700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Artistiek talent uit Wijk: Jan Roelof en Jaap van Nijendaal

Wijkse Courant 17 mei 2000

    Wijk bij Duurstede - (door Frank Brouwer) Op het gebied van kunst en cultuur heeft ons klein stadje aan de Lek gedurende de afgelopen zevenhonderd jaar vaak een rol van betekenis gespeeld. Was het enkele honderden jaren geleden het hof van de bisschoppen uit het huis van Bourgondië, vandaag de dag trekt het maandelijkse Culturele Rondje ook heel wat bekijks. Vandaag in de verhalen over de geschiedschrijving van Wijk bij Duurstede daarom aandacht voor waarschijnlijk de belangrijkste kunstenaars die Wijk daadwerkelijk heeft voortgebracht: de familie Van Nijendaal.

    Op 5 december 1880 werd Jan Roelof van Nijendaal geboren in Wijk bij Duurstede. De pasgeborene was de tweede zoon van Jacobus van Nijendaal en Jantjen Jan Panders. De kleine Jan Roelof had een broer (Gerrit) en twee zussen (Petronella en Ymke). De familie Van Nijendaal stond in Wijk bekend als huisschilders. In navolging van zijn vader had Jacobus van schilder en behanger zijn werk gemaakt. Het bedrijf van vader Jacobus werd dan ook een familiebedrijf, waarin ook de zonen Gerrit en Jan Roelof een positie kregen.
    Echter beide zoons bleken zich niet in het huisschildersvak thuis te voelen. Gerrit stapte op om in Wijk aan de slag te gaan als expediteur en Jan Roelof had eigenlijk meer interesse in het artistiekere schilderswerk. Zo volgde hij in Amsterdam cursussen hout- en marmerschilderen en bekwaamde hij zich in het beschilderen van gestucte muren en plafonds. De jongste zoon van Jacobus trouwde in 1915 in Zwolle met Johanna Evers. Na het huwelijk gingen zij wonen in bet huis Muntstraat 7.

Crisisjaren

    Hoewel Jan Roelof al snel een voorliefde toonde voor artistiek werk, bleef hij lange tijd ook huisschilder. Waarschijnlijk speelde vooral de economische situatie hierbij een belangrijke rol. Het gezin van Jan Roelof en Johanna werd namelijk in 1916 verrijkt met Jacobus Jan (roepnaam Jaap), in 1919 werd Hendrik Derk geboren en in 1926 kwam Jantjen Jan als derde zoon op de wereld. Er moest dus een gezin worden onderhouden. Vooral in de dertigerjaren, de tijd van crisis, had het gezin het zwaar.

Fotograaf

    Voordat Jan Roelof een gezin had gesticht, was hij al zeer actief geweest als amateur fotograaf. Van Nijendaal bleek in deze hobby zeer talentvol te zijn. De prachtige foto's van Jan Roelof werden zelfs door erkende vakfotografen enorm gewaardeerd. Zo werden er soms foto's van de Wijkenaar geplaatst in het Engelse vakblad 'The Amateur Photographer' en vanaf 1907 in het Nederlandse tijdschrift 'De Camera. Modern fotografisch tijdschrift'. De oprichter van het blad Adriaan Boer sprak zich regelmatig in lovende woorden uit over Van Nijendaal. Zo schreef hij in 1909: 'Waarlijk, ik stond verstomd. Het doet mij genoegen het werk van deze merkwaardige amateur-fotograaf in het openbaar te mogen bespreken en bekend te maken.'

Trouwfoto van Jan Roelof van Nijendaal (1915).

Talent

    Bij fotowedstrijden viel het talent van Jan Roelof dan ook meermalen in de prijzen. Zo won hij in 1907 met enkele foto's van de Muntstraat een wedstrijd, uitgeschreven door Thorton Pichard en won de wedstrijd eens met een tweede prijs: vijf gulden. Zelf schreef Jan Roelof overigens ook enkele fotokritieken in het tijdschrift Camera.
    De foto's van deze Van Nijendaal vielen zo in de smaak, dat ze jaren later bij exposities over fotografie wederom zijn gebruikt. Zo vond er in de jaren 1978/1979 onder de titel 'Verleden Belicht' een expositie plaats bij de Rijksuniversiteit Leiden, waarbij werken van de Wijkse fotograaf werden tentoongesteld. Hetzelfde was het geval bij een tentoonstelling in 1998-1999 van het Haarlemse Teylers Museum, met als titel 'Juwelen van een fotomuseum'.
    Ondanks zijn talenten is Jan Roelof na 1915 toch vrijwel gestopt met het fotograferen. In die tijd was fotograferen een nogal dure hobby. Na zijn huwelijk had Jan Roelof waarschijnlijk geen geld om zijn geliefde maar kostbare hobby voort te zetten.

Hoek Zandweg-Steenstraat, gezien vanaf de Hoogstraat, met links De Gouden Leeuw, aquarel van Jan Roelof van Nijendaal uit 1945.
Illustraties uit 'Jan Roelof en Jacobus Jan van Nijendaal' door Lisette Le Blanc, Uitgave van Museum.

