Finland 2009.

 

Al jaren had Abel het er over dat hij een keer naar Finland wou, en nu was het dan zo ver. Samen met Alie en Sjak en Truus ging de reis dit jaar naar het verre Lapland. In de tijd dat hier de zon ’s nachts niet onder gaat, en het landschap stoffeert met zilverwit licht. Truus schreef het verslag.

 

Donderdag 4 juni 2009.

Sjak en ik hadden al een nacht in het bejaardenhuis gelogeerd (kunnen we vast wennen), zodat bijna de hele dag beschikbaar was voor de laatste voorbereidingen. Het was koud in Lapland. Toch maar een paar truien meenemen? En de rolstoel bleek krom. Gelukkig heeft Sjak altijd gereedschap in de auto liggen, en zijn unieke technische visie heeft hij ook altijd bij zich. Het probleem was dan ook snel opgelost. Natuurlijk maakten we ook gebruik van de cuisine van Herema State, en vroegen ons af of het eten in Finland net zo lekker zou zijn. ’s Middags kwam Alie, en met de Valys-taxi reisden we naar Schiphol. De chauffeuse was een bevlogen hondenliefhebster, en het was reuze gezellig onderweg. De route was wat merkwaardig, maar dat krijg je met een Tom-Tom.

 

 

We logeerden in een hightech hotel, met de meest wonderlijke snufjes. Maar helaas was er kennelijk iets mis gegaan met het telefonisch reserveren van de aangepaste kamer, want daar zat al iemand anders in. Zodat we moesten afspreken dat Alie mij even zou opbellen als ze naar de WC moest, want zelf kan ze er zonder handgreep niet af komen. En opgesloten zat ze ook, want op de kamerdeur zat een stevige dranger. Als compensatie hoefden we maar twee van de drie kamers te betalen, maar we hopen toch dat het boeken de volgende keer beter gaat.

Eenmaal binnen konden we ons vergapen aan de mogelijkheden van de afstandsbediening waarmee alles werd bediend. En dan ook echt alles. Tot en met het elektronische schaapjes tellen en de kleur van de verlichting.

 

Vrijdag 5 juni 2009.

Toen Sjak ’s morgens wilde kijken hoe laat het was, stootte hij zijn bril van het randje dat het enorme bed van het venster scheidde. Daar lag hij dan in een smalle spleet, ruim een meter diep, ruim buiten bereik. Even later lag mijn broekriem er naast, waarmee we vergeefs hadden gehengeld. Terwijl we met Sjak zijn broekriem en schouderbanden van de handbagage mijn broekriem weer ophezen, klonken er plotseling oerwoudgeluiden, en produceerde het lichtsysteem een sfeervolle zonsopgang. Leuk weksysteem, maar nu even niet! Gelukkig kwam Sjak op het lumineuze idee om een haakje te maken van het label van zijn Samsonite koffer, waarmee het eindelijk lukte ook de bril weer boven water te krijgen. Helaas was het label daarna niet meer geschikt voor het doel waarvoor het gemaakt was.

 

Afijn, we nuttigden wat in het hightech cafetaria – niet te veel, want we zouden tijdens elke vlucht een maaltijd krijgen – en meldden ons op de luchthaven. Het was er betrekkelijk rustig, en zonder de gebruikelijke hectiek waren we zo bij de gate, waar we als eerste het vliegtuig in mochten. Al snel zaten we in de wolken, waar we werden getrakteerd op een broodje en warme balletjes met saus. Niks te veel, volgens Sjak voor een zieke kip, maar ach, de tweede vlucht zouden we immers weer eten krijgen…

Na de landing in Helsinki stond speciaal voor ons een busje klaar, waarin ook de rolstoelen meegingen, en waarin “Sebastiaan” ons overal bij kon staan. En waarmee we naar de vertrekhal werden gebracht. Bij de gate moesten we dit keer gewoon in de rij aansluiten, wat niet zo handig was, want na controle van de instapkaarten moest iedereen de trap af. Dus moest er iemand worden opgeroepen die met ons naar de dienstlift ging. En toen die arme jongen de lift niet aan de praat kreeg, kreeg hij het toch wel even heel erg warm. Gelukkig bracht de in allerijl opgeroepen Sebastiaan uitkomst, en beneden aangekomen konden we weer in hetzelfde busje stappen. Op 4 wielen ging het door de bocht, en net op tijd zaten we in het vliegtuig. De “maaltijd” bestond dit keer uit 1 minuscuul broodje met een al even minuscuul plakje ham. Op de terugreis toch maar wat beter ontbijten!

