700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Van onbeduidend stroompje to slagader in cultuurlandschap

Geschiedenis van de Kromme Rijn

Wijkse Courant 12 juli 2000

    Wijk bij Duurstede - (door Frank Brouwer) Water is de komende maanden een terugkerend onderwerp in de verhalen over de geschiedenis van Wijk bij Duurstede. Zoals vorige week al aangekondigd, bekijken we vandaag de totstandkoming en de geschiedenis van de Kromme Rijn verder. We kijken hoe het gebied van Langbroek werd ontgonnen en hoe de huidige situatie aan het begin van de Kromme Rijn in de negentiende eeuw tot stand is gekomen.

    Dat ook na de aanleg van de dam niet iedereen er echt blij mee was, bleek in 1165 toen de graaf van Holland, Floris III, bij de Duitse keizer om afbraak van de dam vroeg. De Dam, zo beargumenteerde de graaf, zorgde voor waterproblemen stroomafwaarts van de Lek (die inmiddels de echte hoofdstroom was geworden). De keizer vond het voorstel echter maar onzin en de dam mocht gewoon blijven waar hij was.
    De bisschop van Utrecht was natuurlijk wel blij met de afsluiting bij Wijk. Eindelijk kon de wildernis bij Langbroek echt worden ontwikkeld. De resultaten van de ontginningen zijn vandaag de dag in het Langbroekse nog zeer goed te zien. Er werd volgens een duidelijk plan en met vaste maten gewerkt. Het nieuwe landbouwgebied werd namelijk verdeeld in kavels van 1250 meter lang en 113 meter breed. Afwatering was mogelijk via de weteringen die aan beide zijden van de kavels werden gegraven en via de ontwateringsloten die als grensaanduiding tussen de kavels in kwamen te liggen. Deze ontginningswijze is vandaag de dag nog steeds goed in het landschap waar te nemen.

Kolonisten

    Voordat al dit werk echt ging plaatsvinden, had de bisschop overigens de grond al aan plaatselijke geestelijken en andere hoge mensen verkocht. Het echte werk lieten zij dan weer over aan de zogenaamde kolonisten die de grond gingen bewerken. Op elke kavel was plaats voor één boerenbedrijf.
    De loop van de Rijn achter de dam was overigens niet zoals wij die die tegenwoordig kennen. De uiteindelijke opening naar de Lek kwam te liggen in de Lekdijk. Vandaag de dag is die opening nog steeds in de dijk aanwezig. De Rijn begon nameijk oorspronkelijk in de stadsgracht. Het is nu nog steeds zo, dat de singel om de stad bij de voormalige vrouwenpoort in de Lek uitmondt. Vroeger liep daarlangs dus de Rijn om de stad heen. Bij de zogenaamde Rijnpoort verliet de rivier de stad. Hier heeft lange tijd een binnenhaventje gelegen, waarvan in 1950 het laatste gedeelte is gedempt. De straat Langs de Rijn herinnert aan het feit, dat daar de Rijn van Wijk wegstroomde, De bijnaam stinkenrijn voor de singel rond Wijk, verwijst waarschijnlijk naar het feit, dat deze singel ooit eigenlijk een stukje van de Rijn was.

De Lekdijk bij Wijk bij Duurstede gezien vanuit het zuiden met daarin opgenomen de in 1112 gelegde Kromme Rijndam met de voormalige inlaatduiker. (Illustratie uit 'De Kromme Rijn' van Ad van Bemmel, uitgave van de Historische Kring Tussen Rijn en Lek.)
Foto Ad van Bemmel

Onbeduidend stroompje

    Na de afdamming verviel de rivier tot een waarlijk slechts onbeduidend stroompje. Een gevolg van het feit, dat het water maar rustig stroomde was, dat de rivier enorm begon te kronkelen. Zo erg werden de bochten, dat vanaf ongeveer 1500 en zeker na 1526 de naam Rijn veranderde in Kromme Rijn. Dat er op een gegeven moment maar weinig water in de rivier heeft gestaan, is ook af te leiden uit bijvoorbeeld de kaart die Jacob van Deventer in 1560 van Wijk maakte. De kaartenmaker, die bekend stond om zijn precieze werk, vond het niet nodig de Kromme Rijn op zijn werk af te beelden.
    In de zeventiende eeuw pas werd de Kromme Rijn van een bijna definitieve verzanding gered. In 1631 werd op landelijk niveau besloten, dat er in Nederland een netwerk moest komen van trekvaarten metjaagpaden. In 1633 werd hiertoe bij Cothen de Cotherdrift gegraven en langs de hele Kromme Rijn een jagerspad aangelegd. De plaatsen langs de rivier werden zo met Utrecht verbonden. De industriallsatie die na 1850 ook in Nederland goed doordrong, zorgde ervoor dat scheepvaart mechanisch kon geschieden.Om dit mogelijk te maken werd de rivier ingrijpend verbeterd. Er werden loswallen en loskaden aangelegd.

De inudatiesluis in de Kromme Rijn bij de Korte Singel. Op de achtergrond van deze ansicht uit circa 1900 is links de R.K. kerk 'De Peperbus' te zien.
Illustratie uit 'Wijk bij Duurstede van 1900 tot nu', uitgave van Geijt Productions Hulst.

Verdedigingssysteem

    Een volgende grote verandering vond plaats in de periode 1867 /1868. Het Ministerie van Defensie eiste een deel van de kromme Rijn op. Het stuk tussen Wijk en Odijk moest deel gaan uitmaken van de Nieuwe Hollandsche Waterlinie, van het verdedigingssysteem van Nederland dus. De rivier werd uitgediept, op sommige plaatsen verbreed, er werden sluizen aangelegd en enkele vreemde bochten werden afgesneden.
    De oude waterinlaat bij de Vrouwenpoort aan de westkant van de stad, werd verder vervangen door de huidige (inundatie)sluls aan zeg maar de andere kant van de walmuur. Hiertoe werd vlak voor de stad een nieuwe rivierbedding gecreëerd. Verbeteringen in 1880 zorgden er onder andere voor, dat de brug over de Langbroekseweg werd aangelegd.

Slagader

    Na 1930 ging de economische functie van de Kromme Rijn verloren. De kersen en het koren werden op andere manieren naar de verschillende bestemmingen vervoerd. Terecht wijst de Cothense historicus A. van Bemmel op het feit, dat een hernieuwde belangstelling voor de rivier in de laatste helft van de vorige eeuw weer kwam opzetten. De belangstelling was nu echter niet economisch, de rivier werd nu bekeken als slagader van een prachtig cultuurlandschap genaamd het Kromme Rijngebied.

Terug naar de 700 jaar index pagina.