Finland 2007.

Niet alleen Finland hoor! We reden er via Polen en de Baltische Staten naar toe. Koersten door de wildernis langs de Russische grens tot een stuk boven de poolcirkel, waar het dag en nacht licht bleef. En gingen door de Zweedse bossen weer zuidwaarts, om tenslotte via Denemarken huiswaarts te keren. Net als die naar Nieuw-Zeeland destijdswas dit “de reis van ons leven”. En Jans – nuttig om de beren op afstand te houden - waande zich al helemaal in het paradijs. Met drie maal daags een ander bos.

 

Voor zover we verbinding konden krijgen mailden we onze belevenissen regelmatig naar het thuisfront. Hier volgt een compilatie van deze mails.

 

Foto’s staan op http://www.pixum.nl/viewalbum/?id=2496186

 

We zitten in Litouwen.

 

Dinsdag 15 mei 2007.

 

Voor we weg konden moest er nog veel werk verzet worden, en doordat Sjak pas zondag was thuisgekomen werd het dinsdagavond een uur of zeven voor we weg konden rijden. Op zichzelf niet ongunstig, want nu waren er geen files, en konden we goed opschieten op de autosnelweg. We gingen er van uit dat we de eerste dagen een flink eind weg wilden rijden, zodat we het in het verre Noorden rustig aan zouden kunnen doen. We kwamen tot voorbij Osnabruck, waar we op een parkeerplaats stopten voor de nacht. Via een serviceweg konden we op een rustige openbare weg komen, zodat Jans ook verzekerd was van haar wandelingen.

 

Jans heeft een zere bil. Al voor we weggingen sprong ze niet zo makkelijk in de auto, en was ze traag op de trap omhoog. We waren er op maandag mee naar de dierenarts geweest, en die constateerde dat er met haar bewegingsapparaat niets mis was. Wel zaten haar anaalklieren overvol, en hij ging er van uit dat dat haar parten speelde, en dat het beter zou gaan als hij ze had leeggemaakt. De praktijk leerde dat ze er toch nog steeds last van heeft. Gelukkig niet met lopen en alle andere hondse gedragingen, maar als we haar niet ondersteunen komt ze niet makkelijk in de camper. En als je aan haar linkerbil komt, piept ze. Bij de Fins-Zweedse grens komen we weer bij een dierenarts voor een door de douane voorgeschreven extra wormkuur, en dan zullen we vragen er nog eens naar te kijken. In de apenlanden waar we nu zitten gaan we bij voorkeur niet naar de DA.

 

Woensdag 16 mei 2007.

 

Snel een ontbijtje bij het wegrestaurant, en vlot ging het weer op weg. Langs de Duitse autobahnen richting Frankfurt aan de Oder, waar we de Poolse grens zouden oversteken. Dankzij een paar flinke files bij wegwerkzaamheden ("Staustelles") schoot het in eerste instantie niet erg op. Tot dan toe had ik gereden, maar tussen de middag nam Sjak het over.

 

Voor de Poolse grens stond een file van op dat moment liefst 18 kilometer stilstaand (!) vrachtverkeer. We zouden later ontdekken dat de oorzaak hiervan was dat alle vrachtwagens bij de grens gewogen worden. Op de linkerrijstrook, die bedoeld is voor personenwagens en bussen werd wel doorgereden, en we gingen er van uit dat deze ook voor campers bedoeld was. Dat bleek goed gegokt, want na een korte blik in onze paspoorten konden we doorrijden. In eerste instantie reden we nog een stuk over de hoofdverkeersweg, die hier bestond uit twee rijstroken en een smal vluchtstrookje. Voertuigen die ingehaald worden gaan zoveel mogelijk naar rechts de vluchtstrook op. Of ze willen of niet; de inhalers gaan er gewoon van uit, en het is de enige manier om botsingen te vermijden. Maar al snel zochten we meer secundaire wegen op. We hadden een routebeschrijving met campings voor onderweg, maar de eerste daarvan konden we niet halen. We zaten er nog 100 kilometer vandaan toen we stopten op een bospad. Weliswaar langs een spoorlijn, maar al veel rustiger dan aan de snelweg de dag ervoor. En Jans was weer verzekerd van haar beweging.

 

Donderdag 17 mei 2007.

 

De eerste uren hobbelden we letterlijk over de weg. Niet harder dan ongeveer 50 kilometer per uur, want door de diepe sporen en de vele gaten en kuilen vlogen we alle kanten op. Polen bleek een behoorlijk dichtbevolkt land, met ook op deze hemelvaartsdag veel verkeer. Met de rijstijl van kamikaze-piloten. In bijna alle dorpen bepaalden bunkerachtige betonnen flats de skyline. Het landschap was niet onaardig, met boerenland en bos. Een beetje zoals in Nederland. De stad Torun bleek goed voor flink wat file-leed en oponthoud. We zagen aankomen dat we ook de volgende camping niet zouden halen, maar Sjak vond op de kaart een doodlopende weg naar een meer, vlak achter de stad Pisz, dus richtten we ons daar op. Inmiddels kwamen we in een streek waar de Polen de subsidiepotten van de EU ontdekt hebben. Net Ierland toen dat net was aangesloten. Overal werd aan de weg gewerkt, en overal stonden borden: "Dit project wordt gefinancierd met subsidie van de Europese Unie". Tot nue toe hadden we bewolkt weer gehad, met af en toe een bui. Vandaag regende het bijna onophoudelijk. Behalve tijdens de wandelingen met Jans, en dat kwam goed uit. De doodlopende weg bleek een zandpad, waarlangs we op een open plek een prima staanplaats vonden. En voor Jans uiteraard weer een heerlijke omgeving.

