700 jaar stad Wijk bij Duurstede

Gezag stadhouder te groot voor Wijkse vrijheidsstrijd

Wijkse Courant 19 januari 2000

    Wijk bij Duurstede - In Wijk verhoogden de burgers de druk in de strijd tegen de souvereine rechten van de stadhouder. Vooral meer zeggenschap in het lokale bestuur werd geëist. Vorige week keken we al naar de illegale handelswijze van de burgers door de benoeming van H.H. Haentjes en Tielermans Cornelis Beckering als nieuwe leden van het stadsbestuur. Na protest van stadhouder Willem V, werden Haentjes en Beckering maar benoemd tot nieuwe burgervaders.

    Ook het gewestelijk bestuur, de staten van Utrecht, was niet blij met de Wijkse handelingen. In eerste instantie werd de burgemeester de toegang tot de statenvergadering ontzegd. Haentjes had de benodigde eed namelijk slechts ten dele afgelegd. Het gedeelte dat hem niet beviel, resulteerde ook op zijn verzoek uiteindelijk op 7 juli 1785 in de aanpassing van Reglement van Bestuur. Vanaf dat moment kreeg Wijk bij Duurstede eigenlijk een eigen grondwet.
    Wijk had naam gemaakt in het land. Overal vandaan kwamen mensen naar de stad toe om de vrijheidsstrijd te steunen. De spanning in Nederland werd toch al verhoogd, omdat de Oostenrijkse keizer Josef II zijn troepen in Nederlandse steden legerde. Heel Nederland nam de wapens op.
    In Wijk werd het het Gelegaliseerd Corps van de Groene Jagers opgericht. Dit moest zeg maar een extra legertje worden om de stad tegen de troepen van Oostenrijk te beschermen. Wijk ging zich dus bewapenen. Van het Utrechtse genootschap van wapenenen werden patronen verkregen.
    Leidse patriotten beloofden de kleine Wijkse legermacht (maar zestig man) te helpen bij een aanval. In Wijk werd er geoefend met het openen van de sluizen van de Kromme Rijn, waardoor het land onder water moest lopen. Een aanval op Wijk werd gevreesd.

Schikking

    De Staten wilden echter nog steeds proberen te schikken en kwamen met een voorstel: de nu zittende raadsleden mochten blijven zitten, mits in de toekomst niet meer getornd zou worden aan het recht van de stadhouder. De bedreigingen die de voorstellen vergezelden, vielen slecht in Wijk. De schikking werd afgewezen.
    Op 20 maart 1786 ging het nieuwe reglement in. Inmiddels had Utrecht het Wijkse voorbeeld gevolgd. De Utrechters waren ook in verzet gekomen tegen de stadhouder. Bij de aflegging van de eed op het nieuwe reglement bleek toch de verdeeldheid onder de vroedschapsleden. Slechts zes leden legden de vernieuwde eed af, de andere zes weigerden.
    De burgerij was woest en eiste het ontslag van de zes afvalligen. Drie van hen namen toen maar zelf ontslag. De andere drie moesten wel worden ontslagen. Deze actie was volgens de staten en de stadhouder illegaal, immers tussentijds ontslaan kon niet.

Deurwaarder

    De hoofdofficier Grave van Rechteren werd naar Wijk gestuurd, met het verzoek de ontslagen magistraatleden weer in genade aan te nemen. Wijk weigerde; de burgers waren baas in eigen huis. Als laatste redmiddel zonden de Staten, inmiddels zelf gevlucht naar Amersfoort, een verzoek rechtstreeks tot de bestuurders van Wijk. Zij moesten proberen de burgers weer tot bedaren te brengen. De deurwaarder van het gewest werd samen met de gerechtsbode naar Wijk gestuurd om de zes regerende magistraatleden te dagvaarden. Bij aankomst werden de twee echter gearresteerd. De bode werd al snel weer vrijgelaten, de deurwaarder bleef echter in het Wijkse gevang.
    Op 2 juni werd in de Statenvergadering een voorstel tot gewapend ingrijpen besproken. De tijd was echter nog niet daar; wel werd besloten alles in het werk te stellen om de deurwaarder vrij te krijgen. De hoofdofficier werd weer op pad gestuurd.

Onder leiding van kolonal Von Quadt legerde een grote troepenmacht op 5 juli 1787
voor de Veldpoort. De stadhouder had opdracht gegeven de orde in Wijk te herstellen.

Gravure van D. van de Burg, 1780. Uit 'Wijk bij Duurstede - Stad aan het water'.

Aanval

    Wederom maakte Wijk zich intussen op voor een gewapende aanval. Zestig man uit Amersfoort en tien mensen uit Tiel kwamen de Wijkse strijdmacht versterken. Vanuit Utrecht kwamen vierhonderd schutters met bajonet. Uit Heusen en Gorinchem kwamen tenslotte nog eens 21 manschappen. Op 6 september 1786 beval het stadsbestuur alle oude mannen en vrouwen en kinderen om de stad te verlaten. Voor hen kon het wel eens gevaarlijk worden.
    Inmiddels was van eengezindheid geen sprake meer. Ook burgemeester Haentjes werd niet meer vertrouwd. Hij wilde naar Amerongen om daar te gaan overleggen met Statenlid Graaf van Althone. Hij mocht echter niet vertrekken.
    Door het voorstel om te vertrekken werd de voormalige voorloper der patriotten in Wijk niet meer vertrouwd. Op 20 oktober werd hij gedwongen af te treden als burgemeester. Omdat de stadhouder weigerde uit een lijst van voor hem illegale vroedschapsleden een nieuwe burgemeester te kiezen, koos de burgerij zelf haar nieuwe leiders. Ook koos de raad maar enkele nieuwe schepenen. Zo kreeg de stad een volledig eigen regering.

Troepenmacht

    Nog even probeerden de Staten van Groningen in het conflict tussen Wijk en de stadhouder te bemiddelen. Toen deze poging ook tevergeefs bleek, greep de stadhouder toch in. Op 3 juli 1787 gaf de stadhouder de staten van Utrecht opdracht om met een troepenmacht naar Wijk te trekken en de orde te herstellen.
    In de nacht van 5 op 6 juli lag rond twee uur plots een vrij grote troepenmacht voor de Veldpoort, aangevoerd door kolonel Von Quadt. Het vroedschap schrok enorm van deze troepenmacht en zag in, dat een strijd nutteloos was. De burgerij wilde nog wel vechten. Hiervoor waren immers velen naar dit kleine plaatsje afgereisd. Zonder slag of stoot gaven de machthebbers zicht echter gewonnen. Rond zes uur 's ochtends tokken de stadhouderlijke troepen Wijk in.
    De orde werd hersteld. Het stadsbestuur werd afgezet. Eerder afgezette vroedschapsleden werden als vervangers aangewezen. Vrij geruisloos kwam zo een einde aan de drie jaren durende opstand van een klein stadje tegen het grote gezag.

Terug naar de 700 jaar index pagina.