De groene heuvels van Ierland (2007).

 

Sjak en Truus waren al vaak in Ierland geweest. Dit keer hadden ze gezelschap van oom Abel en van Alie. Alie en Truus zijn oude paardrijdvriendinnen. De bedoeling was een vooral relaxte en gezellige vakantie. Rustig van tempo, want Oom Abel’s actieradius was niet al te groot met zijn rollator. En aangezien Alie tegenwoordig ook een rolstoel heeft, was het voor haar ook geen bezwaar dat de vakantie niet zo actief zou zijn.

 

Voorbereiding.

 

De voorbereiding had nog heel wat voeten in aarde. De bedoeling was eerst dit helemaal door een reisbureau te laten verzorgen, maar al snel bleek dat dit bureau niet zo veel kon. Stoelen in de voorste rij van het vliegtuig? Dat kon alleen als we zelf via Internet boekten. Nagaan of de hotels die we op het oog hadden geschikt waren voor rolstoelers? Konden ze niet nagaan. Uiteindelijk klom Truus zelf in de telefoon, en nadat ze een stuk of 12 Ierse hotels aan de lijn had gehad, had ze er twee die aan de eisen voldeden. Tijdens de zoektocht bleek een rolstoelsymbooltje op de site van een hotel helemaal niets te zeggen. Het houdt in dat je een hotel binnen kan komen, al dan niet via een achteringang of dwars door de keuken. Maar of de kamers ook geschikt zijn, daar heeft het niets mee te maken. Van heel veel hotels hadden alle kamers alleen een bad (geen douche), en dat was toch wel een onoverkomelijke hindernis. Maar de telefonades brachten hun geld wel op, want beide hotels die we uiteindelijk kozen bleken bij telefonisch contact bereid tot een aanzienlijk scherpere prijs dan volgens de brochure.

Uiteindelijk bleef er voor het reisbureau niet meer handel over dan het boeken van 1 hotel, en dat dan nog alleen maar omdat we in combinatie hiermee een uiterst voordelige huurauto konden boeken. Een grote berenbus (=MPV) van een gerenommeerd verhuurbedrijf voor € 37,- per dag! Daar kan je niet voor sukkelen. Het gebrek aan deskundigheid van het reisbureau werd weer breed geëtaleerd, toen het bijna een uur kostte om ze ervan te overtuigen dat je bij 10 overnachtingen 11 dagen de auto nodig hebt. Men was er in eerste instantie van overtuigd dat je 12 dagen autohuur zou moeten boeken, en vastbesloten aan dit standpunt vast te houden.

 

Zaterdag 6 oktober.

 

Om uitgerust aan de vakantie te kunnen beginnen, hadden we een hotel geboekt bij Schiphol. Sjak en Truus reisden vanuit Brabant per trein hiernaar toe. Alie en Abel kwamen met de Valyspas per taxi. Het hotel was sober maar doelmatig. Maar vooral sober.

 

Zondag 7 oktober.

 

Toch altijd weer spannend, zo’n vliegreis. Zijn we overal op tijd? Ondanks dat het uitchecken in het hotel lang duurde, hadden we het geplande busje naar de luchthaven. Daarna ging het snel. Omdat de afstanden op Schiphol toch vrij groot zijn, hadden we ook voor oom Abel rolstoelvervoer geregeld. Additioneel voordeel hiervan was, dat de bijbehorende hostess ons resoluut langs de rij met wachtenden voerde. Overigens onder luidkeels protest van iemand die bijna aan de beurt was. Waarom Alie fijntjes informeerde of hij wellicht wilde ruilen.

We hadden een uiterst comfortabele vlucht, onder het genot van heerlijke chocolademelk en verrukkelijke broodjes.

 

 

Cork Airport is een piepklein vliegveldje, en binnen no-time zaten we in onze huurauto en waren we onderweg naar Connemara. Met Sjak achter het stuur. Truus had geen rijbewijs bij zich. En dat zal ze nog vaak moeten horen!