 

Onze huurauto, een Volkswagen Touran, leek van buiten niet al te groot, maar toch lukte het alle bagage en rolstoelen en iedereen er in te krijgen. Al moet gezegd worden dat de passagiers op de achterbank het allesbehalve breed hadden. En dan snel naar de dichtstbijzijnde supermarkt, want we hadden trek!

 

Eenmaal verzadigd kregen we de kans te gaan genieten van de omgeving: Bosrijk heuvelland en toendra, met heel veel meren. Af en toe rendieren. En, heel aangenaam, bijna geen andere auto’s.

En op bijna elke parkeerplaats een toiletgebouwtje.

 

Via Inari reden we naar ons hotel in het gehuchtje Menesjarvi. Heerlijk afgelegen aan een groot meer, en bestaand uit houten blokhutten en gebouwen.

 

 

 

 

Voor Alie en Abel ruime aangepaste kamers, en alles geweldig sfeervol. We sliepen er als rozen.

 

 

Zaterdag 6 juni 2009.

 

We kregen een ontbijt waar je niet over heen kon klimmen. Je kan het niet bedenken of het lag er. En zoals ook destijds in Ierland, net zulke lekkere havermoutpap als Abel’s moeder vroeger maakte. Verder hielden we heerlijk rustdag, na de drukke reisdag van gisteren.

    

 

 

’s Middags zaten we op rendiervellen in de overdekte vuurplaats (met glazen dak!) heerlijk weg te dromen bij de dansende vlammen. Volop berkenhout om je aan te warmen. En een schitterend uitzicht op het meer.

 

 

Uit solidariteit deden we met zijn allen mee met Abel’s oefeningen. Op zo’n plek geen straf!

 

 

Een volgend hoogtepunt was de maaltijd in het hotel: een grote schaal met allerlei rauwkost, lekkere dressings, rendierstew met aardappelpuree en verse vruchtjes toe. Eenvoudig, voedzaam, en ontzettend lekker. Net zo lekker als thuis, en dat zeg ik niet gauw.

 

Het hotel was trouwens in alle opzichten uit de kunst. Niets was de hoteliers te veel. Als ze ook maar even vermoedden dat iets handig of prettig zou zijn voor ons, begonnen ze het al te regelen. Van een extra beugel tot het opstoken van een lekker vuur. Toen het eten ter sprake kwam, vroegen ze direct of er allergieën of diëten waren, en desgevraagd kookten ze keurig vetarm, met sausen en dressings apart. We hadden voortdurend de indruk dat ze vastbesloten waren ons een onvergetelijke vakantie te bezorgen.

 

 

 

Eigenlijk is het een soort wildernishotel, vooral gericht op heel sportieve gasten. Om van het ene naar het andere gebouw te komen heb je potige rolstoelduwers nodig. Kleinigheidjes hou je toch. Wij zaten er niet mee. Wij vonden het heerlijk om hier te zijn.

 

Zondag 7 juni 2009.

 

Dit keer reden we met de auto weg, en wel naar het Sami-museum (Siida-museum) in Inari, waar je kennis kunt maken met alle facetten van de Sami-cultuur. Een uitgebreide expositie binnen, waar we alleen al een halve dag mee zoet waren.

 

 

 

De rest van de dag waren we onder de pannen in het openluchtmuseum, waarin we ons konden vergapen aan onder meer hutten, opslagplaatsen, beestenvallen en een gouddelverkamp. Zeer de moeite waard!

 

 

 

 

 

Alie schafte zich in Inari een enorm rendiervel aan, waar ze ongetwijfeld veel plezier aan zal beleven.

Het was druk op de weg vandaag. We hebben tientallen auto’s gezien. En 1 bus. En 1 vrachtwagen.

 

 

En natuurlijk een heleboel rendieren.

 

 

 

We aten weer in het hotel (hm, lekker, vis), en spraken af dat we dat in het vervolg om de andere dag zouden doen. De andere dagen zouden we dan wat verder weg kunnen rijden. Als je voor donker thuis wilt zijn, heb je drie maanden de tijd.

