de bisschoppen de kerk besturen tezamen met vertegenwoordigers van de geestelijkheid en de gelovigen (het zogenaamde Collegiaal Bestuur). Aan de bisschoppen zijn alleen die zaken voorbehouden, die krachtens de katholieke traditie tot hun specifieke verantwoordelijkheid behoren (bijvoorbeeld het toezien op de verkondiging en het bewaren van de leer van de kerk). De synode is de plaats waar alle zaken die de kerk aangaan besproken kunnen worden; zij geeft raad en advies aan het episcopaat en aan het Collegegiaal Bestuur en verkiest een aantal functionarissen.

De Nederlandse kerk is verdeeld in twee bisdommen: Utrecht en Haarlem. De bisschoppen worden door de geestelijken en door een aantal stemgerechtigde gelovigen uit de respectievelijke bisdommen gekozen.

De Oud-Katholieken hebben vanaf het begin de oecumenische beweging gesteund en behoren tot de oprichters van de Wereldraad van Kerken. Het herstel van de eenheid van de Kerk gaat haar zeer ter harte. Sinds 1931 bestaat er een volledige kerkelijke gemeenschap met de Anglicaanse kerken en met de Oosters-Orthodoxe kerken worden officiële herenigingsgesprekken gevoerd.

Het veranderde klimaat in Rome na het Tweede Vaticaans Concilie had tot gevolg dat in 1966 de banvloek werd opgeheven en er een officiële dialoog tot stand kwam. In 1972 werd door de Oud-Katholieke internationale bisschoppenconferentie en het Rooms-Katholieke secretariaat voor de eenheid een overeenkomst gesloten, waardoor samenwerking op pastoraal-sacramenteel gebied mogelijk zou moeten worden. Deze overeenkomst wacht echter nog steeds op ratificatie door de paus.

In Groningen officieel vanaf  20 november 1977. In ???? is de plaats van samenkomst verhuisd naar Engelbert.

Oud-Katholieke Parochie van de H. Martinus

Plaats van Samenkomst:: Engelberterweg 41, Engelbert
Tijd: Elke 2e en 4e zondag van de maand om 11.00 uur
Informatie: Pastoor drs. A. Duurkoop
050-311 00 58
a.duurkoop@planet.nl

Landelijke website: http://www.okkn.nl

kronkel lijn