 

 

 

 

Ons hotel in Carna bleek een ontzettend gezellig familiebedrijf, waar niets de mensen teveel was om het de gasten naar de zin te maken. We voelden ons er al snel helemaal thuis. Het is een “rolstoelvriendelijk” hotel, wat inhoudt dat het niet 100 % is aangepast. Maar de welgemeende vriendelijkheid compenseerde in ruime mate dat je af en toe moeilijk de bocht kon krijgen.

Uitgangspunt was dat de gasten flink moesten worden vetgemest. We kwamen niets tekort!

 

Maandag 8 oktober.

 

Het ontbijt was al net zo royaal als het avondeten: pruimen, pap, bacon, eieren, bloedworst. Maar ook muesli en yoghurt.

Vooral Abel at als een dijkwerker. De pap herinnerde hem en Truus aan vroeger. Thuis. In Wolvega.

 

Voor onze eerste rondrit door het ruige landschap van Connemara hadden we de route zo uitgestippeld dat we langs een fokkerij van Connemara Pony’s kwamen. Tevens manege en ponytrekking centrum. Met in het achterhoofd de wens van Alie ooit nog op een Connemara Pony te rijden. Helaas bleek het bedrijf gesloten. Dit ondanks de vermelding op de website dat het jaarrond open zou zijn.

Een zalmrokerij op de route bleek ook al gesloten; hier had men net middagpauze.

Dus togen wij naar Clifden in de hoop zelf iets eetbaars te verschalken. Wat wonderwel lukte in een uiterst gezellig Iers kroegje. Overheerlijke Ierse Stew, en prachtige Ierse muziek op de achtergrond. Van een CD. Dat wel. Buiten het toeristenseizoen is de kans op levende muziek niet zo groot.

 

De route terug naar het hotel werd wat langer dan gepland, zodat we pas met donker terugwaren.

 

Dinsdag 9 oktober.

 

Sjak had een folder gevonden van het Dartfield Paardenmuseum bij Loughrea, met ook een manege erbij, en daar togen we naartoe. Het werd een groot succes. Eerst een kijkje in het museum. En dan stelden we de brandende vraag: zou Alie op een Connemara Pony kunnen rijden? Liam van de manege keek eerst zuinig, want stond er wel een geschikte Connemara Pony niet te ver van huis? Na anderhalf uur zoeken in de uitgestrekte weidegronden gaf hij ons niet veel kans.

 

Maar hij zocht door, kennelijk vastbesloten dit mogelijk te maken. Uiteindelijk kwam hij tevoorschijn met een schitterende vaalgele ruin, die luisterde naar de naam Dundee. Met verontschuldigingen voor de slechte hoeven; het dier was bevangen geweest.

 

Het opstijgen via een grote steen verliep natuurlijk niet zo soepel als in de dagen van weleer.

 

 

 

 

 

 

 

Maar toen de pony eenmaal rondstapte zag je de hand van de meester. De passen werden langer, en ontspannen zocht Dundee het bit op. Alie genoot overduidelijk, en de toeschouwers niet minder.

 

Nog een klein drafje, en Alie had haar portie weer gehad. Een belevenis om nooit te vergeten!

 

 

 

Woensdag 10 oktober.

 

Het graafschap Mayo was ons doel vandaag, en dat hield in dat we de bergen in gingen. Heen een toeristische route langs de kustweg, waar we niet alleen waren. Niet toevallig, want het was er schitterend.

 

 

 

 

 

Water en, rotsige weilanden

 

 

 

 

Donker dreigende ronde bergtoppen, met de kop in de wolken, en flarden zonlicht er door heen.

 

Mystiek en mistig.

 

Dit is Ierland.

 

 

 

Terug langs een smal geitenpaadje, dat anderen niet weten te vinden. Net zo adembenemend.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zouden de geheugenkaartjes  van de fotocamera’s groot genoeg zijn?

 

 

Donderdag 11 oktober.

 

Eerst maakten we Clifden onveilig voor wat boodschapjes. En verbaasden ons over de prijzen in de etalage van een lokale makelaar. Vier tot zes ton voor een onnozele cottage! Of het niks is!

