Conservering 17,5mm Ernemann
Filmrestauratie door middel van nitraat-transplantatie
door Henk Verheul
De 17,5mm films werden opgenomen met een handgedraaide camera. Dit betekent dat de beelden bij projectie een onregelmatige snelheid hebben. Het 17,5mm formaat van de Duitse firma Ernemann had een rechthoekige midden-perforatie en was bovendien niet zo stabiel geperforeerd, waardoor de beelden wat meer bewegen dan dat we bij latere filmformaten inmiddels gewend zijn. Dit is natuurlijk ook een van de problemen bij het conserveren van dit oude filmmateriaal. Elk beeldje via een computersysteem centreren en vervolgens beeldje voor beeldje copiëren naar een moderne filmdrager geeft natuurlijk een heel mooi resultaat, maar heeft vervolgens ook weinig meer te maken met de oorspronkelijke film. De maker en zijn familie hebben in de jaren 1903-1915 immers bij projectie nimmer een stilstaand beeld gezien.
Met de huidige technieken kan je dus heel gemakkelijk de geschiedenis vervalsen. En de vraag is of dit wel zo verstandig is. Zonder een al te ingrijpende bewerking de oorspronkelijke beelden copiëeren naar een nieuwe moderne filmmaster lijkt dus de enige juiste oplossing om althans een copie van het origineel te behouden. In een later stadium kan hiervan altijd nog een andere bewerking worden gemaakt, zonder de originele conservering aan te tasten. Zo is er in elk geval geen conservering tot stand gekomen die onomkeerbaar is.
Brandbaar
Een ander probleem is dat de films brandbaar zijn en gemaakt op nitraatfilm. De eigenschap van dit materiaal is dat het op een niet al te lange termijn volledig vergaat en tot poeder uiteenvalt. Het is dan niet alleen gevaarlijk maar ook volkomen onbruikbaar geworden voor welke bewerking dan ook. Er is dus ook haast geboden om dit allervroegste amateurmateriaal veilig te stellen. Het Smalfilmmuseum was destijds ook verheugd dat het dankzij een subsidie van het Prins Bernhard Cultuurfonds eindelijk kon beginnen met het conserveren van zijn oudste amateurbeelden naar een moderne filmdrager. In de afgelopen jaren zijn de films bewaard in de nitraatkluizen van het Filmmuseum. Samen met Robert Muis van het NFM heb ik de films bekeken op technische staat en inhoud en een selectie gemaakt voor de eerste conservering.
Nitraat-transplantatie
De films zijn door Roos Molleman van Studio 2M uit Amsterdam gerestaureerd. Zij heeft inmiddels veel ervaring opgedaan met dit formaat en zoals Roos dit placht te noemen hier en daar een nitraat-transplantatie uitgevoerd. Dit houdt in dat de ontbrekende stukjes en ernstige beschadigingen met een passend stukje blank gemaakte film worden opgevuld, zodat er weer één complete filmband ontstaat, die in elk geval door een printer kan worden getransporteerd, om te kunnen copiëren naar een nieuwe film. Dit gebeurt overigens met een lage snelheid van zo'n drie beeldjes per seconde.
Bemoedigend resultaat
In dit bijzondere geval heeft het Smalfilmmuseum gekozen voor een 35mm master om géén informatie van het oorspronkelijke formaat te hoeven verliezen. De films zijn uiteindelijk gemasterd door Ruud Molleman en verder afgewerkt in het filmlaboratorium van Cineco. Tijdens dit copiëerwerk worden de meeste beschadigingen onzichtbaar gemaakt door de toevoeging van een vloeistof. Vanaf de 35mm master, een zacht positief met zoveel mogelijk grijstinten, is inmiddels een videocopie gemaakt, zodat het materiaal verder kan worden bestudeerd en beschreven. De resultaten van deze conserveringen zijn geslaagd en de nieuw verkregen originelen liggen inmiddels veilig opgeborgen in de filmkluis op een constante temperatuur en relatieve luchtvochtigheid.