700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Denkend aan Wijk

Ruim 45 jaar op de markt

      Als jochie van 14 jaar, de jongste uit het gezin, moest ik met mijn vader mee naar de markt. Leren vonden mijn ouders toen niet zo belangrijk. Zes klassen lagere school onderwijs en een jaar voortgezet lager onderwijs (VGLO) was wel genoeg. Toen ik hier op de markt kwam, eerst met mijn vader, had Wijk bij Duurstede ongeveer 3000 inwoners. Het was een gezellige tijd, de mensen hadden minder te besteden dan nu. Vroeger werkte meestal de man. De vrouw deed het huishouden en zorgde voor de kinderen.
      Wij verkochten toen een half pond drop voor 49 cent in ongeveer tien soorten. Nu zijn het ruim 100 soorten. Koekjes 300 gram f 0,50, rumbonen 200 gram toen f 0,55, nu f 3,50. Toen ik met mijn vader meeging hadden we zes markten. 's Morgens vroeg vijf uur uit bed en 's middags vier uur thuis. Dat waren dan ochtendmarkten. Zaterdag was en is nog steeds een dagmarkt in Utrecht.
      Toen was dat van vier uur 's morgens weg tot 's avonds half elf. Nu van vier uur tot half zeven. Weer of geen weer, wij staan altijd voor de mensen klaar. Ook zijn er gelukkig nog steeds veel mensen die op ons rekenen dat wij komen. In 1972 ben ik met mijn gezin van Utrecht naar wijk bij Duurstede verhuisd. Erg gezellig. Vanaf 1962 ben ik zelfstandig ondernemer geworden. Van geboorte ben ik een echte Utrechtenaar. Maar nu na al die jaren hier in Wijk bij Duurstede op de markt te staan, voel ik mij een echte Wijkse worden. Ik werk met mijn dochter, schoondochter, zoon en vriendin Riet en nicht.
      Vroeger maakten wij ook nog wel eens wat mee. Op een vrijdag kwamen we van de markt uit Amersfoort. De auto maakte een enorm lawaai onder de motorkap: lagers eruit gelopen, geen olie. Je had ook toen die tijd niet het beste materiaal en financién. De auto kon niet gemaakt worden die dag. Dus tot één bakfiets huren. Dat kostte toen, 45 jaar geleden, 35 cent per dag. Dus zaterdag 's morgens om drie uur maar met de bakfiets naar de markt, vier keer heen en weer rijden. Wij woonden op de Croeselaan in Utrecht en dan moest het naar de Paardeveldmarkt, anderhalve kilometer heen en terug ook anderhalve kilometer, en dat vier keer. En elke keer als je weer aankwam met een bakfiets handel en het zweet overal vandaan kwam, bleef je vader maar mopperen dat je steeds zolang wegbleef. Tongejonge, waar blijf je nou, man. Dat waren andere tijden dan nu. Nu hebben de meeste mensen het gelukkig goed. In juni hoop ik 61 jaar te worden en hoop ik nog effe door te gaan. Ik heb drie kinderen en vier lieve kleinkinderen. Dus nog effe volhouden.

Appie Verhoeven
dropspecialist

Terug naar de 700 jaar index pagina