700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Denkend aan Wijk

Gijsbrechts erfenis

      700 jaar geleden gaf Gijsbrecht van Abcoude stadsrechten aan Wijk bij Duurstede. Dit is een historisch feit en dat willen we vieren. Veertig jaar geleden kwam ondergetekende naar Wijk bij Duurtsede, een feit dat uitsluitend betekenis heeft voor mijzelf. Hoewel misschien weinig voor de hand liggend hebben de beide getallen, 700 en 40, iets gemeen: zij markeren elk een tijdsgewricht. Ik kan dat het beste aantonen door te beschrijven hoe ik Wijk bij Duurtstede in 1959 aantrof: ALSOF DE TIJD HAD STILGESTAAN. De enige 'groei' die de stad sinds Gijsbrechts gulle geste in 1300 tot stand had begracht, bestond uit een sliertje woningen langs de Hoogstraat en de Zandweg. Deze laatste, nota bene de hoofdtoegangsweg tot de stad, deed zijn naam nog alle eer aan: van enig samenhangend plaveisel, trottoir, fietspad of beplanting was geen sprake.
      De stad zelf verkeerde in een deplorabele staat. Er was een heuse achterbuurt, dicht bebouwd met merendeels krotwoningen, die soms letterlijk tegen elkaar leunden. In en bij deze onderkomens werden op tal van plaatsen varkens gehouden; de meeste woningen hadden een privaat, bij sommigen ontbrak een keuken en bestond het enige tappunt uit een buitenkraan op de achterplaats. Ze hadden open slaapzolders onder onbeschoten kappen. De overheid had in die tijd bordjes in voorraad met de tekst: 'ONBEWOONBAAR VERKLAARDE WONING'. Die werden aangebracht op de voorgevels van huizen die door hun eigenaren (meestal huisjesmelkers) verwaarloosd werden. Hier prijkten ze nagenoeg huis aan huis. Behlave een (gemetseld!) riool in enkele belangrijke straten (Markt, Peperstraat), ontbrak een riolering; septictanks en beerputten voorzagen in de behoefte(n). 'Binnen de veste' waren nog twee boerderijen in bedrijf; zij loosden, tesamen met de overstorten van de septictanks, hun gier en drek onbelemmerd op de stadsgracht. Het huisvuil werd opgehaald met paard-en- (open)wagen en de stadsomroeper deed zijn ronde op de fiets, gewapend met bel en toeter.
      Dit archaïsch geheel werd bestierd vanuit het stadhuis op de Markt dat onderdak bood aan de burgemeester en de secretaris, vijf ambtenaren (ik werd de zesde), het politiebureau, twee arrestantencellen en één w.c. Zo samengevat dreigt een wel zeer negatief beeld te ontstaan van Wijk bij Duurstede in een nog niet zo ver verleden. Ik haast mij daarom te verklaren dat het ongemeen schilderachtig was, de soort 'schooonheid van het verval' die ook schilders het liefst op hun doeken vastleggen. Bovendien ervoeren de bewoners hun leefomgeving zelf niet als primitief; zij kwamen over als zelfbewust en op een bepaalde manier zelfs chauvinistisch. Maar het tekent wel het beeld van een stad die in een tijdsgewricht van bijna 700 jaar niet of nauwelijks was veranderd.
      In de veertig jaar dat ik Wijk bij Duurstede ken is daarin wel heel drastisch verandering gekomen. Met name in de laatste decennia beleeft de stad een ware metamorfose, een groei-explosie gepaard aan een ongekende restauratiewoede. Het dode stadje van weleer is veranderd in een levende, bruisende gemeenschap. De Wijkenaren zijn weer trots op hun stad en nu met reden!
      De 700-jaar-oude erfenis van Gijsbrecht van Abcoude wordt eindelijk gehonoreerd.

P. Th. L. van Wijk
Oud gemeente-architect

Terug naar de 700 jaar index pagina