Autodidact

    Voor het kunstschilderen heeft Jan Roelof van Nijendaal nooit een speciale opleiding gevolgd. Hij leerde zichzelf de benodigde technieken aan. Vanaf de jaren '40 maakte Jan Roelof schilderijen. Eerst als amateur, later beroepsmatiger. De schilder Jan Roelof van Nijendaal vervaardigde vooral riviergezichten, landschappen, gezichten, stillevens en topografische plekken. De natuur vormde een belangrijke inspiratiebron. In Wijk bij Duurstede bouwde Van Nijendaal een aardige reputatie op. Veel Wijkenaren kwamen in bezit van een schilderij van Jan Roelof.
    Tussen zijn schilderwerk en de foto's zit overigens een mooi contrast. Was deze Van Nijendaal als fotograaf bezig met experimenteren, als schilder was hij vooral traditioneel. Jan Roelof ontwikkelde zich na de Tweede Wereldoorlog ook tot een restaurateur van een hoog niveau. In 1948 vroegen de bestuurders van het Ewoud en Elisabeth Gasthuis of Jan Roelof niet twee schilderijen wilden herstellen. Dit werk deed hij zo goed, dat bij het herstel van het raadshuis in 1950 weer zijn hulp werd ingeroepen.

Monumentenzorg

    Het was de architect J.R. Royaards die vervolgens het werk van Jan Roelof onder aandacht bracht van de Rijksdienst voor Monumentenzorg. Een andere medewerker van deze dienst, dr. D. Lansingh Scheurleer kwam het werk van de Wijkenaar bekijken en was onmiddellijk overtuigd. Voor de Rijksdienst trok Van Nijendaal het hele land door. Jan Roelof bouwde een zeer goede naam op, tot op hoogbejaarde leeftijd riep de Rijksdienst zijn hulp in. Zo voltooide de restaurateur op tachtigjarige leeftijd nog de lastige klus in Capelle aan de IJssel. Voor het restauratiewerk in Nederland werd de uit Wijk afkomstige kunstenaar zo zelf een echt monument.

Jaap van Nijendaal aan het werk op staat, met zijn schildersezel.

    Pas na 1965 werd het Van Nijendaal wat teveel. Vanaf datjaar deed hij voornamelijk alleen nog thuiswerk. De laatste tien jaar van zijn leven bracht Jan Roelof zo thuis door. Na een ziekbed stierf Jan Roelof van Nijendaal op 10 juli 1975.

Jacobus Jan

    De tweede bekende Van Nijendaal was de zoon van Jan Roelof. Jacobus Jan, roepnaam Jaap, werd op 18 augustus 1916 in de Muntstraat geboren. Hij was de oudste zoon van Jan Roelof en Johanna. Na Jaap volgde nog Hendrik Derk (1919) en Jantjen Jan (1926).
    Jaap van Nijendaal besloot na de ULO in Doorn gevolgd te hebben, door te leren voor onderwijzer. In 1936 haalde hij zijn diploma hiertoe aan de kweekschool in Amersfoort. Tot na de oorlog werkte Jaap echter niet als onderwijzer. In 1939 ging hij aan de slag bij het Centraal Bureau voor de Statistiek in Den Haag, in 1940 voldeed hij zijn dienstplicht en tussen 1941 en 1947 was deze Van Nijendaal werkzaam als plaatsvervangend leider van de distributiedienst van zijn geboortestad.

Tekenleraar

    Door zijn werk aIs onderwijzer verliet Jaap Wijk. Na tussenstops in Bovensmilde (1950) en Apeldoorn (1950-1952), was Deventer zijn eindbestemming. Tot 1970 was Jaap daar als onderwijzer actief. Als tekenleraar legde Jaap de nadruk op de creatieve ontwikkeling van kinderen. De aandacht hiervoor stamt misschien wel uit zijn jeugd. Toen Jaap nog een jongetje was, verplichtte zijn vader namelijk Jaap en zijn broers elke dag een uur tekenen. Zijn bewondering voor zijn vader toonde Jaap ook in zijn grote belangstelling voor monumenten. In verschillende functies kwam Jaap op voor de monumentenzorg in zijn woonplaats Deventer.
    Natuurlijk was Jaap van Nijendaal ook kunstschilder. Hij maakte aquarellen van stillevens, landschappen en dorpsgezichten. Jaap vond het nooit nodig zijn werken te verkopen. Hij verklaarde aIleen te schilderen voor eigen plezier.

Tentoonstelling

    Het werk van de beide Van Nijendaals is uiteindelijk niet helemaal geruisloos de wereld in gegaan. Beide schilders staan op bladzijde 119 vermeld in het standaardwerk van Pieter A. Scheen met als titel 'Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 175O-195O'. Ook in Wijk is de naam Van Nijendaal altijd met respect uitgesproken. In dit feestjaar wordt dit respect op de juiste wijze getoond.
    Het nieuwe museum, sinds vorige week gehuisvest aan het eind van de Muntstraat, heeft juist nu gekozen om aan de twee Wijkse schilders een speciale tentoonstelling te wijden. En drs. Lisette Le Blanc heeft een rijk geillustreerd boekje geschreven 'Jan Roelof en Jacobus Jan van Nijendaal', dat vrijdag, met de opening van het nieuwe museum, ten doop is gehouden.

Terug naar de 700 jaar index pagina.