 

 

Vervolgens togen we naar het Connemara National Park. Daar aangekomen bleek een flinke helling te moeten worden overwonnen om bij het bezoekerscentrum te komen. Dat werd dus Abel en Alie om de beurt in Alie’s rolstoel. We bekeken het bezoekerscentrum, en een indrukwekkende audiovisuele show. Maar een rondwandeling zat er op dit rotsige terrein niet in. Dit bracht wel (weer) de discussie op gang of we voor Abel een eigen rolstoel moeten aanschaffen. Overigens genoot Abel voor 200 % van de vakantie, en voelde zich in ons gezelschap duidelijk als een vis in het water.

 

 

Vrijdag 12 oktober.

 

 

 

 

 

Na het zoals gebruikelijk overvloedige ontbijt lukte het met enige moeite alle bagage in de auto te proppen, namen we afscheid van de hartelijke hoteliers en reden zuidwaarts.

 

 

 

 

 

Door Galway en “the Burren” naar de kliffen van Mohair. Ook al voorzien van een bezoekerscentrum met allerlei attracties. Op het golfkarretje waarmee minder validen zich naar het uitzichtpunt konden laten transporteren, was nog plaats voor 1 persoon. Dus reed Alie daarmee naar boven, en duwden Sjak en ik Abel in haar rolstoel omhoog. Indrukwekkende overigens. De kliffen gaan hier 200 meter loodrecht omlaag de oceaan in.

 

 

 

 

 

Nadat Abel per golfkarretje en ik lopend weer naar beneden waren vertrokken, vroeg een dame waar toch die oude man uit de rolstoel was gebleven. Waarop Sjak zich geen moment bedacht, en antwoordde dat hij die over de rand had gekiept, omdat hij met de boot terug wilde. Waarop de dame zich toch wel heel erg ongerust maakte, en het Alie moeite kostte uit te leggen dat het haar rolstoel was en Abel per golfkar was teruggegaan. Dat is nu: rolstoellol!

 

 

 

 

Het was al donker toen we in ons hotel in Dingle (graafschap Kerry) arriveerden. Een imposant gebouw tussen de bergen en de Oceaan, gelegen in een fraaie en deskundig aangelegde tuin. Wel een beetje een accommodatie a la Fawlty Towers. Onder meer kregen we heel ander eten dan besteld. Maar prachtige kamers. Vooral voor Abel en Alie, die beide een volledig aangepaste badkamer hadden, en schitterend uitzicht over de Oceaan.

 

 

 

 

 

Luxueus gemeubileerd, maar met vliegen, kapotte gordijnen, en een dode kikvors in de vensterbank. De eigenaar heette Ron, en dat was bij ons al snel Ron Cleese. De sfeer was geweldig, en we zouden er een heerlijke tijd hebben.

 

 

Zaterdag 13 oktober.

 

 

 

 

 

 

We begonnen het verkennen van onze nieuwe omgeving met het schiereiland Dingle. Het hotel lag pal naast de Connor Pass, dus we konden er direct tegenaan. We volgden de hele kustlijn, en werden getracteerd op de meest schitterende uitzichten.

 

 

 

 

 

Af en toe brak de zon door, en konden we de fantastische wolkenluchten fotograferen, waartussen imposante ronde bergtoppen.

Machtig en krachtig.

En prachtig!

 

 

 

 

 

 

 

Het meest onder de indruk waren we bij een strandje aan de noordkant van het schiereiland, vanwaar we uikeken over een kleine baai, omgeven door kliffen. Niet zo hoog als die van Mohair, maar voor ons niet minder indrukwekkend.

De golfen beukten op het strand en op de rotsen, en oh wat voelden we ons klein.

De pret werd verhoogd doordat we hier het rijk alleen hadden.

 

 

 

 

Interessant was een bezoekerscentrum over het grote Blasket Eiland. Ooit bewoond, maar inmiddels verlaten.

 

 

 

 

Met een omweg reden we terug naar het hotel, waar Ron Cleese naar buiten stoof om de deuren voor ons open te zwaaien.

 

 

Zondag 14 oktober.

 

 

 

We zouden Killarney met een bezoek vereren, en kwamen er achter dat we er niet alleen waren. Parkeren lukte zo ie zo al niet. Ook bij de invalidenparkeerplaatsen (vaak zonder kaart), en zelfs bij dubbele gele strepen. Dus reden we door naar een parkeerplaats niet ver van Muckross House.