 

Vrijdag 18 mei 2007.

 

We stonden extra vroeg op dit keer, want we wilden nu toch graag de volgende camping halen, vlak bij Vilnius in Litouwen. Polen was hier wat heuvelachtiger, ongeveer zoals in het Noorden van Limburg. En onverminderd druk. Er zijn twee grensovergangen van Polen naar Litouwen, en we hadden de kleinste gekozen, in de hoop dat deze rustiger zou zijn. Dat bleek het geval. Nadat allerlei beambten een strenge blik in onze papieren hadden geworpen, mochten we doorrijden. We reden direct een andere wereld binnen, met kleurige maar vaak vervallen houten huizen. Anders dan in Polen veel parkeerplaatsen met informatieborden. Kennelijk hoopt men touristen, en daarmee deviezen binen te halen. Tot vlakbij de camping volgden we hoofdverkeersaders, die op zichzelf toch niet al te breed waren. Het laatste stuk was onverhard (gravel), en als tegenliggende vrachtwagens ons met 100 kilometer per uur of daaromtrent passeerden, zagen we voorlopig niets meer dan stof.

 

De camping bleek een waar eldorado, met groen gras, prachtig sanitair, midden in een groot bos om met Jans te wandelen, en andere honden om mee te spelen. 's Avonds vertelde de Nederlandse eigenaar spannende verhalen over wat hij allemaal had meegemaakt, en welke beroemde mensen hij wel niet kende. Als bewijs een foto van hem met Maxima, al dan niet gefotoshopped.

 

Zaterdag 19 mei 2007.

 

De dag begon met stralend weer, en we startten niet al te vroeg dit keer. Eerst maar eens vers water innemen en het toilet legen. Naar huis telefoneren in verband met de verjaardag van mijn schoonvader, en een mailtje schrijven om de thuisblijvers op de hoogte te stellen van onze belevenissen. Waarna we er achter kwamen dat inbellen op een Nederlandse nummer niet lukte.

 

 

Bericht vanuit Finland.

 

Zaterdag 19 mei 2007.

 

Ik was vergeten de beer te vermelden bij vrijdag, dus bij deze alsnog: Veel keus aan bospaden was er niet voor een wandeling met Jans. De meeste kwamen al snel uit op de gravelweg naar de camping, waar het verkeer met minstens 100 km/uur overheen scheurde. Met enige moeite kwamen we toch een paar kilometer van de camping, waarna we met de GPS dwars door het bos terug navigeerden. Halverwege was Jans uiterst gealarmeerd door "iets" in de bosjes. Later vroeg ik de campinghouder of er vossen voorkomen, en die vertelde dat er ook wolven, lynxen en beren zijn. Dus houden we het maar op een beer.

 

Terwijl Sjak water bijvulde en het chemisch toilet leegde, probeerde ik tegen beter weten in nog een keer het mailtje van de vorige dag te versturen. Maar het zat er niet in. Enig contact met het thuisfront hadden we wel, in de vorm van een telefonische felicitatie voor de verjaardag van mijn schoonvader, en het advies per SMS van mijn broer Johan om in een Internetcafe op de helpdesk van nl-net te kijken hoe gloabal roaming werkt. Te ingewikkeld om per sms uit te leggen.

 

Nadat alles weer stormvast was vastgelegd, ging de reis verder naar het Noorden. We passeerden een autosnelweg, waarvan het ons opviel dat de op- en afritten onverhard waren. De weg naar de 21e eeuw wordt niet in 1 nacht aangelegd. Zelf reden we al snel voornamelijk over onverharde gravelwegen. Met de nodige kuilen, waar ik volgens Sjak niet zonodig doorheen hoefde te rijden. Verscheidene wegen werden inmiddels verhard. Met subsidie. Ook de Litouwers hebben het principe van de EU heel goed begrepen. Het eerste stuk zagen we naast meren en bossen veel agrarische bedrijven. Net als overigens in Polen en naar later zou blijken de andere Baltische Staten geen keurige akkers en graslanden, maar alles uiterst extensief. Niet meer dan een paar schonkige bruine koetjes in de wei, en langs de weg verhogingen om de melkbussen op klaar te zetten. Geleidelijk aan kwamen we in een uiterst afgelegen gebied, door eindeloze naald- en berkenbossen, afgewisseld met meren. Dit was wat we ons voorstelden ook in Finland tegen te komen.

 

Het hoogste standaardbedrag in de geldautomaat was 200 lita's, en toen we dat pinden waren we er ons niet van bewust dat dat maar ongeveer 65 euro is. We hadden er al de camping van betaald en boodschappen gedaan, dus toen we een restaurant binnengingen om te eten, waren we van plan te vragen of afrekenen ook in euro's kon. Dat bleek echter niet nodig, want alles was naar onze begrippen zo goedkoop, dat er na een copieus diner zelfs nog een uiterst royale fooi af kon.

