Nederland: nieuwe grens, daarna opheffen

De grenzen van Nederland zijn niet rationeel. Ze zijn vaak per toeval ontstaan, belemmeren het lokaal en regionaal bestuur, maar worden toch als heilig beschouwd. Hieronder een voorstel voor een kleinere Nederland, als tussenstap naar het verdwijnen van alle nationale staten in Europa. Volgens de logica van het nationalisme is het 'landverraad' om dit te bepleiten - maar dat bewijst slechts hoe onzinnig de nationale staten zijn.

De nieuwe grens wordt hier, gedeeld in vier sectoren, beschreven als een optelsom van gemeenten. In werkelijkheid moet een nieuwe grens aangepast worden aan lokale infrastructuur en bebouwing, maar de bevolkingsoverdracht kan slechts per gemeente berekend worden (stand 2001). De cijfers voor Duitsland en Vlaanderen zijn soms een paar jaar ouder, en daardoor niet precies vergelijkbaar, maar dat scheelt hooguit 1% of 2% op het saldo.

De grootste veranderingen: bijna heel Limburg wordt opgedeeld tussen Vlaanderen en Duitsland, en Zeeuws-Vlaanderen gaat (logischerwijze) naar Vlaanderen. In het oosten zijn de veranderingen per saldo minder ingrijpend. (De Nederlandse Antillen worden buiten beschouwing gelaten).



Absurde grenzen

Het is bekend dat de grenzen van nationale staten absurde kenmerken vertonen. De Belgisch-Nederlandse enclaves / exclaves in Baarle-Nassau en Baarle-Hertog zijn in dit kader beroemd. Eerlijk gezegd worden de twee Baarles in stand gehouden als toeristische attractie, als folklore. Andere delen van de Nederlandse grens geven een beter beeld van de nadelen van de nationale staat, vooral de gemeente Vaals.

Het dorp Vaals maakt deel uit van de bebouwde kom van de Duitse stad Aachen. Het dorpscentrum ligt op geen 5 km afstand van de Aachener Dom, en de stadsbus van Aachen rijdt tot in Vaals. Studenten van de universiteit van Aachen (RWTH) wonen in Vaals, het academisch ziekenhuis ligt zelfs op loopafstand. Een kwart van de bewoners heeft de Duitse nationaliteit. Het dorp moet, economisch gezien, volledig georiënteerd zijn op Aachen, en sinds januari 2002 gebruiken ze ook hetzelfde geld. Toch wordt Vaals bestuurd vanuit Den Haag, en Aachen vanuit Berlin. Logischerwijze zou Vaals gewoon aan de Stadt Aachen toegevoegd moeten worden. Dat is echter onbespreekbaar, want grenswijzigingen kunnen een nationalistische hysterie losmaken - ook in Nederland.

In heel Europa zijn zulke grens-anomalieën te vinden. Ze belemmeren een rationeel en eenvoudig bestuur - maar de nationale staten zelf zijn niet daarop gericht. Ze zijn gericht op emoties en identiteit, op loyaliteit en verbondenheid. Ze zijn gericht op het verleden, of liever een pseudo-verleden. De meeste Nederlanders zien Vaals waarschijnlijk als 'ons historisch grondgebied', maar dat is onzin. Vaals hoorde nooit bij de kern van de latere Nederlanden (Holland en Utrecht). Vanaf de middeleeuwen hoorde Vaals bij het Hertogdom Limburg, terwijl Aachen Reichsstadt was - maar Limburg was toen geen provincie van Nederland.

Het Hertogdom Limburg had als kern het plaatsje Limbourg, tussen Verviers en Eupen, dat wil zeggen, in Wallonië maar wel aan de rand van het Duitstalig gebied. Het Staatse leger veroverde in 1632 Maastricht, en een aantal enclaves daaromheen. Dat werd erkend in 1648, en Vaals werd zo deel van 'Staats-Hertogenrade'. Vaals werd gescheiden van de hoofd-enclave rond Maastricht door het Graafschap Wittem. Pas na het het Congres van Wenen in 1815 reikte een aaneengesloten Nederlands gebied tot aan Aachen: zie Artikel 66, Limites du royaume des Pays-Bas. Dat gebied is weer verloren gegaan in 1830, want de nieuwe Provincie Limburg ging naar België, met uitzondering van Maastricht. In 1839 kreeg Nederland een gedeelte terug. Daarover moest Nederland alweer de soevereiniteit delen met de Duitse Bond, totdat die zelf verdween in 1866. Pas sinds 1867 bevindt Vaals zich definitief aan de Nederlandse kant van een Nederlands-Duitse grens.

De landsgrenzen worden door de nationale staten - ook liberaal-democratische - opzettelijk omgegeven met een sfeer van mythe, bloed, en emoties. Het 'misdrijf' landverraad vormt de belichaming van deze hysterie. Het is maar goed dat deze webpage niet gewelddadig is, want dan zou ik levenslang kunnen krijgen...

Artikel 93, Wetboek van Strafrecht.
De aanslag ondernomen met het oogmerk om het Rijk geheel of gedeeltelijk onder vreemde heerschappij te brengen of om een deel daarvan af te scheiden, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Vroeger stond de doodstraf op landverraad, in vele landen is dat nog zo. Als Vaals naar de Stadt Aachen gaat, dan valt inderdaad een gedeelte van het Rijk onder "vreemde heerschappij". Maar is dat nou zo erg? Een zaak van leven of dood? Omgekeerd zijn de nationale staten bereid om met militair geweld de landsgrenzen de verdedigen. Stel: een gewapende groep van 200 boze Akenaren probeert Vaals in te lijven. Ondanks alle retoriek over een verenigd Europa, kunnen ze toch erop rekenen, door het Nederlandse leger doodgeschoten te worden. Absurd. Mijn advies aan de Nederlandse soldaten: maak je uit de voeten, laat Vaals roemloos vallen! (Dat heet 'ondermijnen van de krijgstucht', daarop stond vroeger ook de doodstraf).

Nijmegen Centre of Border Research

Metatopos: alle gemeenten in Nederland

Het ontstaan van de Nederlandse grenzen

Nederland heeft behalve de zee geen natuurlijke grenzen, in de zin van rivieren of bergketens. Er is een verschil met het aangrenzend hogere land, en tussen Brabant en Drenthe volgt de grens heel ongeveer de 20 m hoogtelijn. Nederland vormt echter geen afgesloten landschappelijke eenheid: ook delen van Vlaanderen en Niedersachsen zijn net zo 'neder' als Nederland. Het Wadden-landschap, wel een herkenbare eenheid, reikt zelfs tot in Denemarken. De grenzen van Nederland zijn door menselijke macht gemaakt.

De geschiedenis van de Nederlandse grenzen is ingewikkeld: het is slechts met een historische atlas te volgen. Slechts de hoofdlijnen van deze geschiedenis zijn hier relevant: sommige details zijn bij de individuele gemeenten aangegeven. Wat wel vaststaat, is dat geen meter van de grens op democratische wijze tot stand kwam. Bij de vele grenswijzigingen is er nooit een plebisciet of volksraadpleging gehouden. Als uitsluitend de democratie legitimiteit verschaft, dan is Nederland geen legitieme staat.

Er zijn goede territoriale kaarten te vinden in de voorlaatste Atlas van Nederland (uit de jaren '70) en de nog oudere Geschiedkundige Atlas van Nederland (Nijhoff, 1935). Drie boeken over het onderwerp zijn hier als bron gebruikt. Ze zijn alle drie nationalistisch, maar er is niets anders over het onderwerp te vinden:
W. A. Bannier, De landgrenzen van Nederland I. (tot aan den Rijn) Leiden: Kooyker, 1900
H. Emmer De grenzen van Nederland: van de Wielingen tot aan den Rijn Haarlem: Tjeenk Willink, 1937. Deze is de overzichtelijkste van de drie.
A. de Vrankrijker De grenzen van Nederland: overzicht van wording en politieke tendenzen Amsterdam: Contact, 1946. Deze is geschreven met het oog op de naoorlogse annexatie-plannen.

Eerst wat juist niet bepalend was. Een belangrijke historische grens loopt dwars door Nederland: de grens van het Romeinse Rijk. Deze grens heeft geen rol gespeeld bij het ontstaan van de latere grenzen. Vele Nederlanders zullen niet eens weten hoe de Romeinse rijksgrens liep: langs de voormalige hoofdstroom van de Rijn - van Katwijk via Alphen en Utrecht, tot aan Nijmegen, en dan langs de Rijn via Xanten naar Köln. Deze grenslijn wordt in Nederland niet als 'erfgoed' behandeld, zoals in andere landen. Er is dan ook geen cultuurgrens zichtbaar: de taalgrens is 200 km naar het zuiden opgeschoven. (Bedenk hoe Nederland eruit zou zien, als bijvoorbeeld Utrecht gedeeld was, tussen Franstaligen en Nederlandstaligen).

In werkelijkheid lijkt de taal geen rol te hebben gespeeld bij de vorming van de Nederlandse staat. Er heeft zelfs nooit een staatkundige eenheid bestaan, die samenviel met de Nederlandse taalgrens. In het oosten is dat toch onmogelijk, want er is geen scherpe grens te trekken tussen Nederlands en Duits. Er werd anders gesproken in Haarlem dan in Hannover, maar er was slechts een geleidelijk verschil te horen langs de weg tussen de twee steden. De huidige scherpe taalgrens is een product van de nationale standaardtalen van de 19e eeuw, en geldt nog steeds niet voor de dialecten.

