700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Denkend aan Wijk

Over eer en afstand

      Wat een eer valt me als oud-Cothenaar de laatste tijd te beurt. Eerst op 12 maart een inleiding verzorgd bij de officiële opening van 'Wijk 700' over maar liefst 700 jaar Wijkse geschiedenis en nu weer gevraagd een column te schrijven voor de Wijkse Courant! 12 maart heb ik burgemeester Houtsma in het openbaar al gezegd dat als Wijk de afgelopen 700 jaar Cothen enig onrecht zou hebben aangedaan - iets wat ik niet uitsluit - dat dit alles nu wat mijn betreft vergeten en vergeven is. Zand er over dus. Misschien komt dit wel omdat ik geboren (1954) ben in huize 'Veldzicht' vlak bij de grens van Cothen met Wijk, in het deel van Cothen dat vanouds het Groenewoud wordt genoemd. (Waarom het ooit gelijknamige café nu De Pronckheer heet, is me een volstrekt raadsel: een historische vergissing.) Misschien komt het ook omdat ik bij nader inzien veel meer contact met Wijk heb gehad, dan dat ik eigenlijk 'wist'.
      Samen met mijn broers en zussen ging ik in Cothen naar school. Ook voor de slager, bakker en groenteboer konden we daar terecht. Voor niet-dagelijkse benodigdheden gingen we, net zo als onze (voor)ouders, meestal naar Wijk. We gingen daar naar de markt, naar de tandarts, naar de (m)ulo, naar de notaris en naar de fruitveiling.
      Zwemmen deden we in het zwembad in de Lek, later in de inmiddels gesloten Vikinghof. In Wijk kochten we veel van onze schoenen ((bij mevrouw Hoeksema in de Peperstraat) en kleding. We deden er ons verkeersexamen (1966) waarbij voor de gelegenheid een met de hand bediend verkeerslicht op de Markt werd neergezet; een wonder van moderniteit. Iedereen die het examen had gehaald, werd getrakteerd op een film in de toenmalige bioscoop op de Markt. Velen, ook ik, hebben toen voor het eerst een bioscoopfilm gezien. (in die bioscoop was het overigens raadszaam niet voorin te gaan zitten wegens de soms van achteruit gegooide bierflesjes.)
      "Cothen is een gat en Wijk is een sad" kregen we te horen als we op de fiets over de Veldpoortbrug Wijk binnen kwamen. Leuk was dat niet, maar wel waar, alhoewel Wijk toen maar net 4000 inwoners had en Cothen zo'n 1500. Bovendien stonden buiten de stadssingel nog nauwelijks huizen. Die stonden bijna allemaal er binnen. We mochten van onze ouders niet overal komen. De Wilhelminastraat en omgeving was taboe. Stiekem gluurden we over de walmuur naar het woonwagenkamp achter de muur: net aapjes kijken.
      Ooit was mijn vader als melkcontrôleur werkzaam bij de toenmalige 'Fok- en Contrôle Vereniging Cothen en Omstreken'. Van die vereniging waren ook veel boeren uit Wijk lid. Als kind mocht ik soms mee. Bij de koeien van een boer werd dan melk afgenomen. Later werd in het laboratorium van mijn vader, per koe het vet- en eiwitgehalte bepaald. Of ik mocht mee naar het branden van een uniek nummer in de hoorns van koeien of naar het schetsen van kalveren. Elke koe heeft op zijn huid een unieke tekening van witte en zwarte vlekken. Een schets daarvan had de functie van 'paspoort'. Mijn vader gebruikte daarvoor een speciaal schetsboek.
      Hij deed ook de zaken voor de mede door mijn opa opgerichte, tegenwoordig in Wijk gevestigede 'Onderlinge (Brand)Verzekeringsmaatschappij Maatschappij Cothen & Omstreken'. Ook van deze maatschappij waren - en zijn - veel boeren en anderen uit Wijk lid. Ooit ben ik met hem op een zomeravond mee geweest naar een boer die net al zijn hooi in de hooiberg had gebracht. Mijn vader had een speciale thermometer aan een staaf van een paar meter lang. Die werd in de hooiberg gestoken en ja hoor, de temperatuur was te hoog: hooibroei dus. De boer kon niks anders doen dan al het hooi uit de berg halen, verspreiden en eerst verder laten drogen.
      Later werd mijn vader directeur van de 'Coöperatieve Boerenleenbank Cothen-Langbroek'. Op een gegeven moment werd die bank, een Raiffeisenbank met niet alleen een kantoor in Cothen en een vestging in Nederlangbroek, maar tevens met een kantoor in Wijk en wel aan de Veldpoortstraat. Nog later is de bank gefuseerd met de RABO-bank aldaar. Er waren ook nog heel andere contacten met Wijk. Aan ons huis in Cothen kwam in ieder geval de Wijkse bodedienst De Ligt, soms ook groenteboer Knoop en niet te vergeten Arnold de Bruin die een 'pannen en spijkers'-zaak had in de Peperstraat. Reusachtig van gestalte en met een even reusachtige, speciaal gebouwde fiets kwam hij bij ons 'horen' of we nog wat nodig hadden.
      Kortom, Wijk was eigenlijk altijd al veel dichterbij dan dat wij dachten!

Ad van Bemmel

Terug naar de 700 jaar index pagina