700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Schipperen rond Wijk

Loop van de rivieren rond Wijk sterk veranderd

Wijkse Courant 8 augustus 2000

    Wijk bij Duurstede - De Wijkse Havendagen laten de verbinding tussen Wijk en het water zien. Vooral Dorestad was een belangrlijke havenstad. In zevenhonderd jaar is er veel veranderd. De loop van de rivieren heeft de loop van onze geschiedenis grotendeels bepaald. In de naamgeving 'Rijn' en 'Kromme Rijn' is nog steeds terug te vinden dat deze rivieren de oorspronkelijke loop van de Rijn vormen. In het eerste millennium stroomde de Rijn langs Dorestad, vervolgens door Utrecht om bij Katwijk in zee uit te monden.
    Rivieren stromen niet rechtdoor, maar kronkelen. In buitenbochten is een rivier diep en zijn de oevers steil, in binnenbochten loopt de oever glooiend af. Op die ondiepten kunnen geladen schepen niet aan de wal komen, vandaar dat steden altijd aan buitenbochten van rivieren liggen.

Aanlegsteigers

    Dorestad had het ongeluk, dat de rivier zich tijdens de bloeiperiode van de stad afwendde: Dorestad kwam aan een binnenbocht te liggen. Uit opgravingen is gebleken dat de stad in die tijd zo rijk was, dat er geïnvesteerd kon worden in omvangrijke aanlegsteigers, die tot in het diepe water reikten. Die steigers moesten overigens steeds weer verlengd worden omdat de binnenbocht steeds weer verzandde. Begrijpelijk dat Dorestad niet meer kon opkrabbelen nadat de Vikingen het een paar keer verwoest hadden.
    De Lek was in die tijd slechts een lekstroompje, zoals de naam ook al aangeeft, ongeveer zo groot als nu onze Kromme Rijn is. De Linge is nu nog zo'n soort lekriviertje. Het Rijnwater koos steeds meer voor de Lek. In 1122 is drastisch ingegrepen in de rivierloop. De Rijn werd afgedamd, precies in de scherpe bocht bij Wijk. Op deze manier kon het water niet meer het toch al moerassige Holland in.

De tentoonstelling Schipperen rond Wijk is dagelijks te bezichtigen van 10.00 tot 16.00 uur.

Rak van ongemak

    Eeuwenlang is er op de Hollandse rivieren gezeild om vracht te vervoeren. Nederland had in dat opzicht een goede ligging: met de westenwind konden de schepen tegen de stroom opzeilen, met de stroom mee konden ze weer terug varen. De Rijn boven Wijk was echter een berucht stuk. Hier slingerde de rivier zo, dat de schipper die met westenwind tegen de stroom opzeilde, opeens tegen de wind in moest. Omdat daar ook de stroom tegen was, lukte dit niet, dat is begrijpelijk. Dit rak van ongemak, zoals zulke stukken aangeduid worden, is halverwege de negentiende eeuw als een van de eerste grote bochtafsnijdingen aangepakt.
    Zoals op bijgaande stafkaart uit 1871 te zien is, is de grote kronkel, die om de steenfabriek de Roodvoet liep, doorgraven. Daarom ligt de Roodvoet nu voor ons aan 'de overkant'. Die doorgraving bestaat nog steeds, maar dat stuk is nu zelf een dode arm geworden. Dat is in de jaren zeventig gebeurd, toen bij Maurik een stuw met sluizencomplex werd gebouwd, om te lage waterstanden te voorkomen. Daarvoor was een groot nieuw kanaal nodig, dat nu dus precies voor Wijk uitmondt in de Rijn, net voordat deze Lek wordt.

Stafkaarten

    In de tentoonstelling in de oude ijzerloods van scheepswerf Pisano kunnen stafkaarten uit verschillende eeuwen bekeken worden, met daarop de historische loop van de waterwegen. Ook zijn er veel mooie oude foto's te zien van de scheepvaart rond Wijk. En in de haven zijn dergelijke schepen nog twee weekeinden in het echt te bewonderen.

Terug naar de 700 jaar index pagina.