700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Denkend aan Wijk

In de pan gehakt

      In de mobilisatietijd zat Wijk vol met Nederlandse militairen van de afdeling pontonniers. Alleen al in de Korte Gaard (het pakhuis aan de Kloosterleuterstraat) zaten er wel honderd. Ook in het huis waar nu dr. Van Onna woont (aan de Klooster Leuterstraat), in het huis naast de ijssalon van Verheggen, in het parochiehuis, in de dansschool aan de Volderstraat en in de boerderijen Voorwijk, Adrianahoeve en op de Sluis waren soldaten gelegerd. Achter de pomp op de Markt was een houten wachtlokaal. De appèlplaats was voor het Stadhuis. Vandaar werden ze door de wachtcommandant naar de schildwachthuisjes gebracht. Als kind liepen we vaak een eind mee.
      Het was een hele strenge winter. De Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal waren bevroren. Op het kanaal werden zelfs schaatswedstrijden gehouden. Die soldaten bonden hun schaatsen gewoon onder hun sokken. Van die lui heb ik schaatsen geleerd. Van de Linden had een koek en zopietent. Ik kwam daar strompelend op mijn schaatsen binnen en pakte de eerste de beste die ik zag vast. Maar die man viel en het kopje koffie kwam op zijn kleren terecht. Aan mijn broers vroeg hij nota bene nog geld voor een nieuw kopje koffie.
      De tiende mei 1940 kan ik me nog goed herinneren. 's Morgens om zes uur liepen we in onze pyjama buiten. Alle soldaten waren weg, naar de Grebbeberg. En we hoorden dat het oorlog was. Wat dat betekende begreep ik absoluut niet. Ik zie nog helder voor ogen dat er op de keukentafel een busje knakworstjes stond. Dat had ik nog nooit gezien. Diezelfde dag maakte burgemeester Naud van der Ven bekend dat iedereen zijn wapens moest inleveren bij ijzerhandel De Bruijn, aan de Peperstraat. En daar kwamen ze, met windbuksen en jachtgeweren. Co van Willigenburg, de tuinman van Van Heijst, kwam met een koffertje met witte duelleerpistolen. Later zijn al die wapens, met munitie en al, bij 'De Bruijn aan de brug' (de boerderij van dr. Van der Spoel) in de Kromme Rijn gegooid.
      Na een paar dagen kwamen de eerste soldaten weer terug om te slapen en uit te rusten. Ze stonken naar zweet en pis, hadden afgescheurde kragen en van hun helmen waren de plaatjes gehaald. Op die plaatjes ketsten de kogels niet af. Dat heeft honderden Nederlandse militairen het leven gekost.
      Burgers mochten niet met de militairen praten, maar mijn vader was heel nieuwsgierig en hij kende er veel. Dus vroeg hij bij Peek aan een Nederlandse soldaat hoe het was gegaan. "Alles in de pan gehakt", was het antwoord. Als jochie van zes jaar nam ik dat heel letterlijk op. Ik dacht dat alle soldaten in een pan waren gehakt.
      Na vijf dagen, na de capitulatie, waren ze allemaal terug, verslagen. Twee kwamen lopend vanuit Amerongen. Wout Aalbers, de directeur van de WABO, stond aan de haven, waar nu het Walplantsoen is en riep: "Wegwezen hier, ransel weg. De Duitsers komen eraan." Ter plekke werden ze uitgekleed en alles werd in het water gegooid. Maar de helmen bleven drijven. Wij hebben toen net zo lang stenen in het water gegooid, tot ze onder bleven. Even later liepen die mannen in een overall door Wijk.
      Ik zie nog de Duitsers aan komen rijden over de dijk vanuit Amerongen. Op motoren met zijspan. In vieze camouflagepakken, heel angstaanjagend. Ze joegen ons weg. "Von der Weg ab." Het waren de eerste Duitse woordan die ik hoorde. Ze hadden een Nederlandse soldaat bij zich. Hij zat op een zijspan, met open jas. Ze hadden hem gele klompen aangetrokken en hielden een pistool in zijn rug.
      De sirene voor het luchtalarm vond ik ook erg angstaanjagend. Met de hele familie moesten we naar de kelder van De Bruijn. We hadden allemaal een klein bruin koffertje, met een verschoning. Gelukkig is Wijk toen niet gebombardeerd, maar we hoorden wel de vliegtuigen boven Wijk brommen.
      Na een paar dagen waren de Duitsers weer weg. Slechts af en toe liep er nog een door de stad.

Kees Hageroort

Terug naar de 700 jaar index pagina