De Ardennen; vlakbij, en toch oh zo mooi (2008).

 

Donderdag 18 september.

 

 

 

Een weekje naar de Ardenne was ons doel, waar we in Cielle, bij La Roche en Ardennes, een huis hadden gehuurd. Dat is toch een kwestie van inpakken en wegwezen? En dan een uur of twee in de auto? Voor Sjak en Truus normaal gesproken wel, maar nu moesten ze eerst langs Nijverdal om het rolstoelbusje van de stichting Handicamp op te halen, en dan naar Heerenveen om oom Abel in te laten stappen. Vandaar dat ze vandaag al de hele dag werk hadden, en in Heerenveen bleven logeren in het bejaardenhuis.

 

 

Vrijdag 19 september.

 

 

Met passen en meten werden de beide rolstoelen en de bagage in het busje gestouwd, en precies om 11 uur reden we weg. Zo’n 400 kilometer te gaan, dus we verwachtten ’s middags ruim op tijd in Cielle te arriveren. Helaas gooiden de vele files roet in het eten, en was het bijna donker toen we aankwamen. Maar het prachtige huis deed ons de vermoeiende reis snel vergeten. Beneden, waar Abel en Alie elk een kamer hadden, helemaal aangepast aan rolstoelgebruikers. En ook verder ruim en schitterend ingericht. Aan alles was gedacht, tot en met hout voor de open haard.

We kropen al vroeg in de uitstekende bedden.

 

 

 

Zaterdagdag 20 september.

Eerst maar eens boodschappen doen in het dorp. Abel bleef thuis. Die was nog niet bekomen van de reis. La Roche en Ardennes is een toeristenval, en we moesten de nodige rondjes rijden voor we konden parkeren. De beschikbare invalidenplaatsen waren bezet, op 1 na door Hollanders zonder invalidenparkeerkaart.

 

De rest van de dag bleven we rustig thuis. Een beetje lezen en puzzelen. Abel voor de televisie, en Truus in de keuken. Lekker zelfgezocht eten, en uitbuiken bij de open haard.

 

 

Zondag 21 september.

 

 

 

 

 

De rustdag had ons allemaal goed gedaan. Zelfs Abel was niet te houden van de energie. Met Sjak als navigator en Truus als chauffeur ging het richting Luxemburg. Ernaartoe een prachtige rit door het Ardeense heuvelland. Uiteraard gooiden we er gelijk de tank vol. Tevens werden een paar banden opgepompt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vervolgens koersten we naar Eupen, waar we ons vergaapten aan de enorme stuwdam.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij het drielandenpunt Luxemburg – Duitsland – België bekeken we een monument ter herinnering aan de oprichting van de Europese Gemeenschap. Met grote stenen ter ere van een aantal politici.

 

Terug via de Hoge Venen, waarbij we konden genieten van een schitterende zonsondergang.

 

Maandag 22 september.

 

Dit keer gingen we richting Bohan, waar de Semois de Frans-Belgische grens overgaat. Voor Truus en Abel bekend terrein, want ome Jaap heeft hier gewoond. Weer een hele mooie rit, en een feest van herkenning bij het vroegere huis van ome Jaap.

 

Op de terugreis een wandeling door het arboretum van Gedinne.

En ’s avonds weer de open haard. Heerlijk ontspannend!

 

Dinsdag 23 september.

 

Dit keer wilden we niet te ver weg. Op de uitstekende bestuurdersstoel had Truus een uiterst comfortabele zitplaats, maar voor de passagiers viel het comfort helaas wat tegen. Van oorsprong is het een bedrijfswagen, dus vrij stug geveerd, en de stoelen zijn erg basic en geven geen zijdelingse steun. En in de rolstoel zitten bleek voor Alie en Abel geen optie. Abel zit in zijn grote rolstoel te hoog om naar buiten te kunnen kijken, en die van Alie is een actief model, dat op zichzelf ook niet veel steun geeft. En met de achterklep was het een fluitje van 1 cent om de rolstoelen te laden en te lossen.

