Avontuur in Hooge Mierde.
Een wandelweekend (royaal, vier dagen)
met de hond. Wat is daar avontuurlijk aan?Is dat het nou waard er een verslag
van te maken? Al de eerste dag bleek dat we heel wat zouden meemaken.
Het liep allemaal
wat anders dan oorspronkelijk gepland. Jans was loops en mocht niet mee, dus
zou haar moeder Floid ons vergezellen. Dus wandelde ik eerst in de
ochtendschemering rond de Galderse Meren met Jans, sjouwde daarna een eind door
het bos om Floid uit te laten, en toen koonden we op weg.
Onze groep
verzamelde op het plein in Hooge Mierde, met thee en eigengebakken appeltaart.
De laatste was zeker de zonde waard, en één van de oorzaken dat ik deze vier
dagen niet bepaald zou afslanken.
Alsus gesterkt
vertrokken we voor een wandeling van een kilometer of twaalf. Met ongeveer
vijftig mensen en honden. Ondanks dat Floid me nauwelijks kende, hield ze me
goed in de gaten. Ik had er geen kind aan.
Het woei
behoorlijk, en we kregen ook de kans te testen hoe waterdicht onze kleren
waren. Gelukkig verkeerden we in gezelschap dat zich om dat soort
kleinigheidjes niet druk maakt. De voorspelling was regen wind en sneeuw, dus
we wisten waaraan we begonnen.
Teruggekomen
installeerden we onszelf in groepsverblijf ‘t
Zonneke. Hulde aan de exploitant die zo’n zootje ongeregeld welkom heet. De
kamer die ik deelde met twee reisgenotes en natuurlijk onze honden, was luxueus
voorzien van electrisch in hoogte verstelbare bedden, en een balzaal van een
badkamer, waarin je naar keuze staand, zittend of liggend kon douchen.
Na het eten –
overigens van grote klasse – ging ik samen met een andere deelneemster met de
auto naar het bos om de honden uit te laten. Nee, het was geen probleem dat het
donker was en spoelde van de regen. Ik vroeg het maar na, want uit ervaring
weet ik dat onder die omstandigheden zelden iemand meee wil. We waren niet zo
maar 1, 2, 3 op pad, want de Toyota stond grondig ingebouwd tussen de
geparkeerde auto’s. We “ontsnapten” tussen een boom en een paaltje door, maar
hadden aan weerszijden van de auto maar een paar centimeter over.
In het bos
aangekomen, zette ik de auto op de parkeerplaats, maar besloot er direct weer
af te rijden, want ik voelde dat ik vast reed. Snel de vierwielaandrijving aan.
Dat haalde niets uit. De lage gearing dan. Ook niets. Niet te lang blijven
proberen dan maar, voor de Toyota zich helemaal in zou graven. We moesten toch
de honden uitlaten. Konden we gelijk takken zoeken, waarmee we misschien een hardeondergrond
konden creeeren. Al snel vond ik een stammetje van een meter of twee, dat ik op
het pad legde om op de terugweg mee te nemen. Ja, dat kan je net denken. Floid
nam hem wel even mee. Klein hondje, grote boom. Een kleine kilometer verder
vonden we nog meer hout, en het werd een heel gesjouw om dit bij de auto te
krijgen. Inclusief het stammetje, want Floid hield het inmiddels voor gezien.
Even leek het of er beweging in het vehicle zou komen, maar na een stevig half
uurtje moesten we erkennen dat we in het stof beten. Nou ja, in de blubber.
Lopend aanvaarden we de terugreis. “Tja, met onze
Unimog had ik hem er zo uit.” Ik had het nog niet gezegd, of wat kwam daar
aan rijden? Een andere Unimog! De bestuurder ervan haalde versterking in de
vorm van nog een Unimog en een complete ploeg carnavalswagenbouwers. Zo kwamen
we toch nog los, en hadden we grote verhalen om te vertellen. Onze redders trouwens ook.