 

Maandag 8 juni 2009.

Vandaag stond er een wat langere autorit op het programma, Lapland is uitgestrekt! Eerst terug via Ivalo naar de Kaunispääheuvel.

Volgens onze reisgids met een mooi uitzicht op de toendra rondom, en het zou in Lapland niet vaak voorkomen dat een dergelijk uitkijkpunt zo bereikbaar is.

Je zou er ook overvloedig kunnen lunchen, en om te voorkomen dat we er te vroeg zouden zijn, reden we eerst richting Moermansk.

En dan vanaf de Russische grens binnendoor. Over een dusdanig stenige weg, dat we ’s middags om 3 uur pas aan tafel zaten.

In een extreem dure uitspanning, met uitzicht rondom op een kale heuvel.

Positief was dat Abel in de souvenirshop een beeldige pluche sneeuwuil vond. Een dier waarvan hij ook in het Sami-museum al erg gecharmeerd was.

 

 

Onze volgende bestemming was Tankavaara, waar we een leuke expositie bekeken in het bezoekerscentrum van het Nationale Park Urho Kaleva Kekkonen.

 

 

 

 

Daarna ruim 100 kilometer binnendoor, waarbij we welgeteld 1 tegenligger tegenkwamen.

Zelfs moesten we op deze doorgaande weg af en toe hekken openmaken. En ook weer dicht.

Heerlijk. Die rust. Die ruimte. Die wildernis.

Net datgene waar wij gelukkig van worden.

Als toetje zagen we een enorme zwarte eland oversteken.

Kortom, weer een fantastische dag.

 

 

Dinsdag 9 juni 2009.

We hadden een rustdag gepland, maar vonden dat dat niet hoefde te betekenen dat we nergens heen gingen. Dus hadden we ingeschreven op een rondleiding in een naburige rendierfarm. Het zou een groot succes blijken te zijn!

 

 

Eerst werden de rendieren gelokt door met een knuppel tegen een boom te slaan.

 

 

Waarna alle (ongeveer 12) aanwezige bezoekers wat voer kregen, en er volop foto’s werden gemaakt.

 

 

 

 

Toen iedereen was uitgeknuffeld, werd er uitleg gegeven over alle ins en outs van de rendierhouderij. Terwijl Abel er ondertussen met volle teugen van genoot dat een paar jeugdige rendieren zijn gezelschap opzochten. Alsmede de brokjes die onder zijn rolstoel waren gevallen.

 

Rendieren zijn niet halstermak, en als je ze nodig hebt vang je ze even met een lasso.

 

 

En dat was precies wat de dames en heren toeristen mochten oefenen. Onder leiding van de in schitterende klederdracht gehulde rendierhouder.Het te vangen rendier bestond overigens uit een ton met een gewei en een rendiervel er op.

Het zal niet onverwacht overkomen dat de meesten er niet veel van bakten. Sjak kwam nog het dichtst in de buurt, want die zwaaide de lasso over de kont van het “rendier”. Toen de rendierhouder zelf het nog even voor zou doen, kwam hij overigens ook niet in de buurt van de dummy, maar was ik gevangen.

Abel had de grootste lol.

 

Als laatste onderdeel werden we allemaal uitgenodigd in een traditionele hut bij het vuur te komen zitten, en kregen we thee uit uit berkenpuisten gesneden kommetjes.

 

Die puisten ontstaan waar de stam beschadigd is, en bestaan uit keihard hout.

 

 

We kregen uitleg over het leven van de Samen (ze worden liever geen Lappen genoemd), waarna een vrouw een trommel ter hand nam en traditionele liederen zong. Heel zuiver, maar ook hard en rauw, wat vanouds nodig was, want hiermee werden oorspronkelijk wolven verjaagd.

Alles bij elkaar een heel mooie, indrukwekkende excursie!

 

Nog even wat boodschapjes in Inari, onder meer een rendiervel voor thuis op de bank, en dan naar het Lemmenjoki Nationaal Park, dat vlak achter ons hotel lag.

