Frankrijk werd Drenthe.
Hoe de plannen veranderden, maar we toch
een leuke vakantie hadden..
Vakantie in
oktober dit jaar. Geen tijd om noordwaarts te gaan, de kou tegemoet. We
besloten voorlopig richting Frankrijk te gaan. Volop onverharde paden daar,
voor de Unimog en om te wandelen. En bij slecht weer zouden we eventueel de
Pyreneeën oversteken en Noord-Portugal verkennen. We bereidden ons goed voor,
want voor het geval we in het Middellandse Zeegebied verzeild zouden raken,
hadden we Jans op voorhand voorzien van een tekenband die ook de zandvlieg
doodt. De zandvlieg brengt de gevreesde ziekte Leishmania over. Deze band werkt
pas goed na 2 weken, zodat Jans al ruim tevoren rondliep in vakantietenue.
Vier volle weken
hadden we. Wat zouden we genieten!
Maar voor
vertrek moesten er nog wel een paar hobbels genomen worden, en wel te maken
hebbende met onze auto’s: Onze Toyota Landcruiser had een antiroest behandeling
gehad, en stond daardoor nog in Alphen
aan de Rijn. Die moest worden opgehaald, en weer in elkaar gezet. Voor de
behandeling had Sjak hem namelijk gedeeltelijk moeten demonteren. En onze
Unimog camper schudde sinds montage van nieuwe banden Alleen bij bepaalde
snelheden. Een heel vervelend probleem, waarvoor de oplossing niet voor het
oprapen lag. Inmiddels had de fabrikant de banden al
weer vervangen, maar zelfs dat had niet mogen baten. De volgende stap was het
laten controleren van de schokbrekers, en op de eerste dag van de vakantie had
Sjak een afspraak bij een specialist op dit gebied.
We begonnen met
een enigszins hectisch weekend, waarin Sjak ’s zaterdags pas laat thuis was, en
dat verder gevuld werd met wassen en poetsen voor mij, en uitruimen en
schoonmaken van de Scania voor Sjak. Korte wandelingen met Jans en soms Dex
vormden een rustpunt.
Terwijl ik de
Toyota haalde, vertrok Sjak vol goede moet naar de schokbrekerspecialist. Die
echter de afspraak vergeten was. En wat dachten ze bij de Koni wel niet? Dat
hij al hun problemen ging oplossen? En wie ging dat betalen? Toen Sjak opmerkte
dat de rekening voor ons zou zijn, en het ons probleem is, trok hij wat bij.
Maar hij ging toch niet zo ver dat hij naar de schokbrekers keek. Hij had toch
op zijn minst kunnen nagaan of we wel het juiste type hebben. Maar hij stelde
dat hij niets kon doen, tenzij de cabine gekanteld zou worden. Nu is dat
kantelen bij onze Unimog in theorie wel een optie, maar de vorige eigenaar
heeft het nooit gedan. Ook niet toen enkele jaren eerder de huidige
schokbrekers zijn gemonteerd. Er is ook geen rekening mee gehouden met het
aanleggen van allerlei bedradingen, dus je weet niet wat je aanricht als je het
toch probeert. Dus reed Sjak naar huis met de gedachte de schokbrekers er dan
maar zelf onderuit te halen. Als de specialist dan zou controleren of ze
allemaal hetzelfde zijn ingesteld, en of ze zo ie zo
wel van het juiste type zijn, zou hij zelf verder kunnen zoeken.
Maar
eerst wilde hij de Toyota afwerken, en daar was genoeg aan te doen. Niet alles
wat hij er af had gehaald was nog in goede staat, en hij had van alles nieuw
besteld. Wonderbaarlijk, hoe van zo’n 18 jaar oude
auto van alles nog verkrijgbaar is. Overal waar hij ook maar een spatje roest
vond werd geschuurd en behandeld, en overgespoten met speciaal voor ons
gemengde autolak. Gelukkig had hij er prima weer bij. Nog een dagje poetsen en
polijsten, en de Toyota was weer als nieuw. En kan er naar we hopen weer 18
jaar tegen. De kroon op het werk moest overigens nog worden geplaatst. Een
roestvrij stalen uitlaat, waarvoor aan het eind van de vakantie nog “even” naar
Hoogezand moesten.
