Nieuw Zeeland en het raadsel van de dagcabines.

Vrachtauto’s kijken was niet het eerste doel waarvoor we naar Nieuw Zeeland reisden. Alleen daarvoor ga je niet naar de andere kant van de wereld. Nee, we dompelden ons onder in spectaculaire zaken, als walvissen en vulkanen. En we genoten van het aantrekkelijke klimaat en de  prachtige landschappen, met vlechtende rivieren. Maar bloed kruip waar het niet gaan kan, en nu we er toch waren….. We wilden toch ook wel eens zien hoe de collega’s zo ver weg de kost verdienen, en met wat voor materiaal. Hier in Europa doet bijna iedereen ongeveer hetzelfde werk. Maar daar? En als we nu zelf eens zouden willen emigreren? Zouden we in Nieuw Zeeland aan de bak kunnen komen? We zouden onze ogen eens goed de kost geven, en af en toe bij een truckstop stoppen om met chauffeurs te praten.

Wat is er te zien op de weg.

Na bijna anderhalve dag in het vliegtuig waren we niet meer zo fris toen we in Auckland aankwamen. De reis was bijna net werken. Te weinig slaap, en slaap op de verkeerde momenten. Wat was ik blij dat in eerste instantie Sjak de besturing op zich nam van de door ons gehuurde Ford Exploder. Tot overmaat van ramp zat het stuur aan de verkeerde kant. Dat is ter plaatse gebruikelijk. Maar het was niet moeilijk wakker te blijven, want de weg naar ons eerste hotel was zo’n beetje de drukste route van het land, zodat we al volop vrachtverkeer te zien kregen. Uitgevoerd met heel veel verschillende auto’s. Veel Amerikaanse merken als Freightliner, Western Star, Mack, Kenworth en International. Ook veel Japanners, die je bij ons niet ziet, of niet in het zware segment, zoals Mitsubishi, Nissan, Isuzu en Hino. De Europese merken waren in de minderheid. Af en toe een Erf , Foden, Volvo of Mercedes. Een doodenkele Daf of Scania.

Ondanks dat met name de Amerikanen bijna allemaal waren uitgevoerd met torpedocabine (neus), deed het allemaal niet groot aan. Oorzaak hiervan dat bijna alle trucks waren uitgevoerd met dagcabines. Waar zouden de chauffeurs in hemelsnaam slapen?

We zagen veel B-trains, waarbij een tweede oplegger achterop de eerste wordt gelegd. Van enige afstand valt dat nauwelijks op. Het lijkt net of je een motorwagen met aanhanger ziet. Maar dan met meestal acht assen in totaal. Men is toch aan een totaalgewicht van 40 ton gebonden, dus zulke kolossale combinaties kan men niet op de weg zetten.

Voor zover er “gewone” aanhangwagens getrokken werden, was deze altijd heel lang gekoppeld, en hing wel een meter of vijf achter de motorwagen.

Logging trucks.

Nieuw Zeeland is ongeveer zo groot als Engeland, en bestaat uit twee ongeveer even grote eilanden. We begonnen onze tour op het Noordereiland. Met ongeveer drie miljoen inwoners is dit naar onze begrippen dun bevolkt. Dat paste ons wel, want wij houden van eenzaam en afgelegen. Reken maar dat we overal binnendoor en achteraf paadjes opzochten. Je zou verwachten dat we hier geen vrachtverkeer te zien zouden krijgen, maar dat viel nogal mee. Weliswaar hadden we meestal de weg voor ons alleen, maar als we iemand tegenkwamen was het bijna altijd een vrachtwagen.

Vooral veel logging trucks; de auto’s waarmee het hout uit het bos gehaald wordt. Bijna allemaal combinaties. Het hout wordt gewoon zo kort afgezaagd dat het past. Anders dan bij ons gebruikt men geen autolaadkranen. Op de laad- en losplaatsen wordt met shovels gewerkt, waarmee men tevens bij de auto’s die leeg terug moeten “even” de aanhanger op de motorwagen zet. Dat manoeuvreert makkelijker. Heel veel logging trucks waren Macks. En ook hier weer: allemaal dagcabines.

 

Men kent in Nieuw Zeeland ook veel zwaarder materiaal dat in de bosbouw wordt gebruikt. Maar deze mogen niet op de openbare weg komen, en blijven op afgesloten terreinen.

Het werken met logging trucks is overigens niet erg populair. Eén van onze gastheren onderweg, die betrokken is bij de bosbouw, wist te vertellen dat er een schreeuwend tekort is aan chauffeurs, juist vooral voor logging trucs. Zouden we dus in Nieuw Zeeland aan de slag willen, dan lag daar onze kans. Het land kent vreselijk strenge immigratieregels, maar vakmensen die hard nodig zijn komen er toch vrij gemakkelijk in.

