Paul Scheffer, ideoloog van de xenofobie

Paul Scheffer presenteert zich als een deskundige die waarschuwt voor problemen rond de integratie: hij is onlangs benoemd tot hoogleraar grootstedelijke problematiek aan de Universiteit van Amsterdam. Maar Scheffer is geen neutrale sociologische waarnemer, hij is een ideoloog van het xenofobisch nationalisme. Samen met Pim Fortuyn heeft hij een racistische kruistocht tegen de immigratie salonfähig gemaakt. Hij heeft ook bijgedragen tot een politieke cultuur, waarin oproepen tot moord, verdrijving, en etnisch zuiverheid, de toon zetten. De mensen die op internet daartoe oproepen lezen Scheffer's werk niet, maar ze lazen Fortuyn's boeken ook niet, en toch is de boodschap doorgesijpeld: Die Allochtonen sind unser Unglück. Evenals Fortuyn heeft Scheffer de immigratie afgeschilderd als iets schadelijk voor de natie: zodoende maakt hij elke individuele immigrant tot vijand van de natie. Deze logica, inmiddels gemeengoed, ligt ten grondslag aan het integratie-beleid, aan de immigratie-beperking, en de remigratie-dwang die daarop ongetwijfeld zal volgen. En ook aan het geweld, want het is de logica van de pogrom.


___Scheffer's ideaal: nationalisme

Scheffer's ideologie is zonder meer racistisch te noemen: hij maakt onderscheid naar etnische afkomst, het is een nadelige onderscheid, en hij beschouwt de Nederlandse bevolkingsgroep als inherent superieur. Zijn uitgangspunt is de etno-nationale staat, als staatkundige uitdrukking van een erfbare eigendomsverhouding volk-thuisland. Het 'recht op Nederland' wordt exclusief toegekend aan leden van de Nederlandse natie. Lidmaatschap daarvan is van Nederlandse ouders op hun kinderen overdraagbaar. Zonder enige tegenprestatie zijn die kinderen voor de rest van hun leven vrijgesteld van de visumplicht en de integratie. Hun recht om in dit land te wonen wordt als onbetwistbaar beschouwd, en ook hun deelname aan het politiek proces, waarin ze eisen mogen stellen aan niet-Nederlanders. Zonder Nederlandse ouders, en zonder bijzondere binding met Nederland, vervalt deze aanspraak. Alle anderen zijn, behoudens afspraak tussen staten, visumplichtig.

Niets rechtvaardigt de etno-nationale staat als staatsvorm. Er is geen eigendomsverhouding tussen een Nederlander en Nederland, Nederlanderschap-DNA is onvindbaar, evenals een genetisch verband tussen bevolkingsgroep en grondgebied. Het gehele stelsel, inclusief de immigratiebeperking, is niets meer dan een met geweld opgelegde ideologie van de nationalisten. Bekijk nu Scheffer's houding tegenover mij, een buitenlander geboren zonder enig verband met Nederland. Scheffer woont hier al jaren, zonder dat hij zich bij de vreemdelingendienst heeft gemeld. Dat vindt hij vanzelfsprekend, omdat hij de eigenschap 'Nederlander' bezit. Hij vindt het eveneens vanzelfsprekend, dat ik niet hierheen mocht komen, zonder officiele toestemming. Waarom het onderscheid? Het ligt niet aan enige verdienste of handeling van Scheffer: hij vindt dat hij zijn status bij zijn geboorte heeft gekregen, en dat hij het aan zijn kinderen mag doorgeven.

Dat kan je niet anders omschrijven, dan als klassiek racisme. Scheffer denkt dat hij erfelijk superieur is aan mij. Zijn denken over de immigratie is bepaald door de gedachte dat alle niet-Nederlanders op deze wijze minderwaardig zijn. Het nationalisme beweert standaard dat de andere volkeren elke aansprak missen op 'onze vaderland'. Scheffer koppelt dit aan een gierige houding ten opzichte van Nederland: verblijf is een voordeel, dat hij doelbewust aan anderen wil onthouden. De immigrant zou iets van de Nederlanders afpakken, tot schade van het nationaal belang. Dat is echter niet aan de orde bij de ethische beoordeling van de immigratie: eigenbelang ten koste van anderen kan nooit een morele maatstaf zijn. Het is bovendien discriminerend om het belang van anderen te negeren, louter op grond van hun niet-Nederlandse afkomst.

___Het absorptievermogen als norm

Scheffer stelt dat mijn aanwezigheid beoordeeld moet worden aan het 'absorptievermogen', het vermogen van Nederland om mij op te nemen. In dat verband spreekt hij van een 'kritische grens' die al gepasseerd is - maar let op de logica. De Marokkanen belasten het absorptievermogen, zegt Scheffer, de Turken ook, en ook ik belast het absorptievermogen, zelfs als ik over straat loop. Maar het gaat niet om een belasting van de infrastructuur, want als Paul Scheffer hetzelfde doet, dan wordt het 'absorptievermogen' niet aangetast. Het 'absorptievermogen' en de 'kritische grens' slaan niet op infrastructurele of sociale kosten. Het zijn constructies, bedacht om de aanwezigheid van allochtonen als inherent nadelig te bestempelen.

