700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Denkend aan Wijk

Wijk stroomt door m'n aderen

      Denkend aan Wijk... ik fietste met een groep jongens van 12 tot 15jaar door Wijk bij Duurstede. Ik werkte als groepsleider op Valkenheide, het zal 1973/1974 geweest zijn en we waren op weg naar een camping in Chaam en Wijk werd een plek voor een gedwongen rust. We hebben op het terras gezeten van De Engel en een fiets moeten laten repareren bij een fietsenmaker in de Peperstraat, nee, niet die. Dat was mijn eerste ervaring met Wijk, nooit bevroedend dat we daar zo'n tien jaar later kwamen wonen. Wat vonden we het verschrikkelijk, dat eerste jaar. Margot mijn vrouw verwoordde het bijna perfect: "Ik heb het gevoel dat we op een zeer luxe camping wonen." Wat was het er kaal. Evert, een vriendje en ook buurman, liep dwars door de achtertuinen om een praatje te maken. Op Valkenheide woonden we tussen de bomen in een prachtig minuscuul klein huisje. De kinderen zijn daar geboren en van klein tot iets minder klein geworden en wat waren we gelukkig daar. We moesten weg, ik werkte al in Amsterdam als docent Handvaardigheid en het huisje was een dienstwoning en dat moesten we zo snel mogelijk verlaten.
      Denkend aan Wijk... als we na een vakantie of familie bezoek de dijk opreden bij Amerongen en we zagen Wijk liggen, heeft het lang geduurd voor we het gevoel kregen van thuis komen. Ja, dat eerste jaar was niet best.
      Denkend aan Wijk... daarin heeft Toverdo een sleutelrol gespeeld. Zij hebben mij als eerste het "Wijk-gevoel" gegeven. Ik heb daar mooie dingen gedaan. En zoals het zo vaak gaat ging de bal toen aan het rollen. Roel Tijhof 'ontdekte' mij en ik kreeg prachtige rollen van Peacham in de Driestuiversopera van Bertold Brecht. Daarna kwam Willie de Prokurist in de Mahagonny ook van Bertold Brecht. En de rol van knecht in David van Boutgondië in de regie van Wernard Zilver.
      Denkend aan Wijk... er is altijd een drang geweest om zelf dingen te ontwikkelen. Ik ben mijn hele leven min of meer met theater bezig geweest. Mijn ouders waren beide goede toneelspelers en zangers.
      Denkend aan Wijk... is ook denken aan mijn jeugd. De Koninginnedagen, je mocht je altijd verkleden en ik weet nog exact wat mijn eerste echte rol was, hoe oud zou ik zijn geweest acht of tien, dus het zat er altijd al in en je kunt je afragen waarom het er niet eerder uitgekomen is, daar kunnen we over filosoferen, maar ik geloof ook... het gaat zoals het gaat en kennelijk was ik er nog niet klaar voor.
      Denkend aan Wijk... is ook een Wijkse inwoonster waarmee ik in mijn prille Medemblikse jeugd op een foto sta op een verjaardagsfeestje, die ooit contact met me gezocht heeft, maar waarvan ik niet meer weet wie dat was en hoe ze heette.
      Denkend aan Wijk... is ook Harrie Seelen, als ik die niet had ontmoet, dan had mijn leven er totaal anders uitgezien. Harrie heeft altijd mijn muzikale oprispingen kunnenverwezenlijken en ik heb het altijd alseen twee-eenheid gevoeld, waarbij hij de dingen die ik wilde, maar absoluut niet kon, aanvulde. Je kunt zeggen, ik had/heb veel noten op mijn zang en Harrie zorgde ervoor, dat ik ze letterlijk en figuurlijk kon zingen. Het smartlappenfestival bijvoorbeeld.
      Denkend aan Wijk... is ook het zwaaien naar links en naar rechts en honderden handen geven.
      Denkend aan Wijk... zijn ook mijn eerste regie ervaringen met de ouders van 't Baken. Engeltje Bengeltje Engeltje en Heksen waarbij de cast en ik voor het eerst de smaak van uitverkocht mochten proeven.
      ...is de ontmoeting die ik had op straat vele jaren geleden met Peter van der Hoeven, met een idee, waaruit de Wijkse Kater is ontstaan.
      ...zijn al die mensen die in mij geloven en geloofd hebben maar ook degene die er niet in geloofden.
      ...met als persoonlijke hoogtepunt Mauthausen. De perfecte harmonie tussen gevoel en verstand, Wijk heeft gezien wat ik voor ogen had, maar ook een groep fantastische mensen om mijn heen, die het uiteindelijk moesten doen.
      ...is om het met een goed Nederlands woord te zeggen last but not least: De Koning van Katoren. Dit met een grote groep mensen te mogen maken was een groot voorrecht, waarbij ik stellig van plan ben als 104-jarige de regie nog eens te doen.
      Denkend aan Wijk... welnee Wijk stroomt door m'n aderen, een Wijkse word ik nooit maar ik mag me wel een Wijker noemen.

Karel Schneider

Terug naar de 700 jaar index pagina