Terwijl Sjak
bezig was met de Toyota, hoefde ik me ook niet te vervelen. Mijn oom Abel, voor
wie ik zijn practische zaken regel, had een verhuizing in het verschiet naar
een bejaardenhuis. We onderhandelden ons er uit dat Oom pas eind december zou
hoeven verhuizen, zodat hij de tijd zou hebben om aan het idee te wennen.
Intussen moest er wel een hoop geregeld worden, en dat wij bij Breda wonen en
Oom in Heerenveen, maakte dit niet minder gecompliceerd.
Inmiddels was de vakantie half om, en het
schrikbeeld doemde op dat Sjak de rest van de vakantie al dan niet tevergeefs
aan de Unimog zou werken, en ik intussen op en neer naar Heerenveen zou tuffen.
We besloten tot een practische oplossing. Drenthe is ook mooi. Dan maar die
kant op. We besloten niet te veel te rijden, zodat de inventaris van de Unimog
niet teveel onder het schudden zou lijden, en boekten een plaatsje op een
natuurcamping in Uffelte. Bij een creatieve boerderij, waar ik ooit een cursus
volksdansen voor senioren heb gevolgd. De Toyota ging mee, met het oog op de
nieuwe uitlaat. Makkelijk, want we konden er ook mee
naar Heerenveen en naar waar we wilden wandelen.
Uiteindelijk
gingen we dan toch nog vakantie vieren.
En uiteindelijk
volgt hier daarvan een verslag van dag tot dag.
Pas rond de
middag reden we weg. Het wachten was op mij, want ik moest nog een heleboel
brieven schrijven in verband met de verhuizing van oom Abel. Het was dan ook
donker toen we in Uffelte arriveerden. In een modderpoel, want intussen was het
gaan regenen. Sjak ’s humeur zakte tot ver onder vakantieniveau, maar gelukkig
trok hij wat bij na een enorme schnitzel in een nabijgelegen truckstop.
|
Vanuit de
camping liepen we zo het bos in, en we struinden een eind door het Oosterzand
en Westerzand. Eindelijk een beetje vakantiegevoel. We hadden er prachtig
weer bij. We
fourageerden in het nabijgelegen Meppel, zodat ik ’s avonds een stevige
maaltijdsoep kon stoven. Woensdag.
Een dagje
Heerenveen. Daar eerst een gesprek met de woning-bouwvereniging, waarbij we
te horen kregen wat er voor de oplevering gedaan moest worden aan de oude
woning van Oom. |
|
Dan op naar het
bejaardenhuis, voor een eerste inspectie van het overigens prachtig gelegen
appartement, en een gesprek met de begeleiders van Oom. Dan nog “even” naar de
woninginrichter om vloerbedekking uit te zoeken. Een welgevulde dag. Net
werken.
|
|
Donderdag.
Een hele dag
wandelen. Een route van 23 kilometer vanuit Diever
uit het boekje “Wandelen met je hond”. Door hetNationaal Park Drents Friese
Wold. Uitgestrekte bossen in herfstkleuren, afgewisseld met hei en vennen. En
doorsneden door het stroomgebied van de Tilgrup, met extensieve landbouw. Een
paar jaar eerder had ik deze route al eens gelopen met Dex, maar had toen de
afstand bijna anderhalf keer afgelegd, doordat de beschrijving niet altijd even
duidelijk was. Met de tweede druk van het boekje was dit probleem gelukkig
opgelost. Ook het weer werkte nog steeds fantastisch mee. Het leek wel zomer. |
Vrijdag.
We wandelden weer
eens in de buurt, richting Holtingerveld en Uffelterveen. Geen route, maar
“gewoon” met kaart en kompas. Bossen, vennen en uitgestrekte heidevelden. Een
kilometer of 12. |
|
|
|
Zaterdag.
In de bij de camping
gelegen boerderij was inmiddels een dansweekend aan
de gang. Opzwepende indianenliederen bepaalden de sfeer in de hele omgeving.
