700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Het belang van Dorestad lag vooral in de handel

Wijkse Courant 24 november 1999

    Dorestad heeft voor veel mensen een magische klank. In zijn tijd was deze plaats een van de grootste en belangsrijkste havens op de wereld. Over de ware grootte van het oude Dorestad is pas bij opgravingen vanaf het eind van de jaren zestig duidelijkheid. Tot dan toe was het eigenlijk maar gissen geweest.

    De eerste opgravingen hadden in de vorige eeuw al plaatsgevonden. In 1840 begonnen de inwoners van Wijk uit armoede in de grond te graven. Rond het gebied van de huidige Hoogstraat werd gezocht naar botten, die verkocht konden worden voor de lijmfabrieken of konden dienen als meststof. De beendergraverijen groeven maar raak, in de Wijkse grond bleken veel beenderen te liggen.
    De aanwezigheid van zoveel beenderen schudde ook de oudheidkundigen wakker. Zulke hoeveelheden konden wel eens wijzen op de aanwezigheid in het verleden van een grote stad. Vanaf november 1842 werden dan ook onder leiding van L.J.F. Janssen, een bekend oudheidkundige, serieus naar restanten van de oude nederzettingen gegraven. De eerste restanten van Dorestad werden toen blootgelegd.

Marktplaats

    Vervolgens duurde het bijna tachtig jaar, voordat de volgende georganiseerde opgravingen plaatsvonden. In 1923 werd J.H. Holwerda aangewezen als hoofd van de opgravingen. Onder zijn leiding werden er onder andere resten van een vroeg middeleeuwse marktplaats gevonden. De ware grootte van de vroegere handelsplaats kon echter pas bepaald worden na de opgravingen die vanaf 1967 hebben plaatsgevonden. Historici gaan er tegenwoordig van uit, dat Dorestad een plaats is geweest met duizenden inwoners.
    In die tijd waren plaatsen met zoveel inwoners echt groot. Langs de Rijn lagen de huizen over een lengte van twee kilometer en over een breedte van enkele honderden meters. Dorestad was qua oppervlakte twee tot drie keer zo groot als de oude binnenstad van het huidige Wijk bij Duurstede.

Handel

    Over de oorsprong van Dorestad bestaat nog geen zekerheid. Nadat de Romeinen rond 400 uit het gebied wegtrokken, daalde waarschijnlijk ook het aantal inwoners in het gebied. Waarscijnlijk zijn op een bepaald moment de nog aanwezige boeren weer begonnen met handelen, omdat zij in staat waren meer te produceren dan ze zelf nodig hadden.
    Langzaam begon Dorestad te ontstaan. Zeker is, dat in 630 Dorestad weer bestond en zelfs enig belang had. Er zijn namelijk uit die tijd stammende munten gevonden van de hand van de muntmeester Madelinus. Het maken van munten gebeurde in die tijd slechts op enkele aangewezen plaatsen. Het feit dat dit ook in Dorestad gebeurde, betekende dat deze plaats enig belang moest hebben.

Franken en Friezen

    In de zevende eeuw was het rivierengebied een grensgebied. Friezen en Franken bestreden elkaar om de macht. Dan waren de Franken de baas (onder Peppijn II), dan weer de Friezen (Radboud). Pas na de inname in 734 door Karel Martel behoorde het gebied rond Dorestad en Trajectum (nu bekend als Utrecht) definitief onder de Franken. Het belang van Dorestad lag dus vooral in de handel. Waarschijnlijk lag de plaats namelijk op een kruising van de rivieren. Via Dorestad kon je over de Oude of Kromme Rijn varen naar Katwijk aan Zee (en zo naar Engeland). Via de Vecht was het noordelijk deel van het Friese Rijk haalbaar. Via de Waddenzee kon je naar Scandinavië en via de Lek lag de weg naar Frankrijk open.
    Dorestad lag dus op een knooppunt, ideaal voor een grote stapelplaats. Uit alle hoeken van de wereld (Griekenland, Italië en Syrië) kwamen dan ook handelaren naar Dorestad om hun handelswaar aan te bieden.

Puinhopen

    Het toppunt van de welvaart van Dorestad lag tussen 725 en 850. Vooral onder de heerschappij van Karel de Grote (768 - 814) ging het de plaats voor de wind. Onder diens opvolger Lodewijk de Vrome (814 - 840) begon het verval en na de plundering van 863 werden de puinhopen niet meer opgeruimd. Het machtige Dorestad behoorde tot het verleden.

Terug naar de 700 jaar index pagina.