 

Maar ver weg was ook niet nodig, want we zaten niet ver van de watervallen van Coo, en zonder al te veel omwegen reden we daar naar toe. ’s Zomers is het een toeristenval met een groot pretpark er bij. Maar dat was nu dicht, en op de parkeerplaats hadden we bijna het rijk alleen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Door lege terrassen baanden we ons een weg naar de waterkant, waar we het donderend geweld van de watervallen van nabij konden beleven. Groot zijn ze niet, maar indrukwekkend wel!

 

Er bleef ruim voldoende tijd over om een flinke pan macaroni klaar te maken, na het nuttigen waarvan we ons weer rond het vuur schaarden.

 

 

Woensdag 24 september.

 

 

We wilden graag naar de Moezel, en door Luxemburg. Wel een hele afstand, maar om de rit toch comfortabel te maken, reden we over de autosnelweg naar Remich.

 

 

Met zijn allen flaneerden we hier over de boulevard, en streken neer op één van de vele verlaten terrassen. Wij houden er wel van om het rijk alleen te hebben! Daarna met de neus ongeveer huiswaarts.

 

 

 

 

 

Eerst een prachtige rit langs de Moezel. En dan door Luxemburgs “Klein Zwitserland”, met zowel indrukwekkende rotspartijen als lieflijk heuvelland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een gemoedelijk restaurant werd in allerijl toegankelijk gemaakt.

 

 

 

 

 

En dan het laatste stuk weer de kortste weg. Veel kilometers vandaag, maar toch voldoende comfort. En wat een prachtige omgeving! En zowaar zagen we onderweg een wild everzwijn!

 

En jawel, inderdaad, ’s avonds stookten we het vuur weer op.

 

Donderdag 25 september.

 

Op de dag voorafgaande aan de thuisreis wilden we niet te ver rijden. Maar we hadden hoge verwachtingen van het wildpark in het nabijgelegen Sint Hubert.; 1 van de weinige attracties waarvan in de VVV-brochure was vermeld dat het rolstoel-toegankelijk is.

 

 

Helaas bleek het parkje een aanfluiting:

Nauwlijks begaanbare paden, vol boomwortels. Grote zware omheiningen met een paar herten er achter. Fazanten en kippen in kooien met tralies waarachter je een tijger zou kunnen opsluiten.

 

We waren er snel uitgekeken, en besloten nog de stuwdam van Nisramont te gaan bekijken.

 

 

 

 

 

 

 

 

Conform de verwachting was de stuwdam niet erg groot, maar indrukwekkend was hij wel, en wat een prachtige omgeving! We zaten er nog uren in het zonnetje van het uitzicht te genieten, en onze dag was weer helemaal goed.

 

 

 

De laatste avond in “ons” huis smulden we van alle kliekjes in de koelkast, en stookten voor het laatst de open haard.

 

 

Vrijdag 26 september.

 

Om half zeven ’s morgens rinkelde wreed de wekker. Inpakken de boel, en dan het huis schoonmaken! En dan weer op weg naar Friesland. Minder files dit keer, en het was dan ook nog licht toen we in Friesland aankwamen.

 

Tijd om afscheid te nemen van Alie, die nog door moest naar Leeuwarden. Sjak en Truus gingen het busje wassen. In een truckwash, want het is te hoog voor een gewone wasstraat. Nog een grondige stofzuigbeurt en wat glasreiniger op de ruiten, en het vehicle was weer als nieuw. Wij houden er van een netjes visitekaartje af te geven.

 

Voor ze de logeerkamer van Herema State opzochten, namen ze afscheid van Abel. De volgende dag moesten ze vroeg vertrekken, om op tijd het busje in te leveren.

 

 

 

Zaterdag 27 september.

 

Nog voor het ochtendgloren een vlotte rit naar Nijverdal, en dan met de eigen Toyota weer naar huis.

De volgende dag zaten Sjak en Truus weer in de Scania.

Maar dat is een ander verhaal.

 

 

Terug naar vakantieverhalen

Terug naar de homepage van Sjak en Truus.