Dit immense park bleek alleen toegankelijk voor wandelaars, maar alleen al het weggetje ernaartoe bleek de moeite waard. Wat een schitterend landschap! De ingang tot het park zelf is wel 1 grote toeristenval, met diverse cafés en bootverhuurders en volop accommodatie. En een alleraardigst informatiecentrum, waar het juist opvallend rustig was.

Uiterst tevreden kwamen we weer bij ons hotel, net op tijd voor het weer overheerlijke eten. Vooral Abel at als een slootgraver. Het lekkere en gezonde voedsel, de beweging en het aangename gezelschap hadden duidelijk hun weerslag. We hielden er een duidelijk fittere oom aan over, voor wie zelfs het beklimmen van een hellinkje geen punt was.

 

’s Avond zette de laagstaande zon het meer en de omgeving in een zilverwitte glans.

Een sprookje gelijk.

 

 

Woensdag 10 juni 2009.

 

Tijd om de steven eens naar het Noorden te wenden. Sjak had een mooie route uitgezet. Eerst ruim 100 kilometer over een onverhard pad langs de grensrivier met Noorwegen. We zagen er meer elanden (3) dan tegenliggers (2).

 

Dan naar het Noorse Karasjok, waar we het Sami themapark bezochten.De folder gelezen hebbende verwachtten we net zoiets als het Siida-museum, maar daarmee kwamen we van een koude kermis thuis. Het was er extreem duur, vooral het eten, de presentatie stelde weinig voor, en de enorme souvenirwinkel bevatte louter KITSCH.

 

 

 

 

 

 

 

Gauw terug naar Finland en naar de weg langs de grensrivier, die we verder volgden tot Utsjoki. We kwamen nu door een berggebied, waar de sneeuw nog op de toppen lag. Dan een stuk door de toendra, en via Inari terug naar “huis”.

 

 

Donderdag 11 juni 2009.

 

Tijd voor weer een wat rustiger dag. Eerst naar een grote supermarkt in Ivalo. Als oud-medewerker van een supermarkt moet Abel toch zien hoe zoiets er uitziet in de buitenlanden waar hij komt.

 

Vervolgens reden we een doodlopende weg in, en stopten bij een mooie plek aan een meer. Het regende, maar vanuit de auto konden we toch wel genieten van het uitzicht.

Na een paar uur scharrelden we weer een stuk terug, en vonden toen een andere mooie plek bij een ander meer. Achter de parkeerplaats was het bezaaid met stenen, begroeid met talloze mossen en korstmossen. En struiken. Wat zeg ik, en met hele bomen! Het weer was opgeklaard, en we scharrelden wat rond door deze “rotstuin”.

We aten weer in het restaurant, waar we dit keer gezelschap hadden van zes andere Hollandse gasten.

Daarna daalden we nog af naar het meer, waar we genoten van de stilte en het in zilverwit licht badende landschap.

 

 

 

Een paar sterntjes gaven een voorstelling vis vangen. Andere vogels lieten zich niet zien, maar wel horen.

 

 

 

We konden er niet genoeg van krijgen.

 

 

 

Dit was precies waarvoor we naar Finland waren gereisd.

 

 

Vrijdag 12 juni 2009.

Wat waren we in een weemoedige bui tijdens het ontbijt! Vandaag moesten we naar het volgende hotel, en we hadden al heimwee voor we vertrokken!

Met moeite lukte het weer iedereen en alle bagage en rolstoelen in de auto te stouwen, waarna we toch heus afscheid moesten nemen van de hartelijke hoteliers. Het voelde aan of we bij familie gelogeerd hadden, en het viel ons zwaar om weg te gaan. Ons besluit stond en staat vast: We komen terug op deze plek!

De eerste helft van de reis voerde nog door de wildernis, inclusief een slordige honderd kilometer onverharde modderstraat. Let wel, dit is één van de hoofdverbindingen ter plaatse. Daarna werd de wereld allengs bewoonder, en was er ook weer ander verkeer. Tussen Tornio en Kemi kwamen we zelfs over een heus stuk autosnelweg. Niet dat we daar op zaten te wachten…..

 

Ons verblijf in Simo lag betrekkelijk rustig aan een baai van de Botnische Golf, met uitzicht op de industrie van Tornio. We hadden er een “vissershuisje”. Dat is een soort blokhutje.

