700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Invoering democratie in Wijk uiterst moeizaam proces

Wijkse Courant 8 maart 2000

    Wijk bij Duurstede - Eindelijk, zaterdag, barst het feestgedruis in kader van het zevenhonderd jarig bestaan van Wijk bij Duustede los. De feestelijkheden beginnen met een zogenaamde historische raadsvergadering. Vandaag in de geschiedenis van de stad gaan we de historie van de raad eens wat verder bekijken. We gaan terug naar de intrede van de democratie in de jaren na de Grondwetwijzigingen van 1848 - 1851.

    De eerste helft van de negentiende eeuw was een roerige periode. Het Frankrijk van Napoleon werd verslagen, Nederland en België werden één land en gingen weer uiteen. Nadat de Fransen uit ons land waren weggedreven, werd Nederland weer geregeerd door de koningen Van Oranje. Bestuurlijk veranderde er in die tijd weinig, maar het rommelde wel.
    Naast de aloude adel en regentenklasse werd ook de stem van een nieuwe groep steeds sterker. We praten dan over de liberalen. De liberalen wilden samen met de socialisten een doorbreking van de oude machtsverhoudingnen. Zij eisten meer macht voor het volk en minder voor de koning. Zij eisten dus meer democratie. Johan Rudolf Thorbecke was het groote boegbeeld van de liberalen.

Nieuwe grondwet

    De strijd tussen conservatieve liberalen en de roep om meer democratie kostte koning Willem I in 1840 de troon. Zijn opvolger Willem II leek aanvankelijk van plan niet al te veel aan de liberalen te willen toegeven. De legende gaat dat de koning in 1848 van de een op de andere dag volledig van mening veranderde. Plotseling kreeg een commissie van liberalen de opdracht een nieuwe grondwet te vervaardigen, waarin democratische principes de grondslag moesten vormen.
    Thorbecke werd uiteraard lid van de commissie, waarin verder de liberalen Donker Curtius, Luzac en De Kempenaer zitting hadden. Willem II maakte nog net mee, dat de grondwet door het parlement werd aangenomen, een maad later stierf hij.
    Zo kreeg ons land dus een nieuwe democratische grondwet. Het oude systeem van regenten kwam te vervallen, er kwam een nieuwe kieswet. De Eerste en Tweede Kamer werden voortaan gekozen, evenals de leden van Provinciale Staten en de leden van de gemeenteraden.

Census kiesrecht

In 1848 betekende kiesrecht overigens niet dat, zoals vandaag de dag, iedereen mocht stemmen. Er kwam een zogenaamd census kiesrecht. Dit hield in, dat je een bepaalde som belasting moest betalen, voordat je mocht stemmen. De census voor de verkiezingen van de gemeenteraad in Wijk bij Duurstede lag op vierentwintig gulden. Oftewel als je meer dan vierentwintig gulden belasting betaalde mocht je aan de gemeenteraadverkiezingen deelnemen. Door de nieuwe kieswet werd de afstand tussen kiezers en gekozenen dan wel kleiner, de totale groep die het bestuur koos werd er niet echt groter door. Het bestuur bleef in die dagen een zaak van een kleine bevoorrechte groep van de bevolking.

Gemeentesecreatris B.G. van Heyst paste de raadsnotulen regelmatig aan, zodat de burgemeester en hij altijd gelijk hadden.
Illustratie uit Tijdschrift van de Historische Kring 'Tussen Rijn en Lek', Maart 1996.

Intimidatie

    In Wijk ging de invoering van de nieuwe regeling gepaard met grote problemen. In het kleine stadje heerste al jaren een gebrek aan bestuurlijke integriteit. De bestuurders keken vooral naar de eigen belangen. Verder woedde er een ware strijd tussen protestanten en katholieken. Elke keer als de regenten hun raadsleden en burgemeester kozen, gingen de verkiezingen gepaard met veel strijd en intimidatie. Centraal in de strijd stond vaak H.J. van Mariënhoff. Deze notaris was maar liefst drieentwintig jaar burgemeester geweest, toen hij in 1849 moest aftreden, omdat er de nieuwe Grondwet kwam. In de nieuwe wetten stond namelijk, dat de burgemeester niet langer door de regenten uit hun eigen kring werd gekozen, maar dat de troon iemand benoemde. Als opvolger van Mariënhoff werd benoemd de katholieke wijnhandelaar uit Amsterdam, C.D. Pels. Dit tot ontevredenheid van de protestanten, die ook in het nieuwe tijdperk een meerderheid vormden binnen de raad. De katholieke burgemeester werd toch opgenomen in de plaatselijke elite, die onder leiding stond van Van Mariënhoff en de kandidaat-notaris en gemeente secretaris B.G. van Heyst (die in 1854 zou trouwen met een dochter van Van Mariënhoff).

Raadsnotulen

    Van Mariënhoff en Van Heyst waren en bleven zo uiteindelijk de grootste spelers in het Wijkse bestuurlijke apparaat. Procedures werden zo uitgelegd, dat ze altijd ten voordele van de 'groep van Van Mariënhoff' uitvielen. Verder paste gemeentesecretaris Van Heyst ook de raadsnotulen regelmatig aan, zodat zij uiteindelijk altijd gelijk kregen.
    De spanning nam toe, toen in 1854 de arts Lapidoth tot de raad toetrad. Hij nam het niet langer en tekende keer op keer protest aan tegen het gedrag van met name burgemeester Pels en gemeentesecretaris Van Heyst.
    In oktober 1854 hadden de protesten van Lapidoth succes. De minister van Binnenlandse Zaken gelaste de commissaris der koning voor de provincie Utrecht, sinds 1850 Schelte van Heemstra, om de Wijkse burgemeester te vervangen. De burgemeester was volgens het ministerie niet langer te handhaven, omdat de notulen der raadsvergadering keer op keer onjuist werden vastgelegd, omdat de gemeenterekening nooit op tijd werd ingediend, omdat er gewoon geen tweede wethouder werd aangewezen en omdat de burgemeester niet onpartijdig bleek in religieuze conflicten. Pels moest dus wel.

Omkoping

    Per 1 januari 1885 was de nog jonge en ex-burgemeester van Vreeland, C. Fock, de nieuwe burgervader van Wijk. De nieuwe burgemeester liep ook nog tegen allerlei problemen aan. De bestuurscrisis was niet zomaar ten einde. In 1885 nog liet Van Heyst zich tot raadslid kiezen. Na zijn uitverkiezing volgde er echter een klacht bij Gedeputeerde Staten. Van Heyst zou zijn verkiezing hebben afgedwongen door intimidatie en omkoping. De schoonschoon van Van Mariëhoff moest hierop zijn raadszetel weer opgeven.

Terug naar de 700 jaar index pagina.