Sterker nog, de dialecten-indeling komt helemaal niet overeen met de landstalen-indeling. De tweede taal in Nederland is niet Fries of Turks of Arabisch, maar waarschijnlijk Nedersaksisch. Dat komt doordat de dialecten in het oosten niet als dialecten van het Nederlands worden ingedeeld: zie Neddersassisch in de Nedderlannen:

"Dat Rebeet, in dat dat Neddersassische in de Nedderlannen snackt ward, slutt de Provinzen Grönnen (Groningen), Drenthe, Överiessel, de Gemenen Oost- un West-Stellingwarf in'n Süüdoosten vun Freesland (Fryslân, Friesland) un in de Landkringen Achterhuuk un Velüwe in de Provinz Gellerland (Gelderland) in."

Als je moeite hebt met het Nedersaksisch, dan is de inleiding ook gewoon in het Nederlands beschikbaar. Zie ook Wikipedia: Sassen:

"Mutts obers oppassen: De Sassen hebbt nix to doon mit dat Bunnsland Sassen, wo Thüringers in waahnt."

In het zuiden is er wel een duidelijke taalgrens met het Frans, maar die bepaalt bijna nergens de landsgrens, behalve in de gemeenten Maastricht en Gulpen-Wittem. De Nederlandse taal als "bindmiddel van de natie" - de vermeende rechtvaardiging voor verplichte taallessen voor migranten - is dus onzin. Als dat werkelijk waar zou zijn, dan zou Nederland er heel anders uitzien.

De religie heeft na de Reformatie een duidelijk rol gespeeld bij de staatsvorming, maar bepaalt ook niet de landsgrenzen. (Voor de Reformatie kon de religie sowieso geen grenzen bepalen binnen Europa: overal woonden er katholieken). De Nederlandse kernstaat in de 80-Jarige Oorlog had een protestants character, zacht uitgedrukt. (Bij vlagen was het een fundamentalistische anti-Paapse theocratie). De staat behield dat character tot aan de Tweede Wereldoorlog: de monarchie is nog duidelijk een protestantse instelling. Een aaneengesloten protestants gebied zou echter veel kleiner zijn dan het huidige Nederland.

De Nederlandse Opstand ('80-Jarige Oorlog') was waarschijnlijk bepalend voor de Nederlandse staatsvorming. De belangrijkste oorzaak van verandering in het grensverloop is dan goed zichtbaar. Volgens de legende is Nederland veroverd op de zee: in werkelijkheid is Nederland veroverd op de buren. Dat is in fasen gegaan, en de belangrijkste fase bestond uit de Nederlandse veroveringen en heroveringen, voorafgaand aan de Vrede van Münster (Westfaalse vrede). Het grondgebied, dat in 1648 als Nederlandse staat werd erkend, heeft als kern de westelijke provincies Holland, Utrecht en Zeeland. Het zuiden - Brabant en een deel van Limburg - werd tijdens de oorlog veroverd. Zowat alles ten zuiden van de Waal en ten oosten van de IJssel is met militair geweld aan Nederland toegevoegd, zie deze kaart uit J.I. Israel's De Republiek. Het oosten werd veroverd tussen 1590 en 1597, Staats-Brabant grotendeels tussen 1625 en 1637. De protestantse gebieden, die in opstand waren gekomen, en opstandig bleven, beperkten zich tot de westelijke provincies. Niet toevallig waren ze beter verdedigbaar, mede dankzij de waterlinies die in deze periode ontwikkeld werden.

Daarbuiten werd de oorlog van vestingstad tot vestingstad uitgevochten. De meerderheid van de bevolking woonden in onverdedigbaar boerendorpen: als een stad veroverd werd, dan hadden de omliggende dorpen weinig keuze, dan de nieuwe heersers daar te aanvaarden. Zo ontstond er een staat die in het Zuiden en Oosten uit versterkte plaatsen bestond, met een bijbehorend ommeland. Het grondgebied was daar niet geheel aaneengesloten. Er waren buitenlandse enclaves, en Maastricht was een Nederlandse exclave, een cluster van exclaves zelf. In de Franse tijd zijn sommige enclaves opgeruimd: dat werd pas definitief geregeld in de eerste jaren van het Koninkrijk der Nederlanden.

De Westfaalse vrede vormde de afsluiting van de 80-Jarige Oorlog (voor Nederland en Spanje) en de 30-Jarige Oorlog (voor de anderen). Het wordt beschouwd als het begin van de moderne wereldorde van nationale staten, de 'Westphalian system'. Voor kritiek op het idee dat de moderne wereldorde begon in 1648, zie The Non-Modernity of the Westphalian System of States.

Het model van de staatsvorming tijdens de Nederlandse Opstand is eenvoudig: vanuit een compacte kernstaat werd een strook land veroverd, 30 tot 60 km breed. Maar hoe ontstond de kernstaat? Het is mogelijk om deze vraag te negeren, bijna het hele gebied hoorde tenslotte tot de Spaanse Nederlanden. Dus, zou je kunnen zeggen, is de kernstaat gewoon het gebied waar de Opstand (en de Reformatie) geslaagd is, en dat werd vanzelf de protestantse natie Nederland. Dat is ook de visie van de protestants-nationalistische geschiedschrijving. Maar het lijkt dan heel toevallig, dat het gebied ook in cultureel opzicht een kerngebied is, ongeveer gelijk aan het Graafschap Holland met het Sticht Utrecht (zonder het Oversticht). Hollands-nationale historici zouden dan spreken van een Hollandse proto-natie, die op een bepaalde manier meer 'vatbaar' was voor de Reformatie dan de omliggende gebieden. Een derde benadering is, om de expansie als een doorlopend proces te zien, die tijdelijk onzichtbaar werd onder Spaanse heerschappij. In deze visie zijn de veroveringen van de Staatse troepen slechts de voortzetting van de veroveringen van Dirk I, Graaf van Holland, en zijn opvolgers.

Het kerngebied van Holland zelf is van de natuur bepaald: de strook hogere grond achter de duinen, van Alkmaar tot het Westland. Het bewoonbare deel daarvan omvatte enige honderden vierkante kilometers - hooguit 2% van het huidige Nederland. Zie de kaart bij J. van der Gouw's geschiedenis van de grenzen van de provincie Zuid-Holland ...

"De eerste ontwikkeling van een staat is altijd min of meer afhankelijk van de aard van het landschap; in Holland spreekt dat al heel duidelijk. Graaf Gerulf had in 889 een graafschap aan de monden van de Rijn, de oudste Dirken wisten hun gezag uit te breiden over de gehele kuststreek, waarvan Egmond en Monster aan de Maas de uiterste grenspunten met een naam zijn....Het oude grafelijk gebied....heeft in het oosten een natuurlijke grens: een brede veenwildernis."

Is de Nederlandse staat de voortzetting van dit mini-staatje van een middeleeuwse krijgsheer? Volgens een neo-Darwinistische theorie van de staatsvorming, zijn de moderne Europese staten niets ander dan de winnaars van de oorlogen tussen de krijgsheren. Ze slokte elkaars gebied op, totdat de lidstaten van de EU overbleven, competitive accretion. Daarom is voor elke nationale staat een middeleeuws kernstaatje aan te wijzen, volgens deze theorie. Er is echter geen rechte lijn van vroeg-middeleeuws klein naar modern groot. Tussentijds waren er ook staatkundige eenheden, die heel Nederland omvatte: het rijk van Karel de Grote, het Hertogdom Lotharingen, de Bourgondische Kreits, het Franse Keizerrijk (1810-1813). De theorie heeft ook een politiek doel: aanhangers van de liberaal-democratische globalisering willen graag een 'onvermijdelijke historische trend' ontdekken, richting een liberale wereldstaat. Elke poging om het ontstaan van de Republiek te verklaren is dus politiek beladen.

Van de vroegere territoriale eenheden zijn een aantal geheel in Nederland opgegaan, zoals het Graafschap Holland (inclusief Zeeland) en het Sticht Utrecht. Anderen zijn geheel buiten Nederland gebleven, zoals het Graafschap Vlaanderen en het Graafschap Bentheim. Sommige proto-staten werden roemloos opgesplitst, zoals de Hertogdommen van Gelder, Brabant en Kleve. Twee Nederlandse staten zijn lange tijd stabiel gebleven: de Republiek (1648 - 1795) en het Koninkrijk Nederland (1839 - heden). Ondanks buitenlandse invallen zijn ze nooit gesplitst.

Na 1648 zijn de territoriale aanwinsten van Nederland (de Republiek) overzichtelijker. De grens in het oosten verandert nauwelijks. Met een aaneenschakeling van kleine gebieden werd een corridor tot aan Maastricht opgebouwd (Atlas van Nederland, Kaart VIII-4). De corridor werd pas afgerond toen Boxmeer verloor zijn niet-Nederlandse status (onder de Bataafse Republiek). De huidige provincie Limburg is een geknutselde toevoeging aan Nederland: dat word duidelijk als je de kaart van Nederland bekijkt met het noordwesten naar beneden. Al dan niet onder dwang, zijn de volgenden territoriale eenheden opgeslokt:

Deze gebieden waren afkomstig van Spaans-Oostenrijks gebied, of van het Hertogdom Kleef, het Hertogdom Gulik, het Bisdom Liège (Luik), en Pruisen. Globaal werd het gebied van de huidige Benelux in de 18e eeuw beheerst door drie grote staatkundige eenheden: de Republiek inclusief wingewesten, de Oostenrijkse Nederlanden en het Bisdom Luik. (Voordat de Spaanse Nederlanden Oostenrijks werden in 1713, had Frankrijk al zijn noordgrens opgeschoven tot ongeveer de huidige grenslijn, zie de kaart van Franse veroveringen in de Spaanse Nederlanden in de 17e eeuw.

