700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Opbouw en verval van kasteel Duurstede (2)

Wijkse Courant 22 maart 2000

    Wijk bij Duurstede - Binnen de geschiedenis van Wijk bij Duurstede zijn over heel wat gebouwen aparte verhalen te vertellen. Enkele van die gebouwen moeten dan ook in de geschiedverhalen behandeld worden. Vandaag deel twee: Na een opbouw in enkele eeuwen, kwam het verval.

    Zowel David als Filips van Bourgondië maakten van Wijk de bisschoppelijke residentie en wilden de stad ook de daarbij behorende uitstraling geven. Vooral David, die in 1459 in Wijk neerstreek en veertig jaar bisschop was, heeft het kasteel uitgebreid. De nu nog bestaande ronde toren kreeg waarschijnlijk in die periode zijn huidge vorm. Deze toren wordt daarom ook de Bourgondische toren genoemd. Ook werd in de tijd van David het front van het kasteel uigebreid en de verbouwingen werden afgesloten met een nieuw poortgebouw.
    Wie de ontwerper is van de nieuwe toren is onbekend. Wel is bekend dat in 1466 Jacob van den Borcht werd aangesteld als toezichthouder op de timmeringen van de bisschoppelijke kastelen. Bouwmeester werd Przilyck Behem van Kossenberch. Misschien dat zij ook tot de ontwerpers gerekend kunnen worden.
    Uiteindelijk kan David als schepper van het kasteeel worden beschouwd, zoals deze op de kaart van Jacob van Deventer uit 1560 terug te vinden is. Hierbij moet worden aangetekend dat Filips waarschijnlijk de aanlegger is geweest van de allesomvattende gracht.

Afbeelding van een steendruk van kasteel Duurstede.

Moderne vesting

    Na de verdwijning van de bisschoppen werden de Staten van Utrecht uiteindelijk verantwoordelijk voor het onderhouden van de uitgebreide vesting, die het kasteel geworden was. Dit werk werd aanvankelijk zeer serieus genomen. In 1530 lagen er plannen op tafel van de bouwmeesterfamilie Keldermans, om het kasteel gronding aan te pakken.
    Door de geplande aanpassingen moest het kasteel een voor die tijd moderne vesting worden. Helaas bleef dit alles bij plannen. Tot verbouwen kwam het nooit, alleen vonden in 1540 wat reparaties plaats.
    Aangepast werd het kasteel pas tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Duurstede werd toen wel omgebouwd tot een goede vesting. Wijk bij Duurstede sliep intussen echter in en ook de aandacht voor het kasteel begon allengs te verslappen. Op de tekening van Roeland Roghman uit ongeveer 1640 bleek al, dat het verval begonnen was. De gloriedagen waren echt over, de afbraak was ingezet.

Verval

    Tijdens de Franse inval in 1672, vestigen de Staten zelfs geen troepen meer in Wijk. Overigens waren het niet de Fransen die het kasteel verder lieten vervallen. Vaak is beweerd, dat de Fransen bij hun vertrek een vernietigend kasteel achterlieten. Echter, de Fransen hadden hun handen zelfs niet naar het kasteel uitgestoken. Wel waren er andere delen van de verdediging van de stad vernield en deze behoefden reparatie. Voor de reparatie is gebruik gemaakt van uit Duurstede afkomstig hout en ook zijn er zo'n honderzestigduizend stenen van het kasteel gebruikt.

Bisschop Philips van Bourgondië.
Illustratie uit 'Wijk bij Duurstede' door H. Hijmans.

    Van de vroegere glorie bleef dus weining over. Ook in de achttiende eeuw gingen de vernielingen verder. Legaal of illegaal gebruikten de Wijkenaren delen uit het kasteel voor aan- of verbouw van hun huizen. In 1727 waren de staten van Utrecht het misbruik zat. Zij besloten de weilanden rond het kasteel aan de stad te verkopen en in de verkoopakte werden garanties voor het onderhoud van de Bourgondische toren afgedwongen. De toren was toen dus gered.

Wandelpark

    De wallen van het kasteel werden in 1769 afgegraven. Bomen kwamen daar voor in de plaats. In 1852 tenslotte, kwamen de nog overgebleven bouwvallen bij de gemeente in eigendom. Bij de aankoop werd de gemeente wel verplicht rond de overblijfselen een wandelpark aan te leggen. De in die tijd benoemde tuinarchitect J.D. Zocher was verantwoordelijk voor de aanleg van een park. Tot vandaag de dag is die aanleg in grote lijnen gehandhaafd.
    De bouwvallen bleven echter bouwvallen. In 1883 waren er onder leiding van P.J.H. Cuypers wel herstelwerkzaamheden. Deze waren echter te gering om van een definitief behoud te kunnen spreken. Echt gewerkt aan behoud werd er pas in de al eerder genoemde periode tussen 1943 en 1945. De leiding was in die periode in handen van de architect C.W. Royaards.

Toren gered

    Onder diens leiding werd in ieder geval de 41 meter hoge Bourgondische toren voor het nageslacht gered. De ook nog aanwezige donjon bleef een bouwval. Pas in 1983 kwam er geld los om de vierkante toren echt grondig aan te pakken om zo een instoring af te wenden.
    Onder leiding van J.C. Meulenbelt werd de donjon zodanig opgekanpt, dat de bezoekers het gebouw zelfs weer konden betreden. In 1985 tenslotte droeg de gemeente de herstelde ruïnes over aan de stichting Utrechtse Kastelen.
    Aan het einde van dit verhaal rest er nog één vraag: wat is er tijdens de opgravingen gevonden? Heel weinig luidt het korte maar duidelijke antwoord. Geen zilveren drinkbekers van de bisschoppen van Bourgondië, geen verstopte geldkist van de heren Van Abcoude.
    Ook werd tijdens de opgravingen een van de Wijkse mythen volledig weerlegd. In Wijk bij Duurstede ging namelijk het verhaal, dat er een geheime ondergrondse gang zou zijn vanuit het kasteel naar de Nederhof. David van Bourgondië zou door deze gang verzekerd zijn geweest van een veilige en snelle tocht naar het Dominicanenklooster, waar hij dan de nonnen de biecht af kon nemen, of gewoon van een heerlijk glas wijn kon genieten. Tijdens de opgravingen is echter niets gevonden. Van zo'n geheime gang is nooit sprake geweest.

Terug naar de 700 jaar index pagina.