 

 

Ontbijt en restaurant waren te doen in een oude pastorie, waar we direct een portie eten voor ons neus kregen. Achteraf was deze procedure alleen bedoeld voor hafpensiongasten, en hadden ze ons een menukaart onder de neus moeten duwen. Maar dat vonden we niet erg, en al helemaal niet toen besloten werd dat we dit eten dan maar gratis kregen.

’s Avonds beten Sjak en ik de spits af met de in het huisje aanwezige sauna.

 

 

Zaterdag 13 juni 2009.

 

In principe een dag om uit te rusten, maar dat belette ons niet om naar Tornio te rijden om de beroemde kerk te bezichtigen en boodschappen te doen. Dat de kerk in de steigers stond was op zichzelf geen beletsel, want het gaat er vooral om het fraaie interieur. Maar die kregen we ook al niet te zien in verband met een “private party”.

 

 

 

 

 

 

De supermarkt was wel open, en we sloegen het nodige in, onder meer grote hoeveelheden muggenolie. En we nuttigden er een overheerlijke lunch.

Dit keer doken Sjak en Abel samen de sauna in, hetgeen ook Abel heel goed beviel. Stijfheid en stramheid verdwenen als sneeuw voor de zon.

 

 

Zondag 14 juni 2009.

Vandaag één van de hoogtepunten waar we erg naar hadden uitgekeken, namelijk het dorp van de kerstman, die bij de poolcirkel in de buurt van Rovaniemi zijn kantoor heeft. De weg binnendoor ernaartoe was weer schitterend, met lange onverharde wegen door bossen en langs meren.

 

 

Een kraanvogel stapte decoratief door de berm, en gelukkig had Alie haar fototoestel bij zich (ik was de mijne vergeten), en konden we er een mooie serie foto’s van maken.

 

 

 

 

 

 

Als je op het terrein van de kerstman komt, wordt je vanzelf vrolijk van de muziek die er klinkt. We besloten op visite te gaan bij “Father Christmas” zelf, in zijn toren waar hij met een enorme klok de tijd op aarde regelt. Hijzelf zetelde helemaal bovenin het gebouw, en om daar te komen mochten we in een soort goederenlift.

 

Bij de kerstman zelf gekomen begrepen we opeens heel goed hoe de toegang gratis kon zijn; het voornaamste doel van het bezoek was het maken van een foto. Bij de uitgang kon je daar voor een niet al te voordelig tarief afdrukjes van kopen, en natuurlijk deden we dat, want het was een prachtige foto.

Maar de DVD die er van ons gemaakt was, lieten we toch maar voor wat hij was.

Het hele complex was zo ie zo niet van commercie ontbloot, en bezaaid met tientallen winkeltjes. De meeste gevuld met prullaria voor snelle winst, maar ook fabriekswinkels met kwaliteitsproducten.

 

Nadat we een blik hadden geworpen op het verpieterde voedsel in het zelfbedieningsrestaurant, gaven we er de voorkeur aan bij het tankstation aan de overkant te eten. En dat was prima, en niet duur bovendien.

 

 

 

 

 

 

 

Via een andere fraaie route reden we terug naar het hotel. Onderweg zagen we onze vijfde eland, en dit exemplaar was zo vriendelijk geruime tijd bij de bosrand te blijven poseren, zodat we er eindelijk een foto van hebben.

 

 

Maandag 15 juni 2009.

 

De dierentuin van Ranua was ons doel dit keer, waarin de dieren die in de Noordelijke streken voorkomen in een quasi natuurlijke omgeving worden gehouden. Wat een verschil met een ouderwetse dierentuin!

 

Via een houten vlonder van 2½ kilometer kon je een route door het park lopen. Heel rolstoeltoegankelijk, al moest er af en toe wel flink geduwd worden. Of flink tegengehouden.

 

We begonnen bij de otters, die in eerste instantie alleen maar lagen te slapen. Tot één het op zijn heupen kreeg, en door het water begon te raggen. Van voor naar achter. Van links naar rechts. En af en toe een visje opduikend, dat  hij op zijn rug drijvend consumeerde.

 

Abel’s favoriet was weer de sneeuwuil, die in zo’n pooldierentuin natuurlijk niet mag ontbreken. Zo ie zo was er een flinke verzameling uilen aanwezig.

