700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Denkend aan Wijk

Het verharde toetje

      Het gebeurde op een normale doordeweekse dag. De familie Kosterman was bezig het middagmaal te berorberen. Het was de gewoonte in die tijd, zo voor 1940, dat er na de maaltijd nog een toetje, meestal pap, werd gegeten. Dit om de gaatjes te vullen, was dan het gezegde.
      Mijn moeder maakte daar verschillende soorten van, de ene keer karnemelksepap, dan havermout, griesmeel, lammetjespap of beschuitpap. Nog een apart soort noemden wij GRANIETPAP, dan had mijn moeder er te weinig in geroerd en ging het meel klonteren. Dan kreeg je het idee van de structuur van een granieten aanrechtblad.
      Op een keer zat het hele gezin na de maaltijd weer aan de pap, maar al gauw begonnen de papeters te morren over de vreemde smaak van het goedje. Omdat moeder het gezeur begon te vervelen, zei ze: wie het niet lust laat het maar staan, of je doet er maar meer suiker bij. Bij mij was dat niet tegen dovemans oren gezegd, ik was namelijk gek op zoet. Na mijn eerste bord met veel suiker naar binnen te hebben gewerkt, nam ik nog een vol bord met veel suiker. Maar omdat het gezeur maar door ging, en de andere tagelgenoten de pap lieten staan, begon vader er zich ook mee te bemoeien. Hij zei tegen moeder, wat heb je nu weer voor meel gebruikt voor de pap? Moeder antwoordde: wel uit een van de bussen die op de schoorsteen staan, boven het fornuis.
      Mijn broer zei daarop: je hebt toch niet aan de bus gezeten, waarop vader reageerde met 'heb jij ook al een bus, en wat zit er dan wel in?' Je moet namelijk weten dat er in die tijd door Flipje uit de Betuwe in Tiel, blikken gevuld met appelstroop zo'n 2,5 kilo inhoud met hengesel in de handel gebracht, en die bussen werden nadat ze leeg waren, gebruikt om meelwaren in te bewaren. Mijn broer maakte weleens gaatjes dicht in muren, waarvoor hij gips gebruikte. Om het gips droog te houden, gebruikte hij dus zo'n bus en had die ook op de schoorsteen gezet, tussen de meelproducten, zonder moeder daarover in te lichten.
      Op vaders vraag antwoordde mijn broer: 'dus gips.' Inderdaad bleek dat moeder in plaats van griesmeel, gips had gebruikt! Vader ging in paniek de dokter bellen en die vertelde hem dat we maar veel moesten drinken en ik, die niet wist wat de uitwerking kon zijn, riep in wanhoop: 'en ik heb er nog wel twee borden van opgegeten!'
      Er werd die dag zeer veel gedronken, vooral door mij. 's Nachts droomde ik, dat ik ijlings naar het ziekenhuis werd vervoerd en op de operatietafel liggend, hoorde ik de doffe slagen waarmee de doktoren met vuist en breekijzer de verharde ontlasting probeerde te verwijderen. Gelukkig was het maar een droom.

F.A. (Frans) Kosterman

Terug naar de 700 jaar index pagina