 

Bij de grens met Letland volstond een zeer globale blik in onze paspoorten. Hier was de bevolkingsdichtheid weer veel hoger, was het verkeer weer drukker, en stikte het van de bedrijven en bedrijfjes. Het leek of we weer in Polen waren. Inmiddels was het laat geworden, en zochten we een kampeerplek op. Deze vonden we in een doodlopend bospad, dat leidde naar een kaalgekapt stuk bos. Echte wandelpaden waren er niet. Alleen dit soort houthakkerspaden, door de plaatselijke bevolking vooral gebruikt om afval te dumpen, en verder moet je maar zien. Doordat er weinig ondergroei is, kan je toch wel een eind weg lopen. Met dank aan de GPS, waardoor je de auto terugvindt. Jans vindt het overigens geweldig.

 

Zondag 20 mei 2007.

 

Naarmate we verder naar het Noorden reden, werd het landschap leger, en voelden wij ons er meer thuis. Wat zich voortzette toen we Estland binnenreden. Omdat we het wel zagen zitten weer "buiten de deur" te eten, kozen we voor een toeristische route langs een groot meer. Het kwam ons voor dat het seizoen toch wel was begonnen, maar helaas bleek alles er gesloten. Dat werd macaroni. Ook lekker. Dan maar een slaapplaats zoeken langs een onverhard pad richting Russische grens. We vonden hier weer een doodlopen zijpad, hoe afgelegen het ook was bezaaid met afval, en dat we zoals meestal deelden met miljoenen muggen. Maar heerlijk stil en afgelegen, wat garant staat voor een prima nachtrust.

 

Maandag 21 mei 2007.

 

We hadden de Noordkust nog voor de boeg, waarna we hoopten nog in Tallin te komen voor de boot naar Finland. Onderweg viel een soort brug op, midden in het bos, waar geen water te bekennen was. Sjak wist waar deze voor dient, want hij had zulke in Polen wel in gebruik gezien. Daarmee kan je de olie van de auto verversen.  Lekker makkelijk; kan je de oude olie zo weg laten lopen.

 

In eerste instantie lieten we de hoofdweg van Rusland naar Tallin links liggen, en volgden we zoveel mogelijk de kustlijn. Maar toen bleek dat de kust niet gevarieerder is dan bij ons laten we zeggen de Noord-Oostpolder, besloten we deze toch een flink stuk te volgen. Een uitstekende weg, en ook deze aangelegd met EU-subsidie. Een stuk verder, waar ter plaatse een nationaal park was, volgden we alsnog een stuk de kust. Daar was het heel mooi.

 

In Tallin bleken er twee havens waar boten naar Helsinki vertrekken, en wij reden natuurlijk in eerste instantie naar de verkeerde. Dat wil zeggen dat we er deze dag geen boot meer konden krijgen. Inmiddels had ik mijn portie rijden in de stad wel gehad, en ik was blij dat Sjak het over wou nemen. In de andere haven boekten we de "Seacat", die ons in maar anderhalf uur naar de overkant zou brengen. In Helsinki kroop ik weer achter het stuur, en omdat mijn GPS van Scandinavie kaarten bevat, dacht ik dat ik zelf wel in de richting van de stad Kotka te kunnen navigeren. Helaas kwam ik daardoor in allerlei smalle straatjes terecht, en kreeg ik wel erg veel aanwijzingen van Sjak dat ik in de verkeerde versnelling zat. Maar uiteindelijk geraakten we toch op de gewenste (snel)weg, en parkeerden bij de eerste de beste motorway-service.

 

Dinsdag 22 mei 2007.

 

We vulden de jerrycans met reserve dieselolie, en deden nog wat boodschappen, zodat we indien nodig een dag of vier zouden kunnen onderduiken in de wildernis. Maar voorlopig volgden we de grote weg naar de Russische grens. We wilden niet te lang in de buurt van Helsinki blijven. Opvallend waren onder de tegenliggers de vele onbeladen auto-transporters. Die halen auto's voor Rusland op in het Westen. Vanaf een kilometer of vijf voor de grens stond een lange rij vrachtwagens te wachten. Waaronder ook veel autotransporters, en dan vol.

 

Net voor Rusland bogen wij naar het Noorden, waarbij we de grens zo'n beetje volgden. Voorlopig zaten we nog niet midden in de wildernis, dus lieten we ons een warme hap in een wegrestaurant goed smaken. En na verloop van tijd reden we alsnog over de onverharde bospaden waarop we gehoopt hadden. Toch ideaal dat er nu een kaart in de GPS zat, want daarop vonden we een doodlopend pad van bijna een kilometer, aan het eind waarvan we bivak maakten. Helemaal te gek! Overigens navigeerde Sjak de rest van de dag (en de rest van de vakantie), en dat zonder GPS.

 

40 kilometer van Ilomantsi.

 

Woensdag 23 mei 2007.

 

We sliepen als blokken op onze heerlijk afgelegen locatie. Toen ik wakker werd, waren Sjak en Jans er al een paar uur op uit geweest. Meestal trouwens hadden zij de eerste wandeling al achter de rug tegen dat ik wakker werd. Voor we weer op een verharde weg kwamen, konden we nog uren over gravelpaden slingeren. Hier kwam de GPS toch goed van pas, want hierop zag je alle paden, ook de kleintjes die niet op de kaart staan. Weer in de bewoonde wereld sloegen we het nodige in in de supermarkt, en kochten uitstekende werkkleding in een soort Boerenbond. De prijzen vielen ons in het algemeen mee. Buiten de deur eten is zelfs goedkoper dan in Nederland. Om ook wat kilometers te maken volgden we een poosje de "Via Karelia"; een soort (touristische?) route langs de Russische grens. Maar tegen het eind van de middag doken we weer onder in de wildernis, en vonden na verloop van tijd een inham langs een rustige weg om te parkeren.

