Vervolging Máxima Zorreguieta

Haagse Justitie saboteert verzoek om vervolging van Máxima en Dolores Zorreguieta. Eerst de tekst van het verzoek om vervolging.




H. Korvinus
fungerend Hoofdofficier van Justitie
Postbus 20302
2500 EH Den Haag

verzoek om strafvervolging


Ik verzoek je om een strafvervolging in te stellen tegen Máxima Zorreguieta en Dolores Zorreguieta, op grond van Artikel 417bis - 2 van het Wetboek van Strafrecht (schuldheling).

In de Nederlandse media is vaak gesuggereerd, dat Máxima niet schuldig is aan de misdaden van haar vader, en niet aangesproken kan worden op de periode van de dictatuur - ze was tenslotte nog een kind. Maar dat is niet juist, want schuld kan ook achteraf ontstaan. De juiste vergelijking in moreel opzicht is dit...

Stel, een SS-er, commandant van een Duitse vernietigingskamp, slaat de gouden tanden en vullingen uit de mond van zijn gevangenen. Hij verzamelt de aldus verkregen goud, ziet kans naar Zwitserland te reizen, en opent daar een edelmetaal-rekening op nummer. Aan het eind van de oorlog keert hij terug naar zijn woonplaats, waar hij zijn 16-jarige zoon vertelt van het bestaan van de rekening - en ook hoe hij aan het goud is gekomen. Hij vertelt zijn zoon dat het bestemd is voor zijn opleiding. Kort daarna sterft de SS-er bij een Russische aanval. De zoon is ongedeerd. Hij rond zijn Gymnasium af, en vertrekt in 1948 naar Zwitserland. Daar gebruikt hij het goud om een dure opleiding, aan de beste universiteiten, te financieren. Op basis daarvan bouwt hij een schitterend carrière op, in het naoorlogs Europa. Hij toont nooit berouw, voelt zich nooit schuldig, en denkt geen moment aan teruggave of compensatie.

Valt de zoon in dit verhaal niets te verwijten? Hij was te jong om deel te nemen aan de misdaden, maar hij heeft er wel van geprofiteerd. Hij is in moreel opzicht een mede-dader, en net als zijn vader schuldig aan het diepe onrecht van de vernietigingskampen. Een vergelijkbaar moreel oordeel geldt voor Máxima en Dolores Zorreguieta.

Jorge Zorreguieta heeft nog twee dochters uit zijn eerste huwelijk, Mariá en Angeles, halfzussen van Máxima. De kinderen uit zijn huwelijk met María del Carmen Cerruti zijn - naast Máxima - Martín, Juan en Inés (de jongste, geboren in 1984). In principe geldt dat ze allen, bij meerderjarigheid, aangesproken kunnen worden, op de mate waarin ze geprofiteerd hebben van de misdaden van hun vader. Over het carrière-verloop van de anderen weet ik echter nog niets. Van Máxima en Dolores staat wel vast dat ze een succesvolle leven in New York opgebouwd hebben, op basis van hun elite-opleiding in Buenos Aires. Máxima zat op de duurste school van het land, Northlands College, en op de Universidad Catolica Argentina: Dolores zat op de kunstacademie Escuela de Bellas Artes.

Het geld daarvoor is gekregen door, onder andere, linkse activisten levend uit vliegtuigen te werpen. Dat weten ze allebei.

Máxima Zorreguieta is opgegroeid in een sfeer van privilege: haar familie hoort zonder meer tot de rijkste 1% van de wereldbevolking. Als ze een geweten had, dan zou ze zich diep schamen, voor de manier waarop ze aan deze voordelen is gekomen. Als ze een geweten had, zou ze iets terug willen geven - misschien als geld, misschien in de vorm van persoonlijk inzet tegen onrecht en ongelijkheid. Van de houding van haar halfzuster Dolores weet ik weinig, wel dat ze ook haar carrière (in de New-Yorkse kunstwereld) verkiest boven inzet voor gerechtigheid.

Máxima Zorreguieta is geregeld in Den Haag, daarom richt ik dit verzoek aan de Haagse Hoofdofficier van Justitie. De Nederlandse justitie ziet het als haar taak om Jorge Zorreguieta te behoeden voor strafvervolging, dus ik verwacht niet dat jullie zijn alsnog dochters gaan vervolgen. Maar ze verdienen het wel - en als jullie een moreel besef hadden, zouden jullie dat ook inzien.


Paul Treanor



De Justitie in Den Haag heeft, niet onverwacht, het verzoek afgewezen. Dit zijn de relevant delen van de brief van 27 september, de behandelende ambtenaar was I. Hansen-Tomsjansen.




Geachte heer Treanor,


In antwoord op uw brief van 04 juli 2001, betreffende een verzoek on strafvervolging in te stellen tegen Máxima en Dolores Zorreguieta, op grond van schuldheling, bericht ik u het volgende.

Alvorens iemand te kunnen vervolgen op grond van schuldheling art. 417bis-2, is het nodig dat er sprake is van opbrengst verkregen uit enig goed terwijl redelijkerwijs het vermoeden moet bestaan dat het goed van misdrijf afkomstig is.
Ik meen uit uw brief te kunnen opmaken dat u onder 'goed' in dit verband verstaat de positie van de familie Zorreguieta in de Argentijnse samenleving. Deze positie omschrijft u als "behorende tot de rijkste 1% van de wereldbevolking". Verder stelt u dat u dat deze positie verkregen is door de misdaden van haar vader.
Ik schat in dat het begrip 'goed' in strafrechtelijke zin anders moet worden opgevat dan u in uw brief doet.
Daarmee vervalt de basis van uw verzoek tot strafrechtelijke vervolging.
Bovendien heb ik geen aanwijzing dat de positie van de familie is verkregen door misdaden van haar vader.
Zelfs als zou komen vast te staan dat de vader van Máxima Zorreguieta in politieke of feitelijke zin verantwoordelijk kan worden gesteld voor de gepleegde misdaden van het Argentijnse regime waarvan hij toentertijd deel uit maakte, zou dat nog geen 'goed' opleveren waarmee in strafrechtelijke zin een vervolging op basis van art. 417bis-2 kan worden ingesteld....


De fungerend Hoofdofficier van Justitie,
H.C.D. Korvinus



INDEX