700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Denkend aan Wijk

Stropers op de Broekweg

      Vijftig jaar Wijk oftewel een halve eeuw. In 195O kwam ik naar Wijk bij Duurstede. Heel verliefd en met een hoofd vol romantiek. Wat een plaatsje. Boomgaarden, weilanden, korenvelden en dan die rivier! Wat een weelde.
      Mijn eerste plekje was in 't Wijkerbroek. Een lief huisje met groene luiken en een oude perenboom ervoor, ernaast een moestuin en erachter een weiland. De naaste buren woonden zo'n vijftig meter verder. Vaak heb ik gedacht: ik wou dat ik maar goed kon schrijven, dan zou ik van de ongeveer twaalf jaar dat ik er woonde een pracht van een streekroman maken.
      We waren er verstoken van gas, elektra en waterleiding. Wat voor de mensen die er altijd hadden gewoond geen punt was, maar ik had er wel zo mijn problemen mee. Vooral toen ik al vrij gauw een baby kreeg en later nog een en weer later nog een. Je weet hoe dat ging in die tijd. Dat gaf wat problemen met waterpompen en sjouwen, vooral ook in de winter met was drogen. Maar verder was er altijd wel wat te beleven.
      Zo werd er bijvoorbeeld nog gestroopt. Op een keer werd er jacht gemaakt op de stropers. Aan het eind van de Broekweg lag het stort. Op het stort stonden twee huizen, een van de familie Moerkoert en een boerderij van Boer van Wijk. Deze twee families stroopten vast niet, de rest van de Broekweg des te meer. Twee er van hadden op een keer een geweldige nacht gehad, veel haasjes geschoten en zelfs een fazant. Maar jammer genoeg was de nacht wel wat té helder geweest, waardoor ze wat in de kijkert liepen. Kortom de politie was gewaarschuwd en dus werd ieder Broekweghuisje en -schuurtje grondig doorzocht. En wat schetste onze verbazing? Bij Boer van Wijk in de hooitas vond men jachtgeweren. Arm boertje, hij werd tussen twee politie's afgevoerd voor verhoor, maar u snapt het vast al, hij had er niets mee te maken, de stropers hadden hem een poets gebakken. De ware ondeugd was de vader van een gezin die dus een poosje moest brommen. Dat vond zijn stropersmaatje - die vrijgezel was - te gek, dus ging hij voor hem zitten. Dat kon dus ook op de Broekweg!
      In 1962 kwamen we naar de Muntstraat. Daar woonden meestertimmerman Odinot, fruitrijder Van Leersum, fruitteler Van de Brink, kunstschilder Nijendaal, caféhouder Van de Guchte, zand en grindrijder Van Beek en nog heel veel aardige mensen. Daar was ook de huishoudschool en aan het eind van de straat het park met het kasteel. In een woord een gezellige straat.
      Wijk zelf werd van een gezapig plaatsje een enerverend stadje. Kortom een halve eeuw Wijk is me best bevallen.

Rie Pouw

Terug naar de 700 jaar index pagina