Voor het ontbijt
liepen Floid en ik weer een ommetje door het os. Het was al vrij licht, en het
was goed te zien waar we hadden vastgezeten. Rechts van het bord
“parkeerplaats” bleek het wel stevig te zijn, maar in de duistere nattigheid de
vorige avond was dat niet te zien geweest.
Een route naar
uitspanning de Bockenreijder stond op het program. Tegen alle voorspellingen in
met stralend weer. Een prachtige route van in totaal 21 kilometer. We genoten
van de schitterende omgeving, maar ook van de vele life demonstraties
hondengedrag.
Een terrier
bleef zijn best doen Floid te versieren, waar ze bepaald niet van gediend was,
maar ze snauwde hem ook niet af. Op een gegeven ogenblik heb ik dat maar voor
haar gedaan. Dat hielp fantastisch.
Omdat Floid
slecht at, had ik inmiddels rodi worsten voor haar op de kop getikt. Een
onweerstaanbare lekkernij, waarvan je normaal gesproken alleen kleine stukjes
geeft als beloning tijdens de training. Nogal grof geschut dus, maar met zulke
inspanning elke dag wilde ik dat ze genoeg binnenkreeg. Het hielp. Ze at ervan
als een slootgraver. De eigenares zou het vast niet leuk vinden als ze als een
gratenpakhuis terugkwam. Wel zou ze nu zijn opgezadeld met de taak Floid weer
duidelijk te maken dat haar gewone brokjes ook eetbaar zijn.
De Turnhoutse
Heide was nu ons doel. Bij elkaar ongeveer 18 kilometer natuurschoon.
Afwisselend door akkers en langs bosgebied. Net als de voorgaande dagen
nagenoeg geheel onverhard. En alweer het mooiste weer van de wereld.
’s Avonds werd
de inwendige mens dit keer versterkt met een gourmet-festijn. Niet met van die
minucule pannetjes zoals te doen gebruikelijk. Nee, met forse koekepannen op
stevige spiritusbranders. Daar kan je nog eens op lopen!
Een laat
ontbijt, zodat we eerst de kamers konden leegruimen en schoonmaken. Het laatste
hoefde eigenlijk niet, maar we wilden nog eens terug kunnen komen. Dan voor de
laatste maal verzamelen, voor een ommetje van een kleine 15 kilometer door het
prachtige landgoed “De Utrecht”. Tijdens de pauze gaf een van de deelnemers,
die bezig is zijn hond op te leiden voor reddingswerk, een demonstratie. Een
vrijwilliger speelde voor slachtoffer, zodat de hond hem kon opzoeken. Om de
geleider te laten weten dat de hond hem gevonden had, had het slachtoffer een soort
kleine dummy in zijn hand, dat het “bringsel” genoemd wordt. Als de hond het
bringsel naar zijn baas brengt, weet deze dat het slachtoffer gevonden is.
Vervolgens moet de hond hem ter plaatse brengen. Waarna de hond beloond wordt
met een spelletje met de bal. Natuurlijk heeft in werkelijkheid elk slachtoffer
niet een bringsel bij zich, dus als de hond helemaal is opgeleid, draagt hij
dit zelf om zijn nek. Altijd bij de hand. Een slachtoffer is voor een
reddingshond iemand die op de grond ligt. Het komt ooit voor dat tijdens een
oefening een vrijend paartje wordt gevonden. Tja, de hond heeft dan zijn werk
goed gedaan, dus wordt er dan ter plaatse met de bal gespeeld.
De twee
aanwezige newfoundlanders waren in opleiding voor het redden van drenkelingen,
en ik stelde voor dat er een vrijwilliger te water zou gaan, zodat ook deze een
demonstratie konden geven. Niet ikke, want ik had met het leveren van het idee
al genoeg gepresteerd. Ik ben vergeten waarom deze demonstratie niet doorging.
En tja, toen
waren we weer terug in Hooge Mierde. Een Brabantse koffietafel – overigens
zonder gekookt buikspek – verguldde de pil van het afscheid. Volgend jaar weer!
Terug naar de avonturen van Dex en Jans.
Terug naar de homepage van Sjak en Truus.