De Republiek is er niet in geslaagd, de resterende exclaves in het zuiden aan te sluiten bij de kernstaat: waarschijnlijk was er daarvoor geen belangstelling. De grootse exclave was Staats-Daalhem, de anderen waren vaak niet meer dan dorpen - de zogenaamde Redemptiedorpen. Volgens Emmer (De grenzen van Nederland pp. 63-64) waren dat Hermal, Bourg, Hopertingen (Hoepertingen), Falais, Mopertingen, Nederheim, Peen, Rutte (Rutten) en Veulen (Fologne). De zuidelijke exclaves zijn definitief verdwenen met het oprichten van een aangesloten Koninkrijk in 1815, en 15 jaar later zijn ze weer aan België kwijtgeraakt. Sommige voormalige exclaves, zoals Vroenhoven, Postel en Lommel, liggen wel tegen de huidige grens aan. Omgekeerd bleven een aantal 'zuidelijke' enclaves in stand, binnen de Republiek. Het dorp Bokhoven (bij Den Bosch) en Luikgestel (Luyksgestel) bleef tot de Franse tijd Luiks, dat wil zeggen van het Bisdom. Delen van het huidige Limburg bleven ook buiten de Republiek: Roermond bijvoorbeeld bleef Spaans, en vervolgens Oostenrijks.

Ten zuiden en oosten van Arnhem lagen een aantal enclaves, horend tot het Hertogdom Kleef: Wehl, Lobith, De Lijmers (slechts een deel van het gebied dat tegenwoordig De Liemers heet), Huissen en Malburgen. Kleef viel in 1609 aan Brandenburg toe, en werd dus later deel van het Koninkrijk Pruisen. (Brandenburg slokte Pruisen op, en niet andersom zoals de naam doet denken). Een tijdlang lag de grens met Pruisen al bij Westervoort, de huidige gemeentegrens bij het plaatsje Schans (daar lag inderdaad een vestingswerk). Ook rond Arnhem werd de grens pas definitief geregeld na de Franse tijd, door een Pruisisch-Nederlands traktaat van 1816.

Zelfs de geschiedenis van de Kleefse enclaves is genoeg om een heel boek te vullen: De Oude Kleefse Enklaves en Hun Overgang naar Gelderland 1795-1817 door E. J. Smit (1975. Zutphen; Walburg Pers).

De Kleefse enclaves werpen een andere licht op de nationale mythologie van religieuze tolerantie. Volgens de mythe heerste in Nederland vrijheid van godsdienst, daardoor is de bevolking protestants geworden. In werkelijkheid werd het protestantisme, net als de Islam in de beginfase, met militaire middelen verspreid. Waar dat niet gebeurde, sloeg de Reformatie blijkbaar niet aan. Smit schrijft:

"In het Kleefse heeft ten tijde van het ancien régime een volledige godsdienstvrijheid bestaan. Het gevolg hiervan is geweest, dat in de enklaves in tegenstelling tot de rest van Gelderland (uitzonderingen als het Graafschap Berg daargelaten) de overgrote meerderheid katholiek is gebleven. De godsdienstcijfers geven dit aan. Bij de volkstelling van 1839 waren er hoge percentages katholieken: Zevenaar 89,70%, Duiven 97,81%, Wehl 94,41%, Huissen 92,47% en Herwen en Aardt, waar ook de Bergse invloed doorwerkte, 79,94%."

Tijdens het Koninkrijk Holland (1806-1810) is er kortstondig een gebied toegevoegd, dat daarvoor en daarna nooit als Nederlands werd beschouwd: Ostfriesland tussen Ems en Jade, de Département Ems-Oriental met als hoofdstad Aurich. Alle interne grenzen (enclaves / exclaves) en de zuidelijke grens zijn volledig verdwenen tussen 1810 en 1813: op last van Napoleon werd het Koninkrijk Holland aan het Frans Keizerrijk toegevoegd.

In 1815 werden de grenzen van het Koninkrijk Nederland in Wenen vastgesteld. De nieuwe staat werd overigens niet toegekend aan 'het Nederlandse volk', maar aan Zijne Hoogheid de Prins van Oranje. Dat Nederland zou toehoren aan het Nederlandse volk staat nergens op papier, ook niet in de huidige Grondwet. Het Congres van Wenen regelde vooral de grenzen in het zuiden. In de noordelijke Nederlanden vonden geen verschuivingen plaats. Zodoende kwam, na de afscheiding van België, het grondgebied van de Republiek weer tevoorschijn, zoals het was in zijn laatste dagen. Dat was ook nadrukkelijk de bedoeling van het Scheidingsverdrag van 1831 (ondertekend in 1839). Europa werd weer opgezadeld met een antieke staatsgrens, zonder administratieve of geografische logica. Toen de status van Limburg (dat wil zeggen Nederlands Limburg) werd geregeld in 1867, is deze grens definitief geworden. (De huidige Provincie Limburg ging eerst naar België, kwam terug bij het Noorden, maar bleef deel van de Duitse Bond).

Na de Eerste Wereldoorlog, waarbij Nederland neutraal bleef, gingen er stemmen op in België om een deel van Nederland te annexeren. Na vier jaar loopgraven-oorlog - de frontlijn schoof heen en weer over Vlaanderen - was een deel van België verwoest. Ter compensatie, en uit wrok, zou Nederlands-Limburg terugkeren naar België, en Zeeuws-Vlaanderen zou geannexeerd worden. Daarvan is niets terecht gekomen.

Ook onder de Duitse bezetting van 1940-1945 bleef de grens intact: Hitler had geen annexatie-plannen, in elk geval niet op korte termijn. Geen van de buurstaten maakt tegenwoordig aanspraak op Nederlands grondgebied, en omgekeerd. De Duitse nationalistische partij NPD wil de Duitse grens in Limburg naar de Maas verplaatsen. Dat is echter geen nieuw voorstel, maar ontleend aan de oude tekst van het Duitse volkslied:

Von der Maas bis an die Memel,
von der Etsch bis an den Belt,
Deutschland, Deutschland über alles,
über alles in der Welt!

Rechts irredentisme in Duitsland richt zich vooral op het oosten - de Memel ligt tegenwoordig in Litouwen. Vermoedelijk weet het gemiddelde NPD-lid niet eens waar de Maas ligt. Officiële steun voor annexatie-voorstellen is in Duitsland taboe, evenals in de meeste EU-landen. Het initiatief tot rationalisatie van de landsgrenzen zal dus niet van de nationale staten zelf uitgaan. Elke toekomstige verschuiving in de Nederlandse grens zal waarschijnlijk in een Europees kader plaatsvinden.

Staatsrechtelijke kaarten van Nederland

The Low Countries, 1556-1648
Kaart van Staats-Limburg 1648

Historische Karten - Deutschland am Ende des 18. Jahrhunderts
Nordrhein-Westfalen 1789 - Interaktive Karte

Deutsche Grenzen
1963: Rückgabe niederländisch besetzter Gemeinden

Groot-Nederland

Een voorstel om een nationale staat vrijwillig te verkleinen, is uitzonderlijk. Elke binnenlandse afscheiding heeft wel tot gevolg dat een staat kleiner wordt, maar dat is niet als zodanig het doel van de afscheiding. De Albanese separatisten in Kosovo vonden niet primair dat Joegoslavië te groot was, maar Albanië te klein. In dat geval gaat het om een irredentistische beweging. Er is een bestaande nationale staat, Albanië. Daar vinden sommige Albanezen, dat Kosovo in Albanië thuis hoort. Ook in Kosovo zelf vinden vele etnische Albanezen dat ze bij Albanië thuishoren (maar dan liefst niet meteen, vanwege de armoede daar).

Irredentisme is één van vele geopolitieke opties. Binnen de meeste nationale staten bestaan stromingen, die op één of ander manier aan de grens willen tornen. De intensiteit van de politieke strijd daarover verschilt echter sterk. Het eigen land groter maken, gebeurde vroeger door verovering - ook in Europa. 400 jaar geleden werd het als normaal beschouwd, dat een land de buurlanden binnenviel, zuiver en alleen om hun grondgebied in te pikken. De moderne nationale staten erkennen in principe elkaars soevereiniteit: dat wil zeggen, dat een veroveringsoorlog principieel niet mag. Elk volk had volgens de nationalisten een heilig recht op een eigen ongeschonden grondgebied - behalve dan die Afrikanen, die op ons beschavingsarbeid zaten te wachten. In Europa zelf verdrong 'het grensconflict' de veroveringsoorlog: een deel van een buurland werd opgeëist als 'eigen' nationaal territorium. Het komt nog zelden voor dat een land een grensgebied opeist, die erkend wordt als horend tot een ander volk - een zuivere annexatie dus. In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog ontstonden in Europa grootschalige annexatie-plannen voor Duits gebied, ook van Nederlandse zijde.

Ik ken geen historische voorbeelden van wat er hier wordt voorgesteld, een verkleind Nederland. (Het is in wezen een contra-annexatie - Nederlands grondgebied afstaan, zonder te letten op de nationale identiteit van de betrokken bewoners, óf van de ontvangende landen). Wel zijn er stromingen te vinden, die op nationalistische gronden de Nederlands grenzen helemaal anders willen.