Let ook op de inconsistentie in de absorptie-benadering, inmiddels door Wouter Bos en Ruud Koole opgenomen in het PvdA beginsel-manifest: "Geen enkele maatschappij heeft een ongelimiteerd absorptievermogen. Daarom mogen aan migranten eisen worden gesteld bij hun toelating..." De vraag is waarom uitsluitend de immigranten een absorptie-probleem opleveren. Scheffer en de PvdA gebruiken de term in geen ander verband. Ze spreken niet over een 'absorptievermogen' tegenover bejaarden of peuters - of auto's of vliegbewegingen, waar het misschien relevant is. Er is ook geen reden om de bestaande maatschappij als referentiekader te nemen voor de immigratie. De automobiel werd niet het land uitgezet, nee, het land werd aangepast aan de auto. Waarom kan dat niet voor de immigranten? Als er een kritische grens zou zijn, dan kan die gewoon verhoogd worden. Tot 100% desnoods: Scheffer suggereert dat een immigranten-samenleving onmogelijk is, maar dat is uit de lucht gegrepen.

Scheffer denkt 'ik wil je hier niet', maar hij zegt 'je belast onze vermogen om met je om te gaan'. Voor xenofoben kan dat wel kloppen. Als je de hartekreten op internet leest, dan begrijp je dat de aanwezigheid van buitenlanders sommige mensen echt pijn doet. Maar uit de tautologie, dat xenofoben problemen hebben met buitenlanders, heeft Scheffer een pseudo-sociologische 'kritische grens' geconstrueerd.

___Immigratie is rechtvaardig

Er is een morele rechtvaardiging voor de immigratie, een reden om de xenofoben te negeren. Om te beginnen is dit een rijk land. Het is ook een democratisch land, en het volk heeft ervoor gekozen om zijn rijkdom niet te delen met de hongerende massa's - althans niet meer dan 0,7% op jaarbasis. Wat voor morele legitimiteit heeft zo'n besluit? Niets, nihil. Het electoraat is samengesteld uit de mensen die hun welvaart niet willen delen, de hongerenden mogen niet stemmen, omdat ze erfelijk niet tot het volk horen: dat is een schijnvertoning. Ethisch gezien kunnen miljarden mensen, op grond van de verdelende rechtvaardigheid, aansprak maken op de Nederlandse welvaart. Als 'wij' het niet daarheen sturen, dan mogen ze hierheen komen, om daarin te delen. Zo simpel ligt het.

Een recht om de grens te sluiten, om de toestroom van de armen tegen de houden, bestaat niet. Toen het etno-nationalisme greep kreeg op de staatsvorming in Europa, rond 1800, was de massale intercontinentale migratie niet aan de orde. Eigenlijk is het nog steeds niet aan de orde, want ook extreme armoede drijft slechts een klein deel van de bevolking tot migratie. Maar het wezen van het westerse nationalisme is ondertussen veranderd: niet de uitdrukking van 'onze eigen cultuur' staat centraal, maar het beschermen van 'onze welvaart' tegen de gele en zwarte hordes. Het is een negatieve en haatdragende nationalisme: Pim Fortuyn zag de bevolking van Bangladesh liever verdrinken, dan dat ze Nederlandse hulp kregen voor de dijken. Paul Scheffer spreekt met minachting over 'de solidariteit'.

___Hollandse eenheid

Op één gebeid is er een reëel conflict tussen immigrant en autochtoon: ik ondermijn met mijn aanwezigheid het ideaal van een homogeen-Nederlandse nationale staat. Slechts nationalisten zien dat als een ramp, en de nationalist Scheffer ziet mijn assimilatie als het antwoord. Deels omdat hij de homogeniteit zelf waardeert, maar vooral omdat hij de eigen cultuur en waarden als superieur beschouwt. Wederom impliceert het dat ik minderwaardig ben - zeker omdat ik kennis genomen heb van de Nederlandse cultuur, en heel bewust dit 'geschenk' geweigerd heb. Zijn houding getuigt van een culturele zelfoverschatting, in wezen een cultureel racisme. Hij beweert dat niet elke 'eigenheid of identiteit' respect verdient. Ik heb geen respect voor de Nederlandse identiteit, maar dat bedoelt Scheffer niet. Hij bedoelt dat deze juist de norm is, de vervanger van de ondeugdelijke buitenlandse identiteiten.

Als Scheffer thuis zat om superieur te wezen, zou dit alles niet zo'n probleem zijn. Maar hij ziet mij niet alleen als minderwaardig, hij bepleit ook handelen: controle aan de grens, en afgedwongen integratie voor wie al binnen is. Ik moet aan alle belachelijke eisen voldoen, die Mat Herben of Michiel Smit kunnen bedenken om de allochtonen te pesten, maar ik mag van Scheffer geen enkele eis aan de autochtone Nederlanders stellen, bijvoorbeeld dat ze andere talen leren. Voor deze ongelijke behandeling heeft hij geen rechtvaardiging, behalve zijn racistisch geloof dat de Nederlander de meerdere is van de immigrant.

Paul Scheffer handelt deels uit persoonlijke xenofobie, deels uit politieke overtuiging. Hij hoort bij het rechts-populistische anti-immigratie nationalisme van bijvoorbeeld NieuwRechts, de UKIP, of het (voormalig) Vlaams Blok. Hij is ook lid van de Atlantische Commissie, en steunt een 'Europa van de Nationale Staten' verbonden met de VS. Daar vertolkt hij eerder de houding van de Atlantischgezinde elite, mensen zoals Jaap de Hoop Scheffer en Ben Bot. Onder de huidige omstandigheden kunnen xenofobie, gesloten grenzen, homogene nationale staten, assimilatie, nadruk op nationale identiteit, en het afwijzen van een verenigd Europa, heel goed samen gaan. Scheffer levert een passende ideologie.