De staat Israël en het zionisme

Raadsadres aan de gemeenteraad van Amsterdam, over het bestaansrecht van de staat Israël en de ideologie van het zionisme, 04 maart 2008.


Ik verzoek de gemeenteraad om het bestaansrecht van de Staat Israël te ontkennen, en het streven naar een nationaal thuisland voor het Joodse volk - de kern van het zionisme - af te wijzen. Vanaf de oprichting hebben opeenvolgende kabinetten in Nederland het bestaansrecht van de Staat Israël erkend. De Partij van de Arbeid - grootste partij in Amsterdam en de partij van burgemeester Cohen - doet dat ook. Kritiek hierop wordt in Nederland vaak als 'onaanvaardbaar' en 'radicaal' aangemerkt. In 2002 bepaalde Cohen (Gemeenteblad nr. 363) dat de politie moest optreden, tegen "teksten of afbeeldingen waarin een verband werd gelegd tussen Israël en/of joden en/of het zionisme met het nazi-regime". In werkelijkheid hebben zionisme en nazisme gezamenlijke wortels in het laat 19e-eeuws Oostenrijk-Hongarije, en delen ze uitgangspunten zoals de monoculturele staat, en de staatsvorming op etnische grondslag. Cohen wou terechte kritiek op het zionisme beletten. Gezien de harde lijn van het huidige anti-radicaliseringsbeleid, is het gevaar aanwezig dat de gemeente Amsterdam repressief optreedt tegen anti-zionisten.

Bestaansrecht van de Staat Israël

De staat Israël is een nationale staat, uitdrukkelijk gesticht als nationaal thuisland voor het Joodse volk. Het ontstaan daarvan was het gevolg van een nationalistische beweging, die tot doel had deze staat op te richten. Zonder nationalisme was er geen Staat Israël.

De staat Israël heeft geen 'bestaansrecht'. Alle nationalisten beweren dat hun eigen natie recht heeft, op een eigen soevereine staat, die als thuisland moet dienen. Dat zijn hun eisen, meer niet. Een morele norm is het nooit. Ook het "bestaansrecht van het Joodse volk" is niet meer dan een nationalistische eis. Naties, volken, en nationale staten hebben geen 'bestaansrecht', en kunnen dat ook niet hebben. Ze kunnen geen aanspraak maken op het eeuwig voortbestaan. Van alle volken en staten die ooit hebben bestaan, zijn de meesten dan ook spoorloos verdwenen.

Een 'bestaansrecht' voor volken en staten is in ethische zin ook betekenisloos, omdat de bestaansrechten elkaar zouden tegenspreken. Het bestaan van een Nederlandse volk is een ontkenning van het bestaansrecht van het Groningse volk, het Stichtse volk, het Hollandse volk, en alle andere volken, die onder andere historische omstandigheden een eigen staat hadden ontwikkeld, op het grondgebied van het huidige Nederland. Ook het Brabantse volk en het Limburgse volk hadden mogelijk een eigen staat ontwikkeld, op het huidige grondgebied van zowel Nederland als België. Het Nederlandse volk, en bijvoorbeeld ook het Deense volk, blokkeren het ontstaan van een Germaans volk, dat alle sprekers van de Germaanse talen omvat. Het Joodse eenheidsvolk, die de staat Israël in meerderheid bevolkt, heeft alle sporen uitgewist van de etnische groepen en stammen, die in het gebied vroeger woonden (en in de Bijbel vaak voorkomen). Het Joodse volk, in de zin van het naoorlogse zionisme, was ook bedoeld om het ontstaan van een 'Mandaat-Palestijns volk' tegen te gaan.

Zo ook bij staten. Elke nationale staat blokkeert het 'bestaansrecht' van sub-nationale en grens-overschrijdende staten, en van grotere nationale thuislanden. Nederland heeft kleinere staatkundige eenheden (zoals het Graafschap Bokhoven) opgeslokt, en land ingepikt van onder andere het Bisdom Luik, en de hertogdommen van Jülich en Kleve. Nederland en België hebben Limburg en Brabant, die eeuwenlang een eigen identiteit hadden, onderling opgedeeld. Het bestaan van Nederland is een ontkenning van het bestaan van verschillende varianten van een Groot-Nederlandse staat, maar ook van de Groot-Friese staat voorgesteld door de Gruppe fan Auwerk. Nederland heeft zich ook onttrokken aan de vorming van een Groot-Duitsland, op basis van het vroegere Heilige Roomse Rijk. Het bestaan van nationale staten blokkeert ook het bestaan van niet-nationale staten. Het ontstaan van Italië als nationale staat betekende het einde van de Pauselijke Staten. De nationale bewegingen van de 19e eeuw zijn opgericht om de multi-etnische rijken te ontmantelen, en te vervangen door mono-etnische nationale staten.

