Truus vertelt hier
over een prachtige, af en toe enerverende wandelreis. En geeft en passant de
nodige
Al jaren zijn we lid van de Wandelpool, waarin wandelaars voor elkaar wandelingen organiseren. Meestal dagtochten, maar ook af en toe buitenlandse reizen. Toen iemand een oproep deed voor een wandelreis naar Wales, en ik desgevraagd te horen kreeg dat onze zwarte labrador Jans ook welkom was, was het besluit snel genomen.
Als je naar Engeland wilt met je hond, moet je ruim tevoren met de voorbereidingen beginnen. Je moet aan de volgende eisen voldoen:
· De hond moet een EU-dierenpaspoort hebben.
· Rabiësenting minstens 7 maanden tevoren, en daarna volgens schema.
· De hond moet zijn gechipt voor de rabiësenting.
· Minstens 30 dagen na de rabiesenting moet je bloed laten tappen voor een bloedtest op rabiës titer. Na een positieve uitslag (> 0.5 IE/ml) moet je 6 maanden wachten voor vertrek.
· Als je een keer te laat bent met de rabiësenting, moet de bloedtest opnieuw, en moet je ook weer 6 maanden wachten.
· Behandeling tegen wormen en teken door de dierenarts tussen 24 en 48 uur voor inchecktijd. Het tijdstip van behandeling moet in het paspoort worden vermeld.
Tip: Nog beter is het nog eerder te beginnen, en het bloedmonster te laten nemen minstens 4 maanden na de rabiësenting. Dat is namelijk nodig als je nog eens naar Noorwegen, Zweden of Finland wilt.
Omdat wij al direct het plan hadden om nog eens met Jans naar Engeland te gaan, had ik nadat ze bij ons was komen wonen het hele circus in gang gezet. Alles was dus onder controle. Dacht ik.
|
De rest van de voorbereiding bestonden uit het oefenen met opzetten van onze spinksplinternieuwe tent (na anderhalf uur zwoegen stond hij, en achteraf nog niet goed ook), en het inladen van de auto. Niet te geloven wat je voor 1 week kunt meeslepen. Overigens niet alleen mijn eigen spullen en die van Jans, maar ook kookgerei voor de hele groep, en spullen voor het eerste ontbijt. |
|
Omdat ik als enige een hond bij me had, reisde ik met mijn eigen auto. En had daardoor meer ruimte voor dit soort spullen dan de organisator van de reis en nog 8 deelnemers, die zichzelf als haringen in een ton in een minibusje vervoerden. Omdat ik als enige een hond bij me had, reisde ik alleen met mijn eigen auto. En had daardoor meer ruimte voor dit soort spullen dan de organisator van de reis en nog 8 deelnemers, die zichzelf als haringen in een ton in een minibusje vervoerden. Twee in Engeland wonende Hollanders kwamen, samen met hun Flatcoated Retriever, ook op eigen gelegenheid.
Ruim op tijd stond ik bij de ferry-terminal in Duinkerken, waar we de boot naar Dover geboekt hadden. Gelukkig maar dat ik vroeg was, want we werden bijna teruggestuurd omdat de chipdatum van Jans niet in haar paspoort stond. Na wat heen en weer telefoneren werd dat opgelost met een fax van de dienstdoende dierenarts. Vervolgens werd er moeilijk gedaan over het tijdstip van behandeling tegen teken en wormen. Ik dacht zeker te weten dat dit moest tussen de 24 en 48 uur voor aankomst in Engeland. Maar de ferry-maatschappij rekende - achteraf terecht - met het tijdstip van vertrek. En aangezien de boot om 10:00 uur vertrok, en Jans om 10:05 behandeld was, moesten we wachten op de volgende boot. Twee uur later. Jans bleef tijdens de overtocht in de auto, zoals bij boten die kort varen gebruikelijk is. Bij de meeste maatschappijen met een langdurige overtocht moeten honden in een kennel, wat vooral als er een zenuwlijder tussen zit heel traumatisch kan zijn. Alleen op de veerdienst Zeebrugge – Rosyth (bij Edinburgh) kan je er voor kiezen de hond mee naar de hut te nemen, en kan je ze buiten op het dek uitlaten.