Naast logging trucks zag je op de door ons geliefde geitepaadjes die wij bij voorkeur opzochten nogal eens veewagens tegen, vooral met schapen. Ze zagen er in vergelijking met de Europese veewagens wat wonderlijk uit, met veel te kleine ventilatiegaten. Net hele kleine patrijspoortjes. Dit wordt echter gecompenseerd doordat het dak open is. Wel hangt er een soort doek boven de laadruimte. Anders zouden de “passagiers” misschien wel uitstappen.

 

Op veel plaatsen was de weg beschadigd of weggespoeld, en ook de werkzaamheden om dit te repareren genereerden vrachtverkeer. Nu moet ik zeggen dat ik hier niet altijd even veel aandacht voor had, als het mijn beurt was om het stuur vast te houden. Te goed herinner ik mij hoe ik een keer langs een steile bergwand reed, met aan de andere kant een afgrond. Sjak heeft me wel verteld dat die tegenliggers mooie Macks waren, maar ik geloof niet dat ik ze bewust gezien heb. Ik wist wel dat ze er waren. O, ja zeker!

 

En dat het uitzicht prachtig was, wilde ik ook zo aannemen. De door ons gehuurde Ford Exploder was toch al niet zo goed toegerust voor dit terrein. Leuk dat hij  op alle wielen aangedreven kon worden. Maar in de eerste versnelling vertikte hij het op de motor te remmen. Om deze reden is hij na een paar dagen zelfs vervangen door een ander exemplaar, maar die had precies hetzelfde probleem. Dan maar met de voet op de rem naar beneden. Schijfremmen kunnen heel wat hebben. Nee, dan hebben de plaatselijke trucks betere mogelijkheden. Bijna allemaal hebben ze een Jake-Brake (soort motorrem), waarmee ze heuvelaf effectief en oorverdovend hun tempo controleren.

De veerboot.

De overtocht naar het Zuidereiland leek voor Sjak net werken. Met dit verschil dat we nu overdag op de boot zaten. Als we met de Scania naar Engeland gaan, varen we bijna altijd ’s nachts.

Terwijl we op de boot wachtten, kregen we eindelijk de kans een aantal vrachtauto’s op de kiek te zetten. Als ze rijden gaat dit moeilijker, en je ziet ze zelden stilstaan. Op het hele Noordereiland hadden we nog nergens een truckstop gezien; in Europa toch de plaats waar je vrachtauto’s kunt “vangen”. Opvallend was dat er alleen maar frontstuurcabines met de boot mee gingen. Best wel logisch. De overtocht wordt per strekkende meter betaald, dus wie regelmatig oversteekt probeert er voor te zorgen dat hij zo kort mogelijk is.

 

Net als op de veerboten naar Engeland gingen er ook onbegeleide trailers mee, en ook losse aanhangwagens. Maar waar de trailers bij ons met een truckmaster “los” op de boot worden gezet, zet men er in Nieuw Zeeland gedurende de overtocht een truck of motorwagen van de ferrymaatschappij voor. Of er wordt een soort van mini-truckmaster onder geplaatst, zo klein dat hij er helemaal onder verdwijnt. De bestuurder zit dan onder de schotel van de trailer. Geen benijdenswaardige positie. Je krijgt al claustrofobie als je er naar kijkt.

Het Zuidereiland.

Met nog geen miljoen inwoners is het Zuidereiland helemaal dunbevolkt. Grote stukken zijn zelfs helemaal onbewoond, en volkomen ontoegankelijk. Vrijwel afgelopen was het hier met het opzoeken van binnendoor paadjes. Behalve de hoofdwegen is hier niets om op te rijden. Overigens bood dit veelal toch uitdaging genoeg. Veel wegen waren zo ie zo onverhard, en zo smal dat het maar goed was dat we mijlenver geen tegenliggers tegenkwamen.

Een voordeel van het ontbreken van binnenwegen is wel dat je niets hoeft te missen van de vrachtwagens die er rondrijden. Vooral in de bergen kan je ze vaak goed bekijken. Heuvelop was het vaak meer kruipen, wat deed vermoeden dat ze niet van al te veel vermogen waren voorzien.

Heuvelaf kon je ze vooral goed horen. Zo’n Jake-Brake geeft toch een prachtig geluid. Dat niet iedereen dit zo ervaart, zagen we als we in de buurt van de bewoonde  wereld kwamen. In de bebouwde kom stonden overal borden dat het gebruik van de motorrem niet was toegestaan.

Het raadsel opgelost.

In het plaatsje Lake Tekapo werd het raadsel van de dagcabines opgelost. We zaten ’s avonds in ons hotel te eten, toen een Mitsubishi voor de deur parkeerde. Om te lossen, dachten we. Maar de chauffeur kuierde met een plunjezak in de hand het hotel in, en even later zat ook hij zich te verzadigen. Na het eten knoopten we een praatje met hem aan.