De enige serieuze kandidaat voor de titel 'afscheidingsbeweging' in Nederland is die van de Friezen, en politiek is het een marginaal verschijnsel. In Vlaanderen staat de onafhankelijkheid in elk geval op de politiek agenda: in Friesland niet eens de regionale autonomie. De Friese beweging is voor 99% een regionaal-culturele beweging, met een museale houding tegenover de Friese cultuur.

Het streven naar een groter staatsverband heeft waarschijnlijk meer invloed gehad, tenminste voor de Tweede Wereldoorlog. Er bestond vroeger zoiets als een Groot-Nederlandse beweging, die streefden naar een Nederlands-Vlaamse eenheidsstaat. Vaak werd Wallonië daartoe meegerekend, en de voormalige Vlaamstalige gebieden van Noord-Frankrijk - een taalgerichte irredentistische beweging dus. De beweging bestaat nog steeds, in Nederland slechts aan de rechtse marges van de politiek, zoals bij het Landelijk Actieplatform voor Nationalistische Studenten (LANS). Het LANS verstoorde eens een herdenking van de Vrede van Münster, die Vlaanderen van Nederland scheidde. Het is moeilijk te zeggen wat het belachelijkst is: dat de overheid geld verspilt aan herdenkingen van eeuwenoude verdragen, of dat de nationalisten het verstoren uit nostalgie voor de Bourgondische Kreits.

Voor de Groot-Nederlandse territoriale eisen zie deze lijst van verliezen voor de Nederlanden in het huidige Frankrijk. Het is een mooi voorbeeld van het irredentistische denken - 100% op het verleden gericht. Omdat Valenciennes in 1650 tot de Spaanse Nederlanden hoorden, moet het weer Nederlands worden, en weer Valensijn heten, vinden ze. Groot-Nederland blijft echter een marginaal verschijnsel. Er wordt wel eens gesproken van een opleving van de gedachte, maar dat betekent vaak niet meer dan een intensivering van de Vlaams-Nederlandse samenwerking.

Dan is er nog de zogenaamde heel-Nederlandse gedachte - Groot-Nederland plus de Afrikaners. Dit streven is nog duidelijker in de rechtse hoek te plaatsen, bekijk de "skakels" (links) van Die Roepstem. Voor 1945 werd de term 'Diets' gebruikt voor de verwantschap tussen Nederlanders, Vlamingen en Afrikaners. Hier een indruk van het vooroorlogs taalgebruik, een citaat van de nationalistische historicus Pieter Geyl, ook op de 'Roepstem' website:

"Wie als Dietsvoelend intellectueel, 't zij Afrikaner of Nederlander, de toestand beschouwt, kan niet bij enkel beschrijven en ontleden blijven. Wij zijn nog aan elkaar verbonden, wij maken nog deel uit van een gemeenschap die aan elks nationale cultuurkracht ruimer mogelijkheden biedt. Maar wij verwaarlozen die mogelijkheden nog te veel. Kleine volken als wij zijn in een wereld waarin massavorming zich meer en meer doet gelden, kunnen wij onze ontwikkeling niet op haar beloop laten. Wij moeten trachten aan onze toekomst te werken. Wij moeten onze zwakheden en tekortkomingen in het oog vatten en met wil en beleid pogen onze mogelijkheden te verwezenlijken. Dat kan het Diets verband ons alle drie versterken. Anders zal het niet gaan."

Dat is het best te definiëren als een taalgericht pan-nationalisme. Het bekendste pan-nationalisme van Europa, het pan-germanisme, heeft nooit veel aanhang gehad in Nederland. Het waren voornamelijk Duitsers die een 'hereniging' van Nederland met Duitsland bepleitte: in Nederland was zelfs de NSB hierover verdeeld.

Als je de koloniën (en de dekolonisatie) buiten beschouwing laat, lijken de Nederlanders redelijk tevreden met de huidige grenzen. Grote separatistische of irredentistische bewegingen zijn er nooit geweest. Maar toch is er één voorbeeld van een sterke beweging, die een volledig nieuwe grenslijn nastreefde - de annexatie-beweging van 1945-1949. Het annexatie-streven werd zelfs het officieel beleid, en de Nederlandse grens werd inderdaad veranderd, op kleine schaal. Daar is nu niets van overgebleven, op één heuvel na, de Duivelsberg tussen Beek en Wyler.

Al tijdens de bezetting ontstonden er plannen, om delen van Duitsland te annexeren. Na de bevrijding kwam een debat op gang over de voor- en nadelen, en ook over de omvang van de annexaties. Het idee was al snel verheven tot beleid, het werd een Nederlandse eis bij de vredesonderhandelingen met Duitsland. Er kwam echter geen algemeen vredesverdrag, de Koude Oorlog was al snel begonnen, en de Verenigde Staten kregen belang bij een snel herstel van Duitsland. (Ook de Amerikaanse plannen, om van Duitsland een agrarisch land te maken, verdwenen weer). De Nederlandse eisen werden steeds kleiner, en het accent kwam te liggen op steenkool en fabrieken. De overgebleven territoriale eisen werden uiteindelijk ingewilligd, in een interim-verdrag in 1949. Nederland kreeg twee 'inhammen' in de grens: ten oosten van Sittard (Selfkant) en rond Elten, met nog wat kleine grenscorrecties. Aan zo'n klein gebied had Nederland bijna niets, maar de annexaties belaste de verhouding met Duitsland - al spoedig weer de grootste handelspartner. Eind jaren '50 werd besloten de gebieden terug te geven, in ruil voor Duitse uitkeringen aan oorlogsslachtoffers. De onderhandeling hierover duurde jaren, maar in 1963 was het afgelopen met de annexaties.

Er zijn kort na de bevrijding meerdere annexatie-plannen gepubliceerd. Het voorstel van dr. ir. F. Bakker Schut is een goed uitgewerkt voorbeeld: hij was Directeur van de 'Rijksdienst voor het Nationaal Plan', en het geeft het waarschijnlijk de officiële lijn weer, tenminste in 1945. Nederland zou het noordwesten van Duitsland krijgen, tot aan de lijn Wilhelmshaven - Osnabrück - Hamm - Wesel, en ook alles tussen de Rijn en Limburg, tot aan de lijn Aachen - Köln. Een kleinere optie liet de west-Rijnlandse steden - Krefeld, Neuss, Mönchen-Gladbach en Köln - in Duitse handen.

Er zijn twee belangrijke aspecten van de plannen. Ze werden als annexaties van Duits gebied gezien: de auteurs beweerde niet, dat dit Nederlands grondgebied was, hooguit dat er historisch verbanden waren. En ten tweede, het gebied was leeg op te leveren. Het lijkt nu bijna ondenkbaar, maar de Nederlandse regering plande openlijk de verdrijving van miljoenen Duitsers. Hiertegen was er wel protest, vooral van de kerken, maar het algemeen politiek klimaat was toen volstrekt anders. In die jaren, zijn tussen de 10 en 15 miljoen etnische Duitsers uit Oost-Europa verdreven: dat werd gewoon afgestreept tegen de misdaden van de Duitse bezetting. Annexaties, uitzettingen en schadeloosstelling waren de orde van de dag.

Bakker Schut geeft vijf motieven voor de annexatie: veiligheid, machtsmotieven, historische motieven, annexatie als een vorm van herstelbetaling, en als deel van de bevolkingspolitiek:

Bij de historische motiveering....wordt in herinnering gebracht, dat sommige duitsche landsdeelen (o.a. Kleef, Gulik, Neder-Bentheim) vroeger deel hebben uitgemaakt van later Nederlandsch geworden gebiedsdeelen en dat Nederlandsche garnizoenen o.a. hebben gelegen in Emden, Leerort, Bonn, Rees, Emmerik, Wesel en Buderich, terwijl met name in Oostfriesland de Nederlandsche taal en cultuur een belangrijke rol hebben gespeeld.
F. Bakker Schut, 1945. Uitbreiding Nederlands Grondgebied Gewenscht? Amsterdam: Elsevier. pp 13-14.

Bakker Schut heeft de bodemschatten (steenkool, bruinkool, turf, natuursteen, aardolie, ijzererts, steenzout, kalizout) en de industrie geïnventariseerd, maar vond deze juist onvoldoende om annexatie te rechtvaardigen:

...indien de eisch van volledige schadevergoeding zou worden gesteld, deze vermoedelijk niet ten volle uit de gebiedsoverdracht kan worden voldaan, zelfs niet indien het Ruhrgebied aan Nederland zou worden afgestaan. (Bakker Schut, p. 18).

De bevolkingspolitiek leek voor hem het zwaarst te wegen. Nederland had toen 9 miljoen inwoners. Tegenwoordig wordt grond aan de landbouw onttrokken, en omgezet in parken, "nieuwe natuur". Toen vreesde men, dat Nederland 11 miljoen inwoners niet kon voeden. Om ze in turf en suikerbiet te houden, zou ongeveer 7% van het huidige Duitsland etnisch gezuiverd worden, en ingelijfd.

De ontruiming zal zone voor zone kunnen gescheiden en na het voorlopig herstel der agrarische bebouwing direct moeten gevolgd worden door een - zij het aanvankelijk dun gezaaide - herkolonisatie, welke eveneens zone voor zone plaats zou kunnen vinden....Wanneer het in uitzonderingsgevallen gewenscht mocht zijn op den regel der evacuatie voor enkele personen een uitzondering te maken, omdat zij zich tijdens den oorlog voor ons land verdienstelijk hebben gemaakt en zich voorts ook Nederlander voelen, kan naturalisatie langs den wettelijken weg plaatsvinden. (Bakker Schut, p. 47).

