700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Raadhuis prijkt al ruim drie eeuwen aan de Markt

Wijkse Courant 1 maart 2000

    Wijk bij Duurstede - Enkele gebouwen in het hart van Wijk bij Duurstede hebben een belangrijke plek verworven in de geschedenis van de stad. Nu de verjaardag van de gemeente zo uitgebreid wordt gevierd, is het logisch dat ook het huis der gemeente eens nader wordt bekeken. Het gaat hierbij over het oudst bekende huis der gemeente: het oude Raadhuis op de Markt dus.

    Eigenlijk is het raadhuis op de Markt nog een jong gebouw. Het werd namelijk 'pas' in 1662 gebouwd. Wáár het stadsbestuur zetelde voordat het raadhuis gebouwd werd, is nog steeds niet duidelijk. Het eerste huis der gemeente dateert waarschijnlijk uit het begin van de zestiende eeuw.
    Een mogelijke plek is dan het pand Nederhof, dat ook op de Markt te vinden is. Dit pand werd gebouwd in opdracht van David van Bourgondië. In het gebouw resideerde de kanselier van de bisschop. Het zou wel eens mogelijk kunnen zijn, dat hier naast een gastenverblijf ook plaats was voor het stadsbestuur.
    Een aanwijzing die deze zienswijze bevestigd, is de kaart van Jacob van Deventer uit 1560. Van deze kaartmaker is bekend dat hij belangrijke gebouwen als stadspoorten, hoofdkerken, kastelen en raadhuizen nauwgezet op zijn kaarten zette. Op de kaart die Van Deventer van Wijk bij Duurstede maakte, staat niets op de plek waar later het raadshuis is gebouwd. De Nederhof staat wel op de kaart afgebeeld. Dit gebouw was dus belangrijk genoeg, misschien juist wel omdat het stadsbestuur hier een eigen plaats had.
    Een andere, overigens meer waarschijnlijke mogelijkheid is, dat het huis der gemeente wel stond op de plaats waar in 1662 werd gebouwd. H. Hijmans gaat hier in zijn geschiedenisverhaal over Wijk bij Duurstede in ieder geval nog van uit. In 1660 besteedde het stadsbestuur namelijk de sloop van het vorige raadhuis aan. Daarbij werd wel aangegeven 'dat de gevels aen beyde sijden blijven staen, uytgesondert het geene aen beyde de sijden uytsteeckt'.

Overblijfselen

    Enkele muren bleven dus overeind staan en zouden volgens Hijmans wel eens in het huidige raadhuis op de Markt kunnen zijn gebruikt. Van het pand dat voor het huidige plaats moest maken, zijn overigens naast de muren nog twee dingen over gebleven. Waarschijnlijk zijn de twee leeuwtjes, die nu terug te vinden zijn op de twee waterpompen van de Markt, afkomstig van het oude gebouw.
    Hoe het ook zijn mocht, duidelijk is wel dat in 1662 werd begonnen met de bouw van het pand op de Markt. Het gebouwde pand past precies in de stijl die rond die tijd helemaal in de mode was. De bouwstijl van toen wordt tegenwoordig aangeduid als het Hollands-Classicisme of Hollands-Renaissance.
    Voor het ontwerp is de Utrechtenaar Gijsbert Thöningszoon van Vianen verantwoordelijk. Het gebouw vertoont dan ook grote gelijkenissen met panden die Van Vianen samen met zijn compagnon Peter Janszoon van Cooten ook elders produceerde. Voorbeelden daarvan zijn de panden 15a en 16 op het Janskerkhof in Utrecht.

De Markt met het oude raadhuis (naar een anonieme gravure uit de tweede helft van de 18e eeuw).
Illustratie uit 'Wijk bij Duurstede' door H. Hijmans.

Stadswapen

    Het timmerwerk werd uitbesteed aan Willem de Cock. Het gebeeldhouwde stadswapen dat in het pand is verwerkt, is van de hand van weer een andere Utrechter, de steenbeeldhouwer Nicolaas van Damast.
    De bouw van het raadhuis rond 1660 is toch wel opmerkelijk te noemen. De stad was immers over haar economische hoogtepunt heen en de bouw van zo'n nieuw huis de gemeente zal aardig wat centen hebben gekost. De bouw zou dan ook decennia lang op de financiën van de stad haar weerslag hebben. Ook was de hulp daarbij nodig van één van de Wijkse regenten.

Rechtbank

    In ruil voor deze financiële bijdrage steunde de stad deze regent bij het verkrijgen van een positie in de Amsterdamse Kamer van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Naast het stedelijke bestuur vond ook het stedelijk gerecht een onderkomen in het pand. De stedelijke rechtbank werd gevormd door de schout en schepenen van de stad. De gevangenen hoefden voor hun proces niet ver te reizen: de cellen bevonden zich onder in het pand.
    Het gebouw, zoals het vandaag de dag nog aan de Markt te vinden is, is niet helemaal gelijk aan het pand zoals in 1662 werd gebouwd. Over de kozijnen van het pand hebben de regenten zelfs extra vergaderingen uitgeschreven. De vensters zijn uiteindelijk vervangen en in de loop der eeuwen zijn ook de luiken verdwenen.

Onooglijk

    Een andere aanpassing heeft op de trap plaatsgevonden. Rond 1870 was de toenmalige stenen trap aan vervanging toe. De oude trap werd gesloopt en vervangen door wat Hijmans bestempelde als 'een onooglijk, gietijzeren trapje'. Gietijzer was rond 1870 nu eenmaal in de mode. Brugleuningen, lantaarnpalen, stoephekken, tuinbanken en ook het trapje van het raadhuis werden ervan vervaardigd. Tot geluk van sommigen was het gietijzeren trapje ook geen eeuwig leven beschoren. In 1937 was het versleten. Oude afbeeldingen werden erbij genomen om de stenen trap van 'vroeger' in ere te herstellen.

Interieur

    Ook aan het interieur is natuurlijk in de loop der eeurwen, naar de smaak die leefde in de verschillende tijden, een en ander veranderd. De oude schouw en de geschilderde wapens van de regenten zijn wel bewaard gebleven. De schouw werd gemaakt rond 1700 en kan wel gezien worden als het begin van de diverse kleine verbouwingen uit de achttiende eeuw.
    Uiteindelijk ontkwam ook de schouw zelf niet aan de veranderingen. In 1857 werd hij verplaatst naar de wand, daar waar hij vandaag de dag nog terug te vinden is.
    Het raadhuis op de Markt was tot 1981 het huis der gemeente. Toen verhuisde het gemeentelijk-apparaat naar het huidige pand aan de Karel de Grotestraat. In 1996 vond de laatste verbouwing plaats aan het oude raadhuis. Het pand werd toen geschikt gemaakt om de kastelenvereniging en het VVV te kunnen huisvesten.

Terug naar de 700 jaar index pagina.