Mijn hoop dat het op zondag niet druk zou zijn op de Engelse snelwegen werd al snel de bodem ingeslagen. Toch lukte het er de sokken in te houden, inclusief af en toe een sanitaire sop voor ons beiden. Voorbij Birmingham ging het verder binnendoor, en door mijn GPS als routeplanner te gebruiken kon ik via allerlei geitenpaadjes de kortste weg nemen. Onder meer langs een autovrije stuwdam, waar Jans en ik uitgebreid de benen strekten
Het was al nagenoeg donker toen Jans en ik op de camping aankwamen, waar de beheerder direct naar me toe kwam om te vragen of ik van de groep Hollanders was. Aha, de 9 personen in een minibus? Nee, 2 in een auto met Engels kenteken. Op het aangewezen veld bleek inderdaad alleen een Engelse auto te staan, waarvan de inzittenden zich al hadden teruggetrokken in de binnentent. Daar gloeide althans licht. Vreemd. Onderweg had ik via SMS regelmatig contact gehad met de groep van 9, en doorgekregen dat ze de camping hadden bereikt, en wat waren gaan drinken in het dorp. Maar dan zouden hun tenten er toch moeten staan? Ter plaatse had de GSM geen bereik, dus kon ik niets beters verzinnen dan bij het licht van de auto de te proberen de tent overeind te krijgen. Gezien mijn geringen ervaring hiermee hadden we afgesproken dat de groep van 9 hiermee zou helpen, maar waar die waren? Toen ik na enig worstelen nog niet had ontdekt waar de bovenkant zat, besloot ik toch maar eens te roepen of de bewoners van de andere tent Hollanders waren. Dat bleek het geval. Ze hadden vanwege de kou in bed liggen lezen, en hadden de tent in een kwartiertje overeind.
|
|
’s Morgens lieten we de honden kennismaken met elkaar, en met de hond van de campingbeheerder. Gezien de lage bezettingsgraad konden de honden gewoon loslopen, en werd er druk gespeeld in en rond het beekje dat het veld waar we stonden omzoomde. |
Nog steeds taal noch teken van de groep van 9, en na een zeer uitgebreid ontbijt (omdat ik op 12 man had gerekend hadden we meer dan genoeg!) besloten we toch maar te gaan wandelen. Om te beginnen in het bos waarin de camping lag. Omdat de organisator de weg zou wijzen had ik niets voorbereid, maar had wel topografische kaarten van het gebied en een kompas bij me. De duur aangeschafte topografische kaart die ik in mijn GPS had geladen leek helaas niet beschikbaar. Achteraf bleek dat ik de gebruiksaanwijzing niet goed had bestudeerd, maar daar kwam ik na de vakantie pas achter. In dit overigens schitterende bos hadden we onze navigation skills overigens nauwelijks nodig, dankzij een ter plaatse verkrijgbaar kaartje met herkenningspunten, die ook in het veld duidelijk waren aangegeven. Teruggekomen op de camping hing er een briefje aan de auto van de groep van 9, die op een andere camping bleken te zitten. Maar telefonisch contact was nog steeds niet mogelijk. Inmiddels waren we er achter dat langs de weg genoeg ontvangst was om een SMS’je te versturen, en voor de zekerheid stuurden we het adres waar wij zaten.