 

 

De roofdieren waren net gevoerd, en dat bracht leven in de brouwerij. Een ijsbeer gaf bijvoorbeeld een geweldige show weg, met een bot dat hij had opgedoken. Hij leek klein in zijn enorme verblijf (met design achterwand).

 

Maar aan een paar bordpapieren exemplaren was te zien hoe enorm groot deze dieren zijn.

 

Kennelijk was het eten her en der verstopt, want een veelvraat sjeesde door zijn hele ren, tot hij ergens een stuk vlees vond. En sjeesde vervolgens naar de andere kant om het op te eten.

 

Verscheidene hoefdieren waren er ook, onder meer wilde rendieren, die veel hoger en ranker zijn dan hun geciviliseerde soortgenoten.

 

De elanden kon je niet zo goed zien, maar dat vonden we niet zo erg. Die zie je immers  vaak genoeg in het wild.

 

Al met al een prachtig park, waar we toch bijtijds afscheid van moesten nemen, want we moesten nog even langs de apotheek in Simo om oogdruppels voor Abel te halen. Dat was met de nodige telefonades (in het Fins?) vanuit Nederland voor ons geregeld door Marten van Talant. Hij zij hiervoor geprezen. We hebben zo’n donkerbruin vermoeden dat we in het vervolg wèl genoeg meekrijgen.

Dit keer aten we voor een keer a la carte in het hotel, waarbij werd aangetoond dat ze toch een lekkere hap kunnen klaarmaken. Al was het nog steeds niet te vergelijken met het eten in Menesjarvi.

 

Dinsdag 16 juni 2009.

Tijd om eens een kijkje te gaan nemen in Zweden. We zaten zo dicht bij de grens! Maar eerst een herkansing wat betreft de kerk in Tornio, waarvan we toch wel graag het interieur wilden zien. En jawel hoor: dit keer konden we binnen.

Het is inderdaad een prachtig kerkje, met schitterend houtsnijwerk. Alie en ik hadden beide nog gauw een nieuw geheugenkaartje voor de camera gekocht, maar helaas konden we die in het kerkje niet gebruiken. Zo ongeveer bij elke kerkbank stond een bordje dat fotograferen verboden is.

Gelukkig stond er wel iemand ansichtkaarten te verkopen, zodat we toch plaatjes konden meenemen om thuis te laten zien.

 

En dan de Zweedse grens over, en een rondrit door de Zweedse bossen. Vooral het eerste stuk was het landschap lieflijker dan in Finland, waarbij de bossen gestoffeerd waren met mals grasland, waarop her en der de - meestal rode – houten huizen waren neergevlijd. Maar de wegen zijn er een stuk slechter, één en al gaten en kuilen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de terugreis bekeken we nog het arboretum van Tornio, wat ook de moeite waard was.

Wel zaten er meer muggen dan bomen, maar inmiddels hadden we allemaal een meer dan uitstekend afweermiddel op zak.

 

Dan nog wat boodschapjes, en daarna kookten we zelf ons avondeten. In minder tijd dan we de dag tevoren alleen al op het voorgerecht hadden moeten wachten, flansten Alie en ik een eenvoudige maar lekker maaltje in elkaar.

 

Woensdag 17 juni 2009.

Weer was Rovaniemi ons doel, want we waren nog niet in het Arktikum geweest, en dat is niet om te missen. In totaal zouden we het traject Simo - Rovaniemi of een groot stuk ervan liefst acht keer afleggen. Dit keer namen we de kortste - doorgaande – weg, zodat we mooi op tijd bij het Arktikum aankwamen.

 

En dat was maar goed ook, want het bleek een heel interessant en uitgebreid museum. We vielen zelfs nog extra met de neus in de boter, want net vandaag was er een tijdelijke tentoonstelling geopend over het Finse Staatsbosbeheer, dat inmiddels liefst 150 jaar bestaat.

 

Helaas ook hier geen foto’s, want het nemen daarvan was niet toegestaan. Dat mocht alleen in de - op zichzelf prachtige - glazen hal.

 

De dag was om voor we het wisten, dus een gepland bezoek aan het Bosmuseum kon niet doorgaan. Dezelfde weg terug, en onderweg lekker eten in een soort truckstopje. Alweer was een dag omgevlogen.

