700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Gijsbrecht van Abcoude feitelijk niet gerechtigd

Stadsrechten voor Wijk met instemming van graaf van Gelre

Wijkse Courant 15 december 1999

    Gijsbrecht van Abcoude verleende op 12 maart 1300 stadsrechten aan Wijk bij Duurstede. Het dorp was verdwenen, de stad geboren. In deze aflevering van de geschiedenis van Wijk bij Duurstede staan de stadsrechten centraal. Waarom verleende Gijsbrecht deze rechten? Waarom was de verlening speciaal? We gaan terug naar de geboortetijd van ons Lekstadje.

    De Middeleeuwse samenleveing was vooral argrarisch. Ook het Kromme Rijngebied vormde hierop geen uitzondering. Doordat er echter betere landbouwtechnieken ontstonden, konden boeren meer produceren. Hierdoor waren er minder mensen in de landbouw nodig en konden meer mensen iets anders gaan doen. De mensen die niet in de landbouw werkten, gingen vervolgens weer bij elkaar wonen. Zo ongeveer ontstonden lanzaam maar zeker op bepaalde plaatsen bevolkingsconcentraties. De plekken waar deze mensen gingen wonen, werden vaak weer het centrum voor economische en bestuurlijke perikelen in het gebied.

Rechtsysteem

    Voor de nieuw ontstane samenlevingsvorm, vormden oude rechtelijke verhoudingen vaak een probleem. De oude rechtspraak werd namelijk vooral gekenmerkt door zijn traagheid. Op een plek waar veel mensen bij elkaar wonen, was een nieuw rechtssysteem nodig. De stedelingen vroegen om nieuwe rechten. Bij de landsheren vonden zij een gewillig oor. Voor deze grote vorsten was vrede in hun gebied heel belangrijk en als zo'n dicht bevolkt gebied door speciale rechten rustig beleef, was dit voor hen van belang. Zo ontstonden de stadsrechten. Het begrip stad deed zijn intrede.

Spanningsveld

    Voor de Wijkse situatie is hierbij het verhaal van het spanningsveld van groot belang. Het dorp lag in het grensgebied van de bisschop van Utrecht en de graaf van Gelre. Belangrijk hierbij was de slechte financiële positie van de Utrechtse kerk. Hierdoor verzwakte de machtsbasis van de bisschop. De graven van Holland en Gelre profiteerden hier van, zij werden steeds machtiger. De graaf van Gelre kocht in 1256 het Wijkse gebied van de abdij van Deutz. In 1261 sloten de bisschop en de graaf een verdrag waarin beiden beloofden elkaars rechten te respecteren.
    Zowel de bisschop als de graaf hadden dus in het Kromme Rijngebied land in eigendom. Omdat zulke landsheren nooit alle grond zelf konden besturen, werden delen in leen gegeven aan lagere edelen. De graaf van Gelre gaf zijn Wijkse gebied in leen bij de familie Van Abcoude. Zij waren uiteindelijk de feitelijke heersers in het gebied. Het was Gijsbrecht van Abcoude die in 1300 de stadsrechten aan Wijk verleende. Waarom? Waarschijnlijk had Gijsbrecht een aantal motieven.

Springplank

    Zo was er een militair belang: een stad kon mooi dienen als strategische springplank. Verder gaf de verlening van stadsrechten Van Abcoude ook prestige; de bewoners van de stad stonden dan onmiddelijk achter hem. Economische redenen zullen ongetwijfeld ook hebben meegespeeld. Naast bestuurlijke en rechtelijke privileges kreeg de stad namelijk ook recht op jaar- en veemarkten. Hierdoor kreeg de nieuwe stad een economische basis die hard nodig was, om verder te groeien.

Oorkonde uit 1301, waarbij Gijsbrecht van Abcoude Wijk tot stad verheft, met de bevestiging door Jacob van Gaesbeek uit 1413.
Illustratie uit 'Wijk bij Duurstede, stad aan het water'

    Het interessante van de verlening van stadsrechten aan Wijk was zeker ook dat de graaf van Gelre ermee instemde. Het verlenen van stadsrechten was formeel een regaal, ofwel een recht, voorbehouden aan landheren. Feitelijk was Gijsbrecht van Abcoude dus niet eens gerechtigd om stadsrechten te verlenen. De graaf van Gelre, Reinoud I, kon klaarblijkelijk wel instemmen met de daad van zijn leenman. De grote graaf was in het zuiden in een ander probleem verwikkeld, bij een strijd tussen Vlaanderen en Frankrijk. Reinoud had dus wat anders aan zijn hoofd dan de Wijkse besognes. Tegen het verlenen van stadsrechten aan een plaats, zo dicht bij het gebied van de bisschop van Utrecht, zal Reinoud geen bezwaren hebben gehad.

Concurrentiestrijd

    De plaatselijke machtsverhoudingen tonen een ander opvallend aspect van de stadsrechtverlening. Het gebied van de nieuwe stad was maar beperkt. Naast de familie Van Abcoude, als leenmannen van de graaf van Gelre, was er nog een leenman in de buurt van de nieuwe stad. Jan van Woudenberg fungeerde waarschijnlijk als leenman van de bisschop rond De Leut en het Leuterveld. Oorspronkelijk was dit een dorpje tussen Rijswijk en Wijk bij Duurstede in.
    Uiteindelijk bleef er een strook aan de rechteroever van de Kromme Rijn over. Tussen Gijsbrecht van Abcoude en Jan van Woudenberg bestond een hevige concurrentiestrijd. Van Woudenbergs gebied, dat dwars door de huidige binnenstad liep, mocht absoluut niet onder de stadsrechten vallen. Zo bleef er voor het oude stadje maar een klein gebiedje over, maar het begin was er. Wijk bij Duurstede was stad geworden.

1300 of 1301?

    Een laatste strijdpunt is nog of de stadsrechten nu in 1300 of 1301 zijn opgesteld. In de oorkonde staat inderdaad 12 maart 1300 opgesteld (op 13 maart ingegaan).
    Echter in het Nedersticht, het gebied waar we nu over praten, werd toen aan een afwijkende kalender gebruikt . Als we dan gaan terugrekenen naar de de thans gevolgde jaartelling, komt de stichtingsdatum op 12 maart 1301.

    Misschien vieren we het grote feest volgend jaar wel te vroeg.

Terug naar de 700 jaar index pagina.