|
Het had ’s nachts flink geregend. De voortent stond onder water, en het lieflijke beekje was veranderd in een woest kolkende stroom. Maar het klaarde het snel op, en kon ik het grote kussen van Jans, dat gelukkig het water had tegengehouden van de rest van de bagage, in een boom hangen om te drogen. ’s Nachts lag Jans op een kleiner kussen in de binnentent, zodat onze nachtrust niet gestoord was. |
|
Tijdens het ontbijt kwam het busje van de groep van 9
aangereden. Eindelijk contact. Het bleek dat degene die de uitstap had
georganiseerd de link had rondgestuurd van een andere camping dan hij voor ogen
had. Hij nam het broodnodige kookgerei mee, en we spraken af dat we ’s avonds
op de andere camping zouden komen eten. Even ter
|
|
We besloten met zijn drieën eerst het dorp te bekijken, en dan vandaar door te wandelen de heuvels in. Eerst door grasland, dan bos. Dan over het “Fishermen’s path”, ruig en spannend langs de rivier de Glaslyn. |
Na deze schitterende wandeling hadden we weinig gelegenheid om de tenten open te zetten zodat onze spullen konden drogen, want we aten immers op de andere camping. Op zichzelf wel heel leuk, lekker en gezellig. We besloten de volgende dag te proberen de Snowdon te bedwingen. Dat is buiten Schotland de hoogste berg van Engeland. Dat deze met slecht weer gevaarlijk is om te betreden bleek er uit dat alleen al de afgelopen weken alweer drie mensen de beklimming ervan met de dood hadden moeten bekopen. Maar voor woensdag was er mooi weer voorspeld, en we zouden een relatief eenvoudige route kiezen.
De route die ons voor ogen stond was bij het stationnetje an Rhyd-Ddu. Welch is geen eenvoudige taal. Het was niet ver van onze camping, maar het busje ging een keer extra op en neer, zodat we fit en uitgerust aan de tocht konden beginnen. De hele groep nu bij elkaar. Vrolijk kwebbelend. Met een jas, een fleece en voldoende eten en drinken was mijn rugzakje aardig zwaar, maar in het begin gingen we nauwelijks omhoog, en was het toch goed te doen.
|
Het eerste stuk liepen we door “sheep country” (schapenland), en het was een gemak dat de honden goed gehoorzaam waren zodat we zonder problemen tussen de wollige viervoeters door konden laveren. De percelen waren gescheiden door vrij hoge muren, maar dankzij handige trappetjes konden mensen en honden daar vrij makkelijk over klimmen. In deze omgeving werd in het verleden veel leisteen werd gewonnen, waarvan grote afvalhopen de stille getuigen waren. |
|
Hoe verder we naar boven kwamen, hoe kaler het werd, en hoe lichter mijn rugzak werd, want al snel had ik alles aangetrokken wat ik had meegenomen. Gelukkig maar dat het frisser werd, want geleidelijk aan werd het toch wel hard werken om vooruit te komen. We gebruikten de GPS niet om te navigeren, maar het was wel handig dat we er op konden aflezen hoe ver we al hadden gelopen, en hoe hoog we zaten. En we stonden er van te kijken hoe weinig dat opschoot. Op een gegeven ogenblik zagen we de top “vlakbij” liggen, en zouden we volgens de GPS nog 400 meter omhoog moeten. Bijna niet te geloven. Tot we aan het laatste stuk begonnen waren, want we kregen het nog even flink voor onze kiezen. Af en toe moesten we onszelf letterlijk met handen en voeten omhoog hijsen, en het laatste stuk ging het zo dicht langs de afgrond, dat ik maar blij was dat de krachtige wind niet die kant op woei. De honden hadden overigens geen probleem.
|
|
Vlak bij de top Snowdon was ik foto's aan het maken van bergbloemetjes, toen iemand aanwees dat ze een op de rotsblok ook groeiden. Dat wijzen vatte Jans op als een commando om er op te springen. Het werd een hele mooie foto, maar persoonlijk zou ik daar niet graag gaan staan, want je kan er een heel eind naar beneden. |
Boven aangekomen – het laatste stuk ging inderdaad 400 meter omhoog – werd onze klauterpartij werd beloond met een foeilelijk restaurant, dat nog gesloten was ook. Een beetje een anticlimax. Je kan er ook met een stoomtreintje komen. We puften niet lang uit, want we kregen het al heel snel heel erg koud, en gingen omlaag langs een makkelijker weg. Achteraf was het pad waarlangs we geklommen hadden niet helemaal wat we voor ogen hadden gehad, maar meer voor gevorderde bergwandelaars.