Gevolgd door virtuose Ierse danmuziek, waarbij iedereen wel in de benen
moest. Een origineel nagemaakte mongoolse tent was
een sfeervol onderkomen voor een deel der dansers. |
|
We deden
uitgebreid boodschappen in Meppel, waarna er nog maar net tijd was voor een
wandelroute van 6 kilometer (witte paaltjes) in de boswachterij Dwingeloo.
Bij een eerder bezoek aan dit gebied had ik hier een adder aangetroffen,
zonnebadend op een betonnen rolstoelpad. Dit keer hield ik mijn camera in de
aanslag. Maar geen slangen voor de lens dit keer. Wel prachtige
zonsondergangen. |
|
|
|
Zondag.
Sjak wilde graag weten hoeveel tijd het
zou kosten om naar het uitlatenbedrijf te rijden, dus reden we naar
Hoogezand. Vanwaar we doorgingen naar Ter Apel, want ik had
ergens gelezen dat daar een mooie wandelroute zou zijn. En inderdaad
vonden we bij het middeleeuwse klooster (nu museum) een prachtige route van
15 kilometer (blauwe paaltjes) door de oudste bossen van Groningen. Langs
veel monumentale bomen. Een deel van deze bossen bestond al in de vijftiende
eeuw. |
Maandag.
Een dagje Heerenveen
weer. Dit keer namen we de Unimog mee, zodat we Oom konden vervoeren zonder
Sjak te verbannen naar een plaatsje achter het hondenrek. We aten in het
bejaardentehuis, zodat Oom vast kon wennen aan de overigens meer dan
uitstekende keuken. Waarna we met de Unimog naar het naionaal park de Weerribben toerden, met een pauze in
de “hoofdstad” Kalenberg. |
|
|
|
Dinsdag.
Weer eens een hele
dag in de benen. Weer een route uit “Wandelen met je hond”. Weer 23
kilometer. Nu vanuit Sleen.
Een heel afwisselende wandeling, met niet alleen bos, hei en vennen, maar ook
monumenten uit de tweede wereldoorlog, grafheuvels en een prachtig
gerestaureerd hunebed. Na weken zomerse zwoelte was het nu iets frisser, en
woei er een stevige bries, zodat het blad massaal van de bomen kwam. |
Woensdag.
We hadden dan
wel al in de boswachterij Dwingeloo gewandeld, maar op de fameuze Dwingeloose
Hei waren we nog niet geweest. En dat was precies waar we vandaag naar toe gingen.
Een kilometer of 12 door een gigantisch heideveld, waar de Kalmthoutse Heide
bij verbleekte. Met een gigantisch bezoekerscentrum en (buiten de grote
paden) overal verbodsbordjes, hetgeen doet vermoeden
dat de recreatiedruk hier soms heel hoog is. Nu miezerde
het, en hadden we het rijk bijna alleen. ’s Avonds kletterde de regen zelfs
op het dak van de camper. Gezellig hoor! |
|
Weer naar
Heerenveen, want we moesten er bij zijn als er een vloerbedekker kwam kijken.
Zouden we gelijk nog een keer in het bejaardenhuis kunnen eten. Het laatste
ging overigens niet door, want Oom had last van zijn ingewanden. Dan maar
beschuit en rijstwafeld aangeschaft.
Terug in Uffelte
verplaatsten we de Unimog naar de truckstop. Wel zo makkelijk,
want Sjak moest de volgende ochtend om 8 uur in Hoogezand zijn, en ik voelde me
onzeker om de camper achteruit tussen de bomen van het terrein te manoeuvreren.
|
|
Vrijdag.
Nadat Sjak bij
nacht en ontij naar Hoogezand was vertokken, maakten Jans en ik nog een
laatste wandeling door het nabij gelegen landgoed Rheebruggen. En dan met de
Unimog naar huis. Waar het werk wachtte. En waar eerst vooral veel extra werk
wachtte. In de vorm van een camper die moest worden ontdaan van bergen
bagage, vuile was en hondenhaar. Maar we hadden genoten. Van een practische
maar toch ook prachtige vakantie. |