De rechtse windbuil G. B. J. Hiltermann, toen al actief, rekende af met de ethische bezwaren....

Over het wegvoeren van die Duitsche bevolking nog een enkel woord. Het denkbeeld is bij ons allerminst populair en velen hebben er ethische bezwaren tegen....Wie hoort praten over "verwijdering van de Duitsche opwonenden" krijgt bovendien het beeld voor ogen van de gedwongen evacuatie tijdens dezen oorlog, verfoeit de taak man, vrouw en kind van huis en hof te jagen....Zoo liggen de stukken hier echter niet. Het bevel het in aanmerking komende Duitsche gebied te verlaten is niet afkomstig van individueele Nederlanders en gericht tot individueele Duitschers en beheerscht evenmin de verhouding van de Nederlandsche regeering tot individueele Duitschers. De eisch om den eigendom van het betreffende gebied over te dragen is afkomstig van den verdediger van de rechten van de Nederlandsche volksgemeenschap, den Nederlandschen staat en is gericht tot den Duitschen staat. En het is de Duitsche staat, welke zorg moet dragen, dat de in aanmerking komende gebieden leeg worden opgeleverd.
G. B. J. Hiltermann, 1945. Land om Land Amsterdam: Elsevier. pp 94-95.

De etnische zuiveringen, zoals toen bepleit, zouden bijna volledig zijn. Een pamflet - het zou van maart 1945 zijn, maar dat kan niet kloppen - stelde de details voor:

Eerst zal men de volgende categorieën personen uitwijzen:
1. alle bewoners van de gemeenten van b.v. meer dan 2500 zielen;
2. alle leden van de N.S.D.A.P. en verwante organisaties;
3. alle bewoners die zich sinds 1933 in de afgestane gebieden hebben gevestigd.
Daarna zal men voor de overgebleven bevolking een optanten-regeling treffen, volgens welke, na plechtige verklaring, ter plaatse mogen blijven degenen die gelijktijdig aan de drie volgende voorwaarden voldoen:
a. in hun familie en in de omgang met hun buren het plaatselijk dialect bezigen en niet het Duits;
b. bovendien geen familieleden b.v. tot in de tweede graad in het overgebleven Duitsland hebben;
c. zelf wensen het Nederlandse staatsburgerschap te verwerven.
Door de mazen van de aldus gespannen netten zullen, vermoeden we, maar zeer weinig nationaal-socialistisch of Duitse vissen glippen!
De Accu. Oostland - Ons Land. Annexatie of Geannexeerd Worden. Amsterdam: Internationale Uitgeverij. p.25.

Het pamflet eindigt met de oproep: Nederland's grens kome aan de Wezer!!!

Het is dus moeilijk voor Nederlandse nationalisten om vol te houden, dat ze altijd de nationale grens als heilig beschouwde. Toen het in eigen voordeel opgeschoven kon worden, waren ze bereid om dat te bepleiten.

De nieuwe grens van Vecht tot Maas

In het noordoosten lijkt de grens van Nederland enigszins rationeel. Het begint in de Ems-monding, en loopt door nauwelijks bewoond gebied, 5 tot 15 km ten westen van de Ems. Maar ook de bevolkingsdichtheid is een gevolg van de nationale staat: de grens was er eerst. Het veengebied werd opzettelijk niet ontgonnen, om als militaire hindernis te dienen: daarom is de grensstrook onbewoond. In elk geval blijft de grens tussen de provincies Groningen / Drenthe, en het Land Niedersachsen ongewijzigd.

In de provincie Overijssel verliest Nederland de kernen Denekamp en Ootmarsum aan Duitsland. Ze zijn nu, samen met Weerselo, gefuseerd tot de gemeente Dinkelland. Denekamp ligt op slechts 6 km van Nordhorn, hoofdstad van Landkreis Grafschaft Bentheim, met 51 600 inwoners. Verlies NL 26 059.

Het Grafschaft Bentheim is één van de meest stabiele territoriale eenheden aan de Nederlandse grens. De 'inham' in de Nederlandse oostgrens, ten zuiden van Emmen, is daaraan te danken. Zie: Geschichte der Grafschaft Bentheim, met kaart.

Duitsland verliest de Stadt Gronau (inclusief Epe). Gronau zou, samen met Enschede, Hengelo en Almelo, de verstedelijkte kern vormen van een nieuwe 'Provincie Twente'. De vorming daarvan is al jaren in discussie, zie de Memorie van Toelichting over de herindeling van Twente. Verlies D 45 500.

De provincie Gelderland verliest de gemeenten Winterswijk, Aalten en Dinxperlo aan Duitsland. Verlies NL 56 080.

In 1949 werd Suderwick, feitelijk een deel van het dorp Dinxperlo, door Nederland geännexeerd (tot 1963).

Duitsland (Kreis Kleve) verliest de Stadt Emmerich aan Nederland. Naar de stand van 2001, verlies D 29 597.

Het dorp Elten, 8 km ten westen van Emmerich, en nu deel van de gemeente, werd ook in 1949 geännexeerd door Nederland. Zie deze fotos van de Nederlandse intocht bij de Heemkundekring Bergh, en een verslag van de annexaties uit Der Spiegel in 1949. Ook Elten werd in 1963 teruggegeven aan de Bundesrepublik Deutschland: in het dorp is er een klein museum gewijd aan deze periode. Vroeger hadden Elten en het Graafschap Bergh ('s-Heerenberg) een strategische positie, op de zuidrand van de stuwwal Montferland, boven de weg langs de Rijn. Elten was vanaf 968 kerkelijk gebied, een abdij.

Toen het in 1949 Nederlands werd, liet Landdrost A. Blaauboer een onderzoek verrichten, gepubliceerd in 1950 als Het Drostambt Elten (Assen: van Gorcum). Daarin probeerde hij Elten achteraf als Nederlands te bestempelen:

"Het gebied van het tegenwoordige drostambt Elten valt vrijwel samen met het grondgebied van het miniatuur vorstendom, waarover van 968 tot 1811 in een onafgebroken rij de abdissen van het adellijk jufferenstift de scepter hebben gezwaaid. Oorspronkelijk onder het voogdijschap van de graven van Zutphen en van Gelder in de Nederlandse invloedssfeer gelegen, werd het geleidelijk door de overgang van het voogdijschap in 1472 op de graven van Kleef politiek meer op Duitsland gericht. Hoewel het gebied dus door zuiver toevallige oorzaken binnen de Duitse grenzen is komen te liggen en het in geografisch opzicht aansluit bij het aangrenzende deel van Nederland, heeft het door de lange geschiedenis, die het thans met Duitsland gemeen heeft, typisch Duitse trekken gekregen."

Toen het Huis Bergh in 1712 uitstierf, verviel Bergh aan een Hohenzollern, zie de jaartallen van de Berghse geschiedenis. Desondanks is 's-Heerenberg later bij Nederland terechtgekomen. (Dat was dus ook 'zuiver toevallig', maar desondanks werd het niet in 1949 aan Duitsland geschonken). De huidige grens rond Emmerich kwam tot stand bij het Congres van Wenen in 1815: bij de bouw van de snelweg Arnhem-Oberhausen zijn een aantal kleine grenswijzigingen toegepast.

Duitsland verliest de Gemeinde Kranenburg, de Stadt Kleve, en de Gemeinde Bedburg-Hau (in wezen een buitenwijk van Kleve), aan Nederland. Verlies D 70 227.

Het Hertogdom Kleve omvatte ook exclaves in de Republiek der Verenigde Nederlanden: De Lijmers, Wehl, Lobith, Huissen en Malburgen. Omgekeerd staat er binnen de gemeente Kleve een voormalig Nederlands fort, Schenkenschanz. Toen ik het eerst zag, kon ik niet begrijpen waarom een Nederlands fort hier staat - midden in een weiland, met blijkbaar geen strategisch belang. Een serie kaarten in de Geschiedkundige Atlas verklaart de ligging: vroeger lag Schenkenschanz aan de andere kant van de Rijn, strategisch aan de rechteroever. De huidige ligging van de Rijn, van Spijk tot Tolkamer, is kunstmatig. De oude bedding is overgebleven als de Griethauser Altrhein, 400 m ten zuiden van Schenkenschanz. Tussen Emmerich en Arnhem/Nijmegen is de loop van de rivieren sterk veranderd door menselijke ingrijpen, daarom stroomt de Rijn niet meer langs Lobith ons land binnen. En vroeger ook niet echt, want Lobith was Kleefs toen de Rijn erlangs stroomde. Het lag toen aan de Kleefse kant, aan de linker oever, bereikbaar over land vanuit Millingen en Kleve. Millingen was afgesneden van de rest van Nederland door de Kleefse dorpen Leuth en Kekerdom. Schenkenschans bleef formeel tot 1816 een stukje Nederland: toen zijn per grenstraktaat de enclaves opgeruimd, en gebieden geruild tussen Pruisen en Nederland. Lobith werd toen Nederlands, en Millingen kreeg een landverbinding met Nijmegen, via Leuth en Kekerdom.
In deze sector verliest Duitsland per saldo 63 185 inwoners aan Nederland. De grens van de gemeente Bergen met Duitsland, aan de oostkant van de Maas ten zuiden van Goch, zou grotendeels ongewijzigd blijven in dit voorstel.