Hypothetische staatkundige ontwikkelingen (zoals Groot-Duitsland), zijn vaak van de politieke agenda verdwenen, en daarmee ook de rol van de huidige staat als blokkade. In één geval is de tegenstelling echter duidelijk zichtbaar: de nationale staten in Europa blokkeren de vorming van een Europese staat, en vele nationalistische partijen eisen uitdrukkelijk, dat ze dat blijven doen.

De Staat Israël negeert alle eisen tot territoriale autonomie binnen de eigen grenzen, bijvoorbeeld voor de Arabische minderheid die achterbleef na 1948. De opdeling van Palestina door de Verenigde Naties was een bewuste afwijzing van één staat, op het Brits Mandaatgebied. De Staat Israël blokkeert de vorming van een Levant-staat of een Egyptisch-Levantijnse staat, waarvoor historische precedenten bestaan. Het blokkeert ook een nog grotere staat, zoals die bestond onder Hellenistisch, Romeins en Ottomaans bestuur. Het bestaan van Israël blokkeert het opgaan van zijn grondgebied in een pan-Arabische staat, en is onverenigbaar met een Islamitisch Kalifaat. Tot slot blokkeert de Staat Israël - overigens samen met de Palestijnse Autoriteit en zijn Arabische buurlanden - de vorming van een Euro-Mediterrane eenheid.

De Staat Israël kan zich daarom niet beroepen op een 'bestaansrecht van staten', omdat de Staat Israël zelf het bestaansrecht van andere staten ontkracht. Daarom is het begrip zo onzinnig. Het ontstaan en voortbestaan van de Staat Israël laten zich wel ethisch beoordelen, zoals met alle nationale staten, en dat valt negatief uit.

Ethische bezwaren tegen van de nationale staat

Nationale staten zijn geen natuurverschijnsel, maar een historisch specifieke staatsvorm, die inmiddels dominant is. Ze zijn ontstaan door ideologie en historisch toeval, en niet vanwege een morele verplichting om de wereld zo te ordenen. Ook de wereldorde van nationale staten heeft geen ethische voordelen. De nationale staten kunnen ook weer verdwijnen, en er is geen reden om dat tegen te houden. Een morele grondslag heeft een nationale staat in principe niet: het dient het voortbestaan van de natie, en verder niets.

Omdat de nationale staten de vorming van andere staten verhinderen, en omdat ze aanspraak maken op een 'eeuwig' voortbestaan, hebben ze de innovatie in de staatsvorming afgeremd. Het aantal nieuwe staten is minimaal, en alle nieuwe staten zijn zelf nationale staten. De principes van het nationalisme zijn inherent anti-utopisch.

Omdat nationale staten een 'nationale eenheid' nastreven, belemmeren ze ook intern de innovatie. Het leidt tot repressie en eenheidsdwang. De hysterische toon van het Turks nationalisme, en de onderdrukking van de Koerdische taal en cultuur, zijn voor Nederlanders een herkenbaar voorbeeld. Minder zichtbaar voor autochtone Nederlanders, is dat de Nederlandse overheid op vergelijkbare wijze de integratie en de 'sociale cohesie' afdwingt. Sprekers van Koerdisch worden hier ook verplicht om "onze nationale taal" te leren.

Binnen de nationale staat, wordt het streven naar innovatie in de staatsvorming, of het nastreven van anti-nationale ideologieën, vaak als 'landverraad' beschouwd. Nationalisten zien daarin een rechtvaardiging voor doodsbedreigingen en moord. De vrees voor verraad en ondermijning beperkt het politiek pluralisme, die de westerse staten formeel onderschrijven. Dat het CDA een Turkse zusterpartij opricht, die in Turkije de invoering van de christelijke waarden en de Nederlandse taal bepleit, is ondenkbaar. Het zou een woedende reactie uitlokken. Het is even ondenkbaar, dat de regerende Turkse AK-partij hier aan de slag gaat, om de Islamitische waarden en de Turkse taal in Nederland in te voeren. Binnen een nationale staat is het 'on-nationale' feitelijk verboden.

