700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Oorlogsgeweld bedreigd 'cetrum van de wereld'

Wijkse Courant 3 mei 2000

    Wijk bij Duurstede - (door Frank Brouwer) De vele historische verhalen brengen het beeld naar voren, dat Wijk bij Duurstede van tijd tot tijd centrum van de wereld is geweest. In deze wereld is het voeren van oorlog helaas al te vaak eigenlijk een normale zaak geweest. Vandaag aan het begin van de maand waarin wij waarschijnlijk meest verschrikkelijke oorlog aller tijden herinneren, nemen wij u in de geschiedenis van Wijk bij Duurstede mee naar het oorlogsgerucht in het stadje aan de Lek.

    Oorlog, vernielingen, plunderingen en veel geweld. De wereldgeschiedenis staat staat er inderdaad vol mee. De honger naar macht, pracht en praal deed de voorloper van Wijk bij Duurstede al onder gaan. De grote handelsplaats Dorestad was een te mooie prooi voor de vechtjassen uit Scandinavië. Na vele malen geplunderd te zijn waren de handelaren het zat, Dorestad werd niet meer heropgebouwd. Dorestad werd Wijk bij Duurstede en de nieuwe stad kreeg kreeg haar eigen vestingwerken.
    Kasteel Duurstede groeide uit tot een groot fort en de strategische positie van het stadje, centraal in het land, doet vermoeden, dat er ook wel in deze streken gevochten moet zijn. Gelukkig is dit nooit echt gebeurd. Wel werd de stad enkele keren serieus bedreigd.
    De eerste bedreiging van oorlogsgeweld kwam in 1543. Keizer Karel V was in oorlog met koning Frans I van Frankrijk. De graaf van Gelre had zich bij de Franse vorst aangesloten. Maarten van Rossum trok plunderend door het Sticht en uiteindelijk viel zelfs Amersfoort in handen van de graaf van Gelre. De inwoners van Wijk vreesden het ergste, maar uiteindelijk bleef het bij dit geweld. De vechtende partijen hielden Wijk uit de oorlogszone.

Rampjaar

    In 1672 was het weer raak. In het rampjaar voor de jonge Republiek der Verenigde Nederlanden vielen de Fransen de jonge staat binnen. In sneltreinvaart trokken de Fransen door Gelderland en de Wijkenaren raakten bezorgd om het lot van hun woonplaats. In een opgewonden sfeer kwam het vroedschap bijeen in het raadshuis. Bevreesd voor vernielingen riep de predikant Wyandus Nottelman het stadsbestuur op om met de Fransen te onderhandelen met als bedoeling de stad te redden. Een commissie werd naar het Franse hoofdkwartier in Arnhem gestuurd en kwam terug met de zo gewenste vrijgeleide, ondertekend door de Franse maarschalk Turenne. Wel werd de stad door de Fransen bezet.

Gevangenneming van de pander naar een gravure aan 1786 door P. Buys.
Illustratie uit 'Wijk bij Duurstede' door H. Hijmans


    Tijdens de jaren van bezetting, die duurden van 1672 tot 1674, hielden de bezetters wel aardig huis in de stad. De stadspoorten, ommuring en bruggen moesten het ontgelden. De totale herstelwerkzaamheden kostten de stad 4501 guldens en achttien stuivers. Voor het herstel werden ook grote delen van het kasteel gebruikt.

Patriotten

    Nadat de Fransen weer uit Nederland waren verjaagd, nam met name het gewest Holland het de Utrechtse steden kwalijk, dat zij zich zo snel aan de Fransen hadden overgegeven. De nieuwe stadhouder Willem III wist de ontevredenheid van Holland in te dammen, door het Utrechtse gewest een strak regeringsreglement door de keel te duwen. Veel macht voor de stadhouder en weinig voor het gewest was het devies van dit reglement. In de loop van de achttiende eeuw ging dit ook weer wringen. Er ontstond een strijd tussen de aanhangers van de Prins van Oranje en de zogenaamde Patriotten.
    Ook Wijk verzette zich tegen de prins. Al eerder in deze reeks hebben wij aan dit conflict aandacht besteed. De stad keerde zich zelfs af van de Staten van Utrecht. In mei 1786 werd de deurwaarder of pander van Utrecht met een gerechtelijk bevel naar Wijk gestuurd. In plaats van zich over te geven gooide het Wijkse stadsbestuur de pander in de gevangenis.

Portret van de pander Valburg (naar een anonieme gravure, anno 1786).


    Uiteindelijk was de prins het echter zat. Op 3 juli 1787 kwam het bevel aan de Staten van Utrecht om Wijk in te nemen. In de nacht van 5 op 6 juli verscheen er een troepenmacht voor de deuren van de stad. Het stadsbestuur raakte in paniek en gaf zich zonder slag of stoot over. Wederom was er in Wijk dus niet gevochten.

Bombardementen

    Ook in de modernere oorlogen doorstond Wijk eigenlijk zonder hele grote kleerscheuren. Pas in augustus 1944 werden in het stadje Duitse troepen gestationeerd. In de navolgende maanden werden er wel tot twee keer toe door de geallieerden bombardementen op Wijk uitgevoerd. De eerste vond plaats op 7 november 1944. Doel van de aanval was toen de Wijkse veerpont. De rivierovergang werd door zes vliegtuigen gebombardeerd en beschoten. De aanval bracht uiteindelijk echter geen schade toe aan het vaartuig. Wel werd het veerhuis zodanig beschadigd, dat dit onbewoonbaar werd.
    De tweede aanval was rampzaliger. Op 31 maart 1945, paaszaterdag omstreeks half zeven 's avonds voerde een dertigtal vliegtuigen een aanval uit op de steenfabriek De Roodvoet, tegenwoordig Mauriks gebied, indertijd nog behorend bij Wijk. Een honderdtal bommen zorgde voor enorme vernielingen en kostte uiteindelijk aan elf mensen het leven.

Handgranaten

    Eerdere spanningen in Wijk waren op 7 september 1944 genoteerd. Enkele dagen eerder, op Dolle Dinsdag, was de NSB-burgemeester van Wijk, J. van der Beke Callenfels, net als enkele van zijn partijgenoten de stad ontvlucht. Tijdens zijn vluchtpoging werd hij echter door Wijkse verzetslieden gepakt en overgebracht naar Valkenheide in Maarsbergen. Hier werd de NSB-er door de Duitsers bevrijd en samen met de bezetters ging Van der Beke Callenfels weer naar Wijk. Er volgde een razzia in de huizen van de verzetsmensen. Hierbij werden zelfs handgranaten naar binnen gegooid.
    Ook aan het einde van de oorlog werd het nog even spannend. Op 5 mei 1945 kondigde de hoogste Duitse legerofficier de wapenrust aan. Om acht uur 's avonds wilde men de Hollandse vlag ophangen in het raadshuis. De aanwezige SS-troepen konden de Nederlandse feestvreugde niet verkroppen. Zij bezetten de stad. Gelukkig was dit slechts een laatste kortstondig verzet van de verslagen tegenstander en niet lang daarna konden de Wijkenaren echt van hun vrijheid gaan genieten.

Terug naar de 700 jaar index pagina.