Mogelijk zouden ook de Gemeinden Goch en Kalkar (Kreis Kleve, samen 46 449 inwoners) naar Nederland kunnen gaan, als onderdeel van een nieuwe regio Arnhem-Nijmegen. In het noorden zou mogelijk de Samtgemeinde Emlichheim (13 400 inwoners, Landkreis Grafschaft Bentheim) aan Coevorden toegevoegd kunnen worden.

'Groot-Venlo'

Venlo wordt een Duitse stad, het noordwest-punt van het dichtbevolkte Rhein-Ruhr gebied. Ten westen van Venlo loopt dan een nieuwe Vlaams-Nederlandse grens, ten zuiden daarvan een nieuwe Vlaams-Duitse grens. (De status van Vlaanderen in België laat ik hier buiten beschouwing).

Duitsland krijgt van Nederland de stad Venlo, inclusief de voormalige gemeenten Tegelen en Belfeld. Ook Arcen en Velden aan de Duitse kant van de Maas, ten noorden van Venlo, gaat naar Duitsland. Verlies NL 99 458.

Het gebied rond Venlo is al eerder Pruisisch geweest. Na de Vrede van Utrecht in 1713, kreeg Pruisen de oostkant van de Maas ten noorden van Venlo, nu gemeente Arcen en Velden, en het land van Kessel. Het Land van Kessel omvatte niet alleen de huidige gemeente Kessel, maar ook bijvoorbeeld Maasbree, Sevenum, en Horst. Zie de tekst en kaart bij Pruisisch Opper-Gelre.

Duitsland krijgt met Venlo de buurgemeenten aan de overkant van de Maas: Sevenum, Maasbree, en de fusiegemeente Horst aan de Maas. Verlies NL 48 600.

Rond Venlo verliest Nederland dus 148 058 inwoners aan Duitsland. Samen met Nettetal (een groep verstedelijkte dorpen) heeft deze 'Groot-Venlo' 190 000 inwoners. Een nadeel van deze wijziging is dat de Maas nu door vier staten stroomt, in plaats van drie, maar in economisch en geografisch opzicht hoort Venlo duidelijk bij het Rheinland.

Nieuwe zuidgrens Nederland-Vlaanderen

De nieuwe Nederlands-Vlaamse grens begint in de Schelde-monding (Wielingen). Heel Zeeuws-Vlaanderen gaat naar Vlaanderen. De voornaamste reden dat het gebied niet bij België gevoegd werd, na de scheiding van 1830, is dat vele inwoners protestants zijn. (België heeft nog steeds opvallend weinig protestantse inwoners, rond 1%). Het is echter niet rationeel om een grens te laten bepalen, door het streven naar een zuiver katholiek Vlaanderen. België, toen nog een Franstalige eenheidsstaat, heeft in 1918 Zeeuws-Vlaanderen opgeëist, als onderdeel van haar territoriale eisen op het Congres van Versailles.

In Nederland wekten de berichten over deze annexatieverlangens veel verontwaardiging. Had Nederland niet tijdens de oorlog gezorgd voor de opvang van talloze Belgische militairen en burgers, hoe konden daar nu als dank zulke eisen tegenover gesteld worden?... Op 6 februari 1919 vond in het gebouw van Kunsten en Wetenschappen in Den Haag een grote anti-annexionistische manifestatie plaats, waarbij niet alleen het voltallige kabinet, maar ook de koninklijke familie aanwezig waren. De Maastrichter Staar verzorgde de koorzang. Een maand later, respectievelijk op 1 en 5 maart, bezocht de koningin Zuid Limburg en Zeeuws Vlaanderen.
Nederland en de Vrede van Versailles: Belgische aspiraties.

Nederland verliest de drie fusiegemeenten Sluis, Terneuzen, en Hulst, aan Vlaanderen. De website van Hulst is eerlijk over de bron van de 'Nederlandse' identiteit: het stadje is veroverd door het Staatse leger in 1645. Blijkbaar hebben ze spijt van, want Hulst omschrijft zich als "de meeste Vlaamse stad van Nederland". Verlies NL 108 000.

In het zuiden van de gemeente Woensdrecht gaat de kern Putte naar Vlaanderen. Verlies NL 3 815 inwoners.

Vlaanderen verliest de gemeente Essen aan Nederland: het dorp Essen ligt slechts 8 km van Roosendaal. Ook de gemeente Hoogstraten, dichter bij Breda dan Antwerpen, gaat naar Nederland. Verlies Vlaanderen 34 352.

Een bijzondere gemeente, de Belgische exclave Baarle-Hertog, gaat definitief naar Nederland. Verlies Vlaanderen slechts 2 120.

In totaal bestaat Baarle-Hertog uit 20 of 21 exclaves, het aantal wordt verschillend opgegeven. Sommige daarvan bevatten op hun beurt Nederlandse mini-exclaves: Nederlands gebied binnen de grens van Nederland, maar toch omgeven door België. Zie Baarle-Nassau/Baarle-Hertog en met name de gedetailleerde kaart. De grens loopt wel eens door de huizen in Baarle: daarbij geldt dat de voordeur bepaalt de 'nationaliteit' van een woning, zie What a border can do.

In de gemeente Ravels gaat de noordelijke deelgemeente Poppel naar Nederland. Verlies Vlaanderen 3 581.

Van Ravels tot Budel wordt de huidige grens gehandhaafd, met lokale correcties waar nodig. Woonkernen worden niet daardoor getroffen, want hier loopt de grens door bos en heide.

De grens tussen Lommel en Luyksgestel is 'geflipt'. De grens is op de plaats gebleven, maar vroeger lag Nederland (de Republiek) aan de zuidkant: Lommel was Staats. Aan de noordkant werd het afgesneden van de Republiek door Luyksgestel, een Luikse enclave. Nu is Lommel Vlaams en Luyksgestel Nederlands. De abdij Postel, ten westen van Luyksgestel, werd na de Vrede van Münster opgeëist door de Republiek: in 1785 werd het formeel afgestaan aan Oostenrijk.

Nederland verliest de gemeente Cranendonck (provincie Noord-Brabant) met de kernen Budel en Maarheeze. Verlies NL 20 318.

Van hier uit volgt de nieuwe grenslijn de provinciegrens Brabant-Limburg, tot aan de sector Venlo. Alle Nederlands grondgebied ten zuiden hiervan gaat naar Vlaanderen of Duitsland. De provinciegrens hier (zuidgrens van Someren, Asten en Deurne) is overigens een rechte lijn, dit was tot laat in de 19e eeuw onbewoond gebied.

Langs de nieuwe zuidgrens verliest Nederland per saldo 92 020 inwoners aan Vlaanderen. Afgezien van het verlies van Zeeuws-Vlaanderen is dit een 'klassieke' grenscorrectie, de grens wordt voornamelijk rechtgetrokken.

Limburg: nieuwe grens Vlaanderen-Duitsland

Nederland verliest aan Vlaanderen de gemeenten Weert en Nederweert (feitelijk één stad), en de resterende kleine gemeenten tussen Brabant en de Maas: Meijel, Helden, Roggel en Neer, Kessel, Heythuysen, Haelen, Hunsel, Heel en Thorn. Verlies NL 141 877.

Aan de oostkant van de Maas, tussen Venlo en Roermond, gaan de gemeenten Beesel en Swalmen naar Vlaanderen. Verlies NL 21 794.

De stad Roermond zelf, en de drie zuidelijke buurgemeenten Maasbracht, Roerdalen, en Ambt Montfort, gaan naar Vlaanderen. Het zogenaamde Nationaal Park De Meinweg, een beschermd bosgebied van 1600 hectare in de gemeente Roerdalen, gaat naar Duitsland. (De grensanomalie hier komt door het opdelen van gemeenschappelijke dorpsgronden, in de tijd van Napoleon). Verlies NL 80 614.

Door De Meinweg lopt het tracé van de 'IJzeren Rijn', een in 1879 aangelegde spoorlijn, van Antwerpen naar de industrie langs Rhein en Ruhr, via Weert en Roermond. België wil deze reactiveren, en beroept zich op het scheidingsverdrag met Nederland (1839). Zie De IJzeren Rijn: Touwtjetrek tussen Nederland en België op de site van Het Belang van Limburg, en de officiële website van het project. Door de voorgestelde grenswijziging wordt dit een Vlaams-Duitse kwestie.

De gemeenten Echt en Susteren, de overgang tot het Limburgse industriegebied, gaan naar Vlaanderen (ze zullen in 2003 fuseren). Verlies NL 32 248.

Bij Echt en vooral Susteren is het duidelijk zichtbaar dat Limburg een corridor-gebied is - een territoriale verbinding met Maastricht. Bij Susteren ligt België op loopafstand van Duitsland, over Nederlands grondgebied.

De nieuwe dubbelstad Sittard-Geleen (inclusief de voormalige gemeente Born) gaat naar Vlaanderen, samen met de gemeenten Stein en Beek, die duidelijk tot dezelfde agglomeratie horen. Verlies NL 141 997.

Sittard behoorde tot 1794 (Franse inval) tot het Hertogdom Gulik - Jülich in het Duits. Zie deze geschiedenis van Sittard. Het stadje Jülich ligt 20 km ten noordoosten van Aachen. Het Hertogdom werd op het Congres van Wenen voornamelijk aan Pruisen toegevoegd, zie Geschichte des Herzogtums Jülich, maar delen langs de Maas gingen naar het Koninkrijk der Nederlanden. Na de Belgische afscheiding hoorde Sittard bij België van 1830 tot 1839.