Hij bleek voor een bedrijf in Christchurch te werken, en het was voor hem heel gewoon dat hij tijdens langere ritten in een hotel werd ondergebracht. Net als vroeger in Engeland. Al is dit natuurlijk wel luxer dan de vroegere chauffeursonderkomens daar. En absoluut veel schoner. Nu was hij onderweg naar Queenstown. Daar kon hij de volgende dag lossen, en dan leeg terug. Dat kon hij net halen in zijn uren. Dat zijn er in Nieuw Zeeland overigens 14 per dag. Met telkens een half uur verplicht pauze na elke vijf uur. De rijuren worden in een logboek bijgehouden. Net als vroeger in Nederland. Dan kan je zorgen dat het altijd klopt. Uiteraard werd uitgebreid geëvalueerd hoe streng de regels in zijn en ons land worden gehandhaafd. De verschillen zijn toch niet zo groot. Het was ons bijvoorbeeld opgevallen, dat in Nieuw Zeeland de vrachtwagens allemaal ongeveer 100 kilometer per uur rijden, net als het overige verkeer. Dat is toch niet toegestaan, zoals we even hadden gedacht. Gewoon een combinatie van weinig controle, en geen snelheidsbegrenzer. Het verkeer loopt hierdoor wel beter door. Nou ja. In de bergen is het een ander verhaal. Onze tafelgenoot laadt regelmatig tot 40 ton totaalgewicht, maar zijn Mitsubishi levert niet meer dan 270 pK. En voor het geld hoef je als Nederlandse chauffeur niet naar Nieuw Zeeland te emigreren. Een loon van ongeveer een tientje per uur is gebruikelijk. Bij een werkweek van 50 – 60 uur. En als je baas een week geen werk heeft, krijg je niets. Het was ons al eerder opgevallen dat Nieuw Zeelands sociaal vangnet niet geweldig is.

Truckstop.

 

We verlieten Nieuw Zeeland vanuit Christchurch. Omdat we ruim in de tijd zaten, zochten we op aanwijzing van de chauffeur die we in Lake Tekapo hadden ontmoet een truckstop op. Ja, inderdaad. Je hebt ze hier toch. Deze, en nog één in Auckland. Deze diende tevens als hotel voor chauffeurs. Voor 35 dollar per dag (iets meer dan 35 gulden) kan je hier onder dak. In keurige tweepersoons kamertjes.  Een slaapcabine is niet goedkoper. We waren er midden op de dag, en het parkeerterrein was nagenoeg leeg

Maar op het aangrenzende terrein was een Mercedes/Freigtliner garage gevestigd, en daar zagen we wel veel moois staan. Toen we er toestemming gingen vragen om foto’s te maken, en vertelden dat Sjak ook chauffeur is, reageerde de verkoper heel enthousiast. Hij haalde zelfs de sleutels van een splinternieuwe Argosy tevoorschijn, zodat we deze van binnen konden bekijken. Opvallend was de grote binnenruimte, terwijl de cabine van buiten eerder kleiner is dan die van Sjak's Scania. Dat ligt er vooral aan dat het stuur van de Freightliner veel dichter bij het raam staat. Dan gaat er niet zoveel ruimte verloren. Sjak's Scania is zwaarder ook, ondanks dat de auto die we nu bekeken drie assen heeft, en dubbel aangedreven is. Kwestie van een aluminium cabine. De versnellingsbak is een ongesynchroniseerde Fuller. Chauffeurs die hiermee werken willen niet anders. Met een gesynchroniseerde bak kan je niet zo snel schakelen. De motor was een zes in lijn. Op de Amerikaanse markt wil men geen V8, in verband met het gewicht.

We hadden hier te maken met een slaapcabine, en zoals al eerder vermeld zie je dat hier niet veel. Nu hoorden we ook hoe dit komt: het is nog niet zo lang geleden dat overnachten in de cabine verboden was, net als vroeger in Engeland.

De meeste vrachtwagens in Nieuw Zeeland blijven hier tot het eind van hun levensduur. Dertig jaar oud is maar heel gewoon, al zullen ze niet hun hele carrière hetzelfde werk doen. Er stond bijvoorbeeld een bejaarde International te koop, die binnenkort waarschijnlijk weer tegen de heuvels kruipt.

Al met al.

Nieuw Zeeland is een prachtig vakantieland. En het is leuk om te zien hoe Sjak zijn collega’s er de kost verdienen. Maar er zelf gaan werken? Nee, toch maar liever niet.

 

 

Terug naar vakantieverhalen

Terug naar de homepage van Sjak en Truus.