 

Toen Jans en ik terug kwamen van onze avondwandeling, stond naast de Unimog het aggregraat te brommen, waarmee de accu's kunnen worden opgeladen. Ai, problemen, dacht ik, we kunnen zeker niet starten. Maar gelukkig waren het alleen de accu's van de opbouw die te weinig spanning gaven. Kennelijk hadden we te veel stroom verbruikt. Dankzij het aggregraat waren ze zo weer vol.

 

Donderdag 24 mei 2007.

 

Het is nauwlijks donker geweest vannacht. Toen ik gisteravond rond tien uur terugkwam van de wandeling met Jans, was het bijna donker. En toen we twee uur later naar bed gingen, was het nog steeds bijna donker. En toen ik rond vier uur even naar de wc moest, was het al weer klaar helder daglicht. Dit hadden we zo nog niet eerder meegemaakt. Maar we zaten al niet ver meer van de poolcirkel, en binnen een maand is het de langste dag. Krijgen wij dus ook al wat mee van de middernachtzon.

 

We reden weer hele stukken binnendoor, en af en toe weer een stuk langs de route Via Karelia langs de Russische grens. Hier werden we kort na elkaar twee keer aangehouden door grenswachten, die behalve Fins geen enkele taal spraken. En ons al snel met een schaapachtig lachje lieten doorrijden.

 

De middagwandeling deden Jans en ik met zijn tweetjes, zodat Sjak de olie in de eindoverbrengingen en de assen van de Unimog kon controleren en bijvullen. Een ongeveer om de 2000 kilometer noodzakelijke klus.

 

Tegen de avond vonden we weer een doodlopend houthakkerspad om te parkeren. En dook ik snel achter de computer, want omdat Sjak geen zin heeft om elke dag het aggregaat tevoorschijn te halen, moet ik voorlopig op de accu werken. Snel een mailtje schrijven, snel versturen, en snel afsluiten dus.

 

Vrijdag 25 mei 2007.

 

Afgelopen nacht is het helemaal niet donker geweest. Het licht was wel merkwaardig van kleur, maar ruim voldoende om bijvoorbeeld de krant te lezen. Na het vaste ritueel van wandelen, ontbijten en alles vastzetten togen we weer op weg. Sjak had een gele weg met een groen randje gepland, zijnde een toeristische route. Alweer de Via Karelia. En die bleek verhard en vrij druk. Alles relatief, laten we zeggen ongeveer 5 tegenliggers per uur. Toch kozen we er weer voor meer binnendoor te gaan. Heel veel bulten en bultjes dit keer. Sjak maakte van de gelegenheid gebruik om mijn vaardigheden op het gebied van de schakeltechniek bij te schaven. Dankzij zijn zeer duidelijke uitleg, maak ik nu minder bijgeluiden.

 

We zagen meer wild dan de afgelopen dagen. Hazen met wit aan de poten en aan de oren. Rendieren. Een poolvos. En heel veel vogels. Vlak bij de Russische grens passeerden we een overslagstation voor hout. Stoere met hout geladen combinaties reden af en aan. Per trein werd het hout verder getransporteerd. Sjak vermoedt dat het uit Rusland kwam.

 

Toen we weer een stukje de Via Karelia volgden, kwamen we in een toeristenval terecht. Midden tussen de meren een restaurant en verscheidene campings. We maakten er nuttig gebruik van, voerden onze lintwormen, en nadat we ons ervan overtuigd hadden dat er een wasmachine aanwezig was schreven we ons in op een camping. Altijd handig om water te kunnen innemen, alle accu's weer eens goed op te laden, het chemisch toilet te legen en het afvalwater te lozen.

 

Vrijdag en zaterdag.

 

Vervolg vrijdag 25 mei 2007.

 

Toen ik gisteravond een mailtje verstuurd had, was de dag nog lang niet om. Nadat ik de was had afgewerkt, vertrokken we om een uur of 11 plaatselijke tijd nog voor een wandeling rond een meer van 12,5 kilometer. Al snel zagen we de zon in het noordwesten achter de horizon verdwijnen, maar niet ver, want het bleef gewoon licht. Wel heel apart van kleur, zoals bij ons soms in de herfst. En een uur later kwam hij in het noordoosten weer tevoorschijn. Het was doodstil, en het water spiegelglad. Betoverend mooi. Zelden hebben we zo'n schitterende wandeling gemaakt. We zijn ooit naar Nieuw-Zeeland geweest, en dat was de reis van onze dromen. Maar deze vakantie, verzuchtten we, doet er niet voor onder.

 

Zaterdag 26 mei 2007.

 

Toen Sjak Jans 's morgens wilde meenemen voor de ochtendwandeling, was ze in eerste instantie niet van plan onder de tafel vandaan te komen. Maar eenmaal buiten was ze onverminderd enthousiast. Sjak had nog een mooie route gevonden, die ze samen blijmoedig in de stromende regen hebben afgelegd.