Duitsland verliest de Gemeinde Selfkant aan de agglomeratie Sittard-Geleen: de enige overheveling van Duitsland naar Vlaanderen. (Beter zou zijn om de gemeente te splitsen, en de voormalige Gemeinde Saeffelen bij Duitsland te laten). Verlies Duitsland 9 598.

In 1949 werd de Selfkant door Nederland geännexeerd, samen met Elten: in 1963 werd het teruggegeven aan de Bundesrepublik Deutschland. Door de gemeente loopt een transito-weg, een vorm van infrastructuur die altijd grensbepaald is. De N274 verbindt de Nederlandse gemeente Echt met de Nederlandse stad Brunssum, maar loopt over Duits grondgebied. Er is geen fysieke verbinding met het Duits wegennet, en geen Duitse grenscontrole. Dat was bij de bouw niet zo, zie deze vertaalde informatie over de Selfkant:

"Op 1 jan. 1959 werd de weg voor het verkeer opengesteld. Oorspronkelijk had de weg gelijkvloerse kruisingen. Op het moment van oplevering waren dat er 18. In het grensverdrag nam de Nederlandse regering de verplichting op zich, voor de teruggave van de Selfkant aan Duitsland, de straat te voorzien van 7 ongelijkvloerse kruisingen."

Nu beide landen tot de Schengen-zone horen, is de grenscontrole, en de noodzaak van een fysiek gescheiden weg, toch vervallen. Ook de Spaanse enclave Llivia is met Puigcerda verbonden door een gescheiden transito-weg over Frans grondgebied. In Israel bestaan er vage plannen om een bewaakte transito-weg te bouwen tussen Gaza en Hebron.

De informatie over de weg is afkomstig van een gedetailleerde geschiedenis van de Selfkant op de Duitse website Schalbruch online. Daar wordt de annexatie van Duitse zijde beschreven - als een onrechtvaardige bezetting. Curieus detail: handelaren parkeerden, in de dagen voor de teruggave, honderden vrachtwagens met goedkope Nederlandse levensmiddelen in de Selfkant. Na de teruggave bevonden ze zich automatisch in Duitsland, en konden verder rijden zonder invoerrechten te betalen.

Maastricht wordt Vlaams. De stad, en de gemeenten Meerssen en Eijsden (één stedelijk gebied) gaan naar Vlaanderen. Samen met de aangrenzende Vlaamse gemeenten Lanaken en Riemst vormen ze een agglomeratie van bijna 200 000 inwoners. Verlies NL 154 194.

De vestingstad Maastricht werd door Frederik Hendrik veroverd in 1632. Het had een groot militaire betekenis voor de Republiek, anders was het waarschijnlijk al eerder bij Frankrijk, of België terechtgekomen, of misschien Duitsland. Onder Napoleon was het de hoofdstad van de Département Meuse Inférieure. De militaire commandant, Generaal Dibbets, belette de stad in 1830 om mee te doen aan de Belgische afscheiding, tot 1839 bleef het een Nederlandse enclave in België. Om het te verbinden met de rest van Nederland werd de huidige Nederlandse provincie Limburg toen afgesplitst van België.

Rond Maastricht waren de grenzen buitengewoon ondoorzichtig. In De grenzen van Nederland geeft H. Emmer het voorbeeld van het graafschap Vroenhoven, afgestaan door Spanje in 1646. Dit bestond uit:

"a. ongeveer een derde gedeelte van de stad Maastricht;
b. de dorpen Wilre, Montenaken en Heukelom;
c. enkele gedeelten van Kaberg (dat overigens onder het rijksleen Pietershein behoorde);
d. enkele huizen lands den weg van Maastricht naar de buurt Smeermaas;
e. het eiland St. Anthoon in de Maas tusschen Wijk en de stad."

Ongeveer 6 km ten zuiden van Eijsden ligt Dalhem, de voormalige Nederlandse exclave Staats-Daalhem. Deze werd in 1785 gevoegd bij de omliggende Oostenrijkse Nederlanden.

Bij Maastricht ligt er ook grensbepaald infrastructuur, in een vorm die veel vaker voorkomt dan een transito-weg. Het Albert-Kanaal verbindt de zeehaven Antwerpen met de Maas, en daarmee met de industrieën van Wallonië. Bij Briegden, ten noordwesten van Maastricht, ligt het kanaal op minder dan 3 km afstand van de Maas. Maar daartussen zit Nederlands grondgebied, daarom zwenkt het Albert Kanaal naar het zuiden, buiten Maastricht om. Het volgt precies de 'uitsteeksels' van de grens bij Maastricht, op sommige plaatsen is er net genoeg Belgisch grondgebied voor een weg langs het kanaal, niet meer. Maar ook het Albert Kanaal zelf, in de jaren '30 aangelegd, is een product van het nationalisme. De Maas is van natuur al verbonden met de zee, bij Rotterdam - maar dat is geen Belgische haven. Het Albert Kanaal compenseert deze onpatriottische opstelling van de rivier. Het Dortmund-Ems Kanal in Duitsland is om vergelijkbare motieven aangelegd: de Rijn weigert namelijk om naar een Duitse zeehaven te stromen. Een nog groter kanaalproject, het Hansa-Kanal naar Bremen en Hamburg, kwam nooit van de grond. De bouw van zulke kanalen werd overigens na 1945 als rechtvaardiging genoemd, voor de Nederlandse annexatie-plannen in Duitsland: ze zouden Rotterdam oneerlijk beconcurreren.

Ook de Zuid-Limburgse toerisme-gemeenten Valkenburg aan de Geul, Margraten, en Gulpen-Wittem gaan naar Vlaanderen. Verlies NL 46 920.

In het zuiden grenzen Margraten en Gulpen-Wittem aan de omstreden Voerstreek, een Vlaamse exclave tussen Nederland en Wallonië. Zie voor de geschiedenis van de taalstrijd in de Voeren (Fourons) de stukken van Rik Palmans, die schrijft...

"In september 1979 had een Luiksgezinde cafébaas in 's-Gravenvoeren al eens het vuur geopend op enkele Vlaamse Voerenaars en het mag bijna een wonder heten dat er nooit doden zijn gevallen in één van die gewelddadige confrontaties."

De Voerstreek was vroeger deel van het Graafschap Dalhem: in 1661 werd deze gedeeld op grond van religie. Het protestantse deel werd de Nederlandse exclave Staats-Daalhem, de rest bleef bij de Spaanse (later Oostenrijkse) Nederlanden. Zie de website van de Commune de Dalhem, die spreekt van "luttes sanglantes" - toen al.

De hele oostelijke mijnstreek gaat naar Duitsland, inclusief de aangrenzende agrarisch-toeristische gemeenten. Deze agglomeratie verliest de twee stedelijke kernen Heerlen en Kerkrade aan Duitsland, samen met de gemeenten Schinnen, Nuth, Onderbanken, Brunssum, Landgraaf, Voerendaal en Simpelveld. (Eigenlijk zou de gemeente Schinnen opgedeeld moeten worden, het grenst aan de bebouwde kom van zowel Geleen als Heerlen). Verlies NL 284 000.

De oostelijke mijnstreek is een kolenveld-agglomeratie, de enige in Nederland. Het verstedelijkte gebied loopt door tot in Duitsland, net als de steenkool (de Aachener Revier, zie Bergbau und Stahlindustrie in Europa). De mijnbouw is relatief laat begonnen, en duurde tot in de jaren '70 in Nederland, en tot 1997 in de Aachener Revier. Bij Inden wordt nog steeds bruinkool in dagbouw gewonnen. Zie ook de links van Barbaras Welt: Bergbau in Aachen. In economisch-geografisch opzicht hoort de mijnstreek duidelijk bij de regio Aachen.

Opvallend is dat Kerkrade op de gemeentelijke website de Nederlandse landsgrenzen bekritiseert. Bij de geschiedenis van Het Land van Rode staat het volgende:

"Vanaf de 12e eeuw hebben Kerkrade en Herzogenrath een eenheid gevormd op de bestuurlijke landkaart. Die kaart was een bijzonder gecompliceerde lappendeken, die constant veranderde doordat hertogen, graven en andere seigneurs de bestuurlijke rechten over plaatsen en gebieden verkochten, verdobbelden, als huwelijksgeschenk weggaven, via oorlogen verspeelden of door erfenis van verwanten in bezit kregen. Kerkrade en Herzogenrath bleven echter door deze woelige eeuwen heen verenigd. Dat veranderde echter nadat Napoleon zijn Waterloo had gevonden. In 1815 kwamen in Wenen de winnaars van de strijd bijeen voor het befaamde congres van Wenen. Bij dit congres werden uit de losse pols nieuwe grenzen getrokken. De grens tussen Nederland en Duitsland werd dwars door het land van 's Hertogenrade getrokken....Hierdoor werd met één pennestreek een streep door het Land van Rode gehaald én door de saamhorigheid die zeven eeuwen lang had bestaan."