Tegenover de bekrompen en conservatieve aard van de nationale staten, staan geen bestuurlijke voordelen, eerder nadelen. De grenzen van de nationale staat zijn vaak niet rationeel. De Nederlandse grens, bijvoorbeeld, is bijna geheel kunstmatig, en valt niet samen met een geografische, culturele of taalkundige eenheid. Het verdeelt dorpen, straten, en zelfs huizen. Sommige delen van Nederland horen, economisch en planologisch gezien, duidelijk bij Vlaanderen en Nordrhein-Westfalen: Zeeuws-Vlaanderen is misschien het beste voorbeeld. Zodoende heeft Nederland, als eenheid, eerder een negatieve waarde. Zoals in de meeste nationale staten, zijn de grenzen van Nederland ook met geweld tot stand gebracht, in het geval van de Antillen door koloniale verovering. Zowat alles ten zuiden van de Waal, en ten oosten van de IJssel, is met militair geweld aan Nederland toegevoegd, het oosten tussen 1590 en 1597, Staats-Brabant vooral tussen 1625 en 1637. De afschaffing van de nationale staten zou, voor zover mogelijk, het onrecht tijdens de staatsvorming rechtzetten. Het schept in elk geval de mogelijkheid, de bestuurseenheden beter te ordenen, en het bestuur te hervormen.

De etnische, en uiteindelijk racistische, aard van de nationale staten is een verder bezwaar tegen hun voortbestaan. Hoewel Nederland begon met een religieuze 'identiteit', is dat ook hier in de 19e eeuw overgegaan op een etnische. Afstamming van Nederlanders uit vroegere eeuwen bepaalde voortaan wie Nederlander was, en emotioneel en cultureel verbondenheid met deze voorouders bepaalde de identiteit. Dat verminderde de religieuze tegenstellingen, maar daarvoor in de plaats kwam het institutioneel racisme. Wie geen Nederlandse voorouders heeft, geen Ne'erlands Bloed, werd uitgesloten van de nationale gemeenschap. Overal in Europa ontstonden nationale bewegingen met vergelijkbare definities van de nationale identiteit. Het streven naar een historische, zuivere, en homogene etnische gemeenschap leidde tot tientallen miljoenen doden in Europa.

Dankzij de massa-immigratie is de etnische grondslag van de identiteit opnieuw een twistpunt, en een bron van onrecht. De afstamming bepaalt het staatsburgerschap, maar de afstamming is per definitie ongelijk: niet iedereen kan Hollandse voorouders hebben. Daardoor krijgt ook niet iedereen toegang tot de Hollandse welvaart. De nationale staat maakt van staatsburgerschap een pseudo-genetische eigenschap, die van ouder op kind overgaat. Bij omstreden ouderschap, bijvoorbeeld, kan een DNA-test het Nederlanderschap bepalen. Dit is racisme in de oorspronkelijke betekenis van het woord - "de ene groep is erfelijk beter dan de andere". Deze biologische loterij kiest de winnaars in de mondiale welvaartsverdeling: onderaan sterven de verliezers van de honger. Dat is weer een reden, om naar andere staatsvormen te gaan zoeken.

Ook de afstammings-definitie belemmert de innovatie. De nationale cultuur wordt gedefinieerd als de voortzetting van de cultuur van vroegere generaties. Een culturele innovatie hoort, per definitie, niet tot de cultuur van 'onze voorouders', en dus niet tot 'onze vaderlandse cultuur'. De nationale staten zijn gericht op het verleden - waaraan ze hun identiteit ontlenen - en niet op de toekomst. In combinatie met de eenheidsdwang, en het blokkeren van innovatie in de staatsvorming, werkt dit als een rem op de innovatie.

Israël als nationale staat

Al deze bezwaren zijn eveneens van toepassing op de Joodse nationale staat Israël. Er is geen dwingende ethische reden om een 'Joodse staat' te hebben (Joden hebben het ook eeuwen zonder staat gedaan). De staat Israël ontstond door de toepassing van een specifieke ideologie, het zionisme, onder bijzondere historische omstandigheden. Israël blokkeert, zoals andere nationale staten, de innovatie in de staatsvorming. Ook daar streeft de staat naar een interne culturele eenheid: het propageert een Joods-nationale eenheidscultuur, gericht op een (deels verzonnen) verleden. Ook daar heerst een soms hysterisch nationalisme, en angst voor 'landverraders'. De Israëlische samenleving staat ook niet open voor politieke en sociale bewegingen, die de stichtingsideologie van de staat verwerpen, of een concurrerende ideologie nastreven.

