700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Denkend aan Wijk

Import

      Op een middag in 1978 trok ik, met een vriendin, voor het eerst van mijn leven naar Wijk bij Duurstede. Ik moet eerlijk bekennen: het ging me om een huis. De plaats waar dat huis stond, deed er op dat moment niet zoveel toe. Wijk kende ik alleen van de lessen op school. Bij Wijk bij Duurstede veranderde de Rijn in de Lek en de meester vertelde over Dorestad.
      Mijn eerste kennismaking met Wijk was bijzonder. Ik bekeek een appartement in Engkstede en kreeg er ter plaatse een toegewezen. Pas daarna liet ik me als woningzoekende inschrijven bij de gemeente. Dat waren me nog eens tijden voor een woningzoekende. Dat nieuwe huis werd gevierd met een bezoek aan het wonderlijkste pannenkoekenhuis dat ik ooit heb gezien.
      Eén van de dingen die me in mijn begintijd zijn opgevallen, is het onderscheid tussen Wijksen en import. Geboren Wijksen zijn nieuwsgierig en op de man af. Ze vroegen mij in ieder geval steeds waar ik vandaan kwam, waar ik woonde en wat voor werk ik deed. Soms volgden wel héél persoonlijke vragen. Zo'n vraaggesprekje werd steevast ingeluid met de vraag: 'Import zeker?'
      Wonen in een stad is meer dan een huis bezitten. Het zijn de mensen die mij het gevoel geven ergens thuis te zijn. Naar die mensen ben ik dus op zoek gegaan door de Wijkse Week mee te organiseren. Van het één komt het ander. Dan leer je vanzelf veel mensen kennen en word je onderdeel van de gemeenschap.
      Langzaam, heb ik ze leren kennen, de Wijksen en de Wijkenaren. En ik heb mijn hart verpand aan deze stad en zijn inwoners. Ik houd van de mooie binnenstad, van de rivier en van het landschap. Ik geniet van alle activiteiten die inwoners organiseren. Ik houd van alle directheid waarmee mensen me hier benaderen. Ik voel me hier thuis. Wijk is mijn stad.
      Al lang stel ik mezelf de vraag: Wanneer ben ik geen import meer en mag ik zeggen dat ik een Wijkse ben?

Miek de Jongh
Inwoonster van Wijk bij Duurstede

Terug naar de 700 jaar index pagina