De weg naar dit statige Herenhuis legden we af met een “jaunting car”; een 2-wielige kar met een klassiek Irish Draught Horse ervoor, die luisterde naar de naam Molly.

 

 

 

 

 

 

We bekeken er ook de “traditional farms”, een soort openluchtmuseum. Gelukkig konden we er een extra rolstoel lenen, zodat het ook voor Abel te doen was wat langere afstanden af te leggen. Hij was opvallend geďnteresseerd, en sprong bij elk volgend huisje uit de stoel. Het doet natuurlijk denken aan vroeger. Maar zo ie zo werd hij in de loop van de vakantie steeds alerter en levendiger.

 

 

 

 

 

Byzonder veel aandacht kreeg Abel van de Ierse wolfshonden.

Hij had boter van de karndemonstraties aan zijn vingers. Vandaar.

 

 

 

 

 

 

Voor het werk was er een indrukwekkend span Clydesdales.

 

 

 

 

 

 

 

 

Allerlei dieren lieten zich graag bewonderen.

 

 

 

 

 

 

 

Als toetje bekeken we een indrukwekkende waterval.

 

 

Maandag 15 oktober.

 

Toen we wakker werden huilde de wind rond het gebouw, en kletterde de regen bij vlagen tegen de ruiten. Vanuit de ontbijtzaal zagen we de wingerds woest slingeren rond de ramen, en van de berg naast het hotel stortte zich een waterval die zich kon meten met die bij Killarney.

 

 

 

 

 

 

 

We konden genieten van de sfeer die hierdoor ontstond, want de Ierse Erwin Kroll had een stralende dag beloofd.

 

 

 

 

 

En inderdaad brak de hemel open nog voor we ons naar de auto begaven. Ons doel was dit keer de “Ring of Kerry”, en we hadden er inderdaad prachtig weer bij. Omdat het op de route wemelde van de toeristenbussen, weken we er overigens meer van af dan dat we hem volgden.

 

 

 

 

 

 

Voor de kust lagen de Skellig Eilanden, puntig oprijzend vanuit de Oceaann, waar ooit monniken een hard bestaan leidden.

 

 

 

 

 

 

Alleen al de trap naar hun klooster. Meer dan 200 meter hoog, steil, en niet voorzien van leuningen. We bekeken het bezoekerscentrum dat hieraan was gewijd, inclusief uiteraard weer een audio-visuele show

 

 

 

 

 

 

 

 

De Gap van Dunloe, een pas midden door machtige bergen, was een ander hoogtepunt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Met het vallen der duisternis keerde de regen terug.

En oh, wat konden we weer goed slapen.

 

Dinsdag 16 oktober.

 

 

 

 

 

De laatste hele dag in Ierland was de Beara Peninsula ons doel; een schiereiland ten oosten van de Ring of Kerry. Dit keer hadden we zonnig weer van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, met alleen hier en daar wat wolken om de foto’s op te leuken.

 

 

 

 

 

 

 

Het werd alweer een aaneenschakeling van hoogtepunten: bergen, meren. Een adembenemend uitzicht bij “Ladies View”.

 

 

 

 

 

Watervallen., Bantry Bay, de Healy pas.

 

 

 

 

 

 

Een fantastisch restaurantje langs een meer.

 

 

 

 

Noem maar op.

Alles overweldigend.

Overdonderend.

Fantastisch!

 

Woensdag 17 oktober.

 

Tijd weer voor de thuisreis. Zonder al te grote omwegen naar het vliegveld van Cork. Toch onderweg nog een fabriekje van Tinnen soldaatjes kunnen bekijken.

 

 

 

 

Inleveren die huurauto, en terugvliegen naar Amsterdam.

De heerlijke chocolademelk verzachtte het feit dat de vakantie nu toch heus ten einde liep.

 

Donderdag 18 oktober.

 

Na het ontbijt was het toch echt voorbij, en was het tijd van afscheid nemen.

Abel en Alie vertrokken weer per taxi naar Friesland. En Sjak en Truus reisden per auto terug naar het Brabantse.

Wat was het goed bevallen met zijn vieren. Volgend jaar weer!

 

Terug naar vakantieverhalen

Terug naar de homepage van Sjak en Truus.