De grenzen van Israël hebben geen geografische, demografische, economische, of planologische logica. Ze zijn ontstaan door militair geweld, en door het zionistisch streven om grondgebied te annexeren voor een Joodse staat. In het West-Jordaanland heeft Israël een nederzettingspolitiek gevolgd, die tegen alle planologische logica ingaat, met als enige doel het beheersen van het gebied door Joodse kolonisten. Ook de militaire logica ontbrak, en sommige nederzettingen zijn inmiddels onverdedigbaar. Daarom annexeert Israël nu een aaneengesloten strook, en zet deze af met een veiligheidsmuur, die bestaande dorpen en infrastructuur in tweeën snijdt. De opdeling van Palestina in 1948 leidde ook tot de demografisch en planologisch onverantwoorde 'stad' in de Gaza-strook - eigenlijk een enorme vluchtelingenkamp op kale grond. De migratiestromen binnen Mandaat-Palestina werden afgesneden, en vervangen door een irrationele intercontinentale migratie, langs etnisch-religieuze lijnen.

Zionisme en racisme

Israël is, meer dan enig andere nationale staat, terug te voeren op een specifieke ideologie: het zionisme. De grote innovatie van de vroege zionisten (vooral Theodor Herzl), was het consequent definiëren van de Joden als een volk, gelijk aan andere volkeren. Herzl heeft simpelweg het nationalisme van Polen, Slowaken, Kroaten, en Hongaren, toegepast op de Joden. De zionisten gingen vervolgens op zoek naar een eigen staat. Het was van meet af aan racistisch, en is dan ook nauw verwant aan het pan-Germaans nationalisme, die ook in Oostenrijk in opkomst was. Herzl's Der Judenstaat (1896) en het pan-Germaanse Linzer Programm vertegenwoordigen in wezen dezelfde ideologie, en zijn deels elkaars spiegelbeeld. Om een eigen staat voor het groot-Duitse volk te bereiken, moest Oostenrijk zich afsplitsen van Hongarije, die de minderwaardige Slavische volken mee zou nemen. In de tweede versie van het Linzer Programm (1885) werd door Georg von Schönerer het antisemitisme benadrukt: zijn werk had grote invloed op het denken van Adolf Hitler. Voor beide groepen, en voor de overige nationalisten in Oostenrijk-Hongarije, was de etnische staat het antwoord op alle problemen, en voor Herzl de Lösung der Judenfrage:

Der ganze Plan ist in seiner Grundform unendlich einfach, und muss es ja auch sein, wenn er von allen Menschen verstanden werden soll. Man gebe uns die Souveränetät eines für unsere gerechten Volksbedürfnisse genügenden Stückes der Erdoberfläche, alles andere werden wir selbst besorgen.... Palästina ist unsere unvergessliche historische Heimat. Dieser Name allein wäre ein gewaltig ergreifender Sammelruf für unser Volk. Wenn Seine Majestät der Sultan uns Palästina gäbe, könnten wir uns dafür anheischig machen, die Finanzen der Türkei gänzlich zu regeln. Für Europa würden wir dort ein Stück des Walles gegen Asien bilden, wir würden den Vorpostendienst der Cultur gegen die Barbarei besorgen. Wir würden als neutraler Staat im Zusammenhange bleiben mit ganz Europa, das unsere Existenz garantiren müsste. Für die heiligen Stätten der Christenheit liesse sich eine völkerrechtliche Form der Exterritorialisirung finden. Wir würden die Ehrenwache um die heiligen Stätten bilden, und mit unserer Existenz für die Erfüllung dieser Pflicht haften. Diese Ehrenwacht wäre das grosse Symbol für die Lösung der Judenfrage nach achtzehn für uns qualvollen Jahrhunderten.

Met uitzondering van de medewerking van de Sultan, is dat scenario min of meer uitgekomen.

Veel van de ethische bezwaren tegen de Staat Israël, en veel van de misdaden begaan door die staat, zijn terug te voeren op de stichtingsideologie. De zionisten hebben een exclusief grondgebied geëist voor één enkele etnische groep, het Joodse volk. Geheel volgens de logica van het nationalisme, beweren ze dat elk individuele Jood het recht heeft om daar te wonen: elke willekeurige niet-Jood zou dit recht niet bezitten.