 

Weer met de Unimog op weg koersten we eerst naar de stad Kuusamo, waar we boodschappen deden. Tanken wilden we in Salla, want daarna zouden we weer geruime tijd onderduiken in de wildernis. Helaas werkten alle tankstations op automaten, en die accepteren in Finland geen Nederlandse bankkaarten. Met bankbiljetten ging het gelukkig ook, maar helaas kwam het zo uit dat we meer betaald hadden dan er dieselolie in de tank pastte. Dat stond keurig vermeld op het bonnetje, dus we hopen dit bij een andere Esso-pomp terug te krijgen.

 

Hierna een onverhard pad vol bulten en kuilen, door een nat moerasgebied met een ondergrond van veenmos. Plaatselijk stond de weg zelf ook onder water, wat heel decoratieve beelden geeft als je er met de Unimog doorheen rijdt. Langs de kant steeds meer sneeuwresten, en we verheugden ons er al op misschien door een geheel besneeuwd landschap te rijden. Af en toe kruisten rendieren ons pad. Maar na bijna 50 kilometer stond er opeens een hek midden over de weg. Geen schijn van kans om er langs te komen. Afgesloten in verband met inzakkingsgevaar door smeltwater? Dat was niet na te gaan. Het werd gewoon 50 kilometer terugrijden. Maar we maakten van de nood een deugd, en besloten hier te blijven staan voor de nacht. Een rustiger plek is niet denkbaar.

 

Het noordelijkste punt is gepasseerd.

 

Alweer gisteren vergeten wat te vermelden, namelijk dat we net voor Salla de poolcirkel zijn gepasseerd. Toch vermeldenswaardig. Vandaag bereikten we ons meest noordelijke punt, en morgen gaan we op de terugweg de poolcirkel alweer over.

 

Gisteren kon ik overigens geen mail ontvangen. Mocht je dus gereageerd hebben en je hoort niets van mij, dan ligt dat daaraan.

 

Zondag 27 mei 2007.

 

Afgelegener dan nu hadden we vast nog nooit gestaan. Toch was er een vuurplaats in het inhammetje waar we stonden. Die zie je hier bijna overal. Zoals je in de Baltische Staten overal afval vindt. Deze vuurplaats was wel heel netjes achtergelaten. Keurig opgestapeld hout en twijgjes om aan te steken, en extra blokken om bij te gooien. Van gevorkte takken gesneden spiesen er bij, waar je je zelf gevangen forel aan kan spiesen. Nu nog een hengel.

 

Het was geen straf de 50 kilometer terug te rijden, want het door de afsluiting doodlopende pad was erg mooi. Dit keer durfde ik ook wat sneller door het ondergelopen wegvak, wat een flink waterballet tot gevolg had. Een stukje hoofdweg en nog wat zandpaden, en toen waren we weer vlak in de buurt van waar we waren begonnen. Aan de andere kant van het afgesloten pad. Inmiddels reden we door toendra's, met korte gedrongen bomen en een heel moerassige ondergrond, waar we regelmatig rendieren zagen. Onze middagwandeling ging bij gebrek aan paden dwars door het bos, hetgeen net als in de Baltische Staten geen enkel probleem was, want er was nauwlijks ondergroei. Wel moesten we af en toe via rotsblokken zien een stroompje over te komen. Dat lukte wonderwel zonder nat pak. We passeerden nog meer slagbomen waarmee de paden konden worden afgesloten, maar deze stonden allemaal open. Gelukkig maar, want dit keer zou de weg terug naar de hoofdweg meer dan 100 kilometer zijn.

 

Vandaag bereikten we het meest noordelijke punt van onze reis: het plaatsje Lokka, waar we uitzicht hadden over een groot meer met kruiend ijs. Indrukwekkend! Door al het omrijden was het inmiddels knap laat geworden, en we zochten een doodlopend pad op voor de nacht. Dit bleek ook heel moerassig van aard, en het scheelde geen haar of we waren vastgereden. En dat met een Unimog! Gelukkig lukte het achteruit los te komen, en konden we naast een houtstapel toch uit het zicht van de weg parkeren. Overigens kwamen er deze avond hooguit 3 auto's langs op deze overigens doorgaande route.

 

Het voorjaar tegemoet.

 

Maandag 28 mei 2007.

 

Mochten we de vorige dag nog tussen sneeuw en ijs zitten, en hadden de berken slechts kale takken. Vandaag ging het weer zuidwaarts, en zagen we ze geleidelijk uitbotten. We reden weer heel veel binnendoor, over smalle paden met zachte randen, waar je in wegzakt voor je het weet. De vele kuilen en stenen zorgden ervoor dat het tempo laag bleef. Mij kunnen die kuilen niet zoveel schelen, maar Sjak heeft er een hekel aan. Maar hij zit dan ook niet op een luchtgeveerde stoel. Ik kon ook weer oefenen met achteruit rijden (over een smal pad met zachte randen), want midden in het bos stuitten we op een wel erg rot brugje, met een bord erbij dat het maximaal 2 ton kan hebben.

 

Bij Rovaniemi passeerden we weer de poolcirkel. Hier heeft de kerstman zijn postkantoor, vanwaaruit hij brieven van kinderen over de hele wereld beantwoordt. Ooit was dit een piepklein kantoortje, maar inmiddels is er een heel circus omheen. Wel leuk om te zien hoe de poolcirkel zichtbaar wordt gemaakt. Net als de grens in Baarle-Nassau. Minder leuk vonden we het dat we zo'n beetje weggekeken werden toen we het waagden een kwartier voor sluitingstijd een souvernirwinkel binnen te gaan. Bij gratie mochten we een paar sloffen afrekenen, voor een astronomisch bedrag. Er was ook een soort pretpark bij, maar dat is meer iets om ooit eens samen met onze oom Abel te bekijken.

