700 jaar stad Wijk bij Duurstede

'De vlucht naar Egypte' verstopt tijdens beeldenstorm

Wijkse Courant 23 augustus 2000

    Wijk bij Duurstede - (door Frank Brouwer) Enkele weken geleden bekeken wij op deze plek enige vondsten die waren gedaan tijdens de vele opgravingen die in Wijk hebben plaatsgehad. De resultaten van het archeologische onderzoek wezen echter vooral terug naar het oude Dorestad. Uit de periode na de stadsstichting zijn natuurlijk ook wel prachtige herinneringen overgebleven. Vandaag aandacht voor het enorme houten beeld uit ongeveer 1510 getiteld De Vlucht naar Egypte. Dit speciale beeld dateert mogelijk uit de tijd van de bisschoppen van Bourgondië.

    Er is enig speurwerk nodig om de afdeling Religieuze Kunsten van het Rijksmuseum in Amsterdam te kunnen vinden, maar daar staat hij echt midden in het vertrek: een vrij groot beeld van Maria, met haar zoontje op haar handen en gezeten op een ezel op de vlucht naar Egypte. Het is slechts een van de zaken afkomstig uit Wijk bij Duurstede, die over toch grote musea zijn verspreid geraakt. H. Hijmans beschreef al enkele Latijnse geschriften van David van Bourgondië die in de collecties van verschillende musea in Den Haag terecht zijn gekomen en in Utrecht en Luik zijn gewaden bewaard, afkomstig van dezelfde bisschop, die nog altijd bij speciale gelegenheden werden gebruikt.
    Een bijzonder voorwerp uit het Wijk van begin zestiende eeuw is verder een enorm beeld getiteld De Vlucht naar Egypte. Dit beeld van een vluchtende Maria gezeten op een ezel en met haar zoontje in de handen, is speciaal genoeg om eens wat verder te bekijken.

Bisschop Philips van Bourgondië, naar een tekening in de Recuell d'Arras.

Fenomeen

    Het beeld op zich wordt door kenners als 'een fenomeen onder de beeldhouwwerken' beschreven. Vooraleerst is dit zo vanwege de grootte. Het beeld is namelijk 107 centimeter hoog. Het beeld van de vluchtende vrouw met haar kind, gezeten op die ezel, heeft verder een niet te ontkennen charme, die al in 1956 door Jaap Leeuwenberg, werkend voor het Rijksmuseum, werd beschreven: "De charme die van deze groep uit gaat, schijnt zowel jong als oud, leek als kenner te fascineren. Men ondergaat bij dit beeldhouwwerk niet het spel van afwisselende volumes, geraffineerde contouren of van de rhythmische verdelingvan vlakken en lijnen, maar hier geniet men van een folkloristische, een intiem-huiselijke weergave van het dier en zijn berijdster."
    Het beeld is inmiddels getypeerd als zestiende-eeuws, afkomstig uit Noord-Nederland, mogelijk Utrechts. Waarschijnlijk diende het beeld als wandfiguur, hetgeen afgeleid wordt uit het feit, dat de achterkant afgeplat is. Mogelijk hing het boven een altaar. Hierbij wordt ervan uitgegaan, dat ook een afbeelding van Jozef bij het totale werk hoorde. Dit gedeelte is echter in de loop van de tijd verloren gegaan. Onderzoek heeft verder nog niet kunnen uitwijzen, waar het beeld uiteindelijk van afkomstig is. H. Hijmans nam aan, dat het een onderdeel was van de erfenis van Philips van Bourgondië. Op een bewaarde lijst van nalatenschappen van deze bisschop komt het beeld echter niet voor. Hijmans voert als commentaar daarop aan, dat deze inventaris wel op meerdere punten inmiddels al incompleet was gebleken.

Beeldenstorm

    Zo had het Oud-katholieke museum in Utrecht enkele gewaden in bezit die wel uit de verzamelIng van de Bourgondiërs kwamen, maar niet op de lijst stonden. In 1968 oppert wetenschappelljk ambtenaar verbonden aan het Rijksmuseum, W. Halseman-Kubes, een andere mogelijkheid. Hij geeft aan dat het beeld, net als veel andere beelden in andere plaatsen, wel eens tijdens de beeldenstorm door de vroedschap kan zijn verstopt en zo terecht kan zijn gekomen op de zolder van het Wijkse raadhuis.
    Daar op die zolder werd het beeld pas honderden jaren later weer teruggevonden. Het was pastoor J.W. Pruijn die het beeld in 1903 op de zolderkamer terugvond. Pruijn zag onmiddellijk de schoonheid van het kunstwerk in. Op 20 februari van dat jaar vroeg de pastoor het college van burgemeester en wethouders of het niet mogelijk was, dat hij tegen een billijke prijs koopt "een oud en nogal beschadigd houten beeld van ongeveer 80 cm hoog, voorstellende eene moeder met kindje, gezeten op een ezel".

De vlucht naar Egypte, houten beeld afkomstig uit de verzameling van de Bourgondische bisschoppen, Rijksmuseum Amsterdam.
Illustratie uit 'Wijk bij Duurstede' van H.Hijmans.

Antiquair

    In de raadsvergadering van maart wordt duielijk, dat het voorgestelde bedrag van 25 gulden door de bestuurders van de stad aan de lage kant wordt gevonden. De pastoor verdubbeld zijn bod, echter de toevallige in Wijk bij Duurstede verblijvende antiquair Van 0s gooit roet in het katholieke eten. Deze specialist ziet onmiddellijk het mooie van het ouden beeld in en doet ook een bod. Van Os is bereid om maar liefst 125 gulden te betalen en geeft hierbij aan, dat het op een weldra te houden verkoping van antiquiteiten wel eens twee maal zoveel zou kunnen opbrengen. De bedragen lopen dan zo op, dat burgemeester D.F.J. van Walsem vervolgens besluit om achter gesloten deuren met het stadsbestuur over een mogelijke verkoop verder te praten. Voorstellen om het beeld zelf in Amsterdam te gaan verkopen, of om verkoop via een advertentie te laten plaatsvinden, worden door de omslachtigheid of omdat dan de kosten te hoog kunnen oplopen, afgewimpeld. Uiteindelijk krijgt het college de ruimte om het beeld te verkopen, maar niet voor minder dan tweehonderd gulden.

Rijksmuseum

    Inmiddels hadden de verhalen over het beeld klaarblijkelijk ook andere Nederlanders wakker geschud. Op 13 mei 1903 kwam op het stadskantoor een brief uit Amsterdam binnen. De directeur van het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst (tegenwoordig het Rijksmuseum) wilde het beeld wel kopen en wel voor een bedrag van 250 gulden. Raadslid Vernooy twijfelde nog. Nu de prijs toch nog explosief bleef stijgen, dacht hij dat het beter was het beeld publiekelijk te verkopen. Vernooy wist zijn collega raadsleden niet te overtuigen. Met een stemverhouding van acht voor en twee tegen werd de verkoop aan het Nederlandsch Museum op 14 mei 1903 door de Wijkse raad goedgekeurd.
    Het is ongetwijfeld jammer te noemen, dat de toenmalige Wijkse gemeenteraad de charme van het oude beeldje niet inzag, anders was het misschien nooit voor Wijk bij Duurstede verloren gegaan. Een andere overweging, van mevrouw E. van Nimwegen-Seggelink klopt echter ook wel weer. Zij schreef: "Een betere plek en meer publiek dan in het Amsterdamse Rijksmuseum zijn haast niet denkbaar."

Terug naar de 700 jaar index pagina.