700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Denkend aan Wijk

Hommage aan Toon Callaars

      Denkend aan Wijk wil ik even stil staan bij de steenfabriekarbeiders, de inzetters, uitkruiers, opzetters, afstrijkers, opsnijders, kuipmannen (de kleimakers) en de stokers en niet te vergeten de Bazen en de eigenaren (de Heer). Het is ook een hommage aan m'n vader, Toon Callaars, die van 1924 tot 1973 op de steenfabriek de Bosserwaarden heeft gewerkt. Een man die in 1924 met z'n vader, broers en zus en andere gezinnen met hun weinige have en goed, op een ijskoude dag in januari op een boot van Bemmel via Lobith naar Wijk voer. In de haven werd de kostbare lading aan wal gezet en werden ze op karren naar de Bosserwaarden vervoerd en gehuisvest in een armoedig huis.
      Wijk had toen twee soorten werk: op de steenfabriek of in het fruit. Bijna vijftig jaar heeft hij daar gewerkt, en velen met hem, in goede en slechte tijden. In regen, koude en hitte, zonder kantine, met een kruikje koude thee en 21 boterhammen met tevredenheid en vet spek. En zaterdag's middags in de rij met de pet in de hand wachten op je zuur verdiende loon.
      In de tijd van hoog water gingen ze met een roeibootje van de dijk naar de fabriek, iedere keer weer angstig voor de thuisblijvers. En soms door het roeien wel anderhalf uur later thuis. In de crisistijd heeft hij nog af en toe met zijn broers voor een schamel loon mogen werken en voor de rest was de uitdrukking: je gaat de dijk maar op. Dat was dan twee maal per dag stempelen, om tien uur 's morgens en om drie uur 's misddags op de fiets met een belastingplaatje met een gat erin.
      In die tijd ging je met elf jaar van school en aan het werk. Hij heeft daarom veel aan zelfstudie gedaan en is daarmee een eind gekomen. In de oorlog kwam voor bijna iedere arbeider het verplichte graven in de bagger van de Noordoostpolder.
      Na de oorlog ging mijn vader als voorman in de fabrieksarbeidersbond, wat hem door de bazen niet in dank werd afgenomen. De arbeiders organiseerden zich massaal. Hij volgde Gert Dirksen op als voorzitter van de K.A.8. en deed enorm veel in het vakbondswerk, volgde cursussen en bouwde, net zoals velen, Nederland en Wijk weer op.
      Van 25 oktober 1945 tot 1 juli 1947 zat hij in de noodgemeenteraad samen met C.J. de Bruin, A.J.J. van Bemmel, A. van Putten, A.A. Schippers, H.J. van de Hoff, H.J. Kippersluis, M. van Willigenburg, J. Deen, J. Qualm en J.P.G. Wijnand. Hij bleef in de gemeentepolitiek actief. Hij heeft in vele gemeenteraden van diverse signatuur gezeten hij heeft veel dingen moeten slikken. Hij liet dat echter nooit merken; rancune was hem vreemd.
      Twee keer is hij met een arbeiderspartij gekomen. De eerste keer werden er vijf leden van in de raad gekozen de tweede keer vier leden. Na die tijd werd hij al dan niet gedwongen weer ingelijfd bij de K.V.P. Hij was wethouder van 1958 tot 1962. In 1968 werd z'n wethouderschap verijdeld door zijn werkgever, want op een bezetting van 131 arbeiders kon hij geen anderhalve dag gemist worden. Hij kreeg gelukkig een waardige opvolger in de heer N.C. Vernooy.
      Ook zat hij direct na de oorlog in het armbestuur, het was de beste getuige van armoede die je kon hebben. Hij kende de noden van de mensen en kon er binnenlopen. Reken erop dat ook de vrouwen een ontzettend zwaar leven hadden.
      Verder heeft hij z'n gezin in harmonie en zo min mogelijk onenigheid groot gebracht. Toch mis ik vaak nog het Wijk van toen, toen je iedereen nog kende, de saamhorigheid, iedereen hielp elkaar. Maar helaas, het is niet meer en toch ben ik blij in Wijk te wonen en te leven. Het is er zo mooi. Ik ben hem, mijn vader, nog altijd dankbaar.

Dorien Loeffen-Callaars
dochter van Toon Callaars

Terug naar de 700 jaar index pagina