De afdaling verliep sneller dan de heenreis, en we besloten door het bos naar onze camping te wandelen. Dat zou nog een kilometer of 4 zijn, langs paden die dankzij een nieuwe wandelwet pas sinds kort openbaar zijn. Ondanks dat we in eerste instantie weinig hoefden te klimmen, was dit geen comfortabele route. Een ijzeren trapje over het prikeldraad was dermate eng, dat ik de neiging had er met de ogen dicht over heen te klimmen. En de honden moesten we hier optillen en doorgeven. En op een gegeven ogenblik versperde een enorme ram ons de weg, die ook nog eens een keer naar Jans uithaalde. Later werd het pad breder, en waanden we onszelf al “bijna thuis”, toen een boze boer op een vierwielige motorfiets kwam aanscheuren, die vond dat hij niets met de wandelwet te maken had, en of wij maar wilden ophoepelen. Dat werd dus dezelfde weg terug, weer langs de ram, en weer langs het ijzeren trapje. En uiteindelijk werd de terugreis 12 kilometer, zodat we er in totaal die dag 24 voor ons kiezen hadden gehad.
|
We waren blij dat we alleen erwtensoep hoefden op te warmen om aan ons eten te komen, want we waren allemaal complet uitgevloerd. De honden ook, al was dat bij Jans na een half uurtje over en wilde ze wel weer spelen. |
|
|
|
We hadden besloten dat een rustdag wel konden gebruiken, en gingen met de stoomtrein op en neer van Rhyd-Ddu naar Caernarfon. Heerlijk om ook eens zonder moe te worden door het berglandschap te hobbelen. |
Dan nog wat boodschappen doen, en bijtijds naar de camping. Het was nog steeds mooi weer, maar in de tent was het nog klam van de ochtenddauw, en het was zaak de boel nog een poos open te zetten. Dat kon niet als we bij de groep op de andere camping gingen eten, zodat we de rest van de week gesplitst bleven.
|
Rust is leuk, maar het roest, en we hadden weer zin in een wandeling. In de bossen rond Blaenau Ffestiniog. Daar zijn de hoogteverschillen niet zo groot, en heb je schaduw. Geen overbodige luxe, want het begon inmiddels flink warm te worden. We beperkten ons dan ook tot een kilometer of 10 in dit overigens ook schitterende gebied, waar we ook regelmatig een stoomtreintje tegenkwamen. |
|
Toen Jans ’s avonds bij de tent lag te slapen, werd ze overlopen door de hond van de campinghouder die door zijn baas gefloten werd en haar kennelijk niet had gezien. Ze sprong wel een meter omhoog. Toen ik haar even later ging uitlaten, liep ze op drie poten. Het leek er op dat ze haar schouder geforceerd had. Na een poosje bewegen ging het wat beter, maar ik zag onze laatste wandeldag al in rook opgaan. ‘ nachts kreeg ze een badstof jasje aan om de boel warm te houden, en zag ik onze laatste wandeldag in rook opgaan.
|
|
Gelukkig liep Jans een stuk beter, maar het leek me toch geen goed idee nog een lange wandeling te ondernemen. Inmiddels werd het heel druk, want de komende maandag was een nationale vrije dag, en half Engeland ging kamperen. Een plan om vast naar Zuid-Wales te rijden en daar te overnachten ging om die reden niet door. |
Het was aantrekkelijk om vroeg bij de boot te kunnen zijn, maar dwars door Wales met allemaal zondagsrijders op de weg sprak me toch niet zo aan. Uiteindelijk ging ik mee met mijn “Engelse” reisgenoten, die gepland hadden al naar huis te gaan. Dat werd nog heel gezellig.
Vroeg uit de veren, en snel op weg. Het gas er op, en het begin van de middag waren we al in Dover. We hadden pas ’s avonds een boot geboekt, maar rond die tijd is het heel rustig, en we mochten al mee. Nog een paar uur het stuur vasthouden, en we waren thuis. En Jans was gelukkig niet kreupel meer.
Terug naar de avonturen van Dex
en Jans.
Terug naar de homepage van Sjak en Truus.