 

Rovaniemi zelf is een vrij grote stad, en we waren blij dat we weer konden onderduiken op binnendoor weggetjes. Waar we op een open plek parkeerden voor de nacht. Vlak naast een monument van een neergeschoten vliegtuig, een blokhut met vuurplaats (en volop brandhout) en een compost-toilet.

 

We zijn in Zweden.

 

Dinsdag 29 mei 2007.

 

We sliepen weer als blokken tijdens onze laatste Finse nacht, en programmeerden de GPS om ons naar een dierenarts bij de Fins-Zweedse grens te navigeren. Grotendeels nog via onverharde paden, die we geheel voor onszelf hadden. Met de dierenarts had ik tevoren al gemailed, dus ze wist dat we kwamen. Jans moest voor ze Zweden inging een wormkuur krijgen. Op zichzelf onzin, want voor vertrek uit Nederland was ze ook al officieel (d.w.z. met vermelding in haar paspoort) ontwormd, maar regels zijn regels. Bij de grens was overigens geen douane aanwezig. We stopten er voor een portie Zweedse balletjes en Gravad Lax bij Ikea.

 

Het eerste stuk Zweden deed denken aan een polderlandschap, maar al snel had Sjak een route door de bergen gevonden. Spannend om te rijden, over hobbelige onverharde wegen met heel veel bochten, en veel te veel tegenliggers. Niet alleen waren dit er meer dan in Finland, ze gedroegen zich ook anders. Ze hadden de neiging midden op de weg te blijven rijden, en ons de kant in te drukken. En dat schijn ik te laten gebeuren. Later reden we over een plateau, en was het landschap niet zo heel veel anders dan in Finland. Wel is de natuur hier alweer een stuk verder dan gisteren. De berken staan nog verder in het blad, en de rendieren hebben al jongen. Ze zijn hier ook bruiner van kleur. We vragen ons af of ze een witachtige wintervacht hebben, of dat het hier een ander soort is. Het is hier dichter bevolkt dan in Finland, en het maakt een welvarender indruk. De houten huizen zijn keurig onderhouden, met op het erf veelal een klassieke Volvo Stationcar. In Finland zagen we opvallend veel Toyota Landcruisers van het type HJ61, dat wij ook hebben.

 

Op een doodlopend zijpad dat vanaf een onverharde weg naar een meer voerde, maakten wij ons bivak. Weer een super stille plek. Je zou er aan wennen.

 

Zo, en nu gaat het spannend worden.

Zou het lukken deze mail te versturen via de Zweedse connectie?

 

Alweer bij een meer.

 

Voor we gisteravond gingen slapen, zette de ondergaande zon het meer in een gouden gloed. We waren er stil van. En nauwlijks snel genoeg om een foto te maken, want binnen 10 minuten was het voorbij. En even later kwam de zon al weer op. We stonden echt pal naast het water. Ik keek er vanuit mijn bed op uit. Omdat her en der elandenstrond lag, legde ik het fototoestel naast mijn hoofdkussen. Je weet maar nooit.

 

Woensdag 30 mei 2007.

 

Geen nachtelijk elandenbezoek. Of ik moet er doorheen geslapen zijn. We reden verder in grote lijnen zuid-west, en zochten weer de nodige geitenpaadjes op. Misschien niet helemaal zo rustig als in Finland, maar toch ook niet onaardig. Wat heuvelachtiger dan tot nu toe. Tussendoor reden we ook een paar uur over een doorgaande weg, want we moesten toch al wat kilometers maken richting huis. In de buurt van Blavik vonden we weer een heerlijk rustig plekje. Weer niet ver van een meer, al moesten we dit keer wel een stukje lopen om er te komen.

 

Elanden en beren.

 

Donderdag 31 mei 2007.

 

Weer eindeloos rijden over bospaadjes, en af en toe een stuk asfalt omdat je toch ook een beetje richting huis moet. Het klinkt betrekkelijk saai, maar dat is het zeker niet. We genoten van de rust. Je komt wat vaker door een dorp dan in Finland, maar verder is het hier toch niet minder.

 

Om het ook voor de lezer interessant te houden, heb ik in elk geval voor een pakkende titel gezorgd. Maar maak je geen illusie. We hebben geen elanden en beren gezien. Wel er over gepraat. En we hebben een stuk eland in de vriezer.

 

We hadden weer 2000 kilometer gereden sinds de vorige controle van het oliepeil in de eindoverbrengingen en de assen, dus Sjak moest weer onder de Unimog kruipen. Hiervoor reden we naar een in de zomer verlaten ski-resort, waar voor Jans en mij wandelroutes beschikbaar waren. Verdwalen was hier werkelijk onmogelijk. Om de 50 meter stond een routebord, en om de 100 meter hoever je al gelopen was. De kortste route (1000 meter) kon zelfs helemaal verlicht worden. Tja, als het 's zomers niet donker wordt, zal het in de winter wel niet vaak licht zijn.

