700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Denkend aan Wijk

Vier jaar in raamloos opkamertje

      Ik was negentien en Riekie zestien toen wij met elkaar trouwden. Heel Wijk stond op z'n kop. Ons huwelijk zou volgens oude Wijksen geen half jaar stand houden. Ik stond namelijk bekend als een ondeugend joch. Zo eentje waarbij iedereen zich afvroeg wat er later van terecht moest komen. In het bijzijn van twee getuigen zijn wij in het stadhuis voor de wet getrouwd. Mijn ouders, die hotel 't Schippershuys dreven, waren er fel op tegen. Mijn vader had om die reden zelfs mijn accordeon afgepakt. Twee dagen later voltrok een pastor in het nonnenhuis ons kerkelijk huwelijk. Niet om tien uur's morgens, zoals wij iedereen hadden verteld, maar om zeven uur's morgens. Zo ontliepen wij het commentaar en de nieuwsgierige blikken.
      Op ons nieuwe woonadres vertelde de melkman hoe rond die tijd een menigte mensen had staan wachten. Ze hebben niets gemist, want we hadden geen bloemen, geen ringen, geen trouwkleren, niets, helemaal niets. We zijn nu ruim vijftig jaar verder en Riekie en ik zijn nog steeds bij elkaar.
      Door onze kinderen en aangetrouwde kinderen hebben wij een goede oude dag, maar daar zag het vroeger niet naar uit. Denkend aan Wijk denk ik aan de armoede, aan de mensen die in een bedstee op stro sliepen en geen kachel hadden om het huis te verwarmen. Ook Riekie en ik waren arm. Vier jaar hebben wij als jong getrouwd stel in een raamloos opkamertje aan de Peperstraat gewoond. Buiten was de wc. En omdat Riekie de keuken van de hoofdbewoner, de verhuurder, niet mocht gebruiken, moest zij ook buiten op een petroleumstelletje het eten koken. Regen betekende dus geen warm eten.
      In die tijd kregen wij onze drie kinderen. Met hard werken heb ik mijn gezin kunnen onderhouden. Van Van Putten, die een snackbar op de hoek van de Volderstraat en de Maleborduurstraat had, leende ik een accordeon. Die goeie man zei : "Neem jij hem maar mee. Als je een paar centen verdiend heb. geef je wat, als je te weinig verdiend heb, geef je niets." Zodoende kon ik naast mijn werk als dakdekker wat bijverdienen op bruiloften en partijen. Dat betekende soms 's nachts vier uur thuiskomen en 's ochtends zes uur weer op. Een leuke, maar zware tijd. Met mijn trio heb ik overal gespeeld, in heel het land, voor iedere gelegenheid, bij rijk en arm.
      Door wat ik heb gezien, zeg ik: arbeidersmensen zijn de netste mensen. Veel kinderen van vrienden uit de Wilhelminastraat zijn daardoor goed terechtgekomen, want intelligentie verloochent zich niet. Wijk is in de loop der jaren enorm veranderd, oude Wijksen zie je steeds minder. Eén ding blijft gewaarborgd: ik mag dan als accordeonspeler niet meer zo actief zijn als vroeger, voor goede muziek kunnen de mensen nu bij mijn kleinzoon Jos terecht. Hij is trombonist in een band en als musicus vele malen beter dan z'n opa. In hem vindt Wijk mijn muzikale opvolger

Jos Brouwer

Terug naar de 700 jaar index pagina