700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Wijkse haven schilderachtig

Wijkse Courant 26 juli 2000

    Wijk bij Duurstede - In het begin van deze eeuw hebben kunstenaars, waaronder Jan Roelof van Nijendaal, artistieke foto's gemaakt van de haven van Wijk bij Duurstede. Een aantal van deze foto's is nu te zien in de tentoonstelling Schipperen rond Wijk, in de oude ijzerloods van scheepswerf Pisano. Die foto's laten duidelijk zien hoe schilderachtig het Gat van de Lek was.
    Neem bij voorbeeld de hierbij afgedrukte foto, gemaakt omstreeks 1920. Daarop staat, mooi in beeld los van de achtergrond, een zandaakje, dat ligt te lossen. De gehele voorgrond wordt door dit zand gevuld. Er loopt een duidelijke diagonaal door het beeld: van rechtsonder tot linksboven vormen de schepen, boom en molen de scheidslijn tussen het donkere linkerdeel en het lichtere rechterdeel. Maar toch is de horizontaal ook sterk in beeld. Zo kan alleen een beeldend kunstenaar een foto maken.
    Historisch is deze foto echter ook interessant. Het is namelijk een tijdsbeeld van het eind van de zeilende vrachtvaart. Dit zandaakje, de Maria van schipper Hendrik Brouwer (een bekend geslacht van zandschippers in Wijk, net als Nout of Berendse) is nog met zeilen uitgerust. Daarachter ligt een motorschip van een schipper uit Eck en Wiel.
    Sander van Gelderen, de buschauffeur die jarenlang op de WABO-bussen tussen Utrecht en Wijk gereden heeft, werkte in zijn jongenstijd op dit zandaakje. Hij moest dan op zaterdag bijscheppen om het scheepje te helpen lossen. Hij weet nog dat er niet alleen gezeild werd, want in het vooronder stond een motor, een Renes. Deze motor werd voor twee doelen gebruikt: voor het baggeren van zand, en voor de voortstuwing. Via een ketting dreef de motor een as op het voordek naast de mast aan. Door de as de ene kant op te schuiven, pakten klauwtjes de as van de lier, naar de andere kant werd de scheepsschroef aangedreven. Deze schroef zat niet, zoals nu gebruikelijk, aan de achtekant van het schip, maar hing los langszij. Dit systeem wordt dan ook een zijschroef of lamme arm genoemd. Als de schroef niet gebruikt werd, werd deze met as en al opgetakeld uit het water. Zo kon het schip toch langs de wal aanmeren. Deze vorm van voortstuwing was eigenlijk hetzelfde als zeilen: er was geen achteruit om te stoppen. Maar dat was men in die tijd gewend.

Zandaakje 'Maria' van Hendrik Brouwer in de haven van Wijk bij Duurstede.

Hijsboom

    Het motortje in het vooronder was eigenlijk bedoeld voor het zwaarste werk: het beugelen. Daarom werd de lier aangedreven. Met de lange hijsboom, die op de foto omhoog gehesen is om niet in de weg te zitten tijdens het lossen, werd de beugel (een zandschep) in het water getakeld. Met de lange witte boom werd de beugel in de bodem geduwd, terwijl hij met de lier omhoog getakeld werd. Zo schepte de zandschipper met hand- en motorkracht zand uit de rivier totdat het schipvol was. Dan moest weer naar Wijk gevaren worden. Als er wind stond werd er gezeild.
    Vaak kwam men van boven (dus vanaf richting Arnhem) en moest er gelaveerd worden tegen de westenwind in. Wanneer het hard waaide, ging het water in de rivier hol staan, vooral in de lange rakken waar de wind vat op had. "Dan moesten we uit alle macht pompen", weet Sander van Gelderen nog. "De golven sloegen dan over het voordek. De schipper bond dan de roeiboot, die we altijd mee hadden, dicht tegen het achterschip aan. Als de aak vol zou slaan moesten we meteen in de roeiboot springen, want we konden geen van allen zwemmen." De roeiboot is op de foto nog net te zien.
    Al het zand dat met moeite in het schip geschept was, moest ook weer met de hand gelost worden. Dat gebeurde met de kruiwagen, die over een lange plank, de richter, naar de wal gereden werd. Zo werden ook stenen gelost, die geladen waren bij de steenfabrieken. Op platte kruiwagens werden ze naar de wal gekruid. Achter de walmuur was het tramspoor, dat naar Utrecht ging. De stenen moesten daarheen gekruid en op de platte wagons gestapeld worden.
    Tenslotte vragen ook andere historische details om aandacht. Op de achtergrond staat een aantal woonwagens. En kijkt u eens naar het scheepswerfje, met een grote Hagenaar op de helling. In die tijd waren Henk en Jan van den Hurk de werfbazen. Een klein deel van de loods die op de foto te zien is, bestaat nog: precies, daarin wordt nu de tentoonstelling gehouden!
    De tentoonstelling Schipperen rond Wijk is dagelijks gratis te bezichtigen van 10.00 tot 16.00 uur.

Terug naar de 700 jaar index pagina.