700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Opbouw en verval van kasteel Duurstede (1)

Wijkse Courant 15 maart 2000

    Wijk bij Duurstede - Binnen de geschiedenis van Wijk bij Duurstede zijn over heel wat gebouwen aparte verhalen te vertellen. Enkele van die gebouwen moeten dan ook in de geschiedverhalen behandeld worden. Vandaag en volgende week staat een gebouw centraal waaraan de stad haar naam te danken heeft: kasteel Duurstede. Een verhaal van een opbouw in enkele eeuwen en daarna het verval.

    Na de vernietiging van Dorestad bleef er een woest en leeg gebied achter. Een gebied echter, dat wel altijd de moeite waard bleef. Uit het feit dat de verschillende vorsten zich druk bleven maken over wie de baas was in het gebied, blijkt ook dat er toch iets goed ging.
    Waarschijnlijk waren de argrarische opbrengsten van dien aard, dat er voor vorsten toch nog genoeg te halen viel. Het belang van de argrarische goederen viel onder andere af te leiden uit het feit, dat er rond Wijk een zogenaamde 'curtis' ontstond.
    Een 'curtis' of hof was het middelpunt van een aanzienlijk argrarisch bedrijf. In Wijk ontstonden er zelfs twee. Eén werd geleid door de vertegenwoordigers van de abdij van Deutz. Deze abdij uit Duitsland had in 1019 grote delen van Wijk gekregen van de bisschop van Keulen. Een andere 'curtis' was die van de heren van Oudmunster. Zij beheerden de gebieden van de bisschop van Utrecht, de andere grondbezitter in Wijk.

Kasteel Duurstede (naar een prent anno 1640 door I. Hilverdink)
Illustratie uit 'Wijk bij Duurstede' door H. Hijmans.

Oorkonden

    De 'curtis' van de heren van Oudmunster is ongeveer terug te vinden. Interessanter is de vraag waar de vertegenwoordiger van de abt van Deutz woonde. Lange tijd dachten de historici, dat de juiste plaats het centrum van de latere stad was. Zo rond waar kasteel Duurstede gelegen is. Opgravingen in de periode 1943-1945 hebben uiteindelijk hierover uitsluitsel gegeven en het antwoord bleek negatief. Hoezeer iedereen het ook hoopte, in het gebied waar het kasteel verrezen is, is de eerste bebouwing pas aan het einde van de dertiende eeuw ontstaan.
    Wie was dan verantwoordelijk voor de eerste bebouwing? Omdat er geen oorkonden, die de bouw van een kasteel aankondigden, zijn overgebleven, moet de datering via een omweg worden achterhaald. Het bestaan van een kasteel viel voor het eerste af te leiden uit een oorkonde van 1322. Het gebied bleek door de graaf van Gelre in leen te zijn geschonken aan Zweder van Abcoude.
    Uit het document bleek verder, dat de familie van deze Zweder al twee generaties het gebied in leen hadden. Zijn opa heette ook Zweder en omdat bij hem het huis van Abcoude begon, staat hij in de geschiedschrijving bekend als Zweder I. De zoon van Zweder I was Gijsbrecht en hij verleende uiteindelijk het dorp Wijk in 1300 stadsrechten.

Huus

    Nu weer terug naar het kasteel. Uit de opgravingen van 1943-1945 is duidelijk gebleken, dat voor het eerste sprake was van bebouwing zo einde dertiende eeuw. Van Zweeder I is bekend dat hij een 'huus' had in Wijk. Een 'huus' was een versterkte woning en waarschijnlijk slaat dit op een begin van een bebouwing rond het kasteel. Natuurlijk is er dan nog geen sprake van een kasteel, zoals die uit de gloriedagen. Het bouwen van kastelen gebeurde veelal geleidelijk en over de uitbouw van Duurstede is vele generaties gedaan.

Achterzijde van kasteel Duurstede, naar een tekening omstreeks 1680, Rijksarchief, Utrecht.
Illustratie uit 'Wijk bij Duurstede' door H. Hijmans.

Broodoven

    Het oudste gedeelte stamt uit de jaren rond 1270. Hierbij gaat het om de vierkante toren die vandaag de dag nog overeind staat: de donjon. Deze donjon was een echte woontoren en is zeer goed als versterkt huis aan te merken.
    Tijdens de opgravingen zijn in de huidige toren, die in de loop der Middeleeuwen wel weer is aangepast, toch nog sporen aangetroffen van de eerste bewoning. Zo zijn de resten van een schouw, een waterput en een broodoven gevonden en op de derde en toendertijd hoogste verdieping bevonden zich een huis kappelletje en de slaapstede.
    De ingang naar de binnenplaats van deze woontoren lag hoger dan vandaag de dag het geval is. De middeleeuwse poort lag waarschijnlijk twee en halve meter hoger dan de moderne ingang. Er is dus een laag grond afgegraven, waarschijnlijk toen in de vorige eeuw rond het kasteel een park werd aangelegd.

Gravures

    Rond de eerste woontoren van de heren Van Abcoude is in de loop der tijden een groot kasteel ontstaan. Hoe en door wie de uitbreidingen precies zijn gedaan, blijft voor altijd giswerk. Door het gebrek aan echte aanwijzingen weten de historische nu nog niet precies hoe de uitbouw heeft plaatgevonden. Wel zijn er veel tekeningen en gravures met afbeeldingen van het kasteel terug te vinden. Hieruit blijkt dat de oorspronkelijke donjon uiteindelijk helemaal omgeven werd door nieuwe bebouwing.
    In de gloriedagen had het kasteel drie kleine en één grote hoektoren én een grote uitstekend poortgebouw. Veel is er niet van overgebleven. Alleen de grote toren staat er nog.
    Hoe het ook mocht zijn gegaan, duidelijk is wel dat de inmiddels welbekende gebroeders Van Bourgondië in grote mate hebben bijgedragen aan de aanbouw. David and Philips maakten beiden van Wijk de bisschoppelijke residentie.

Terug naar de 700 jaar index pagina.