 

Op een bepaald punt was de route onduidelijk, en konden we bij een boerenerf niet verder doordat een draad voor onze Unimog te laag over de weg gespannen was. Daardoor raakten we aan de praat met de bewoner. Deze had een een paar stoere Noorse Elandhonden, en vertelde hoe hij daarmee op elanden jaagt, en nog een heleboel meer over de omgeving en al wat er leeft. Hadden we bij die en die brug geen beren gezien? Daar zaten er twee, al veertien dagen. Nee, die hadden we niet gezien. Het plukje huizen waar we stonden telt nu nog 9 inwoners. Dat waren er ooit 150. Het pad dat we voor ogen hadden bleek overigens al meer dan 6 jaar buiten gebruik. Ten behoeve van de houtwagens was er inmiddels een andere weg aangelegd. Die sloegen wij in. We kregen een stuk elandenvlees mee.

 

Voor de nacht vonden we een pad parallel aan het doorgaande pad, waarover geen doorgaand verkeer mogelijk was door een omgevallen boom. Dus gingen wij naast deze boom staan; dan stonden we niemand in de weg. Vlakbij liep een stroom, met een wiebelige brug er over. Dus lieten we Jans lekker zwemmen, en maakten plannen om de volgende dag de watertanks van de camper te vullen uit de stroom.

 

Toch kamperen tussen de beren.

 

Vrijdag 1 juni 2007.

 

Zoals bijna altijd liepen Sjak en Jans samen de ochtendwandeling terwijl ik nog lag te ronken. Waarbij ze zowaar een balletje "gered" hebben. Dat was afgedreven in de stroom, en ze moesten deze een heel eind volgen om het terug te vinden. Waarna Jans heldhaftig te water ging en het veilig aan land bracht. Weemoedig verlieten we deze uitgelezen kampeerplek. Dit kon niet zo blijven, altijd zulke fantastische plaatsen. Daar mochten we niet op rekenen.

 

We reden weer een schitterende route van voornamelijk onverharde en soms voor mij erg spannende paadjes. Het weer was overigens ook schitterend. Eigenlijk had ik dat eerder moeten vermelden. Behoudens 1 regendag in Polen hadden we altijd goed weer. In Zweden daarbij altijd veel en felle zon. Op zichzelf zijn we daar niet gek op, maar een voordeel is wel dat de zonnecellen dan goed werken, en de accu altijd lekker vol is. De generator hoefde niet meer tevoorschijn te worden gehaald.

 

Onze kampeerplek dit keer was op een driesprong van paden, waar bijna nooit iemand langs komt. Het derde pad, een zijpad van onze route, liep dood, en dit liepen we af met Jans. Wat schetst onze verbazing toen we hier sporen vonden, die volgens ons alleen van een beer kunnen zijn. Als Jans er niet bij geweest was, was ik voor geen goud doorgelopen. Maar Jans geeft het wel aan als er iets vreemds is, en uit het feit dat ze niet reageerde maakten we op dat de beer nu in elk geval niet in de buurt was. Sporen van elanden zagen we ook. Naast de mest ervan. Sinds de uitleg van de vorige dag weten we hoe deze sporen er uit zien. We stonden weer naast een decoratief stromend water. Wie zei ook weer dat we niet weer zo'n uitgelezen plek zouden vinden?

 

Rättvik en het Djursön meer.

 

Zaterdag 2 juni 2007.

 

Ik had altijd veel gehoord van de provincie Dalarna, en we besloten weer een keer de toerist uit te hangen en het plaatsje Rättvik te bekijken. We zagen er mooie gebouwen en een prachtige fontein, en kochten er een paar Dala Heste; houten paardjes uit de streek, waarvan het ontwerp meer dan 400 jaar oud is. De zolder van de souvernirshop bleek een heel leuk museumpje met klederdrachten te bevatten. Het "volksmuziekhuis" bleek helaas gesloten; die ging al om 3 uur 's middags dicht. Dat hebben wij nu altijd als we een toeristenval binnengaan. In Rovaniemi ging immers ook alles net dicht toen wij er aankwamen.

 

Vlak in de buurt hadden we een wandeling uit een ANWB-boekje gevonden, naar en rond het Djursön meer. Totaal 16 kilometer wat in 3 uur te lopen moest zijn. Wij parkeerden bij dit meer (alweer geluk, dat dit kon!), en besloten alleen rond het meer te lopen. In verhouding naar schatting een kilometer of 10. Het pad begon veelbelovend, en heel goed aangegeven met oranje kringen rond de bomen. Maar al snel was nauwlijks te zien waar het pad liep, was er eigenlijk helemaal geen pad meer, en werden de oranje kringen steeds schaarser, om tenslotte helemaal op te houden. Waarna we met de GPS naar de dichtstbijzijnde weg zijn genavigeerd, waarlangs we zijn teruggelopen. Met ruim 9 kilometer hadden we de door ons geplande kilometers wel gemaakt, en drie uur op stap zijn we ook geweest. Maar we hadden nog niet een kwart van het meer gerond.

 

Om 11 uur ´s avonds schemerde het, en zaten we binnen met de lamp aan. Zou het ´s nachts weer donker worden? We waren per slot van rekening al een heel eind zuidwaarts gereden!

 

Eindelijk een eland in levende lijve.

 

Zondag 3 juni 2007.

 

Het was onze bedoeling in twee dagen naar Varberg te rijden, waar we de boot naar Denemarken zouden nemen, en Sjak had uitgerekend dat we precies halverwege in het Glaskogen natuurreservaat konden overnachten. Wild kamperen is er niet toegestaan, maar er is een camping waar je kan staan. De rit er naar toe was weer prachtig. Dalarna is niet voor niets een bij toeristen geliefde streek. Maar we waren niet (meer) gewend het natuurschoon met zoveel mensen te moeten delen.