De Israëlische etnische zuiveringen van 1948, en het Palestijnen-beleid van Israël in de volgende decennia, zijn een logisch gevolg van deze racistische ideologie. Zionisten hebben nooit de bedoeling gehad, om de Joodse staat met andere volken te delen, en zijn dat nog steeds niet van plan. Dat de Staat Israël in 1948 een Arabische minderheid overnam, van inmiddels één miljoen mensen, was nooit voorzien. Zionisten zijn nog steeds niet bereid om deze minderheid als onderdeel van het Joodse volk te erkennen, en tegelijkertijd houden ze vast aan de omschrijving van Israël als thuisland van dat Joodse volk. In Israël gaan ook steeds meer stemmen op, om deze Arabieren uit Israël te zetten, als onderdeel van een regeling met een toekomstige Palestijnse staat.

Het staatszionisme kent ook een minderwaardige status toe aan de overige niet-Joden, en met name aan de bewoners van de bezette gebieden - namelijk dat ze erfelijk niet over het onvervreemdbare recht beschikken, om als staatsburgers in de Joodse staat te leven. Elke individuele zionist is een racist omdat hij of zij, per definitie, dit principe onderschrijft. Israël beperkt de naturalisatie in principe tot Joden - 99% van de wereldbevolking komt dus niet in aanmerking. Arbeidsmigranten in Israël, bijvoorbeeld uit Roemenië, blijven aangewezen op tijdelijk verblijf. (Israël kan vanwege zijn selectief migratie-beleid ook moeilijk lid worden van de EU, zoals sommige pro-Israël groepen bepleiten).

En ook in Israël kan een DNA-test vaststellen wie als 'minderwaardig' geldt. Stelt deze vast dat de biologische moeder niet-Joods is, dan vervalt de aanspraak op het staatsburgerschap, zeker als er geen andere banden zijn het Jodendom. DNA-tests op stoffelijke resten in de vrouwelijke lijn kunnen ook bepalend zijn, want het Joods-zijn gaat in elk geval van moeder op dochter over. Ook hier is er sprake van een biologische loterij. Als een Joods kind te vondeling gelegd wordt in Oost-Jerusalem, en ten onrechte als Arabisch aangemerkt wordt, dan gaat het kind een korter, harder, en ongezonder leven tegemoet, in een veel armere samenleving. Israël begunstigt Joden bij de verdeling van de welvaart. Als een staat en samenleving met deze houding ook nog in oorlog verkeert, dan valt het ergste te verwachten. De vele oorlogsmisdaden begaan door de Israëlische strijdkrachten, zijn dan ook deels terug te voeren op de minachting voor niet-Joden, die vanaf 1896 bepalend is voor het zionisme.

Ondanks alle mooie woorden drijft het zionisme op het principe 'eigen volk eerst', en is dan ook minstens even racistisch als het Vlaams Blok van destijds. Zelfs het Vlaams Belang verklaart inmiddels "goed geïntegreerde" buitenlanders als Vlamingen te aanvaarden. Ook al moet je dat met een korrel zout nemen, is dit bij zionisten nog steeds ondenkbaar. Dat een niet-Jood een Jood wordt door culturele assimilatie, is uitgesloten, ook door de Joodse traditie op dit op dit punt. (Bekering is de enige manier om Jood te worden).

Het zionisme was, en is, inherent immoreel. Niemand met een geweten wordt zionist, of onderschrijft het bestaansrecht van de Staat Israël. Het Palestijns etnisch nationalisme, dat vanaf 1948 is ontstaan in reactie op het zionisme, is geen haar beter. Het heeft de Palestijnen zelf vooral ellende gebracht - en als reactie daarop, is nu een anti-nationalistische Islamisme in opkomst, die ook het nationalisme van Hamas verwerpt.

Helaas zijn er in Nederland nog mensen, vooral in joodse en evangelische kring, die het opnemen voor Israël en het zionisme. Een verbod op het zionisme als ideologie, en op publieke uitingen van steun voor de Staat Israël, is op zijn plaats. Voor zover de gemeente Amsterdam dat in de Algemene Politieverordening kan opnemen, dan verzoek ik de gemeente om dat ook te doen. Maar vooral verzoek ik de raad, om zich duidelijk en publiekelijk te keren tegen Israël en het zionisme.



Paul Treanor


Index