Dezelfde kritiek staat op de website van de Kreis Aachen, bij de beschrijving van Herzogenrath:

"Herzogenrath findet ihren Ursprung im ehemaligen Land 'Hertogenrode' um 1282. Das Land Rode bzw. 'Hertogenrode', das über Jahrhunderte hinweg auf eine gemeinsame Geschichte verweisen konnte, wurde 1815 durch den Wiener Kongress geteilt. Eine Hälfte wurde den Vereinigten Niederlanden (die heutige Stadt Kerkrade) und die andere Hälfte (das heutige Herzogenrath) Preußen zugeordnet. Die Staatsgrenze verläuft mitten durch die Neustraße/Nieuwstraat, die bis 1995 durch ein ca. 60 cm hohes 'Mäuerchen' als Staatsgrenze eine Kuriosität in Europa darstellte."

De Nieuwstraat / Neustrasse vormt inderdaad een van de bekendste grens-anomalieën van Nederland: de ene kant Nederlands, de andere Duits. Jarenlang gescheiden door een muur - maar hier kwam geen politicus langs, om zijn solidariteit te betuigen. Wat fout bevonden werd voor de communisten, werd aanvaardbaar geacht voor de nationale staten. Merkwaardig ook omdat andere 'gedeelde straten' aan de Nederlandse grens geen muur hadden - zie de fotos van Dinxperlo/Suderwick en Putte bij de Merkwaardige Grensplaatsen website.

Tot slot wordt de gemeente Vaals ingelijfd bij de Stadt Aachen. Verlies NL 10 800.

Volgens H. Emmer in De grenzen van Nederlandis Vaals Nederlands geworden omdat de Staten-Generaal prijs stelde op het bezit van de exclave. De reden: Protestanten uit het katholieke Aachen konden op zondag daarheen, om een protestants kerk te bezoeken. Uit zulke absurditeiten is de Nederlandse grens opgebouwd.

Ten zuiden van Vaals ligt nog een voorbeeld van grensbepaald infrastructuur. In de Eerste Wereldoorlog was Nederland neutraal. De Duitse bevoorrading van het front in België kon niet via de Rijn, of de Nederlandse spoorwegen, lopen. Vanuit Aachen werd een kruisingvrije goederen-spoorlijn van hoge kwaliteit aangelegd, langs Montzen, door de heuvelachtige Voerstreek, over de Maas bij Visé, naar Tongeren. Deze loopt in tunnel onder de Vaalserberg, net ten zuiden van het drielandenpunt. Zonder de grens valt de logica van de lijn niet te begrijpen. Het bestaan van de 'Montzenroute' word in Nederland als argument aangevoerd, tegen de reactivering van de 'IJzeren Rijn' over Weert en Roermond.

In Limburg ten zuiden van Venlo, verliest Nederland in totaal 910 198 inwoners. Duitsland krijgt per saldo 280 956 nieuwe inwoners, en Vlaanderen 629 242. Om de verandering af te ronden, zou de Kreis Aachen vergroot moet worden met een deel van België. Een dorp als Kelmis, ongeveer 8 km van de binnenstad van Aachen, moet volledig op Aachen geörienteerd zijn. De Duitse grens zou kunnen opschuiven tot net buiten de lijn Roetgen - Eupen - Welkenraedt - Montzen - Plombières. De communes Eupen, Raeren, Lontzen, Kelmis, Plombières en Welkenraedt zouden van België naar Duitsland gaan. Dit voorstel is niet verwerkt in het eindsaldo.

Behalve Plombières en Welkenraedt is dit Duitstalig gebied - zie deze Map of the German language/dialect areas - maar het valt bestuurlijk onder Wallonië. Het omvat de officieel Duitstalige communes Kelmis, Lontzen, Raeren en Eupen (samen de Canton Eupen) en de niet-officieel-Duitstalige commune Montzen, zie de kaart van de communes germanophone.

Eindsaldo

Het nieuwe, kleinere, Nederland heeft een omvang vergelijkbaar met het Bataafse Gemenebest in 1805, of het Koninkrijk Holland minus de Département Ems-Oriental. In vorm is het ongeveer een halve cirkel, met Amsterdam als middelpunt. Het bevolkingsverlies is relatief klein. Nederland verliest meer dan een miljoen inwoners, naar de schatting per gemeente 1 087 091. Door de bevolkingsgroei (uitzonderlijk hoog naar EU-maatstaven) wordt dat toch weer binnen 20 jaar ingehaald.

Duitsland krijgt 365 829 inwoners bij. Op een bevolking van 82 miljoen zullen de economische gevolgen nauwelijks meetbaar zijn. Bovendien wordt de winst snel teniet gedaan, door een sterfteoverschot in Duitsland. Ook op de kaart van Duitsland zal de verandering nauwelijks opvallen, de grens verschuift hooguit 15 km.

Vlaanderen krijgt per saldo 721 262 nieuwe inwoners. Hierdoor stijgt de bevolking met 12% - en dat zal wel economisch en politiek merkbaar zijn.

Europa na de nationale staat

De staatkundige indeling van Europa staat niet vast, en stond nooit vast. Ook op continentaal niveau staan verschillende geopolitieke modellen tegenover elkaar. De bekendste zijn het 'Europa van de nationale staten' en het 'Europa van de regio's'. Een Europese eenheidsstaat is ook theoretisch een optie, maar voorlopig niet meer dan dat.

Ook het Europa van de regio's kent verschillende modellen. Een 'regio' kan zo groot zijn als Nordrhein-Westfalen, met 18 miljoen inwoners, maar kan ook enkele honderdduizenden inwoners tellen. Toch is een regionale indeling van Nederland redelijk overzichtelijk: er zijn hier geen bergen, afgelegen eilanden, of dunbevolkte streken, die een speciale regionale indeling vereisen. Een minimale definitie voldoet: een regio bevat een stad van 100 000 inwoners of meer, die een duidelijke centrumfunctie vervult voor het gebied - óf het bevat meerdere steden die deze functie delen.

Er zijn een aantal bekende stedenparen en stedenclusters in Nederland zoals de Stedendriehoek Apeldoorn - Deventer - Zutphen. In de nooit goedgekeurde Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening heten ze nationale en regionale stedelijke netwerken. Dat werd zo'n hype, dat men in Nederland geen zelfstandige steden wou zien, Leeuwarden en Harlingen werden samen omgedoopt tot 'netwerk Westergozone'. In werkelijkheid is Friesland is het beste voorbeeld in Nederland van een klassiek Europese regio - een historische middelgrote stad omringd door agrarisch gebied, met kleine plattelandsstadjes duidelijk ondergeschikt aan de regionale hoofdstad.

Als je Limburg buiten beschouwing laat, dan zijn er minimaal zes regio's nodig ter vervanging van Nederland. Het maximum ligt rond de 25 regio's, vergelijkbaar in omvang met de huidige politieregio's. Van die zes grotere regio's liggen er vijf aan de grenzen van het huidige Nederland: een noordelijke regio met Groningen als centrum; Twente; een regio rond het stedenpaar Arnhem-Nijmegen; een regio met Eindhoven als grootste stad; en een regio met Antwerpen als centrum. Daarbinnen moet dan een regio Randstad liggen. Met minder dan zes regio's heeft het weinig zin, want dan kom je terug op de schaal van de nationale staat: de Randstad is al groter dan Ierland of Denemarken. Tussen het 6-regio model en het 25-regio model zijn er wel varianten, maar per schaalniveau staat de indeling min of meer vast. Een regio rond Eindhoven kan alle vier Brabantse steden omvatten. Als Den Bosch zelfstandig is ten opzichte van Eindhoven, dan zouden Tilburg en Breda ook zelfstandig moeten zijn. Breda-Tilburg is een mogelijke stedenpaar, maar een regio Breda-Eindhoven zonder Tilburg is onzin. Als je de Randstad opdeelt in vier regio's dan hebben ze als kern Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam, het kan bijna niet anders. Als er in het noorden twee regio's zijn, dan gaat Drenthe samen met Groningen, en niet met Friesland.

In de Nota Ruimte van april 2004, die de plaats van de Vijfde Nota inneemt, zijn er buiten Limburg vijf nationale stedelijke netwerken: Randstad-Holland; Brabantstad (alle vier Brabantse steden); Arnhem-Nijmegen; Twente; en Groningen-Assen. Van de andere 'netwerken' van de laatse jaren, zijn zes daadwerkelijk geschikt als kern van een samenhangende regio: Leeuwarden; Zwolle-Kampen; de Stedendriehoek; Ede-Wageningen; Roosendaal met Bergen op Zoom; Alkmaar; en Vlissingen-Middelburg.

Het is dus niet nodig om precieze grenzen aan te geven voor de nieuwe regio's: ze kunnen vanuit een regionale kern gedefinieerd worden. Ook hier blijkt dat Limburg een uitzondering is. Er is geen planologische of regionale logica te bedenken, waarbij Maastricht in dezelfde bestuurseenheid belandt als Delfzijl, maar toch gescheiden van Tongeren en Aachen. De grenzen van de nationale staat zijn krom, letterlijk en figuurlijk. Een combinatie van regionaal niveau met Europees niveau geeft een beter bestuurlijke, economische en geografische indeling van het huidige Nederland.

Dat impliceert niet noodzakelijk een Europa van de regio's, en zeker niet dat de regio's zich gaan gedragen als mini-naties, met eigen identiteit en verplichte streektaol'n. Een Zentralstaat op Europees niveau kan regionaal georganiseerd worden. Eigenlijk kan het niet anders: Europa is te groot om vanuit één kantoor bestuurd te worden, maar als de bestuurseenheden samenvallen met de nationale staten, dan blijft het een Europa van de nationale staten, ongeacht de naam. Het alternatief voor de nationale staten is een 'Europa van Europa', maar dan wel met de regio als primaire bestuurseenheid.


.
Nation Planet