 

Donderdag 18 juni 2009.

De laatste volle dag in Finland gingen we niets bijzonders meer ondernemen. Op het programma stond inpakken, en uitrusten voor de reisdag van morgen. Dus werden alle koffers en tassen geleegd en weer gevuld. En weer geleegd en weer gevuld. En nog een keer geleegd en weer gevuld. En toen zat eindelijk alles ingepakt, inclusief de beide rendiervellen. Lunch in het hotel dit keer. Naar eigen zeggen “beroemd”, en inderdaad uitgebreider dan het ontbijt. Er zat zelfs verse sla bij. Verder was helaas geen rekening gehouden met het vetarm dieet van Alie, maar gelukkig maakten ze desgevraagd een stukje witvis voor haar klaar.

Voor Sjak en voor mij nog een keer uitgebreid sauna, en toen was ook deze rustdag weer voorbij.

 

Vrijdag 19 juni 2009.

Vanaf deze locatie kostte het minder moeite om afscheid te nemen dan in Menesjarvi. We wierpen nog een laatste blik op de baai, die door de laagstaande zon prachtig werd verlicht, en waartegen de rokende schoorstenen van de industrie van Tornio scherp afstaken.

 

 

 

Dan een buitengewoon vlotte rit naar Rovaniemi, met nauwelijks verkeer op de weg. Later zouden we er achter komen dat sprake was van een vrije dag met het oog op het komende midzomerfeest (21 juni).

 

 

 

Dat we uren voor vertrek al op de luchthaven aanwezig waren, bleek geen nadeel. In de vertrekhal stond een sfeervolle open haard, en een massagestoel. En we hadden de tijd om nog wat te eten, want die maaltijden van Finnair kenden we inmiddels wel. Gelukkig hebben ze meer verstand van vliegen. Dat kunnen ze heel goed.

 

 

 

 

Doordat ons vliegtuig in Rovaniemi nog een tijd moest wachten op toestemming vanuit Helsinki om op te stijgen, werd de overstaptijd in Helsinki wat krap. Gelukkig kwamen we aan aan een “slurf”, en zouden we ook via een slurf vertrekken, zodat er geen moeilijke klim- en hijsexcercities op trappen nodig waren.

 

 

 

Wel was een sanitaire stop noodzakelijk, want in het vliegtuig zat dat er niet in voor ons allemaal. Dat duurde wel even, en aangezien men dit keer vastbesloten was dat wij als eerste de kist in moesten, zaten er iets van 150 mensen te wachten tot we allemaal van de toilet waren.

 

 

 

Bij aankomst op Schiphol bleek niet goed te zijn doorgegeven dat onze rolstoelen er moesten zijn – men stond er met 1 eenvoudig stoeltje, dat noch voor Alie noch voor Abel bruikbaar was – dus moesten we daar een half uurtje op wachten. Voor Abel de kans van zijn leven, want hij mocht op de stoel van een stewardess zitten, en de piloot kwam ook al even een kijkje nemen. Tja, de hele bemanning moest ook wachten, maar voor ons was het niet zo erg, want de Valys-taxi was er voorlopig toch nog niet. Uiteindelijk zou die zelfs nog extra vertraging oplopen, maar daar zaten we niet mee, want de wachtruimte bevond zich vlak bij een vreettentje met ook heerlijke chocolademelk. We hadden een combinatierit met iemand die met vakantie naar de Veluwe ging, zodat we vanuit de taxi ook van die omgeving konden genieten. Het was dan ook al niet vroeg meer, toen we moe maar voldaan op Herema State aankwamen.

 

 

 

 

Terwijl de Zorg Abel vast klaarmaakte voor de nacht hielpen wij Alie op weg, die immers nog helemaal naar Leeuwarden moest rijden. Om er vervolgens achter te komen dat er al iemand anders zat in de door ons geboekte logeerkamer. Als de buitendeur niet op slot gezeten had, hadden we waarschijnlijk een hotel opgezocht. Maar nu moesten we wel de nachtzuster bellen, en die wist gelukkig nog een kamertje te vinden waar we dan wel konden slapen. Een enerverend eind van een enerverende reis!

 

 

 

Terug naar vakantieverhalen

Terug naar de homepage van Sjak en Truus.