 

We reden weer veel binnendoor, maar ook hele stukken langs hoofdwegen. En juist langs zo'n weg zagen we eindelijk een eland in levende lijve. Er was op dat moment geen ander verkeer, zodat we even stil konden staan, en Sjak kon het dier zelfs op video zetten. Maximaal uitgezoomd, dus misschien niet zo duidelijk.

 

Vanaf de camping  maakten we nog een wandeling door het reservaat. Alweer van de ANWB. Ditmaal had ik huiswerk gemaakt, en de route uitgetekend op de GPS. Daarnaast was hij prima gemarkeerd. Doordat het pad regelmatig belopen wordt, hadden we nu ook meer steun aan Jans. Die wijst feilloos het spoor met de meeste geur aan. Alleen suggereert het feit dat de ANWB aangeeft dat de 14 kilometer lange route in drie uur gelopen kan worden, dat hij behoorlijk goed begaanbaar is. In de praktijk bleek het terrein behoorlijk lastig, zodat we pas rond middernacht terug waren. En anders dan we de laatste tijd gewend waren, was het behoorlijk donker.

 

De thuisreis is begonnen.

 

Maandag 4 juni 2007.

 

Vreemd eigenlijk. Je hebt nog een week vakantie, en toch ga je al "onderweg naar huis". We wilden 's avonds in Varberg zijn, en daar zo mogelijk de volgende morgen de boot naar Grena (Denemarken) nemen. Het eerste stuk van de rit hoefden we daar nog niet aan te denken. Een prachtige kronkelweg door het reservaat. Bult op, bult af, en een schitterende omgeving. Gelukkig kreeg ik af en toe schakeladviezen. Voor mij is de vakantie tevens 4 weken rijles. Even voor de goede orde: dat wou ik zelf. Daarna hetzelfde landschap op grotere schaal. Grotere bulten dus, waar de Unimog er flink aan moest trekken. En dan, helaas, de snelweg. Kwestie van er een paar uur voor gaan zitten. Tot er een V-snaar knapte, en het nog een uur later werd. Gelukkig hebben we heel veel reserve-onderdelen bij ons, en genoeg gereedschap om een loodgieter jaloers te maken, en kon Sjak het ter plaatse repareren.

 

In Varberg parkeerden we bij de haven, in de hoop dat er de volgende plaats zou zijn op de boot.

 

De oversteek van het Kattegat.

 

Dinsdag 5 juni 2007.

 

We hadden de wekker gezet, maar dat bleek niet nodig, want toen om 6 uur 's morgens de vrachtwagens van de inmidels gearriveerde boot af reden, leek het of de wereld verging. Tja, dat krijg je als je daar vlak naast gaat staan. Er was volop ruimte, want het beroepsgoederenvervoer gaat bij voorkeur 's nachts over. Bazen vinden dat chauffeurs overdag horen te werken. De boot op zichzelf was groot en comfortabel, en het was een plezierige overtocht. We kwamen in gesprek met een Zweed, waarmee we in luttele urende verschillen tussen de beide landen analyseerden, inclusief economie, politiek en noem maar op.

 

Dan op weg in Denemarken. Een plat land, en als er eens ergens een heuvel is, noemen ze die gelijk een berg. We waren nog maar net weg, of het ging omhoog. Zeker een oude vuilstortplaats, veronderstelden we. We koersten eerst naar de westkusto gaat het afkicken van de vakantie wel erg snel. We volgden een stuk de kust, en hoopten daar ergens te kunnen parkeren voor de nacht. Maar het stond er vol met bordjes "verboden". Toch vonden we nog een relatief plezierig plekje op een picknickplaats langs een doorgaande weg. Je hoorde wel auto's, maar de vogels kwamen er bovenuit.

 

Weer thuis.

 

Woensdag 6 juni 2007.

 

We hadden gepland bij een oud-collega van Sjak te overnachten, die kortgeleden naar Duitsland was verhuisd. Net over de grens bij Drenthe. We reden er weer binnendoor naar toe, listig gebruik makend van een pontje over de Elbe, waarmee we het drukke Hamburg vermeden. En onvoorstelbaar dat Sjak zelfs hier wegen wist te vinden waar je als een cakewalk heen en weer werd geschud.

's Avonds werden er uiteraard de nodige oude koeien uit de sloot gehaald. De heren zien elkaar niet zo vaak.

 

Donderdag 7 juni 2007.

 

Van een plan om met zijn allen een flink end te wandelen, kwam vanwege het warme weer niets terecht. Om dezelfde reden bleven we de hele dag plakken. Als je 's morgens bijtijds en met open ramen wegrijdt, blijft het in de camper verassend koel. Maar tegen dat wij de koffie (en thee) ophadden, wan het er nu al 33 graden binnen. Dus besloten we pas 's avonds weg te rijden. Geen probleem, er waren nog meer dan voldoende gespreksonderwerpen. Om negen uur 's avonds vertrokken we, en doordat we dit keer de snelste route namen, waren we rond twee uur 's nachts weer thuis. Na een vakantie om nooit te vergeten!

 

Terug naar vakantieverhalen

Terug naar onze Unimog

Terug naar de avonturen van Dex en Jans.

Terug naar de homepage van Sjak en Truus.