700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Willen Abcoude grondlegger Ewoud en Elisabeth Gasthuis

Wijkse Courant 2 februari 2000

    Wijk bij Duurstede - Op grootse wijze wordt dit jaar herdacht dat Wijk bij Duurstede zo lang geleden een stad is geworden. Deze gebeurtenis is niet de enige mijlpaal in de Wijkse geschiedenis die dit jaar wordt herdacht. Naast de zevenhonderdste verjaardag van de gemeente valt namelijk ook voor het Ewoud en Elisabeth Gasthuis wat te vieren.

    Deze instelling werd in 1400 gesticht en bestaat dit jaar dus zeshonderd haar. Vandaag en volgede week staat daarom de geschiedenis van het Wijkse bejaardentehuis centraal.
    Aan de familie Van Abcoude heeft Wijk bij Duurstede veel te danken. In 1300 verhief Zweden van Abcoude het dorp tot stad. Honderd jaar later stichtte zijn directe nazaat Willem wederom enkele opvallende instellingen. Zoals veel van zijn tijdgenoten was Willem erg bezig met het zielen heil van hemzelf en zijn familieleden. Om een plaatsje in Gods Koninkrijk te verzekeren, stichtte Willem als heer van Wijk in 1399 al het Dominicanessenklooster, de eerste vrouwelijke variant van deze geestelijke stroming in Nederland.

Stervensbegeleiding

    "Tot zaligheid van de zielen van hemzelf zijn vrouw en al hun kinderen, ouders en rechtverkrijgenden", stichtte Willem een jaar later het Gasthuis. De nieuwe instelling werd vernoemd naar Sint Ewoud, een Engelse martelaar. De toevoeging Sint Elisabeth is pas van een latere tijd. Wanneer en waarom deze naam van de gravin van Thoringen werd toegevoegd is voor historici nog steeds een raadsel.
    De doelstelling van het Gasthuis staat ook in de stichtingsakte verwoord. Het Gasthuis had namelijk tot doel de (gewonde) reizigers, zwervers en stedelijke armen te verplegen en verzorgen en waar nodig te voorzien van stervensbegeleiding. Om dit te realiseren was een heus reglement opgesteld. In het reglement wordt als eerste ingegaan op het besuur van de nieuwe instelling. Twee gasthuismeesters moesten lid van het bestuur worden. Dit moesten figuren zijn die bekend stonden om hun "rechtschapen levenswandel en hun integriteit". Oftewel, deze functie werd bekleed door geestelijken.

Willen van Abcoude naar een anoniem schilderstuk in het Gasthuis, met als onderschrijft:
'Heer Wilm Heer van Abcoude ende van Duersteden heeft het Gasthuys tot Wijck gefondert anno 1400'.

Illustratie uit 'Wijk bij Duurstede' door H. Hijmans.

    Het bestuur bestond verder uit twee door Van Abcoude en het stadsbetuur, voor twee jaar, benoemde schepenen. In totaal bestond het bestuur dus uit vier personen, dat voor de administratie en het innen van alle renten werd aangevuld met de rentmeester.

Armenzorg

    Ook liet de heer Van Abcoude duidelijk beschrijven wie als langdurige patiënt kon worden opgenomen. Ouderen of zieken bijvoorbeeld die zo verzwakt waren dat ze niet meer zelf konden lopen, hoorden daar niet bij. Mensen die niet toerekeningsvatbaar waren, werden ook geweerd. Dit gebeurde uit angst dat zij overlast zouden gaan veroorzaken.
    De patiënten die werden opgenomen, mocht het aan niets ontbreken. Zij dienden verzorgd te worden op een vriendelijke en barmhartige manier. Naast de ziekenverzorging was er ook de armenzorg. De armen mochten niet meer dan één keer in de week onderdak worden geboden. Alleen bij bijzondere slecht weer mocht hiervan worden afgeweken.
    Verder mochten alleen die armen worden opgenomen die niet konden werken door een lichaamsgebrek. Vagebonden, oftewel mesnen die wel konden werken maar het niet deden, moesten worden geweerd.

Twee Pinten

    Een opvallend aspect is ook dat in de stichtingsakte al werd gekeken naar het drankgebruik van de armen. De armen in het Gasthuis mochten namelijk niet meer dan twee pinten per dag krijgen. Wanneer zij dronken in het Gasthuis arriveerden moesten zij onmiddellijk worden verwijderd. Dit "ter wille van de rust van de andere gasten".
    Een ander opvallend feit, is dat hoog zwangere vrouwen de toegang tot het Gasthuis moest worden geweigerd. Voor leprozen en melaatsen was in het Gasthuis ook geen plek. Deze ziekten waren besmettelijk en de mensen met zo'n ziekte werden altijd buiten de stadspoorten verzorgd.

Leprozenhuis

    Westelijk van het Wijkse veer lag rond veertienhonderd de Lieve Vrouwe Kapel, die diende als leprozenhuis. De gasthuismeesters voerden het bewind over deze kapel. Hiervan is vandaag de dag niets bewaard gebleven. De stichting van het Gasthuis was niet alleen een zaak van Willem van Abcoude maar van de hele stad. Natuurlijk is dat al af te lezen aan het feit dat twee schepenen, bestuursleden van de stad dus, lid waren van het bestuur. Naast Van Abcoude ondertekenden ook allerlei andere hooggeplaatste figuren de stichtingsakten.
    De schout, de twee burgemeesters en zeven schepenen zetten hun handtekening onder het document. Daardoor zou de rol van het stadsbestuur voor het reilen en zeilen van het Gasthuis alleen maar belangrijker worden.
    Door de Reformatie verdween in 1581 het rooms-katholieke karakter van het Gasthuis. De geestelijken die tot dan toe altijd deel uitmaakten van het bestuur, dienden hun plaatsen te verlaten.
    Het bestuur dat hierna de touwtjes in handen kreeg, komt volgende week aan de orde in het tweede deel van de geschiedenis van het Ewoud en Elisabeth Gasthuis.

Terug naar de 700 jaar index pagina.